Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5534

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
16/275260-19 en 16/221633-19 (gev. ttz) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke jeugddetentie, werkstraffen, reclasseringstoezicht en ambulante behandeling voor 5 jeugdige verdachten, die zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal met geweld.

Verdachten hebben via een datingssite een afspraak gemaakt met het slachtoffer en hem vervolgens onder dreiging van diverse wapens (een nep vuurwapen, boksbeugel, honkbalknuppel en een mes) gedwongen zijn bankpas en pincode af te staan. Toen het slachtoffer zich verzette werd geweld gebruikt. Pas nadat het slachtoffer heel hard om hulp schreeuwde zijn de verdachten weggerend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/275260-19 en 16/221633-19 (gev. ttz) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te Justitieel Complex Schiphol.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 december 2020. Het onderzoek ter terechtzitting is eveneens gesloten op 4 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. D.C. Smits en van hetgeen verdachte en mr. C. van Oort, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16/275260-19:

op 16 augustus 2020 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, meerdere goederen toebehorende aan [slachtoffer] heeft weggenomen, terwijl de diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van (bedreiging met) geweld;

Parketnummer 16/221633-19:

Primair:

op 15 september 2019 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een scooter met kenteken [kenteken] en een scooter met kenteken [kenteken] , toebehorende aan [benadeelde] , heeft weggenomen, door middel van braak en/of verbreking.

Subsidiair is dit feit ten laste gelegd als heling.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 16/275260-19:

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Vaststaat dat de verdachten zowel in de voorbereiding als in de uitvoering van het plan zo nauw en bewust hebben samengewerkt, dat zij ook samen in strafrechtelijke zin verantwoordelijk zijn voor hetgeen heeft plaatsgevonden.

Parketnummer 16/221633-19:

De officier van justitie acht het medeplegen van de diefstal van beide scooters door middel van braak wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 16/275260-19:

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte iedere betrokkenheid bij de hem ten laste gelegde beroving ontkent. Verdachte kan met onvoldoende zekerheid op de plaats delict worden geplaatst. Er is een DNA-match met een sigarettenpeuk die op de plaats delict is aangetroffen maar een sigaret is een verplaatsbaar voorwerp. Dit wil dus niet zeggen dat verdachte op de plaats delict is geweest. In het NFI-rapport wordt gesproken over additionele DNA-kenmerken die op de peuk zijn waargenomen. Dit kan passen bij het geven van een sigaret aan een vriend en dat de additionele kenmerken van die vriend zijn. Verdachte gaf wel vaker sigaretten aan vrienden. Het bewijs dat er ligt tegen verdachte is indirect. De Grindr-app is op 12 augustus 2019 geïnstalleerd op de telefoon van verdachte. Echter, niet blijkt dat die app is gebruikt bij het ten laste gelegde feit. De verklaring van [getuige 1] is niet belastend voor verdachte. Zij was er niet bij en weet niets zeker. Over de betrokkenheid van verdachte is zij wisselend. De verdediging bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde feit nu voldoende overtuigend bewijs ontbreekt.

Parketnummer 16/221633-19:

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Voor beide scooters is niets duidelijk geworden over de wegnemingshandeling en de verdediging verzoekt de verdachte vrij te spreken van diefstal. Ten aanzien van de heling stelt de verdediging zich op het standpunt dat verdachte hiervan ook dient te worden vrijgesproken. De scooter is weliswaar in de schuur van verdachte aangetroffen maar verdachte heeft in goed vertrouwen zijn schuur ter beschikking gesteld aan een vriend. Verdachte heeft de scooter niet gezien en wist niet dat de scooter van diefstal afkomstig was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 16/275260-19:

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘(…) Vrijdag 16 augustus 2019 ben ik weggereden. Zoals we de dag ervoor hadden afgesproken, zou ik naar de parkeerplaats aan de [straat] in [woonplaats] gaan.2 (…) Toen ik aankwam lopen, herkende ik de jongen van de whatsappfoto. (…) Ik zag dat er 5 personen tevoorschijn kwamen. Ik zag 1 zonder gezichtsbedekking en 4 met bivakmutsen. (…) Ik zag dat de blanke jongen zonder gezichtsbedekking een boksbeugel om zijn vingers had. Ik zag een jongen met een honkbalknuppel. Ik zag later dat 1 een mes had met een lemmet van ongeveer 15 centimeter. De jongen van Grindr (…) pakte een vuurwapen uit zijn broeksband. (…) Ik hoorde dat ze zeiden dat ik niet om moest kijken. (…) Ik hoorde dat er gezegd werd: "Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt, gebeurt er niks, dan zullen we je hooguit toe takelen." (…) Toen ik een beetje om keek, zag ik de Grindr jongen en ik hoorde dat hij zei: "Blijf voor je kijken of wil je een kogel door je kop?" Ik voelde toen dat pistool in mijn rug duwen. Ik hoorde dat iemand zei: "Geef hier dat heuptasje.”3 Ik heb het toen afgedaan en wilde het zover mogelijk van me afgooien. Ik gooide het helaas tegen een boom en zag dat ze het pakten. (…) Ik hoorde dat ze zeiden: "Geef hier, als je gewoon meewerkt, gebeurd er niks." (…) De Grindr jongen bleef maar met het pistool om mij heen drentelen. Ik zag dat hij het steeds op mij gericht hield. De jongen met de honkbalknuppel, gelig van kleur, had ook gezichtsbedekking. Hij hield hem in 1 hand vast, naar beneden gericht. (…) Ik zag dat de Grindr jongen met het pistool achter mij was. Ik hoorde dat hij zei: "Nou kun je meewerken, anders gaat het echt gebeuren, of ik schiet je neer." Ik hoorde dat hij kennelijk het pistool door laadde, ik hoorde dat geluid. Ik hoorde hierna het geluid van het overhalen van de trekker. (…) Ik kwam toen te vallen en voelde en zag dat er twee op me doken. Ik zag er ook een derde bijkomen. Ik bleef worstelen om vrij te komen. (…) Ik voelde dat er meerdere op mij doken. Ik voelde een klap op mijn hoofd, waar ook de wond zit. Ik voelde een pijnscheut en voelde nat en bloed stromen. Ik voelde dat ik een klap kreeg met de honkbalknuppel tegen mijn linkerarm. Ik riep dat ik hevig bloedde en dat mijn hoofd kapot was.4 Voor zover ik nu kan zien, mis ik mijn id-kaart, rijbewijs, kentekenbewijs, 3 bankpasjes, reservesleutel en 2 creditcards.’5

[slachtoffer] is op 17 augustus 2019 forensisch onderzocht. Hieruit volgt het volgende:

‘Ik zag de volgende letsels:

-Boven op het hoofd, rechts van het midden zag ik een witte pleister welke deels

bebloed was.

-Op de rechter onderarm een langwerpige rode verkleuring van de huid van circa 16

centimeter breed en 14 centimeter lang.

-Op de rug een ovaalvormige rode verkleuring en beschadiging van de huid van circa 1 bij 2 centimeter.

-In de nek een rode verkleuring van de huid van circa 1 bij 1 centimeter.

-Op beide handpalmen aan de binnenzijde een oppervlakkige beschadiging en rode

verkleuring van de huid, beiden circa 1 bij 1 centimeter. 7

[getuige 1] heeft een getuigenverklaring afgelegd en hierover is het volgende geverbaliseerd:

‘De getuige verklaart dat zij in de maand augustus in de woning van haar ex-, [medeverdachte 1] was en dat daar de vrienden groep aanwezig was, dat wil zeggen, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [woonplaats] . Zij zag en hoorde dat er in de groep gesproken werd over en dat zij bezig waren op een homo-site. Op een gegeven ogenblik is de hele groep naar buiten gegaan en weggegaan vanuit de woning van

de ouders van [medeverdachte 1] in [woonplaats] . De ouders van [medeverdachte 1] waren op dat moment op vakantie. Na enige tijd kwam de groep terug en er was duidelijk paniek.

[medeverdachte 1] heeft haar gezegd dat hij er bij is geweest maar niets heeft gedaan maar wel heeft gezien dat ze helemaal los zijn gegaan met een knuppel.

[medeverdachte 1] heeft wel gezegd dat hij daar was met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] . Er was ook een jongen bij uit Utrecht die de zogenaamde “ [bijnaam] ” was. Aan getuige worden twee foto’s getoond. Getuige zegt dat is de jongen die zich “ [bijnaam] ” noemt, zijn echte naam is [medeverdachte 3] en hij komt uit [woonplaats] , ik weet dat deze jongen pas vijftien jaar is. Ik weet dat deze jongen die “ [bijnaam] ” is geweest op zijn naam is de afspraak gemaakt.

Getuige vertelt dat op de avond de jongens uit het huis van de ouders van [medeverdachte 1] weggingen om iets te doen [medeverdachte 2] de knuppel van [medeverdachte 1] heeft meegenomen. Getuige heeft ook gezien dat een van de jongens een nepvuurwapen in zijn hand had, dat was [medeverdachte 3] , de jongen van de foto. Getuige weet dat ze allemaal bivakmutsen hadden.

Getuige heeft ook gezien dat toen zij terug kwamen bij het huis van de ouders van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , de knuppel had en daarmee ook de achterdeur van de woning van de ouders van [medeverdachte 1] heeft vernield omdat de deur niet snel genoeg geopend werd. Zij heeft ook gezien dat [medeverdachte 3] het zwartgeverfde pistool in zijn broekband had.

Ik heb ook in de groep een boksbeugel gezien.’8

[getuige 2] heeft een getuigenverklaring afgelegd en hierover is het volgende geverbaliseerd:

‘Ik weet niet meer exact de datum maar ik zat met [A] in [woonplaats] een avond te zuipen. Toen zijn er twee jongens bij ons binnengekomen. [medeverdachte 5] en [woonplaats] . Die hebben aangegeven dat ze 10 minuten daarvoor een man hebben mishandeld en beroofd van zijn telefoon en zijn gegevens en dat ze dat hebben gedaan met een honkbalknuppel, een pistool en een boksbeugel en een mes.’9

Tijdens het forensisch onderzoek op de plaats delict zijn meerdere sigarettenpeuken aangetroffen. Uit het proces-verbaal blijkt als volgt:

‘Het volgende spoor en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

SIN: AALS2335NL

Object: rookwaar (sigaretten)’10

Bij het vooronderzoek in het lab heeft het spoor op de sigarettenpeuk met SIN: AALS2335NL, het SIN: AAND9736NL gekregen.11

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan naar de sigarettenpeuken die zijn aangetroffen op de plaats delict. Uit dit rapport volgt het volgende:

‘Het DNA-profiel WAAA7293NL van de verdachte [verdachte] is op 29 november 2019 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA-profielcluster [nummer] .12

Bijlage:

Omschrijving onderzoeksmaterieel: een referentiekaart van [verdachte] , geboren op [2001]

DNA-identiteitszegel: WAAA7293NL

(…)

Omschrijving onderzoeksmateriaal: spoor

DNA-identiteitszegel: AAND9736NL#01

Soort DNA-profiel: enkelvoudig DNA-profiel

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan één op één miljard13

(…)

Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel

AAND9736NL#01, uit DNA-profielcluster [nummer] , afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte] ’14

Bewijsoverweging

Op 16 augustus 2019 is aangever [slachtoffer] slachtoffer geworden van een beroving. Op het plaats delict is een sigarettenpeuk aangetroffen. De verdediging heeft betoogd dat de sigarettenpeuk met het DNA van verdachte niet als bewijs kan dienen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat het verdachte is die deze sigarettenpeuk heeft achtergelaten. De rechtbank acht de DNA-uitslag echter wel bruikbaar voor het bewijs, nu dit bewijsmiddel wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen uit het dossier. Daartoe overweegt zij als volgt. Getuige [getuige 1] vertelt dat [woonplaats] die bewuste avond aanwezig was in het huis van de ouders van medeverdachte [medeverdachte 1] . Die plek, zo is komen vast te staan, is gebruikt als uitvalsbasis voor de beroving. Ook heeft getuige [getuige 1] verklaart dat alle jongens – waaronder verdachte en enkele medeverdachten - die avond op homosites aan het kijken waren en ineens allemaal tegelijk weggingen. Getuige [getuige 2] bevestigt dat [woonplaats] en [medeverdachte 5] de betreffende avond met hem hebben gesproken over de beroving. De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van deze getuigenverklaringen te twijfelen. De rechtbank overweegt dat de bevindingen van de DNA-match in combinatie met de verklaringen van getuige [getuige 1] en [getuige 2] naadloos passen op de feiten zoals deze zijn vastgesteld met betrekking tot de beroving. Alles overziend en in samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met anderen, betrokken is geweest bij de beroving zoals ten laste gelegd.

Parketnummer 16/221633-19:

Bewijsmiddelen 15

[aangever] heeft namens [benadeelde] aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘Plaats delict: [adres] [woonplaats] , binnen de gemeente

De Bilt.

(…) Vandaag 15 september 2019, omstreeks 02:20 uur lag ik te slapen. Op het genoemde tijdstip werd ik wakker omdat ik gerommel hoorde van het neerzetten van bromscooters.

(…) Vandaag 15 september 2019, omstreeks 07:17 uur werd ik wakker en keek uit het slaapkamerraam. Ik zag dat de bromscooters weg waren.
Omdat een van de twee bromscooters van een Track en Trace systeem is voorzien, kon ik middels mijn telefoon zien waar de bromscooter mogelijk zou kunnen staan. Ik zag op mijn telefoon dat de bromscooter uit peilde op de [straat] te [woonplaats] , gemeente De Bilt. (…)

Ik hoorde vervolgens uit de garage van perceelnummer [nummer] geluid van de claxon komen. Ik wist toen dat de bromscooter in de bewuste garage van perceel [adres] moest staan.

(…) De bromscooter (…) voorzien van het kenteken [kenteken] , kleur blauw is nog niet gevonden. De bromscooter (…) met het kenteken [kenteken] , kleur mat zwart heb ik weer terug. Dit is de bromscooter welke voorzien is van Track en Trace.’16

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben het volgende verklaard:

‘(…) Wij, verbalisanten (…) kwamen omstreeks 09.10 uur ter plaatse op de [adres] te [woonplaats] .

(…) Wij liepen vervolgens met verdachte [woonplaats] naar de schuur en zagen dat hij de schuurdeur opende met een sleutel. Wij zagen een mat zwarte bromfiets voorzien van kenteken [kenteken] in de schuur staan. Wij zagen dat het slot van de bromfiets geforceerd was.’17

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben het volgende verklaard:

‘Op 15 september 2019 omstreeks 14:40 uur werden wij verbalisanten gezonden naar het [straat] te [woonplaats] . Wij troffen de blauwe Vespa voorzien van het kenteken [kenteken] aan op het [straat] ter hoogte van nummer [nummer] .

(…) Meldster verklaarde dat haar buurvrouw de scooter omstreeks 09:00 uur voor het eerst had zien staan. (…)

De eigenaar van de scooter gaf aan dat de scooter niet meer met de sleutel gestart kon worden. Het slot kon er naar wat rommelen ook gewoon uit.’18

Verbalisant [verbalisant 1] heeft het volgende verklaard:

‘ [medeverdachte 5] , geboren op [2002] , is woonachtig op de [adres] in [woonplaats] . Via google maps heb ik de afstand tussen het [adres] in [woonplaats] en de [adres] in [woonplaats] bekeken. Hieruit bleek dat de afstand tussen de locatie waar de blauwe scooter is aangetroffen en de woning van [medeverdachte 5] , 600 meter is.

(…)

De twee personen die communiceren met elkaar via whatsapp zijn:

- [medeverdachte 5] met telefoonnummer [telefoonnummer] .

- Een persoon genaamd [naam] met telefoonnummer [telefoonnummer] .

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 11:27 uur: [verdachte] is opgepakt.

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 15:46 uur: Die andere heb ik nog

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 15:46 uur: Maar ik weet niet of hij gps heeft

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 15:46 uur: Hij staat in de wijk

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 16:21 uur: Ik bedoel we hadden er 2

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 16:22 uur: De blauwe staat bij mij in de wijk

[medeverdachte 5] die appt naar een persoon genaamd [naam] op zondag 15-09- 2019 om 16:22 uur: Maar ik weet niet of hij gps heeft’19

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met zijn mededader twee scooters heeft gestolen. De rechtbank acht de volgende omstandigheden redengevend.

Eén van de gestolen scooters is aangetroffen in de schuur van verdachte. Op deze scooter was een kentekenplaat op naam van verdachte geplaatst. Verdachte heeft verklaard dat een vriend die scooter in zijn schuur heeft gezet en vervolgens de kentekenplaat moet hebben verwisseld. Verdachte heeft deze verklaring echter niet onderbouwd, waardoor deze niet verifieerbaar is. Verdachte heeft niet de naam willen noemen van deze vriend. Naar het oordeel van de rechtbank is het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk geworden. Voorts is er een WhatsAppgesprek aangetroffen op de telefoon van de medeverdachte, en tevens een vriend van verdachte. In dit appgesprek, op de ochtend dat verdachte is opgepakt, wordt gesproken over het feit dat verdachte is opgepakt. In het WhatsAppgesprek wordt gesproken over: ‘we hadden er 2’ en ‘de blauwe staat bij mij in de wijk’. Die nacht zijn er twee scooters gestolen waarbij er inderdaad één blauwe gestolen scooter op 600 meter van het woonhuis van de medeverdachte staat.

Gelet op het korte tijdsbestek tussen de diefstal, het aantreffen van de ene scooter in de schuur van verdachte en de melding van een blauwe scooter vlakbij het woonadres van de medeverdachte een aantal uren na de diefstal, het belastende WhatsAppgesprek van de medeverdachte en het ontbreken van een aannemelijke, verifieerbare verklaring van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dat verdachte en de medeverdachte de twee scooters hebben gestolen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer 16/275260-19:

op 16 augustus 2019 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, onder meer,
meerdere bankpassen en meerdere creditcards en een identiteitskaart en een rijbewijs en een kentekenbewijs en een reservesleutel, die geheel toebehoorden aan [slachtoffer] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en gewapend de woorden toe te roepen: 'Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurd er niets, dan zullen we je hooguit toetakelen' en 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?', en
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen en
- vervolgens de trekker van dit vuurwapen over te halen en
- een boksbeugel en een honkbalknuppel en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen, en
- vervolgens meermalen met kracht op het hoofd, althans het lichaam, van die
[slachtoffer] te slaan/stompen;

Parketnummer 16/267701-20:

Primair:

op 15 september 2019 te Bilthoven, gemeente De Bilt, tezamen en in vereniging met een ander, een scooter met kenteken [kenteken] en een scooter met kenteken [kenteken] , die geheel toebehoorden aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 16/275260-19:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 16/221633-19:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder in bereik heeft gebracht door middel van verbreking

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden: meewerken aan meldplicht bij de reclassering, behandeling bij Fivoor en meewerken aan dagbesteding en aan middelencontrole;

- de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte, voor de duur van twee jaren, met toepassing van vervangende jeugddetentie voor de duur van een week voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden, waarbij wordt bevolen dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer, de getuigen [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] en met alle medeverdachten;

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden, het uit te oefenen toezicht en de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De officier van justitie verzoekt om aan verdachte, gelet op zijn leeftijd ten tijde van het delict, een straf volgens het volwassenstrafrecht op te leggen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd.

Het adolescentenstrafrecht is van toepassing. Het rapport van de reclassering van 28 april 2020 is daar duidelijk over. Het jeugdstrafrecht is geïndiceerd. Verdachte is bereid om zich aan alle door de rechtbank op te leggen voorwaarden bij een eventuele straf te houden. Het eerder niet nakomen van reclasseringsafspraken was geen onwil, maar onmacht. De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de hoogte van de straf die is geëist door de officier van justitie.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het plegen van een ernstige diefstal met geweld. Verdachte en zijn mededaders hebben via een datingapp een slachtoffer naar een afgelegen plek gelokt en vervolgens op grove wijze bedreigd met geweld en gebruik gemaakt van geweld om het slachtoffer te kunnen beroven van zijn waardevolle spullen. Verdachte en medeverdachten hadden van tevoren afgesproken dat zij de bankpas van het slachtoffer zouden afpakken en hem zouden dwingen om zijn pincode te geven, om na de beroving naar een geldautomaat te gaan en daar geld van de bankrekening van het slachtoffer te pinnen. Toen het slachtoffer in verzet ging hebben verdachte en zijn mededaders geweld tegen het slachtoffer gebruikt waardoor hij letsel heeft opgelopen.

De gevolgen van dergelijke overvallen zijn over het algemeen zeer traumatiserend voor de slachtoffers. De impact op hun gewone leven en gevoel van veiligheid is groot. Het slachtoffer omschrijft de beroving als het ergste wat hij heeft meegemaakt in zijn leven.

Op geen enkele wijze heeft verdachte zich bekommerd om de gevolgen voor het slachtoffer. Dat deze gevolgen, ook op de langere termijn, ernstig kunnen zijn heeft verdachte ook op voorhand kunnen beseffen. Hij heeft, enkel om financieel gewin, het slachtoffer ernstige en aanzienlijke schade berokkend. Daarnaast heeft verdachte het feit ontkend en geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Tevens heeft verdachte zich, samen met zijn mededader, schuldig gemaakt aan de diefstal van twee scooters. Verdachte heeft ook hier geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag en dit neemt de rechtbank hem kwalijk.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 27 oktober 2020. Hieruit volgt dat verdachte op 5 augustus 2020 is veroordeeld tot een strafbeschikking voor een overtreding.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 28 april 2020, opgesteld door H. Wiebe, reclasseringswerker. Hieruit volgt dat de reclassering niet uitsluit dat het middelengebruik van verdachte in de toekomst tot (meer) delictgedrag kan leiden. Tevens wordt niet uitgesloten dat het zoeken van een dagbesteding negatief wordt beïnvloed door het cannabisgebruik. Daarnaast mag de (verkeerde) invloed van het sociale netwerk van verdachte niet worden onderschat. Naast bovengenoemde risicofactoren vraagt de reclassering zich af of er ook psychische problemen bij betrokkene spelen die, mits hij wordt veroordeeld, ook hebben bijgedragen aan het ontstaan van de verdenking en tot toekomstig delictgedrag kunnen leiden. Nader onderzoek hiernaar staat gepland bij forensische polikliniek Fivoor. De reclassering acht het van belang dat het huidige toezicht wordt voortgezet en dat de uitkomsten van het onderzoek bij Fivoor worden ingezet om de risico’s te beperken.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op een advies van Reclassering Nederland van 14 oktober 2020, opgemaakt door E. Versteeg, reclasseringswerker. Hieruit volgt dat verdachte de schorsingsvoorwaarde om zich in te spannen om een dagbesteding te vinden en te behouden onvoldoende nakomt. De reclassering concludeert dat verdachte onvoldoende gemotiveerd is om mee te werken aan het, door de reclassering geadviseerde, plan van aanpak. De reclassering adviseert om, in tegenstelling tot het advies van 28 april 2020, bij een veroordeling verdachte geen voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden op te leggen nu verdachte herhaaldelijk heeft aangetoond zich niet aan afspraken te houden.

Adolescentenstrafrecht

Ten tijde van het plegen van het feit was verdachte achttien jaar en dus meerderjarig. Uitgangspunt is dat een jongvolwassen verdachte die ten tijde van het strafbare feit meerderjarig is, volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. De rechtbank kan echter besluiten voor jongvolwassenen, met toepassing van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, jeugdsancties toe te passen indien daartoe grond wordt gevonden in de persoonlijkheid van verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Toepassing van het jeugdstrafrecht kan alleen ingeval de verdachte ten tijde van het strafbare feit meerderjarig was, maar jonger dan 23 jaar én als omstandigheden gelegen in de persoon van verdachte of omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd daartoe aanleiding geven. In het reclasseringsadvies van 28 april 2020 wordt door de reclassering geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Blijkens het wegingskader adolescentenstrafrecht (een instrument dat in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie door van Montfoort is ontwikkeld om te komen tot advisering inzake het type strafrecht en reclasseringsbegeleiding) komt naar voren dat er voor wat betreft de handelingsvaardigheden indicaties zijn voor het toepassen van het jeugdstrafrecht: zo lijkt verdachte jonger te functioneren dan van hem qua kalenderleeftijd kan worden verwacht, kan hij de risico’s van zijn handelen niet goed inschatten en heeft hij enigszins gebrekkige plannings- en organisatievaardigheden. Er komen aanwijzingen van beïnvloedbaarheid naar voren en betrokkene lijkt impulsief te handelen. Het valt de rechtbank verder op dat de bevriende medeverdachten ook jonger zijn dan hijzelf is.

Gelet op de voorgaande ziet de rechtbank reden om af te wijken van het eerder genoemde uitgangspunt dat een jongvolwassen verdachte die ten tijde van de strafbare feit meerderjarig is, volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. De rechtbank zal daarom toepassing geven aan het adolescentenstrafrecht.

Strafoplegging

Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor het bewezen verklaarde feit gekeken naar deze oriëntatiepunten.

Voor een diefstal met geweld in de meest lichte vorm is een taakstraf van 60 uur, dienovereenkomstige jeugddetentie van 1 maand het uitgangspunt. Strafverzwarende omstandigheden zijn aanleiding om de strafmaat te verhogen. Iedere strafverzwarende omstandigheid telt daarbij in beginsel voor 60 uur taakstraf, dan wel 1 maand jeugddetentie. De strafverzwarende omstandigheden zijn in de zaak van verdachte: de aard en ernst van het gebruikte fysieke geweld, het letsel dat verdachte heeft opgelopen, het gebruik van meerdere wapens waaronder de bedreiging met een op een soortgelijkend vuurwapen, een boksbeugel, een honkbalknuppel en een mes, de plaats van het delict en het plegen van het feit in een georganiseerde groep. De rechtbank acht ook de planmatigheid strafverzwarend. Verdachten hebben bewust een homoseksueel slachtoffer uitgekozen door het slachtoffer te benaderen via een datingapp voor homoseksuelen. De rechtbank kan niet vaststellen of dit uit ‘homohaat’ is geweest, of, zoals de officier van justitie heeft gezegd, omdat de groep jongeren dachten dat een homoseksueel slachtoffer niet zou terugvechten of aangifte zou doen. Feit is in ieder geval dat de jongens goed nagedacht hebben over wie hun slachtoffer zou worden.

Daarnaast heeft verdachte twee scooters weggenomen. Volgens de oriëntatiepunten staat hier een straf vanaf 40 uur taakstraf op per scooter. Het gaat hier om twee scooters en er is sprake van een samenwerkingsverband wat een strafvermeerderende factor is.

Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie van 221 dagen waarvan 100 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden. De rechtbank ziet, gelet op voornoemde omstandigheden en het feit dat verdachte zijn schorsingsvoorwaarden niet is nagekomen en op dit moment weer gedetineerd zit, op dit moment geen aanleiding om aan verdachte een geheel voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen. Daarnaast zal de rechtbank, in tegenstelling tot het advies van de reclassering van 14 oktober 2020, aan deze voorwaardelijke straf na te noemen bijzondere voorwaarden verbinden. Ondanks dat de reclassering anders heeft geadviseerd acht de rechtbank het opleggen van bijzondere voorwaarden geïndiceerd om de maatschappij te beschermen en verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Bij verdachte lijkt met name zijn alcohol- en/of drugsverslaving een probleem, zodat de rechtbank hem verplicht daaraan (in positieve zin) te werken. De rechtbank benadrukt dat verdachte deze kans met beide handen moet aangrijpen om zijn leven op het rechte pad te brengen.

Tevens zal de rechtbank een werkstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie, opleggen.

Vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij, voorts aanleiding om op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel aan verdachte

op te leggen, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer, drie getuigen en de medeverdachten voor de duur van 2 jaren. Voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende jeugddetentie worden opgelegd voor de duur van een week, met een maximum van 6 maanden.

Dadelijke uitvoerbaarheid vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank overweegt dat de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, nu er - gelet op de aard en de ernst van de feiten - ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt en/of zich belastend gedraagt.

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten een beroving met (bedreiging van) geweld. Uit de rapportages van de reclassering volgt dat intensief toezicht en behandeling van verdachte nodig is om de kans op recidive te verkleinen. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zonder het toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering opnieuw een vergelijkbaar misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zullen worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38v, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het feit onder parketnummer 16/275260-19 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart het feit onder parketnummer 16/221633-19 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 221 dagen;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak

in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in

mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte van 100 dagen van deze jeugddetentie niet zal worden ten

uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte

de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als voorwaarden dat verdachte:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, binnen drie werkdagen dagen na zijn invrijheidstelling meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland, Tiberdreef 8 te Utrecht, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. Verdachte dient zich daarbij te houden aan de aanwijzingen die Samen Veilig hem geeft;

* meewerkt aan het vinden en behouden van een dagbesteding;

* geen verdovende middelen of alcohol gebruikt, indien en zolang de

jeugdreclassering dit nodig acht, en hem wordt verplicht ten behoeve van de

naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

Waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Samen Veilig Midden-Nederland te Utrecht opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden.

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van

120 uren;

- beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende

jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

Oplegging maatregel

- legt op de vrijheidsbeperkende maatregel dat de verdachte voor de duur van 2 jaren op

geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen zoeken of hebben met de volgende personen;

- [slachtoffer] , geboren op [1971] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 2] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 1] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 3] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 3] , geboren op [2004] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 4] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 1] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 5] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 2] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- waarbij de politie opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving;

- beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval door

verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende

jeugddetentie bedraagt één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt

voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende

jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de maatregel niet op;

Dadelijke uitvoerbaarheid

- beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk

uitvoerbaar zijn.

Voorlopige hechtenis

- heft de voorlopige hechtenis op zodra deze gelijk is aan de opgelegde straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.B. Snijders Blok, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. Y.M. Vanwersch en P.M. Leijten, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Parketnummer 16-275260-19

hij op of omstreeks 16 augustus 2019 te Bilthoven, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, onder meer,
een of meerdere bankpassen en/of een of meerdere creditcards en/of een
identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenbewijs en/of een
reservesleutel, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] ,
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die
diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en/of gewapend die [slachtoffer] de woorden toe te roepen: 'Als je
doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurd er niets, dan zullen we je
hooguit toetakelen' en/of 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?',
althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een
mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen en/of
- (vervolgens) de trekker van dit vuurwapen over te halen en/of
- een boksbeugel en/of een honkbalknuppel en/of een mes (dreigend) in de
richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen, en/of
- (vervolgens) meermalen (met kracht) op het hoofd, althans het lichaam, van die
te slaan/ stompen;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 16/221633-19

hij op of omstreeks 15 september 2019 te Bilthoven, gemeente De Bilt
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een scooter met kenteken [kenteken] en/of een scooter met kenteken [kenteken] , in
elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of
zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het
misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,
art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 15 september 2019 te Bilthoven, gemeente De Bilt,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten een scooter met
kenteken [kenteken] en/of een scooter met kenteken [kenteken] heeft verworven,
voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens)
ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf
verkregen goed betrof;
( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a
Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 7 november 2019, 21 november 2019 en 15 januari 2020 genummerd PL0900-2019246159, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 824. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 60.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 61.

4 Proces-verbaal van aangifte, pagina 62.

5 Proces-verbaal van aangifte, pagina 63.

6 Proces-verbaal forensisch onderzoek letselfotografie, pagina 500.

7 Proces-verbaal forensisch onderzoek letselfotografie, pagina 501.

8 Proces-verbaal getuigenverklaring, pagina 221.

9 Proces-verbaal getuigenverklaring, pagina 419-420.

10 Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, pagina 514.

11 Proces-verbaal vooronderzoek lab, pagina 544.

12 Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 22 november 2019, pagina 1 van 2.

13 Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 22 november 2019, bijlage, pagina 1.

14 Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 22 november 2019, pagina 1.

15 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 9 juli 2020, genummerd PL0900-2020218905, opgemaakt door politie Midden-Nederland, ongenummerd. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

16 Proces-verbaal van aangifte.

17 Proces-verbaal van bevindingen, PL0900-2019277111-3.

18 Proces-verbaal van bevindingen, PL0900-2019277118-6.

19 Proces-verbaal van bevindingen, PL0900-2019277111-14.