Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:549

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-01-2020
Datum publicatie
20-02-2020
Zaaknummer
8180624 / LE VERZ 19-63
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

kwalificatie overeenkomst, geen gezagsverhouding, vrijblijvend karakter, schriftelijke opdrachtovereenkomst waaraan ook feitelijk uitvoering is gegeven. Daarnaast beoordeling incident 843a RV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0195
Viditax (FutD), 25-02-2020
FutD 2020-0649
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Lelystad

Beschikking van 28 januari 2020

in de zaak met zaaknummer / rekestnummer 8180624 / LE VERZ 19-63 van

[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde Silver Advocaten B.V.

en

[verweerder] ,
(mede) h.o.d.n. [handelsnaam] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
verweerder, hierna ook te noemen: [handelsnaam] ,
gemachtigde mr. D. Talsma.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van [verzoekster] met 23 bijbehorende producties, ter griffie ingekomen op 20 november 2019;

- het verweerschrift van [handelsnaam] met 56 producties van 27 december 2019;

- akte inbreng producties 24 t/m 42 van [verzoekster] ;

- aanvullende producties 57 t/m 67 van [handelsnaam] ;

- aanvullende producties 43 en 44 van [verzoekster] .

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 januari 2020. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen door partijen naar voren is gebracht.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [handelsnaam] nog een aantal aanvullende producties (68 t/m 71) in het geding gebracht.

1.3.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1991, heeft op 19 oktober 2012 een overeenkomst gesloten met [handelsnaam] , waarbij zij zich samen met twee anderen onder de groepsnaam [groepsnaam] als artiest heeft verbonden aan [handelsnaam] , die als managementbureau de belangen van [groepsnaam] zal behartigen.

2.2.

In de overeenkomst van 19 oktober 2012 staan onder meer de volgende relevante artikelen:

“(…)

Artikel 3 – VERPLICHTINGEN [handelsnaam]

3.1.

[handelsnaam] zal met ingang van datum van ondertekening van deze overeenkomst, na beste kunnen, de zakelijke belangen behartigen van Artiest met betrekking tot diens carrière als uitvoerend kunstenaar (zangeres) en/of auteur van muziekwerken binnen [groepsnaam] .

3.2.

[handelsnaam] zal hiernavolgende werkzaamheden voor Artiest verrichten:

Het voeren van onderhandelingen met derden met het doel Artiest te voorzien van werk dat is toegesneden op haar talenten, waarbij frequentie en aard van de werkzaamheden wordt vastgesteld;

Het voeren van onderhandelingen met derden ten aanzien van aan Artiest toekomende rechten van intellectuele eigendom en daarmee samenhangende royalty’s;

Het sluiten van overeenkomsten met derden ten behoeve van optredens, rechten van intellectuele eigendom, licensing en promotionele activiteiten van Artiest en behartigen van zaken die hier direct verband mee houden, zoals bijvoorbeeld het opstellen en versturen van contracten en promotiemateriaal;

(…)

3.5.

[handelsnaam] is volledig extern gevolmachtigd om namens ARTIEST in onderhandeling te treden met derden die voor de carrière van ARTIEST van betekenis kunnen zijn binnen [groepsnaam] , dan wel een optimale carrière bevorderen. Eventuele schriftelijke overeenkomsten met derde behoeven alleen ondertekening van [handelsnaam] .

3.6.

[handelsnaam] verzorgt een deugdelijke administratie ten behoeve van ARTIEST. ARTIEST kan de administratie ten allen tijde zelf controleren. [handelsnaam] zal jaarlijks aan ARTIEST volledig verantwoording afleggen van het door haar gevoerde financiële beheer met betrekking tot [groepsnaam] .

(…)

3.8.

[handelsnaam] stelt Artiest zo spoedig mogelijk op de hoogte van data, en in overleg, waarop Artiest werkzaamheden dient te verrichten voor [groepsnaam] .

(…)

Artikel 4-VERPLICHTINGEN ARTIEST

4.1.

ARTIEST verplicht zich, na beste kunnen, haar taken als uitvoerend kunstenaar te vervullen en naar redelijkheid medewerking te verlenen aan de door [handelsnaam] geboekte optredens, promotionele activiteiten en met instemming van ARTIEST tot stand gekomen overeenkomsten met derden als bedoeld in 3.5. tenzij ARTIEST door overmacht verhinderd is.

4.2.

ARTIEST stelt [handelsnaam] zo spoedig mogelijk op de hoogte van data waarop ARTIEST verhinderd is werkzaamheden te verrichten. Op initiatief van ARTIEST zullen partijen elke drie maanden overleg voeren over data waarop en de frequentie waarmee ARTIEST beschikbaar is,

4.3.

ARTIEST en [handelsnaam] hebben beiden de plicht de gezamenlijke agenda met betrekking tot [groepsnaam] actueel te houden.

(…)

4.5.

Tijdens de duur van deze overeenkomst zal ARTIEST direct noch indirect diensten en/of werkzaamheden verrichten of overeenkomsten sluiten die redelijkerwijs geacht kunnen worden onverenigbaar te zijn met de uitvoering als ARTIEST dan wel met de belangen of het aanzien van [groepsnaam] .

(…)

4.9.

Het is niet toegestaan om door ARTIEST drastische wijzigingen aan uiterlijk te veranderen zonder overleg met [handelsnaam] .

Artikel 5-COMMISSIE EN AFREKENINGEN

5.1.

Als vergoeding voor haar werkzaamheden:

Op basis van besloten en/of openbare optredens, zal ARTIEST van [handelsnaam] gezamenlijk ene commissie ontvangen van negenenzestig procent (69%) van aan ARTIEST, toekomende bruto-inkomsten. Het berekende bedrag wordt verhoogd met BTW.

Op basis van theater optredens, zal ARTIEST van [handelsnaam] gezamenlijk ene commissie ontvangen van negenenzestig procent (69%) van een ARTIEST, toekomende bruto-inkomsten. Het berekende bedrag wordt verhoogd met BTW.

5.2.

Onder bruto-inkomsten wordt verstaan:

op basis van besloten en/of openbare optreden, van alle aan de ARTIEST toekomende en ontvangen vergoedingen minus gefactureerde marktconforme kosten van vervoer en geluidsinstallatie.

Op basis van theater optredens, zal ARTIEST van alle aan de ARTIEST toekomende en ontvangen vergoedingen minus alle gefactureerde marktconforme directe kosten,

Welke werkzaamheden en rechten een gevolg zijn van overeenkomsten die tijdens de duur van deze overeenkomst is gesloten.

5.3.

De vergoeding voor haar werkzaamheden van [handelsnaam] worden tevens berekend over ander inkomsten dan genoemd in artikel 5.1., [handelsnaam] zal daartoe de volgende percentages ontvangen.

55% van betalingen aan [handelsnaam] vanwege promotionele activiteiten; merchandise; reclame en sponsorgelden, minus aftrek van kosten. ARTIEST ontvangt gezamenlijk ne commissie van 45%.

55% van alle auteursgelden welke [handelsnaam] ontvangt, over alle tijdens de looptijd, van deze overeenkomst vastgelegde muziek en filmwerken minus aftrek van kosten. ARTIEST ontvangt gezamenlijk een commissie van 45%.

(…)

Artikel 7 – BEËINDIGING

7.1.

Deze overeenkomst kan, met uitzondering van de eerste negen (9) maanden, te allen tijde door beide partijen bij aangetekend schrijven worden opgezegd, met een inachtneming van een opzegtermijn van drie (3) maanden. Indien de overeenkomst tenminste achttien (18) maanden heeft bestaan, geldt een opzegtermijn van vier (4) maanden. Indien de overeenkomst vierentwintig (24) maanden of langer heeft bestaan, geldt een opzegtermijn van zes (6) maanden.

(…)

Artikel 8 – ZELFSTANDIGHEIDSVERKLARING/BETALING

8.1.

Artiest is gehouden er voor zorg te dragen dat zij voor de gehele looptijd van deze overeenkomst de beschikking heeft over een geldige zelfstandigheidsverklaring (verklaring omtrent hoedanigheid van belastingplichtige) of op andere wijze ten genoegen van [handelsnaam] haar zelfstandigheid aan te tonen.

8.2.

Alle belastingen en sociale premies ter zake van de aan Artiest toekomende vergoedingen voortvloeiend uit deze overeenkomst zijn geheel voor rekening van Artiest. Artiest verklaart hierbij dan ook dat zij genoemde vergoedingen zal verwerken in haar belastingaangifte en derhalve voor afdracht van de verschuldigde belastingen en premies zal zorgdragen.

8.3.

Mocht op enig moment toch vast komen te staan dat [handelsnaam] ten aanzien van Artiest een inhoudings- c.q. afdrachtsplicht heeft voor loonbelasting en/of sociale premies, dan vrijwaart Artiest hierbij voor alsdan [handelsnaam] voor dergelijke aanspraken, met inbegrip van eventueel ter zake verschuldigde verhogingen en interest.

8.4.

Partijen beogen met het sluiten van deze overeenkomst geen arbeidsovereenkomst aan te gaan maar een opdrachtovereenkomst en impliceert geen andere verplichtingen dan bovengenoemd.

(…)”

2.3.

[verzoekster] was naast haar werkzaamheden voor [groepsnaam] gedurende drie tot vier dagen per week in loondienst bij [bedrijfsnaam 1] . Daarnaast biedt [verzoekster] zichzelf aan als artiest.

2.4.

In een mail van 24 juni 2015 laat één van de leden van [groepsnaam] , [A (voornaam)] , aan [handelsnaam] onder meer – voor zover hier relevant – het volgende weten:

“Ik stuur een mail namens de meiden en mijzelf.

We zijn lekker aan het spelen bij [B (voornaam)] en leren veel. Hij komt met veel leuke ideeën en er ontstaat ook veel tijdens het spelen. (…)

Er gaat veel tijd zitten in improviseren en creëren. Dat vind ik persoonlijk een leuke manier van werken om tot een goed stuk te komen maar over 2 maanden moet alles staan en we hebben niet heel erg veel repetities meer met [B (voornaam)] .

- Is mogelijk dat er een script gemaakt kan worden zodat er mee hou vast is tijdens de repetities. (…)

Ook zouden we graag richting willen hebben voor de filmpjes die opgenomen moeten worden. (…).”

2.5.

In een mail van 9 november 2016 stuurt [handelsnaam] onder meer – voor zover hier relevant – het volgende naar de leden van [groepsnaam] :

“Hierbij de info:

Willen jullie twee selfievideo’s aanleveren, met je telefoon uit de hand genomen waardoor je duidelijk ziet dat het een selfie is, met:

1. een kerstwens (max 30 sec)

Zal worden uitgezonden vanaf 14 december t/m 25 december

Om even een voorbeeld te geven: Het is weer bijna kerst….. We kunnen niet wachten met lekker zingen rondom de kerstboom, heerlijk eten, cadeautjes uit te pakken, spelletjes spelen…. Heerlijk toch? Iedereen EEN HELE FIJNE [......] (in kapitalen is een vaste tekst).

(…)

Verder is het belangrijk dat:

- Het 2 losse filmpjes worden, aangezien we ze in aparte periodes uit zullen zenden.

(…)

- Je communiceert vanuit je [naam televisiezender] karakter, hoe onze kijkers je kennen. M.a.w. in je eventuele karakter outfit (indien mogelijk) en omgeving.(…)”

2.6.

In een sms-bericht van 3 mei 2017 laat [verzoekster] het volgende weten aan [handelsnaam] :

“Hai [voornaam van verweerder] , ik moest mijn vakantie doorgeven op mijn werk. Die gaat zijn van 18 september tm 4 oktober. Moet Vd week even [groepsnaam] agenda opnieuw toevoegen (die weg is door Mn nieuwe telefoon).”

2.7.

In een mail van 27 augustus 2018 laat een ander lid van [groepsnaam] , [C (voornaam)] , namens alle leden aan [handelsnaam] het volgende weten:

“Wij zijn de afgelopen tijd druk bezig geweest met het uitwerken van het script naar aanleiding van onze eerste lezing van het script. Kan natuurlijk weer in de loop der repetities veranderen maar dan hebben we een script om mee te gaan werken. (…)”

3 Het verzoek

In het incident

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [handelsnaam] te bevelen om binnen 7 dagen na betekening van een veroordelend vonnis in het incident:

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verleende opdracht blijkt, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de 45 gegeven optredens, zoals vermeld in paragraaf 4.7 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verleende opdracht blijkt, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de vier gegeven theatershows (41 voorstellingen), zoals vermeld in paragraaf 4.8 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de opdrachten blijken, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de 5 aan [handelsnaam] verleende opdrachten van [naam televisiezender] , zoals vermeld onder paragraaf 4.9 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verleende opdracht blijkt, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de 76 radio-uitzendingen bij [naam radiozender] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.10 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verstrekte opdracht blijkt, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de [...] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.11 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verleende opdracht blijkt, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent Project [bedrijfsnaam 2] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.11 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verstrekte opdrachten blijken, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de overige werkzaamheden, zoals vermeld onder paragraaf 4.11 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit de aan [handelsnaam] verstrekte opdrachten blijken, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de royalty’s van alle nummers en videoclips, zoals uiteengezet in paragraaf 4.14 van het verzoekschrift, te laten overleggen aan [verzoekster] ;

- alle contracten en/of correspondentie waaruit volgt dat de investeerder [D] (eigenaar [.] ) zich zou hebben teruggetrokken als investeerder van [groepsnaam] .

3.2.

Aan haar vordering in het incident legt [verzoekster] ten grondslag dat zij op grond van artikel 843a Rv. een rechtmatig belang heeft bij afgifte door [handelsnaam] van de door haar verzochte bescheiden. Aan alle vereisten van artikel 843a Rv. is aldus [verzoekster] voldaan.

Het verweer in het incident

3.3.

[handelsnaam] heeft een deel van de gevorderde stukken bij haar verweerschrift overgelegd, in de producties 50 t/m 56. Volgens [handelsnaam] heeft [verzoekster] geen rechtmatig belang bij haar incidentele vordering. [handelsnaam] stelt dat [verzoekster] altijd alles heeft mogen inzien, maar zij heeft verder nooit gevraagd om stukken of anderszins inzage. [handelsnaam] heeft er geen bezwaar tegen om nogmaals inzage te geven aan [verzoekster] , maar wel tegen het verstrekken van kopieën van alle stukken en met name e-mails. Het zijn er ontelbaar veel en die zijn niet allemaal bewaard.

In de hoofdzaak

3.4.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. Primair

  1. te verklaren voor recht dat de op 19 oktober 2012 tussen [handelsnaam] en [verzoekster] gesloten overeenkomst een arbeidsovereenkomst is;

  2. te verklaren voor recht dat [handelsnaam] de onder 1 genoemde overeenkomst heeft opgezegd in strijd met het recht;

  3. [handelsnaam] te veroordelen om aan [verzoekster] het gemiddeld loon te betalen tot
    1 december van € 635,63 per maand, in totaal tot 30 november 2019 een bedrag van
    € 2.253,67, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;

  4. [handelsnaam] te veroordelen om de wettelijke verhoging te betalen, per 20 november 2019 vastgesteld op een bedrag van € 1.006,11, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;

  5. [handelsnaam] te veroordelen om de rente te betalen, per 20 november 2019 vastgesteld op een bedrag van € 8,93, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;

  6. [handelsnaam] te veroordelen om aan [verzoekster] maandelijks het loon te betalen vanaf

1 december 2019 tot aan het moment waarop de onder 1 genoemde overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd.

b. Subsidiair

7. te verklaren voor recht dat de op 19 oktober 2012 tussen [handelsnaam] en [verzoekster] gesloten overeenkomst een arbeidsovereenkomst is;

8. [handelsnaam] te veroordelen om een bedrag van € 7.627,56 te betalen uit hoofde van de gefixeerde schadevergoeding;

9. [handelsnaam] te veroordelen om de rente over de gefixeerde schadevergoeding te betalen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, te weten 20 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, dan wel een in goede justitie te bepalen datum;

10. [handelsnaam] te veroordelen om te betalen de transitievergoeding € 1.481,02;

11. [handelsnaam] te veroordelen om te betalen een billijke vergoeding van € 15.000,00.

c. Meer subsidiair

12. [handelsnaam] te veroordelen een bedrag van € 3.813,78 te betalen aan [verzoekster] .

d. Zowel primair, subsidiair en meer subsidiair:

13. het concurrentiebeding zoals opgenomen in artikel 7.1 van de onder 1 genoemde overeenkomst te vernietigen;

13. [handelsnaam] te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde van verzoekster daaronder begrepen en in de nakosten;

13. [handelsnaam] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten, begroot op € 487,51.

3.5.

Aan haar verzoek legt [verzoekster] primair ten grondslag dat tussen haar en [handelsnaam] een arbeidsovereenkomst bestaat, die door [handelsnaam] onrechtmatig is opgezegd, zodat zij op grond daarvan aanspraak kan maken op meerdere vergoedingen van [handelsnaam] . [verzoekster] voert onder meer aan dat tussen haar en [handelsnaam] een gezagsverhouding bestond, nu door [handelsnaam] vergaande instructies werden gegeven en zij niet de vrijheid had om daarvan af te wijken.

3.6.

Subsidiair legt [verzoekster] aan haar verzoek ten grondslag dat [handelsnaam] de arbeidsovereenkomst onregelmatig heeft opgezegd, zodat zij op grond van onregelmatige opzegging aanspraak maakt op meerdere vergoedingen van [handelsnaam] .

3.7.

Meer subsidiair legt [verzoekster] aan haar verzoek ten grondslag – voor het geval geoordeeld wordt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst – dat [handelsnaam] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, waarbij zij aanspraak maakt op een schadevergoeding.

Het verweer en voorwaardelijk zelfstandig tegenverzoek

3.8.

[handelsnaam] voert verweer. [handelsnaam] heeft onder meer aangevoerd, kort samengevat, dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen. Daartoe voert [handelsnaam] aan dat tussen partijen een schriftelijke opdrachtovereenkomst is aangegaan, waaraan partijen ook die feitelijke uitvoering hebben gegeven. Er is geen sprake van een gezagsverhouding, er werd geen loon betaald, maar [verzoekster] factureerde aan [handelsnaam] middels haar eenmanszaak. Daarnaast kreeg [verzoekster] niet betaald tijdens ziekte of vakantie en stond het haar vrij om wel of niet in te gaan op een vraag van [handelsnaam] een bepaald optreden/show te geven.

3.9.

[handelsnaam] verzoekt voor zover geoordeeld wordt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst wel kwalificeert als een arbeidsovereenkomst, om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Hierdoor kan in redelijkheid niet van [handelsnaam] worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

4 De beoordeling

In het incident

4.1.

Allereerst wordt overwogen dat de door [verzoekster] ingediende vordering tot inzage in bescheiden op grond van artikel 843a Rv (de exhibitieplicht) ook in een verzoekschriftprocedure ingediend kan worden. Dat in dit artikel enkel “vordering” is opgenomen staat daaraan niet in de weg (HR 18 februari 2000, LJN AA4877). Het artikel kent een zelfstandige bevoegdheid toe aan degene die daarbij een rechtmatig belang heeft. Het kan worden gedaan in een afzonderlijke procedure of als incidentele vordering in een lopende procedure. Dat, zoals hierna zal blijken, van een arbeidsovereenkomst geen sprake is en de daarop gebaseerde vorderingen zullen worden afgewezen, maakt dan ook niet dat over deze incidentele vordering niet kan worden geoordeeld.

4.2.

De kantonrechter stelt voorop dat aan de toewijsbaarheid van een vordering op grond van artikel 843a lid 1 Rv drie cumulatieve voorwaarden zijn verbonden: (1) de eiser dient een rechtmatig belang te hebben, het moet gaan om (2) bepaalde bescheiden (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin eiser partij is. Artikel 843a Rv biedt niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan [verzoekster] slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan haar stellingen.
Ook indien aan voormelde vereisten is voldaan, kan de vordering wegens gewichtige redenen of omdat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ook zonder de gevorderde gegevens een behoorlijke rechtsbedeling is gewaarborgd, worden afgewezen.

De voorwaarden die aan toewijzing van een dergelijke vordering gesteld worden, te weten dat het om bepaalde bescheiden moet gaan en dat er voldoende belang aanwezig moet zijn, dienen ter voorkoming van zogenaamde ‘fishing expeditions’. Het verzoek van [verzoekster] dient aan deze eisen getoetst te worden.

4.3.

[verzoekster] voert aan zelf niet de beschikking te hebben over de contracten met derden en dat zij daardoor niet kan verifiëren of de aan haar betaalde gelden conform de daarover gemaakte afspraken in de overeenkomst zijn en of aldus door [handelsnaam] de overeenkomst is nagekomen. [handelsnaam] voert aan er geen bezwaar tegen te hebben om [verzoekster] inzage te geven, door haar op het kantoor van [handelsnaam] de boekhouding en
e-mails door te laten nemen die volgens [verzoekster] van belang kunnen zijn.

Contracten, facturen en betalingsafschriften

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoekster] een rechtmatig belang bij afschriften van de door [handelsnaam] gemaakte contractuele afspraken met de opdrachtgevers waarvoor [verzoekster] diensten heeft verleend en de facturen en betalingsafschriften die daar aan ten grondslag liggen. In artikel 5 van de overeenkomst staat beschreven dat de drie leden van [groepsnaam] recht hebben op 69% commissie van optredens. Partijen zijn het er over eens dat een derde daarvan (23% van de bruto-inkomsten) [verzoekster] toekomt. Daarnaast hebben de drie leden van [groepsnaam] gezamenlijk recht op 45% van andere inkomsten, waarvan een derde (dus 15% van het geheel) aan [verzoekster] toekomt. In artikel 3 van de overeenkomst is vastgelegd dat [handelsnaam] voor een deugdelijke administratie dient te zorgen en dat [verzoekster] dit te allen tijde kan controleren. Ook dient [handelsnaam] jaarlijks volledig verantwoording af te leggen van het door haar gevoerde financiële beheer. Dit alles maakt dat [verzoekster] inzage dient te hebben in de onderliggende contracten, facturen en betalingsafschriften tussen [handelsnaam] en derden die [groepsnaam] aangaan, zodat zij kan verifiëren of een en ander conform de contractuele afspraken met haar op juiste wijze is verrekend. Door [handelsnaam] is een gedeelte van deze contracten, facturen en betalingsafschriften bij haar verweerschrift al overgelegd, maar dit geeft nog geen volledig beeld. Immers niet is betwist dat [verzoekster] gedurende de periode dat zij deel uit maakte van [groepsnaam] 175 keer entertainmentwerkzaamheden heeft verricht, waaronder 45 maal optredens, 41 theatershows en 76 radio-uitzendingen bij [naam radiozender] . Aan al deze werkzaamheden ligt een contract ten grondslag, zal er een factuur moeten zijn en zal zichtbaar moeten zijn of daadwerkelijk het gefactureerde bedrag is betaald. Aan de hand daarvan kan [verzoekster] controleren of zij heeft ontvangen wat haar contractueel toekomt. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding de toewijzing te beperken tot inzage van [verzoekster] in de stukken op het kantoor van [handelsnaam] . [verzoekster] moet in alle rust en vrijheid de stukken kunnen bestuderen en analyseren om zich te beraden op haar rechten.

Dat betekent dat haar vordering toewijsbaar is waar het gaat om het verstrekken van afschriften van de contracten, facturen en betalingsafschriften die aan de in het verzoekschrift opgesomde werkzaamheden ten grondslag liggen, maar uitgezonderd de als laatst genoemde contracten waaruit volgt dat de investeerder [D] (eigenaar [.] ) zich zou hebben teruggetrokken als investeerder van [groepsnaam] .

Ten aanzien van dit specifieke punt is door [verzoekster] onvoldoende onderbouwd wat haar rechtmatig belang is bij inzage in deze stukken.

Correspondentie

4.5.

Waar het gaat om de vordering van [verzoekster] om haar ook afschriften van alle relevante correspondentie met derden te verstrekken ten aanzien van alle shows en optredens geldt dat deze te onbepaald is en daarmee te ruim geformuleerd, zodat die vordering op alle onderdelen wordt afgewezen.

Termijn

4.6.

De kantonrechter stelt de termijn waar binnen [handelsnaam] tot het verstrekken van de afschriften over moet gaan aan [verzoekster] op vier weken. De termijn van zeven dagen waar [verzoekster] om heeft verzocht is – gelet op de aard en omvang van de te verstrekken bescheiden – niet redelijk.

Proceskostenveroordeling

4.7.

Als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij wordt [handelsnaam] veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van [verzoekster] tot op heden begroot op € 400,00.

In de hoofdzaak

Er is geen sprake van een arbeidsovereenkomst

4.8.

Over de kwalificatie van hun rechtsverhouding verschillen partijen van mening. Gelet op de grondslagen van de verzoeken en het verweer dat daartegen is gevoerd, staat ter beoordeling of de rechtsverhouding tussen partijen kwalificeert als een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht.

4.9.

Van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW is sprake wanneer de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Een overeenkomst van opdracht is volgens artikel 7:400 BW de overeenkomst, waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken.

4.10.

Voor de kwalificatie is van belang wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Niet één enkel kenmerk is beslissend, maar de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden moeten in hun onderling verband worden bezien (vgl. o.m. ECLI:NL:HR:1997:ZC2495 ([achernaam] /Schoevers)). Verdere factoren die bij de beoordeling kunnen worden betrokken zijn onder meer de vrijheid van degene die arbeid verricht ten aanzien van de werkindeling, het karakter van de beloning, doorbetaling bij vakantie, ziekte- en verlofdagen.

4.11.

Dit kader levert het volgende beeld op. Tussen partijen is een schriftelijke overeenkomst van opdracht aangegaan. In die overeenkomst staat in artikel 8.4. expliciet opgenomen dat het niet de bedoeling van partijen is een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Ook zijn partijen in de artikelen 8.1 tot en met 8.3. overeengekomen dat [verzoekster] zorgdraagt voor afdracht van verschuldigde belastingen en premies en dat zij dient te beschikken over een geldige zelfstandigheidsverklaring (omtrent hoedanigheid belastingplichtige).

Ook uit de feitelijke uitvoering die partijen aan de overeenkomst hebben gegeven volgt dat de overeenkomst als opdrachtovereenkomst is te kwalificeren.
Met name de volgende omstandigheden kenmerken dat beeld: het stond [verzoekster] vrij om te bepalen of zij wel of niet zou deelnemen aan een optreden/show. Zij had de vrijheid om aan [handelsnaam] door te geven of zij wel of niet op bepaalde data beschikbaar was. Er was een gezamenlijke agenda waarin partijen hun beschikbaarheid konden aangeven. Dat is contractueel vastgelegd in artikel 4 van de overeenkomst en ook daadwerkelijk zo uitgevoerd. Zo heeft [verzoekster] er bijvoorbeeld ook voor gekozen – zo is tijdens de mondelinge behandeling gebleken – een optreden/show niet te doen, omdat zij die dag haar verjaardag wilde vieren. Daarnaast was de aard van de verleende diensten incidenteel en niet op een regelmatige danwel structurele basis en had [verzoekster] naast haar diensten voor [groepsnaam] een baan in loondienst voor drie a vier dagen per week.

Verder kreeg [verzoekster] alleen betaald wanneer zij daadwerkelijk diensten had verricht. [verzoekster] werd niet doorbetaald bij ziekte en evenmin bij het niet doorgaan van een gepland optreden (hooguit kon zij aanspraak maken op een annuleringsvergoeding).

[verzoekster] declareerde op naam van haar eenmanszaak gedurende zeven jaar lang de uitgevoerde opdrachten op factuurbasis aan [handelsnaam] en droeg daarover zelf belasting af. Over deze wijze van facturering en betaling heeft [verzoekster] nooit beklag gedaan bij [handelsnaam] .

4.12.

Dat [verzoekster] en de andere leden van [groepsnaam] van [handelsnaam] instructies ontvingen over de te geven optredens/shows is inherent aan de aard van de overeenkomst, waarbij [handelsnaam] als manager verantwoordelijk was voor het tot een succes maken van [groepsnaam] en daarbij de contacten met derden en al het regelwerk voor haar rekening nam. Beide partijen hadden hun inbreng om de optredens en dergelijke succesvol te laten verlopen, waarbij [verzoekster] ook de nodige vrijheid had om bijvoorbeeld haar eigen karakter vorm te geven en invulling aan de scripts en de shows te geven. Dat in sommige gevallen er door [handelsnaam] ook gedetailleerde instructies werden gegeven, maakt –gelet op alle hierboven uiteengezette omstandigheden in samenhang bezien – niet dat daarmee een gezagsverhouding (en daarmee een arbeidsovereenkomst) wordt aangenomen. Het geven van instructies kan ook plaatsvinden binnen het kader van de opdrachtovereenkomst en is hier geen doorslaggevende factor om aan te nemen dat een arbeidsovereenkomst tussen partijen is ontstaan. Als voorbeeld kan worden genoemd dat contractueel is vastgelegd dat [verzoekster] haar uiterlijk niet drastisch mag veranderen. Partijen hebben dit zo afgesproken omdat zij beiden het merk [groepsnaam] succesvol in de markt wilden zetten en daar hoort het bewaken van een bepaald imago bij. Beide partijen delen het commerciële belang dat met zo’n afspraak is gemoeid. Dit kan achteraf niet gezien worden als instructies gedaan in een gezagsverhouding, waarvan niet zonder toestemming van mocht worden afgeweken.

Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat de overeenkomst tussen partijen is te kwalificeren als een opdrachtovereenkomst. Dat betekent dat de primaire en subsidiaire verzoeken van [verzoekster] , die gegrond zijn op haar stelling dat zij werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst, worden afgewezen. Datzelfde geldt voor het verzoek van [verzoekster] waar het gaat om vernietiging van het concurrentiebeding op grond van artikel 7:653 BW.

Geen beoordeling van het tegenverzoek

4.13.

Voorgaande betekent eveneens dat aan de beoordeling van het (voorwaardelijk) tegenverzoek van [handelsnaam] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet wordt toegekomen.

Meer subsidiaire verzoek

4.14.

Nu geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, is artikel 7:686a lid 3 BW niet van toepassing. De meer subsidiaire vordering onder 12 van [verzoekster] tot betaling van € 3.813,78 die is gestoeld op een opdrachtovereenkomst op grond van artikel 7:400 BW, alsmede de vordering onder 13 (waar deze als meer subsidiair wordt gevorderd op grond van een overeenkomst van opdracht) tot vernietiging van het concurrentiebeding, kunnen dan ook niet op grond van dit artikel in deze verzoekschriftprocedure worden afgedaan. Verwijzing op grond van artikel 69 Rv, zoals [verzoekster] ter zitting nog suggereerde, is niet mogelijk. Dit artikel ziet op een verkeerd proces-inleidend stuk, waarna de gehele procedure wordt voortgezet in een dagvaardingsprocedure (of andersom). Dit artikel maakt het niet mogelijk alleen de (meer) subsidiaire vorderingen over te hevelen. Het toekomstige artikel 30b Rv voorziet mogelijk wel in die mogelijkheid, maar dit artikel kan nog niet worden toegepast. Van een gezamenlijk verzoek van partijen op grond van artikel 96 Rv aan de kantonrechter om over alle vorderingen (ongeacht de grondslag) te beslissen, is ook geen sprake. [verzoekster] zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vorderingen. Zij zal deze alsnog bij dagvaarding moeten instellen.

Proceskostenveroordeling

4.15.

[verzoekster] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van [handelsnaam] tot op heden begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

In het incident

5.1.

Beveelt [handelsnaam] om binnen vier weken na datum van deze beschikking, afschriften te overleggen aan [verzoekster] van alle contracten waaruit de opdrachten blijken, alsmede facturen en betalingsafschriften omtrent de:

  • -

    45 gegeven optredens, zoals vermeld in paragraaf 4.7 van het verzoekschrift;

  • -

    vier gegeven theatershows (41 voorstellingen), zoals vermeld in paragraaf 4.8 van het verzoekschrift;

  • -

    vijf aan [handelsnaam] verleende opdrachten van [naam televisiezender] , zoals vermeld onder paragraaf 4.9 van het verzoekschrift;

  • -

    76 radio-uitzendingen bij [naam radiozender] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.10;

  • -

    [...] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.11;

  • -

    Project [bedrijfsnaam 2] , zoals uiteengezet onder paragraaf 4.11;

  • -

    overige werkzaamheden, zoals vermeld onder paragraaf 4.11;

  • -

    royalty’s van alle nummers en videoclips, zoals uiteengezet in paragraaf 4.14;

5.2.

veroordeelt [handelsnaam] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoekster] tot op heden begroot op € 400,00.

In de hoofdzaak

5.3.

wijst de primaire (1 t/m 6) en subsidiaire (7 t/m 11) verzoeken af;

5.4.

komt hierdoor niet toe aan de beoordeling van het voorwaardelijke tegenverzoek;

5.5.

verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar meer subsidiaire vorderingen onder 12 en 13;

5.6.

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, aan de zijde van [handelsnaam] tot op heden begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde;

5.7.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Loots en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2020.