Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5531

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
16/275338-19 en 16/268029-20 (gev. ttz) en 16/127440-19 (TUL) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke jeugddetentie, werkstraffen, reclasseringstoezicht en ambulante behandeling voor 5 jeugdige verdachten, die zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal met geweld.

Verdachten hebben via een datingssite een afspraak gemaakt met het slachtoffer en hem vervolgens onder dreiging van diverse wapens (een nep vuurwapen, boksbeugel, honkbalknuppel en een mes) gedwongen zijn bankpas en pincode af te staan. Toen het slachtoffer zich verzette werd geweld gebruikt. Pas nadat het slachtoffer heel hard om hulp schreeuwde zijn de verdachten weggerend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/275338-19 en 16/268029-20 (gev. ttz) en 16/127440-19 (TUL) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 december 2020.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2004] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] te [woonplaats] ,

thans verblijvende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 3 december 2020. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 4 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. D.C. Smits en van hetgeen verdachte en mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Parketnummer 16/275338-19:

op 16 augustus 2020 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, meerdere goederen toebehorende aan [slachtoffer] heeft weggenomen, terwijl de diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van (bedreiging met) geweld;

Parketnummer 16/268029-20:

op 24 april 2020 te Utrecht een enkelband, in elk geval apparatuur bestemd voor elektronische monitoring, dat geheel aan de Dienst Vervoer en Ondersteuning toebehoorde, heeft vernield.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 16/275338-19

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Vaststaat dat de verdachten zowel in de voorbereiding als in de uitvoering van het plan zo nauw en bewust hebben samengewerkt, dat zij ook samen in strafrechtelijke zin verantwoordelijk zijn voor hetgeen heeft plaatsgevonden.

Parketnummer 16/268029-20

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 16/275338-19

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte ontkent bij de beroving aanwezig te zijn geweest. Weliswaar is zijn foto gebruikt bij het leggen van contact met het slachtoffer, maar die foto is niet door hem verstrekt. Verder kan het DNA-spoor dat is aangetroffen op de sigarettenpeuk niet voor het bewijs worden gebruikt, nu het om een verplaatsbaar object gaat. Het strafdossier bevat derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen voor het medeplegen van de beroving.

Parketnummer 16/268029-20

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend ten aanzien van de beschadiging van de home unit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 16/275338-19

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan en het volgende verklaard:

‘(…) Vrijdag 16 augustus 2019 ben ik weggereden. Zoals we de dag ervoor hadden afgesproken, zou ik naar de parkeerplaats aan de [adres] in [woonplaats] gaan.2 (…) Toen ik aankwam lopen, herkende ik de jongen van de whatsappfoto. (…) Ik zag dat er 5 personen tevoorschijn kwamen. Ik zag 1 zonder gezichtsbedekking en 4 met bivakmutsen. (…) Ik zag dat de blanke jongen zonder gezichtsbedekking een boksbeugel om zijn vingers had. (…) Ik zag een jongen met een honkbalknuppel. Ik

zag later dat 1 een mes had met een lemmet van ongeveer 15 centimeter. (…) De jongen van Grindr (…) pakte een vuurwapen uit zijn broeksband. (…) Ik hoorde dat ze zeiden dat ik niet om moest kijken. (…) Ik hoorde dat er gezegd werd: "Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt, gebeurt er niks, dan zullen we je hooguit toe takelen." (…) Toen ik een beetje om keek, zag ik de Grindr jongen en ik hoorde dat hij zei: "Blijf voor je kijken of wil je een kogel door je kop?" Ik voelde toen dat pistool in mijn rug duwen. Ik hoorde dat iemand zei: "Geef hier dat heuptasje.”3 Ik heb het toen afgedaan en wilde het zover mogelijk van me afgooien. Ik gooide het helaas tegen een boom en zag dat ze het pakten. (…) Ik hoorde dat ze zeiden: "Geef hier, als je gewoon meewerkt, gebeurd er niks." (…) De Grindr jongen bleef maar met het pistool om mij heen drentelen. Ik zag dat hij het steeds op mij gericht hield. De jongen met de honkbalknuppel, gelig van kleur, had ook gezichtsbedekking. Hij hield hem in 1 hand vast, naar beneden gericht. (…) Ik zag dat de Grindr jongen met het pistool achter mij was. Ik hoorde dat hij zei: "Nou kun je meewerken, anders gaat het echt gebeuren, of ik schiet je neer." Ik hoorde dat hij kennelijk het pistool door laadde, ik hoorde dat geluid. Ik hoorde hierna het geluid van het overhalen van de trekker. (…) Ik kwam toen te vallen en voelde en zag dat er twee op me doken. Ik zag er ook een derde bijkomen. Ik bleef worstelen om vrij te komen. (…) Ik voelde dat er meerdere op mij doken. Ik voelde een klap op mijn hoofd, waar ook de wond zit. Ik voelde een pijnscheut en voelde nat en bloed stromen. Ik voelde dat ik een klap kreeg met de honkbalknuppel tegen mijn linkerarm. Ik riep dat ik hevig bloedde en dat mijn hoofd kapot was.4 Voor zover ik nu kan zien, mis ik mijn id-kaart, rijbewijs, kentekenbewijs, 3 bankpasjes, reservesleutel en 2 creditcards.’5

[slachtoffer] is op 17 augustus 2019 forensisch onderzocht. Hieruit volgt het volgende:

‘Ik zag de volgende letsels:

- Boven op het hoofd, rechts van het midden zag ik een witte pleister welke deels

bebloed was.

- Op de rechter onderarm een langwerpige rode verkleuring van de huid van circa 16

centimeter breed en 14 centimeter lang.

- Op de rug een ovaalvormige rode verkleuring en beschadiging van de huid van circa 1 bij 2 centimeter.

- In de nek een rode verkleuring van de huid van circa 1 bij 1 centimeter.

- Op beide handpalmen aan de binnenzijde een oppervlakkige beschadiging en rode

verkleuring van de huid, beiden circa 1 bij 1 centimeter.7

[getuige 1] heeft een getuigenverklaring afgelegd en hierover is volgende geverbaliseerd:

‘De getuige verklaart dat zij in de maand augustus in de woning van haar ex-, [medeverdachte 1] was en dat daar de vrienden groep aanwezig was, dat wil zeggen, [A] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . Zij zag en hoorde dat er in de groep gesproken werd over en dat zij bezig waren op een homo-site. Op een gegeven ogenblik is de hele groep naar buiten gegaan en weggegaan vanuit de woning van

de ouders van [medeverdachte 1] in [woonplaats] . De ouders van [medeverdachte 1] waren op dat moment op vakantie. Na enige tijd kwam de groep terug en er was duidelijk paniek.

[medeverdachte 1] heeft haar gezegd dat hij er bij is geweest maar niets heeft gedaan maar wel heeft gezien dat ze helemaal los zijn gegaan met een knuppel.

[medeverdachte 1] heeft wel gezegd dat hij daar was met [medeverdachte 2] en [A] . Er was ook een jongen bij uit [woonplaats] die de zogenaamde “ [bijnaam] ” was. Aan getuige worden twee foto’s getoond. Getuige zegt dat is de jongen die zich “ [bijnaam] ” noemt, zijn echte naam is [verdachte] en hij komt uit [woonplaats] , ik weet dat deze jongen pas vijftien jaar is. Ik weet dat deze jongen die “ [bijnaam] ” is geweest op zijn naam is de afspraak gemaakt.

Getuige vertelt dat op die avond de jongens uit het huis van de ouders van [medeverdachte 1] weggingen om iets te doen, [A] de knuppel van [medeverdachte 1] heeft meegenomen. Getuige heeft ook gezien dat een van de jongens een nepvuurwapen in zijn hand had, dat was [verdachte] , de jongen van de foto. Getuige weet dat ze allemaal bivakmutsen hadden.

Getuige heeft ook gezien dat toen zij terug kwamen bij het huis van de ouders van [medeverdachte 1] , [A] , de knuppel had en daarmee ook de achterdeur van de woning van de ouders van [medeverdachte 1] heeft vernield omdat de deur niet snel genoeg geopend werd. Zij heeft ook gezien dat [verdachte] het zwartgeverfde pistool in zijn broekband had.

Ik heb ook in de groep een boksbeugel gezien.’8

Verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

‘Ik ben de jongen op de foto die gebruikt is om contact te leggen met het slachtoffer.’9

[slachtoffer] heeft op 19 augustus 2019 het volgende verklaard:

‘Deze jongen leek op de profielfoto van WhatsApp, die hij 1 dag zichtbaar heeft gehad. Dit was de profielfoto van de persoon waar hij app contact mee had.’10

Tijdens het forensisch onderzoek op de plaats delict zijn meerdere sigarettenpeuken aangetroffen. Uit het proces-verbaal blijkt als volgt:

‘Het volgende spoor en sporendragers werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

SIN: AALS2332NL

Object: rookwaar (sigaretten)’11

Bij het vooronderzoek in het lab heeft het spoor op de sigarettenpeuk met SIN: AALS2332NL, het SIN: AAND9734NL gekregen.12

Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan naar de sigarettenpeuken die zijn aangetroffen op de plaats delict. Uit dit rapport volgt het volgende:

‘Het DNA-profiel WAAB6881NL van de verdachte [verdachte] is op 29 november 2019 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Bij deze vergelijking is tot op heden één match gevonden. Deze matchende DNA-profielen zijn geregistreerd onder DNA profielcluster [nummer] .

Bijlage:

Omschrijving onderzoeksmaterieel: een referentiekaart van [verdachte] , geboren op [2004]

DNA-identiteitszegel: WAAB6881NL

(…)

Omschrijving onderzoeksmateriaal: spoor

DNA-identiteitszegel: AAND9734NL#01

Soort DNA-profiel: enkelvoudig DNA-profiel

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan één op één miljard13

(…)

Bovenstaande betekent dat DNA in het sporenmateriaal met het identiteitszegel

AAND9734NL#01, uit DNA-profielcluster [nummer] , afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]

Bewijsoverweging

Op 16 augustus 2019 is aangever [slachtoffer] slachtoffer geworden van een beroving. Op het plaats delict is een sigarettenpeuk aangetroffen. De verdediging heeft betoogd dat de sigarettenpeuk met het DNA van verdachte niet als bewijs kan dienen omdat onvoldoende is komen vast te staan dat het verdachte is die deze sigarettenpeuk heeft achtergelaten. De rechtbank acht de DNA-uitslag echter wel bruikbaar voor het bewijs, nu dit bewijsmiddel wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen uit het dossier. Hiertoe acht de rechtbank het volgende redengevend. Verdachte heeft, zowel bij de politie als ter zitting, bekend dat hij de jongen is op de foto die gebruikt is om contact te leggen met het slachtoffer. In zijn aangifte, direct opgetekend na het incident, heeft het slachtoffer verklaard dat hij de jongen die hij als eerste ontmoette bij de afgesproken locatie, herkende als de jongen van de Whatsapp-foto. Ook enkele dagen na het voorval verklaart het slachtoffer over de gelijkenis. Verder is er de verklaring van getuige [getuige 1] die vertelt over de avond van het incident. Zij verklaart over ene ‘ [verdachte] ’ uit [woonplaats] die de bewuste avond aanwezig was in het huis van de ouders van medeverdachte [medeverdachte 1] . Die plek, zo is komen vast te staan, is gebruikt als uitvalsbasis voor de beroving. [getuige 1] herkent verdachte op een aan haar getoonde foto als de persoon die zij aanduidt met ‘ [verdachte] ’. Volgens [getuige 1] was verdachte de persoon die deze avond een (nep)vuurwapen bij zich droeg. Ook heeft getuige [getuige 1] verklaart dat alle jongens – waaronder [verdachte] – die avond op homosites aan het kijken waren en ineens allemaal tegelijk weggingen. De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van het slachtoffer en getuige [getuige 1] , alsmede uit de verklaring van verdachte zelf, een scenario valt op te maken dat naadloos past op de feiten zoals deze zijn vastgesteld met betrekking tot de beroving. Alles overziend en in samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met anderen, betrokken is geweest bij de beroving zoals ten laste gelegd.

Parketnummer 16/268029-20

Verdachte heeft de het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2020;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 26 mei 2020, genummerd PL0900-2020137090-1, inhoudende het proces-verbaal van aangifte namens DV&O met de getekende concept aangifte, doorgenummerde pagina’s 5 tot en met 8.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer 16/275338-19:

op 16 augustus 2019 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, onder meer,
meerdere bankpassen en meerdere creditcards en een identiteitskaart en een rijbewijs en een kentekenbewijs en een reservesleutel, die geheel toebehoorden aan [slachtoffer] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en gewapend de woorden toe te roepen: 'Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurd er niets, dan zullen we je hooguit toetakelen' en 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?', en
- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen en
- vervolgens de trekker van dit vuurwapen over te halen en
- een boksbeugel en een honkbalknuppel en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen, en
- vervolgens meermalen met kracht op het hoofd, althans het lichaam, van die
[slachtoffer] te slaan/stompen;

Parketnummer 16/268029-20:

op 24 april 2020 te Utrecht, opzettelijk en wederrechtelijk, apparatuur bestemd voor elektronische monitoring, die aan de Dienst Vervoer en Ondersteuning toebehoorde, heeft beschadigd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 16/275338-19:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Parketnummer 16/268029-20:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 213 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming, met uitzondering van het contactverbod als bijzondere voorwaarde;

- de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte, voor de duur van twee jaren, met toepassing van vervangende jeugddetentie voor de duur van een week voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden, waarbij wordt bevolen dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer, de getuigen [getuige 2] , [getuige 1] en [getuige 3] en met alle medeverdachten.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden, het uit te oefenen toezicht en de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de op te leggen straf en maatregel aan verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het plegen van een ernstige diefstal met geweld. Verdachte en zijn mededaders hebben via een datingapp een slachtoffer naar een afgelegen plek gelokt en vervolgens op grove wijze bedreigd met geweld en gebruik gemaakt van geweld om het slachtoffer te kunnen beroven van zijn waardevolle spullen. Toen het slachtoffer in verzet ging hebben verdachte en zijn mededaders geweld tegen het slachtoffer gebruikt waardoor hij letsel heeft opgelopen. Verdachte is degene geweest die het slachtoffer heeft bedreigd met een (nep)vuurwapen, door dit wapen te tonen, in zijn rug te drukken en de trekker over te halen.

De gevolgen van dergelijke overvallen zijn over het algemeen zeer traumatiserend voor de slachtoffers. De impact op hun gewone leven en gevoel van veiligheid is groot. Het slachtoffer omschrijft de beroving als het ergste wat hij heeft meegemaakt in zijn leven.

Op geen enkele wijze heeft verdachte zich bekommerd om de gevolgen voor het slachtoffer. Dat deze gevolgen, ook op de langere termijn, ernstig kunnen zijn heeft verdachte ook op voorhand kunnen beseffen. Hij heeft, enkel om financieel gewin, het slachtoffer ernstige en aanzienlijke schade berokkend. Verdachte heeft het feit ontkend en geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van de home-unit van zijn enkelband.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 11 november 2020. Hieruit volgt dat verdachte op 12 september 2019 is veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, voor opzetheling en bezit van een steekwapen. Ook heeft verdachte eerder een transactie aanvaard wegens een diefstal.

Uit het Pro Justitia persoonlijkheidsonderzoek van 27 januari 2020 volgt dat er bij verdachte sprake is van een oppositionele-opstandige stoornis, een disharmonisch intelligentieprofiel en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken. Verder wordt er in het persoonlijkheidsonderzoek geconcludeerd dat individuele

ambulante behandeling gericht op inzicht krijgen in zijn eigen gedragspatronen en denkbeelden en in zijn emoties en de regulatie ervan evenals versterken van zijn coping vaardigheden en morele ontwikkeling, noodzakelijk wordt geacht. Van belang is dat ouders hierbij betrokken worden. Behandeling kan worden geboden door de Waag of een soortgelijke instelling. De rapporteur onthoudt zich van advies over de toerekenbaarheid van het strafbare feit omdat verdachte zijn betrokkenheid ontkent.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 1 december 2020, opgesteld door T. Siebers, raadsonderzoeker. Hieruit volgt dat de kans op herhaling van delictgedrag als hoog wordt ingeschat. Om de kans op herhaling te verminderen, het belangrijk is dat de begeleiding vanuit de jeugdreclassering wordt voortgezet. De behandeling wordt nu binnen het civiele kader met een machtiging gesloten uithuisplaatsing vormgegeven. Het is van belang dat deze gedurende een langere periode wordt aangeboden om een verandering te realiseren. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert een onvoorwaardelijke jeugddetentie (gelijk aan de duur van het voorarrest) en een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden en jeugdreclasseringstoezicht, zodat verdachte wordt verplicht om mee te werken aan de hulpverlening.

Strafoplegging

Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor het bewezen verklaarde feit gekeken naar deze oriëntatiepunten.

Voor een diefstal met geweld in de meest lichte vorm is een taakstraf van 60 uur, of jeugddetentie van 1 maand het uitgangspunt. Strafverzwarende omstandigheden zijn aanleiding om de strafmaat te verhogen. Iedere strafverzwarende omstandigheid telt daarbij in beginsel voor 60 uur taakstraf, dan wel 1 maand jeugddetentie. De strafverzwarende omstandigheden zijn in de zaak van verdachte: de aard en ernst van het gebruikte fysieke geweld, het letsel dat verdachte heeft opgelopen, het gebruik van meerdere wapens waaronder de bedreiging met een op een soortgelijkend vuurwapen, een boksbeugel, een honkbalknuppel en een mes, de plaats van het delict en het plegen van het feit in een georganiseerde groep. De rechtbank acht ook de planmatigheid strafverzwarend. Verdachten hebben bewust een homoseksueel slachtoffer uitgekozen door het slachtoffer te benaderen via een datingapp voor homoseksuelen. De rechtbank kan niet vaststellen of dit uit ‘homohaat’ is geweest, of, zoals de officier van justitie heeft gezegd, omdat de groep jongeren dachten dat een homoseksueel slachtoffer niet zou terugvechten of aangifte zou doen. Feit is in ieder geval dat de jongens goed nagedacht hebben over wie hun slachtoffer zou worden.

Daarnaast heeft verdachte de home-unit van zijn enkelband vernield. Volgens de oriëntatiepunten kan hierop een taakstraf volgen van 20 uur bij geringe schade en een taakstraf van 30 uur bij aanzienlijke schade. De verdachte houdt er bij het opleggen van de straf ook rekening mee dat verdachte eerder is veroordeeld.

Nu ter terechtzitting is gebleken dat verdachte inmiddels gesloten is geplaatst bij de Lindenhorst te Zeist en in het kader van zijn gesloten plaatsing een behandeling wordt opgezet, acht de rechtbank het niet wenselijk om - hoewel de ernst van het feit dit wel rechtvaardigt - aan verdachte een jeugddetentie op te leggen die langer is dan zijn voorarrest. Dit zou de noodzakelijk geachte behandeling doorkruisen. Om dezelfde reden zal de rechtbank ook geen taakstraf aan verdachte opleggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie van 213 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden. De rechtbank zal aan deze voorwaardelijke straf na te noemen bijzondere voorwaarden verbinden. De rechtbank acht het opleggen van bijzondere voorwaarden geïndiceerd om de maatschappij te beschermen en verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij, voorts aanleiding om op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel aan verdachte

op te leggen, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer, drie getuigen en de medeverdachten voor de duur van 2 jaren. Voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende jeugddetentie worden opgelegd voor de duur van een week, met een maximum van 6 maanden.

Dadelijke uitvoerbaarheid vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank overweegt dat de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, nu er - gelet op de aard en de ernst van de feiten - ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt.

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten een beroving met (bedreiging van) geweld. Uit de rapportages en de adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en SAVE volgt dat intensief toezicht en behandeling van verdachte nodig is om de kans op recidive te verkleinen. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zonder het toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering opnieuw een vergelijkbaar misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zullen worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 BENADEELDE PARTIJ

Parketnummer 16/268029-20

DV&O heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.078,35. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gehele vordering dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het gevorderde bedrag hoog is en bij toewijzing de schadevergoedingsmaatregel niet dient te worden opgelegd nu het hier om een professionele partij gaat.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 16/268029-20 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het na te melden bedrag. De vordering van DV&O is onderbouwd met een factuur. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel

Tevens zal de door de benadeelde partij gevorderde wettelijke rente worden toegewezen. De rechtbank hanteert daarbij als ingangsdatum 24 april 2020, zijnde de datum waarop de bewezenverklaarde vernieling heeft plaatsgevonden en derhalve de schade is geleden.

Oplegging van de schadevergoedingsmaatregel acht de rechtbank niet opportuun, nu deze maatregel niet bedoeld is ten behoeve van een professionele (overheids) partij zoals de DV&O is.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij de stukken bevindt zich de op 31 augustus 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland, in de zaak met parketnummer 16-127440-19, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 12 september 2019 van de politierechter te Utrecht, waarbij verdachte is veroordeeld tot een taakstaf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, met bevel dat een gedeelte, te weten 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank gaat ervan uit dat de vordering van de officier van justitie abusievelijk onder het parketnummer 16/268029-20 is aangebracht in plaats van onder parketnummer 16/275338-19.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De officier van justitie heeft gevorderd de proeftijd te verlengen met een jaar. Gelet op artikel 77cc van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig de proeftijd met een jaar te verlengen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38v, 63, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 213 dagen;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak

in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in

mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte, groot 100 dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten

uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte

de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als voorwaarden dat verdachte:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling, Samen Veilig

Midden-Nederland, in het kader van Toezicht en Begeleiding;

* meewerkt aan een behandeling bij Pluryn en/of een soortgelijke instelling;

* meewerken aan behandeling en plaatsing in een eventuele (gesloten)

vervolgsetting, indien dat noodzakelijk blijkt;

* meewerken en houden aan de afspraken en regels binnen de instelling alwaar verdachte verblijft;

* schoolgang volgens het rooster;

* verdachte mag tijdens zijn verblijf in een instelling alleen met toestemming van de gezinsvoogd en/of jeugdreclasseringsmedewerker met verlof;

Waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Samen Veilig Midden-Nederland te Utrecht opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden.

Oplegging maatregel

- legt op de vrijheidsbeperkende maatregel dat de verdachte voor de duur van 2 jaren op

geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen zoeken of hebben met de volgende personen;

- [slachtoffer] , geboren op [1971] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 2] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 1] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 3] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 2] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 3] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 1] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 4] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [A] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- waarbij de politie opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving;

- beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval door

verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende

jeugddetentie bedraagt één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt

voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende

jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de maatregel niet op;

Dadelijke uitvoerbaarheid

- beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk

uitvoerbaar zijn;

Benadeelde partij Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O)

- wijst de vordering van DV&O van een bedrag van € 1.078,35 toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan DV&O van het toegewezen bedrag,

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Voorlopige hechtenis

- heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Vordering tenuitvoerlegging

- verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 12 september 2019 de opgelegde proeftijd

(parketnummer 16-127440-19) met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.B. Snijders Blok, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. Y.M. Vanwersch en P.M. Leijten, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Parketnummer 16-275338-19:

hij op of omstreeks 16 augustus 2019 te Bilthoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, onder meer,
een of meerdere bankpassen en/of een of meerdere creditcards en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenbewijs en/of een reservesleutel, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en/of gewapend de woorden toe te roepen: 'Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurd er niets, dan zullen we je hooguit toetakelen' en/of 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?', althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een
mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen en/of
- (vervolgens) de trekker van dit vuurwapen over te halen en/of
- een boksbeugel en/of een honkbalknuppel en/of een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen, en/of
- (vervolgens) meermalen (met kracht) op het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te slaan/ stompen;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 16-268029-20:


hij op of omstreeks 24 april 2020 te Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een enkelband, in elk geval apparatuur bestemd voor elektronische monitoring, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan de Dienst Vervoer en Ondersteuning toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;


( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 7 november 2019, 21 november 2019 en 15 januari 2020 genummerd PL0900-2019246159, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 824. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 60.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 61.

4 Proces-verbaal van aangifte, pagina 62.

5 Proces-verbaal van aangifte, pagina 63.

6 Proces-verbaal forensisch onderzoek letselfotografie, pagina 500.

7 Proces-verbaal forensisch onderzoek letselfotografie, pagina 501.

8 Proces-verbaal getuigenverklaring, pagina 221.

9 Verklaring verdachte ter terechtzitting 3 december 2020.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 70.

11 Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, pagina 514.

12 Proces-verbaal vooronderzoek lab, pagina 543.

13 Een geschrift, te weten een NFI-rapport van 22 november 2019, bijlage, pagina 1.