Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5444

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
16/030041-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een voorwaardelijke werkstraf van 20 uren, met een proeftijd van 1 jaar, en een leerstraf van 20 uren. Als bijzondere voorwaarde wordt de maatregel van Toezicht en Begeleiding opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/030041-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2005] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres ] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 1 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A. Drogt en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. N.C. Milani, advocaat te Lelystad, alsmede [A] , medewerker van Samen Veilig Flevoland (hierna: SAVE), naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 2 februari 2020 in Lelystad samen met anderen goederen heeft gestolen van [slachtoffer]

, terwijl daarbij geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] is gebruikt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is geweest van opzet op het in vereniging plegen van diefstal. De enkele aanwezigheid van verdachte is onvoldoende om te kunnen spreken van een bijdrage van voldoende gewicht.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 2 februari 2020 fietste ik door Lelystad. Toen ik vanaf de Albert Heijn weg fietste richting het fietspad [adres ] , zag ik een groep van ongeveer 5 tot 8 jongens onder het afdakje bij de snackbar “ [snackbar] ” staan. Ik werd uit het niets staande gehouden. Deze jongens rende mij van achter voorbij en stond ineens plotseling voor mijn fiets. Ik ben gewoon gaan stoppen, omdat ik er niet langs kon. Ik heb toen omgekeken en zag ik de rest van het groepje eraan kwam rennen. Dit groepje was hetzelfde groepje dat ik bij de [snackbar] had zien staan. Ik wilde met mijn fiets langs de groep gaan maar dat lukt niet. Toen besefte ik dat ik niet zomaar weg kon komen met mijn fiets en met mijn tas. Dus ik stapte weg van mijn fiets. Vervolgens heb ik mijn sporttas op de grond gezet naast mijn fiets. Ik zag dat de groep zich beetje bij beetje bij de jongens voegde. Op dat moment heb ik mij gelijk omgedraaid, ik zag in flits een jongen aan komen lopen. Ik ben weggerend, ik keek achterom en zag dat de hele groep jongens weg was gerend. Ik zag dat 1 persoon mijn tas pakte en hiermee richting de [snackbar] rende.2

Verdachte is door de politie gehoord. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

V: Kun je mij vertellen hoe je dag gisteren was verlopen?

A: Ik logeerde bij mijn neven, [medeverdachte 1] en [B] , in [woonplaats] .

V: En toen?

A: Vriend 1 sprak een jongen aan, [medeverdachte 1] stond achter hem. Ik zag dat ze gingen praten. Ik zag dat de jongen een fiets bij zich had.3

V: Had die jongen op de fiets nog wat bij zich?

A: Ja hij had een soort van schoudertas, van Foodlocker, deze was zwart.4

V: Van de Albert Heijn weten we dat jullie bij de snackbar de [snackbar] onder de luifel hebben gestaan. Waren jullie met z’n allen?

A: Ja met mijn neven, [medeverdachte 2] en vriend 1 en 2.

V: En toen?

A: Gingen ze achter de fietser aan rennen of joggen, ik rende er achteraan.

V: Hoe heb je dat tasje gezien?

A: Ik zag het tasje al toen de fietser werd aangesproken, later toen ze bij het bosje stonden waar ze met de fietser aan het praten waren zag ik het tasje ook, deze had hij om.5

V: Op een gegeven moment zijn jullie naar het water gegaan bij het bankje, daar hebben jullie 15 minuten gezeten, hebben jullie elkaar gesproken.

V: Heb jij dat tasje daar gezien?

A: Ja, ik heb het tasje gezien, deze had vriend 1. Deze had hij over zijn schouder.

V: wat gebeurde er met het tasje.

A: Vriend 1 had het tasje, het tasje had een flap. Wij liepen met z’n allen naar het bankje bij het water. [medeverdachte 2] pakte spullen uit de tas. Er was snoep en chips, deze gingen ze eten. Ik heb snoep gegeten. Alle spullen werden uit de tas gehaald.

V: Wat heb je nog meer gezien in de tas.

A: Witte Nike schoenen, wat daarmee gebeurd is weet ik niet.

V: Lag er nog meer in de tas?

A: Een broekje, een sportbroekje.

V: Wat is daarmee gebeurd?

A: Ook weg gegooid.

V: Je wist dus wel dat dat tasje niet van [medeverdachte 1] , vriend 1 of [medeverdachte 2] was.

A: Dat wist ik.6

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 2 februari 2020 in Lelystad met meerdere personen op aangever is afgerend en hem staande hebben gehouden. Aangever voelde zich hierdoor bedreigd, is van zijn fiets gestapt, heeft zijn sporttas op de grond gezet en is vervolgens weggerend van de groep. Daarbij kijkt hij nog even achterom en hij ziet dat een persoon zijn tas oppakt. Even later is verdachte met de groep in een park alwaar zij de etenswaren uit de tas consumeren en de overige goederen weggooien.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat verdachte zich hierdoor schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe als volgt.

Er zijn geen geweldshandelingen waargenomen en er is geen sprake van enig letsel. Alle verdachten hebben ontkend dat er geweld is gebruikt. Ook is het mes dat aangever zou hebben gezien niet aangetroffen. Nu zich in het dossier geen andere verklaringen bevinden die de verklaring van aangever kunnen ondersteunen op dit onderdeel is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er sprake is geweest van geweld en/of bedreiging met geweld. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Uit de verklaring van verdachte volgt dat de gehele groep kort na het incident bij de fiets, bij gelegenheid waarvan één van de personen uit de groep de tas van aangever wegnam en waarna zij gezamenlijk wegrenden, samen is gekomen in een park en dat zij daar de goederen uit de tas hebben gehaald. Samen met de medeverdachten heeft verdachte de etenswaren opgegeten en de overige goederen weggegooid terwijl hij wist dat het de zojuist weggenomen tas van aangever betrof.

Hoewel niet kan worden vastgesteld wie de tas heeft opgepakt en meegenomen acht de rechtbank gelet op het voorgaande bewezen dat verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan diefstal.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 2 februari 2020 te Lelystad tezamen en in vereniging met anderen een tas, merk Footlocker, met daarin sportkleding en sportschoenen en voedingsmiddelen, die toebehoorde aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een taakstraf van 60 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van het voorarrest, met als bijzondere voorwaarde de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarbij het voorwaardelijke deel van de taakstraf bestaat uit een werkstraf van 30 uur en het onvoorwaardelijke deel van de taakstraf bestaat uit een leerstraf (Tools4U) van 20 uur en een werkstraf van 10 uur.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de schorsings- en toezichtperiode van de voorlopige hechtenis van 10 maanden bijzonder lang is voor een jeugdige en heeft de rechtbank verzocht daarmee rekening te houden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging. Diefstal betreft een ernstig strafbaar feit. Verdachte en de mededaders hebben het slachtoffer benaderd op een wijze waardoor het slachtoffer zich zodanig onveilig voelde dat hij zich genoodzaakt zag om zijn fiets en zijn sporttas achter te laten en weg te rennen. Verdachte en mededaders hebben de tas vervolgens weggenomen, de etenswaren uit de tas geconsumeerd en de overige goederen weggegooid. De tas hebben zij vervolgens achtergelaten. Door zo te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen.

De persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 27 oktober 2020 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten als de onderhavige is veroordeeld.

De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van verdachte voorts kennis genomen van:

  • -

    een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 16 maart 2020, opgemaakt door I. Fidder, raadsonderzoeker;

  • -

    een rapport van SAVE van 13 augustus 2020, opgemaakt door M. van Engen, medewerker SAVE.

Uit het rapport van de Raad en het rapport van SAVE volgt dat het risico op recidive laag is. Er zijn veel beschermende factoren. Wel mist verdachte de vaardigheden om afstand te nemen van negatief gedrag en weerbaar te zijn tegen jongeren die dit gedrag tonen. Een taakstraf in de vorm van een werkstraf, met een voorwaardelijk deel om recidive te voorkomen, wordt door de Raad en SAVE passend geacht. Daarbij zou het volgens SAVE goed zijn om toezicht en begeleiding op te leggen. Daarnaast heeft de deskundige van SAVE het advies ter terechtzitting toegelicht en aangegeven na het opmaken van de rapporten met de Raad te zijn overeengekomen dat de leerstraf Tools4U tevens passend zou zijn. Hiermee kan verdachte vaardigheden leren die hem nu ontbreken.

Conclusie

De rechtbank neemt bij het bepalen van de hoogte van de straf mee dat verdachte bij de politie alsook ter terechtzitting openheid van zaken heeft gegeven.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 40 uren waarvan 20 uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar passend en geboden is. De onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van de leerstraf Tools4U (korte variant) voor de duur van 20 uren. De voorwaardelijke taakstraf van 20 uur met aftrek van voorarrest in de vorm van een werkstraf Als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke straf zal de rechtbank de maatregel van Toezicht en Begeleiding opleggen. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht ingeval van tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de taakstraf.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 117,62. Dit bedrag bestaat uit materiële schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 107,62 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2020 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 107,62, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2020 tot de dag van volledige betaling. Gijzeling zal in verband met de jeugdige leeftijd van verdachte achterwege blijven.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 40 uren, bestaande uit een werkstraf van 20 uren en een leerstraf Tools4U (korte variant) voor de duur van 20 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 20 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat van de taakstraf, de werkstraf van 20 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 1 (één) jaar vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding gedurende de proeftijd meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland op het adres Haagbeukweg 149 te Almere, en zich daarna gedurende door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

- waarbij de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 107,62;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- wijst de vordering van [slachtoffer] wat betreft het meer gevorderde af;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 107,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2020 tot de dag van de volledige betaling, waarbij gijzeling in verband met de jeugdige leeftijd van verdachte achterwege zal blijven;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. H. den Haan en S. Rosendahl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2020.

Mr. Nahumury is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 februari 2020 te Lelystad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op de openbare weg in de wijk [wijk] nabij het Bultpark een tas (merk Footlocker, met daarin sportkleding en/of sportschoenen en/of voedingsmiddelen), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door terwijl hij/zij hun gezicht (deels) had(den) bedekt met (een) sjaal(s) en/of (een) (bivak)muts(en)

- voor die [slachtoffer] , die op de fiets was, te gaan staan, althans die [slachtoffer] de weg te belemmeren en/of

- op die [slachtoffer] af te rennen en/of

- naar die [slachtoffer] te roepen en/of

- die [slachtoffer] bij de schouders vast te pakken en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) op/tegen de rug te slaan/stompen en/of

- die [slachtoffer] een (gedeelte van een) mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 20 januari 2020, genummerd MD2R020021, opgemaakt door politie Midden-Nederland, district Flevoland, doorgenummerd 1 tot en met 107. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 125.

3 Pagina 117.

4 Pagina 118.

5 Pagina 119.

6 Pagina 120.