Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5441

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-12-2020
Datum publicatie
15-12-2020
Zaaknummer
8857989 MV EXPL 20-151 BmR/842
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing ontruiming woning

Artikel 7 van het huurreglement verplicht [gedaagde] zich te gedragen als een goed huurder, de woning te gebruiken overeenkomstig de bestemming daarvan en verbiedt expliciet deze bedrijfsmatig of voor onwettige activiteiten te gebruiken, om de woning gedurende de huurtijd feitelijk te bewonen en daar onafgebroken haar exclusieve hoofdverblijf te houden. Vaststaat dat [gedaagde] deze verplichtingen in de huurovereenkomst heeft overtreden. Deze tekortkoming is ook ernstig genoeg om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Van GoedeStede kan niet worden gevergd dat zij prostitutie in een sociale huurwoning door de vingers ziet. Dit alles betekent dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zal toewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 8857989 MV EXPL 20-151 BmR/842

Kort geding vonnis van 15 december 2020

inzake

de stichting

Woningstichting GoedeStede,

gevestigd te Almere,

verder ook te noemen GoedeStede,

eisende partij,

gemachtigde: mr. T. Mulder,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met vijtien producties; - de brief aan de zijde van GoedeStede van 27 november 2020 met productie 16 t/m 18 - de brief van [gedaagde] van 26 november 2020 met producties - de brief van [gedaagde] van 30 november 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2020. Namens GoedeStede is verschenen de heer [A] met haar gemachtigde mr. T. Mulder. [gedaagde] is in persoon verschenen.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt van GoedeStede met ingang van 7 maart 2019 een appartement te [woonplaats] aan de [adres] . Op de huurovereenkomst is van toepassing verklaard het huurreglement 2014.

2.2.

In de huurovereenkomst is opgenomen dat de huurder zich verplicht in het gehuurde zijn hoofdverblijf te hebben en het gehuurde daadwerkelijk zelf te gebruiken.

2.3.

In het toepasselijke huurreglement van GoedeStede is onder meer het volgende opgenomen:

“(..) Artikel 7 Verplichtingen van de huurder U bent verplicht de woning als een ‘goede huurder’ te bewonen. Dat houdt onder ander in dat u: De woning zelf bewoont en van huisraad voorziet; De woning niet aan anderen onderverhuurt of anderen laat inwonen; Geen overlast veroorzaakt; (..)” Zich onthoudt van het uitoefenen van bedrijfsmatige en/of onwettige activiteiten.(..)”

2.4.

Op 15 september 2020 heeft de gemeente, afdeling handhaving, een onderzoek verricht in het gehuurde in verband met een vermoeden van prostitutie activiteiten vanuit de woning van [gedaagde] . Het rapport vermeldt onder meer het volgende:

Aanleiding en doel van het onderzoeksmelding

Op 28 augustus 2020 ontving ik van brigadier [brigadier 1] (wijkagent) de melding dat de woning gebruikt zou worden als seksinrichting. In deze woning zou volgens de melding onderverhuurd worden aan drie Oost—Europese dames die daar prostitutie bedreven. Tevens zou er de hele dag aanloop zijn van mannen. Deze melding was tot stand gekomen na uitvoerige bevraging van de melder.(..)’

Onderzoek ter plaatse

Op maandag 15 september 2020, omstreeks 09:51 uur, werd door mij een onderzoek ingesteld naar het gebruik van voormelde woning. Tijdens dit onderzoek heb ik mij laten vergezellen door brigadier [brigadier 1] en [brigadier 2] . Na aankloppen (bel was uitgeschakeld) werd de toegangsdeur naar de woning geopend door een vrouw die mij later opgaf te zijn genaamd [B] Nadat ik mij als toezichthouder van de gemeente had gelegitimeerd en in de Engelse taal had uitgelegd wat de reden van mijn bezoek was, verleende zij ons de toegang tot de woning. In de woonkamer van woning aangekomen troffen wij een tweede vrouw aan. Deze vrouw gaf mij later op te zijn genaamd [C] als voormeld. Beide vrouwen verklaarden mij de Roemeense nationaliteit te bezitten en legitimeerden zich als zodanig.

Hierop heb ik via Global Talk (tolkentelefoon) een tolk Roemeens geconsulteerd. Via deze tolk heb ik nogmaals het conr.roledoel uiteengezet, waarna wij de woning mochten inspecteren. Tijdens deze inspectie zag ik dat er in een woonkamer een beslapen tweepersoonsmatras aanwezig was en dat er naast de hoofdkussens 2 x 2 smartphories aanwezig waren. In deze kamer waren eveneens twee rolkoffers aanwezig en ik zag dat er een damesslip over de verwarmingsradiator hing. Verder zag ik dat beide dames nog een smartphone bij zich hielden (totaal dus 6 smartphones). Op een bijzettafel naast de verwarming zag ik een spuitbus Ambi—pur luchtverfrisser en Glade luchtverfrisser staan. Verderop in de woonkamer (op een boekenkastje) zag ik nog derde spuitbus Glade luchtverfrisser en ook twee gebruikte keukenrollen staan Verder zag ik dat er in de slaapkamer een tweepersoonsbed opgesteld stond en dat dit bed niet voorzien was van een deken of dekbed maar slechts voorzien was van een onderlaken. Op het nachtkastje naast dit bed zag ik een doos met condooms (100 stuks), een bus Durex glijmiddel en Zwitsal babydoekjes liggen. In de badkamer lag slechts een stapel handdoeken en een losse tube tandpasta (geen borstel). Ook zag ik dat er in de woning geen televisie en/of radio zichtbaar aanwezig was.

Desgevraagd — via de tolk — verklaarde [B] mij dat zij de dag voor de controle in de woning was aangekomen, de woning via intemet had gevonden en toestemming had van de woningeigenaar om daar te verblijven. Wie deze eigenaar was, kon of wenste zij mij niet te verklaren. Ook weigerde zij mij inzage te geven in haar financiële situatie en verklaarde zij mij niet werkzaam te zijn als sekswerker. Kort hierop ontstond er tussen haar en de tolk een discussie waaruit ik kon opmaken dat zij de tolk in emstige mate had beledigd. Kort hierop gaf de tolk mij aan dat zij haar vertaalwerkzaamheden wenste te staken.

Hierop heb de tolk bedankt voor haar werkzaamheden en heb ik de onderlinge communicatie voortgezet in de Engelse taal. Hierop vroeg ik [B] het telefoonnummer waarop ik haar kon bereiken. Hierop gaf zij mij het nummer: [telefoonnummer] op. Vervolgens heb ik dit nummer gebeld cmi zag en hoorde ik dat de smartphone die [B] in haar handen hield overging. Vervolgens heb ik [B] en [C] gevraagd of zij over sleutels van de woning beschikten. Hierop werd ontkennend geantwoord.(..)”

Onderzoek internet

Met gebruikmaking van de webcrawler Web—IQ heb ik een onderzoek ingesteld naar beide dames.

Bevindingen m. b. t. [naam] Aan het door [B] opgegeven telefoonnummer [telefoonnummer] een sekswerker met de werknaam [werknaam] gekoppeld. Op de foto’s behorende bij deze advertentie is een dame met een Oost—Europees uiterlijk afgebeeld. Voor zover mij bekend is geworden is dit een andere vrouw dan [B]

Bevindingen m. b. t. [C] Hieruit bleek mij dat [C] op de website [website] .nl. onder de werknaam [werknaam] een uitgebreid profiel heeft als sekswerker. Aan de hand van de bij deze advertentie gevoegde foto’s blijkt dat dit foto’s zijn van [C] . Verder bleek mij dat deze advertentie op 12, 15 en 16 september 2020, onder vermelding van het werkgebied Almere, was geplaatst.

Conclusie van het onderzoek

Gelet op het voorgaande concludeer ik dat de woning op 15 september 2020 in gebruik was voor het bedrijfsmatig en anders dan om niet aanbieden van seksuele diensten. Dit is in strijd met artikel 3:3, eerste lid, van de APV en artikel 16.3, onder 2i het vigerend bestemmingsplan.

2.5.

Bij brief van 18 september heeft GoedeStede aan [gedaagde] verzocht ter voorkoming van proceskosten de huurovereenkomst op te zeggen:

Gebleken is dat uw woning als seksinrichting werd gebruikt. Ook is duidelijk geworden dat u het gehuurde niet zelf bewoont en het gehuurde heeft gebruikt of laten gebruiken voor het uitoefenen van beroep of bedrijf.

U handelt hierdoor in strijd met ons huurreglement (artikel 7, lid 1,2,5,en 10) dat zegt: Huurder dient het gehuurde gedurende de huurtijd zelf te bewonen en zijn hoofdverblijf te hebben en Huurder zal het gehuurde niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van GoedeStede gebruiken of laten gebruiken voor het uitoefenen of doen uitoefenen van een beroep of bedrijf.

2.6.

Aan [gedaagde] is door de gemeente Almere een last onder dwangsom opgelegd bij beschikking van 15 oktober 2020:

Opleggen last onder dwangsom

Ik gelast u om per direct de overtreding van artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo) alsmede overtreding van artikel 3:3 APV (de exploitatie van een seksinrichting zonder te beschikken over een vereiste vergunning) in de woning aan de [adres] te [woonplaats] te beëindigen en beëindigd te houden. Dit kunt u doen door te stoppen met de exploitatie van een seksinrichting in de woning aan [adres] te [woonplaats] , zonder te beschikken over een op grond van artikel 3:3 APV 2011 vereiste vergunning. Dit betekent dat u geen bedrijfsmatige seksuele handelingen mag (laten) verrichten in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Tevens door geen gelegenheid te geven om in uw woning bedrijfsmatige seksuele handelingen te (laten) verrichten.

2.7.

GoedeStede heeft ‘ter bevestiging’ berichten en/of verklaringen van omwonenden overgelegd.

3 Het geschil

3.1.

GoedeStede vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: [gedaagde] te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis de woning staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] met al degenen die zich daar in bevinden en al datgene dat zich daarin bevindt te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke, onbeschadigde en schone staat op te leveren, onder afgifte van de sleutels ten kantore van Goede- Stede, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken met veroordeling in de proces- en nakosten;

3.2.

Ter onderbouwing van haar vordering stelt GoedeStede het volgende: - [gedaagde] handelt in strijd met een groot aantal verplichtingen uit de huurovereenkomst en het huurreglement. - [gedaagde] dient zijn hoofdverblijf in het gehuurde te houden en het gehuurde daadwerkelijk zelf te bewonen en te gebruiken. - [gedaagde] mag het gehuurde niet aan derden in gebruik afstaan, zulks al dan niet tegen betaling. - [gedaagde] mag geen bedrijfsactiviteiten verrichten vanuit het gehuurde zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van GoedeStede. Van uit de woning is sekswerkers de gelegenheid geboden (illegale) prostitutie werkzaamheden te verrichten - [gedaagde] mag geen hinder of overlast van welke aard en in welke vorm dan ook veroorzaken. Buren melden dat er al maandenlang sprake is van veel aanloop van mannen die als klant de sekswerkers in zijn woning bezoeken en daarbij ook buren lastig vallen of al dan niet per ongeluk bij buren aan bellen en er vanuit gaan dat zij daar moeten zijn.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist dat hij vanuit zijn woning gelegenheid heeft geboden aan sekswerkers hun werkzaamheden te verrichten. Zijn vriendin, buiten aanwezigheid van [gedaagde] , heeft slechts tijdelijk onderdak geboden aan haar vriendinnen. [gedaagde] heeft hoofdverblijf in de woning.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Aan de orde is de vraag of de vordering van GoedeStede tot ontruiming van het gehuurde door [gedaagde] in kort geding toegewezen kan worden. Een veroordeling tot ontruiming in kort geding heeft het onomkeerbare gevolg dat [gedaagde] zijn woonruimte verliest. Om die voorziening te geven, moet de kantonrechter er thans van overtuigd zijn dat de door GoedeStede gestelde overlast, waaronder het gebruik van de woning in strijd met bestemming (prostitutie), alsmede het niet als hoofdverblijf gebruiken van het gehuurde in een bodemprocedure grond zullen vormen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter moet er bovendien van overtuigd zijn dat van GoedeStede als verhuurder niet kan worden verlangd die beslissing af te wachten. Met andere woorden: het spoedeisend belang aan de zijde van GoedeStede moet er toe noodzaken dat op een bodemprocedure te verwachten beslissing wordt vooruitgelopen. GoedeStede heeft dat genoegzaam onderbouwd. Met GoedeStede is de kantonrechter van oordeel dat vanwege de grote woningnood in [woonplaats] voor dit type sociale huurwoningen, waarvoor een lange wachtlijst bestaat, gelet ook op de taak van GoedeStede te komen tot een rechtvaardige verdeling van de beschikbare woningen, het spoedeisend belang is gegeven. Zij heeft er bovendien belang bij (ook met het oog op precedentwerking) om duidelijk en direct op te kunnen treden tegen illegale seksinrichtingen.

Toerekenbare tekortkoming

4.2.

Artikel 6:265 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding niet rechtvaardigt. Op grond van artikel 7:219 BW kan de huurder ook aansprakelijk worden gesteld voor gedragingen van hen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich met zijn goedvinden daarin bevinden.

4.3.

Voldoende is komen vast te staan dat vanuit de woning van [gedaagde] prostitutiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden. De kantonrechter verwijst daarvoor naar het rapport van het interventieteam/VHT van de gemeente Almere. Op 28 augustus 2020 heeft de wijkagent brigadier [brigadier 1] melding gemaakt van het gebruik van de woning als seksinrichting. Nader onderzoek van het interventieteam op 15 september 2020 heeft de bevindingen van de wijkagent bevestigd. In de woning zijn twee vrouwen van Roemeense nationaliteit aangetroffen, welke vrouwen seksuele diensten aanbieden op de website [website] .nl onder vermelding van hun werkgebied Almere. De vrouwen hebben geen redelijke verklaring kunnen geven voor hun aanwezigheid in de woning. De aangetroffen inrichting (grote hoeveelheid nieuwe condooms (100), gebruikte condooms, luchtverfrissers, meerdere tweepersoonsbedden, afgeplakte ramen, geen persoonlijke goederen [gedaagde] ) van de woning duidt er eveneens op dat in de woning seksuele diensten worden aangeboden. Een en ander vindt verder nog zijn bevestiging in de bevindingen en meldingen van omwonenden over frequent mannenbezoek aan de woning van [gedaagde] . Bovendien is verder aannemelijk dat [gedaagde] eerder betrokken is geweest bij het faciliteren van sekswerkers in een andere woning aan de [adres] te [woonplaats] hetgeen volgt uit de beschikking van de gemeente Almere van 15 oktober 2020, en aldus betrokkenheid bij het faciliteren van prostitutie uit zijn woning eveneens aannemelijker maakt. De verklaring van [gedaagde] dat zijn woning niet als seksinrichting is gebruikt, althans dat hij daarvan niet op de hoogte was, is, gelet op de bevindingen van de wijkagent en het interventieteam, ongeloofwaardig. Al zou al moeten worden aangenomen dat [gedaagde] van niets wist, hetgeen als zeer onwaarschijnlijk moet worden aangemerkt dan is het feit dat hij de sleutel aan een derde (zijn vriendin) heeft toevertrouwd, die misbruik heeft gemaakt van zijn vertrouwen, een omstandigheid die voor zijn risico komt.

4.4.

Voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] de woning ook niet als zijn hoofdverblijf gebruikt. In de woning zijn geen persoonlijke goederen, waaronder kleding, van [gedaagde] aangetroffen.

4.5.

Artikel 7 van het huurreglement verplicht [gedaagde] zich te gedragen als een goed huurder, de woning te gebruiken overeenkomstig de bestemming daarvan en verbiedt expliciet deze bedrijfsmatig of voor onwettige activiteiten te gebruiken, om de woning gedurende de huurtijd feitelijk te bewonen en daar onafgebroken haar exclusieve hoofdverblijf te houden. Vaststaat dat [gedaagde] deze verplichtingen in de huurovereenkomst heeft overtreden. Deze tekortkoming is ook ernstig genoeg om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Van GoedeStede kan niet worden gevergd dat zij prostitutie in een sociale huurwoning door de vingers ziet.

Conclusie

4.6.

Dit alles betekent dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning zal toewijzen. GoedeStede heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening nu zij erop toeziet dat de – schaarse – sociale huurwoningen worden gebruikt volgens de bestemming. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Zoals hiervoor is overwogen, kan van GoedeStede niet worden gevergd dat zij prostitutie door de vingers ziet en zij heeft er bovendien belang bij (ook met het oog op precedentwerking) om duidelijk en direct op te kunnen treden tegen illegale seksinrichtingen. Dit betekent dat [gedaagde] de woning zal moeten ontruimen. De vorderingen zullen in die zin worden toegewezen met dien verstande dat de ontruimingstermijn zal worden gesteld op 7 dagen.

Proceskosten

4.7.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van GoedeStede begroot op: - griffierecht € 124,00 - salaris advocaat € 720,00 - totaal € 944,00 te vermeerderen de na dit vonnis ontstane kosten als hierna begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis met al degenen die zich daar in bevinden en al datgene dat zich daarin bevindt te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke, onbeschadigde en schone staat op te leveren onder afgifte van de sleutels en al hetgeen tot de woning behoort ter vrije en algehele beschikking van GoedeStede te stellen, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van GoedeStede, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 944,00, waarin begrepen € 720,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, alsmede de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 voor salaris gemachtigde, te vermeerderen met de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 december 2020.