Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5451

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 2408
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging gegevens in de brp, beroep gegrond, met wat eiseres aan documenten heeft ingediend staat vast dat zij is wie zij zegt te zijn, verweerder moet de gegevens in de brp aanpassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2408

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.H. Diels),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt , verweerder

(gemachtigde: A. van Schaik).

Procesverloop

In het besluit van 5 september 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd de identiteitsgegevens van eiseres in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen.

In het besluit van 14 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is in de brp geregistreerd met gegevens die zijn ontleend aan een ‘verklaring onder ede’ die zij heeft afgelegd op 3 december 1998. Zij staat geregistreerd met de volgende gegevens:

Geslachtsnaam: [eiseres]

Voornaam: [eiseres]

Geboortedatum: [1978]

Geboorteplaats [geboorteplaats]

Nationaliteit: onbekend

Ouders: onbekend

Op 24 december 2018 heeft eiseres verweerder verzocht om haar gegevens in de brp aan te passen in het volgende:

Geslachtsnaam: [eiseres]

Voornaam: [eiseres]

Geboortedatum: [1974]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Nationaliteit: Chinese

Vader: [Vader] , geboren op [1938]

Moeder: [Moeder] , geboren op [1941]

Ter onderbouwing van haar verzoek heeft eiseres meerdere documenten ingediend.

2. Verweerder heeft het verzoek van eiseres afgewezen, omdat uit de door eiseres ingediende stukken niet kan worden geconcludeerd dat de in de brp geregistreerde gegevens onomstotelijk onjuist zijn. Volgens verweerder staat niet vast dat de door eiseres ingediende documenten daadwerkelijk betrekking hebben op haar.

3. Eiseres kan zich hier niet mee verenigen en stelt zich op het standpunt dat uit de door haar ingediende documenten blijkt dat zij [eiseres] is en dat haar ouders [Vader] en [Moeder] zijn.

Allereerst verwijst eiseres naar het door haar ingediende Chinese paspoort en zij voert aan dat verweerder moet uitgaan van de juistheid hiervan, ook al is het voor verweerder niet duidelijk hoe de Chinese ambassade haar identiteit heeft onderzocht en vastgesteld. Ter onderbouwing verwijst eiseres naar meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)1. Verder verwijst eiseres naar de resultaten van het DNA-onderzoek en overige brondocumenten en zij stelt dat verweerder hier ook waarde aan moet hechten. Gelet op het paspoort zijn er genoeg aanknopingspunten dat eiseres daadwerkelijk [eiseres] is. Ook hierbij heeft eiseres verwezen naar meerdere uitspraken van de ABRvS2. Volgens eiseres blijkt uit de resultaten van het DNA-onderzoek dat [Vader] haar biologische vader is en daarmee is volgens eiseres ook duidelijk aangetoond dat zij [eiseres] is.

4. Verweerder handhaaft het standpunt dat uit de door eiseres ingediende documenten niet onomstotelijk blijkt dat de in de brp geregistreerde gegevens onjuist zijn. Verweerder heeft twijfels of de door eiseres ingediende documenten daadwerkelijk betrekking hebben op haar. Over het paspoort stelt verweerder dat niet duidelijk is op basis van welke gegevens de Chinese ambassade het paspoort aan eiseres heeft verstrekt. Daar merkt verweerder bij op dat eiseres wel enigszins lijkt op de pasfoto die in het paspoort staat, maar dat dit eventueel kan worden verklaard door mogelijke familiebanden. Een oud paspoort of identiteitskaart ontbreekt, zodat het volgens verweerder niet mogelijk is om een fotovergelijking te maken met de gestelde identiteit. Op de zitting heeft verweerder nog opgemerkt dat er ook nog onduidelijkheid bestaat over de broer van eiseres, waarover zij tijdens de hoorzitting heeft verklaard.

Over de resultaten van het DNA-onderzoek voert verweerder aan dat dit slechts kan dienen als aanvullend bewijs als er aanknopingspunten zijn dat eiseres [eiseres] is. Volgens verweerder zijn die aanknopingspunten er echter niet. Daar merkt verweerder bij op dat uit de resultaten van het DNA-onderzoek zelf niet kan worden vastgesteld wat de juridische verwantschap tussen eiseres en [Vader] is.

5. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de door haar overgelegde documenten voldoende heeft aangetoond dat zij daadwerkelijk [eiseres] is. Voor dit oordeel is het volgende van belang.

5.1.

Allereerst is van belang dat moet worden uitgegaan van de juistheid van het door eiseres ingediende paspoort. Eiseres heeft een geldig Chinees paspoort ingediend dat op 23 juli 2019 is afgegeven door de Chinese ambassade in Nederland. Het is vaste rechtspraak dat in beginsel van de juistheid van een door de Chinese autoriteiten afgegeven paspoort moet worden uitgegaan. Ook als niet duidelijk is hoe de Chinese ambassade precies de identiteit van eiseres heeft onderzocht en vastgesteld, moet er toch vanuit worden gegaan dat dit wel is gebeurd3. Dat de procedure bij de Chinese ambassade voor verweerder niet duidelijk is, geeft daarom op zichzelf geen aanleiding om aan de echtheid en juistheid van het paspoort te twijfelen. Het paspoort bevat bovendien een pasfoto aan de hand waarvan eiseres kan worden geïdentificeerd4.

5.2.

De volgende vraag is of de overige door eiseres ingediende documenten betrekking hebben op haar. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet brp volgt namelijk dat voor de wijziging van eenmaal geregistreerde gegevens de juiste brondocumenten vereist zijn. Een paspoort is in dit geval geen brondocument, omdat het is verleend op grond van andere documenten. De gegevens in een paspoort kunnen echter wel een aanwijzing vormen voor het antwoord op de vraag of de overige door eiseres overgelegde documenten op haar betrekking hebbende gegevens bevatten5.

5.3.

Eiseres heeft naast het paspoort meerdere documenten ingediend, waaronder:

  • -

    een notariële akte over de geboorte voorzien van pasfoto (de geboorteakte);

  • -

    een kopie van een gelegaliseerd huishoudregistratieboekje, oftewel Hukou;

  • -

    de resultaten van een DNA-onderzoek waaruit blijk dat [Vader] de biologisch vader van eiseres is;

  • -

    de identiteitsbewijzen van [Dochter 1] en [Dochter 2] , de dochters van [Vader] ;

  • -

    en een verklaring van het dorpscomité met een Public Security-verklaring.

5.4.

De rechtbank stelt vast dat de op eiseres betrekking hebbende gegevens in het paspoort (zoals haar naam en geboortedatum) overeenkomen met de gegevens in de door eiseres overgelegde notariële geboorteakte en de Hukou. Tussen partijen is niet in geschil dat de notariële geboorteakte en de Hukou authentiek zijn. Gelet hierop én het feit dat [Vader] – die in de notariële geboorteakte, de Hukou en de verklaring van het dorpscomité als vader van [eiseres] is vermeld – de biologische vader van eiseres is, kan verband tussen eiseres en de overgelegde documenten worden gelegd. In dit geval dient het resultaat van het DNA-onderzoek als aanvullend bewijs. Er is geen reden om het DNA-onderzoek buiten beschouwing te laten, zoals verweerder heeft betoogd, omdat er op basis van de overige stukken voldoende aanknopingspunten zijn dat eiseres [eiseres] is.

5.5

De rechtbank ziet verder geen aanleiding om het paspoort van eiseres buiten beschouwing te laten, omdat er geen sprake is van andere foto’s van eiseres waarmee de foto op het paspoort vergeleken zou kunnen worden. Verweerder heeft opgemerkt dat de foto op het paspoort gelijkenis vertoont met eiseres, maar dat dit ook zou kunnen worden verklaard door mogelijke familiebanden. Deze opmerking is echter niet gebaseerd op enig objectief gegeven. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiseres, om duidelijkheid over haar zussen te verschaffen, kopieën van de identiteitsbewijzen van haar zussen heeft overgelegd. De daarin vermelde gegevens van de zussen komen overeen met de gegevens op de door eiseres in deze procedure overgelegde verklaring van het dorpscomité en de daarbij behorende Public Security-verklaring. Er zijn ook verder geen concrete aanknopingspunten om te denken dat eiseres in werkelijkheid één van haar zussen is óf dat er mogelijk nog meer dochters van [Vader] zijn. Ook de door verweerder genoemde onduidelijkheid over de broer van eiseres maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat er moet worden getwijfeld dat eiseres [eiseres] is. Tijdens de zitting heeft eiseres in dit verband terecht opgemerkt dat er geen nadere gegevens van de broer zijn overgelegd omdat dit niet relevant is voor de vraag of eiseres [eiseres] is, een dochter van [Vader] , en dat het niet aannemelijk is dat zij zich voordoet als haar broer.

5.5.

Gelet op het voorgaande staat vast dat eiseres [eiseres] is. Daarmee staat ook vast dat de in de brp geregistreerde gegevens over eiseres onjuist zijn. Het beroep van eiseres is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

6. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Dit omdat de authenticiteit van de notariële akte over de geboorte en de Hukou niet langer in geschil zijn. Nader onderzoek door verweerder is dan ook niet meer nodig en het verband tussen eiseres en de overgelegde documenten kan worden gelegd. Daarom herroept de rechtbank het primaire besluit en bepaalt dat verweerder de in de brp geregistreerde gegevens van eiseres moet wijzigen in [eiseres] , geboren op [1974] in [geboorteplaats] , van Chinese nationaliteit, met vader [Vader] en moeder [Moeder] . Verweerder krijgt hiervoor vier weken de tijd. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.

7. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.100,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt verweerder op om de op eiseres betreffende in de brp geregistreerde gegevens te wijziging zoals vermeld in de uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.100,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 De uitspraak van 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1626), van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:611) en van 13 mei 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1219).

2 De uitspraak van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:611) en van 29 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1145).

3 Zie in het bijzonder ro. 4.2. van de uitspraak van de ABRvS van 22 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1626).

4 Zie rechtsoverweging 5.2. van de uitspraak van de ABRvS van 29 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1145).

5 Zie ro. 4.3. van de uitspraak van de ABRvS van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:611).