Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5407

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-12-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
16/-291654-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie volgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer(s): 16/-291654-19

Vonnis van de kantonrechter van 11 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1966] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , aan de [adres] ,

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2020.

De kantonechter heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Limburg en van hetgeen mr. J. Baar, advocaat naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Op 11 augustus 2019 te Nieuwegein onvoldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van een onder haar hoede staande gevaarlijk dier, te weten een hond (zijnde een Rottweiler) immers;

  • -

    heeft zij, verdachte, voornoemde hond onaangelijnd op een openbare plaats laten verblijven en/of

  • -

    heeft voornoemde hond drie kinderen ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) gebeten en/of

  • -

    heeft zij, verdachte, voornoemde hond niet weggehouden van voornoemde kinderen en/of nadat voornoemde had gebeten niet heeft ingegrepen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de kantonrechter is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de kantonrechter

Bewijsmiddelen

  • -

    Het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal PL0900-2019282348 Z van 20 september 2019 van [verbalisant] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland pagina’s 1-35;

  • -

    De gedragsrapportage van het Riskassesmentteam van 10-01-2019.

Bewijsoverwegingen

Uit de aangifte van 14 augustus 2019 (pagina 4, 5 en 6 van voornoemd proces-verbaal) van [aangever] en de medische verklaringen (pagina’s 9-14) volgt dat drie kinderen van zijn vier kinderen in hun hoofd/gezicht zijn gebeten door de hond, een rottweiler, van verdachte. Verdachte liet op dat moment haar hond uit in een gebied waar honden aangelijnd dienden te zijn. Voorts volgt uit de aangifte dat verdachte niet adequaat handelde toen haar hond op de kinderen afrende en hen begon te bijten.

Voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde is van belang dat de hond van verdachte aan te merken is als een gevaarlijk dier als bedoeld in artikel 425 Sr. Niet is vereist dat het betreffende dier zijn potentieel gevaarlijke karakter reeds eerder had geopenbaard door een mens of ander dier aan te vallen. Uit de gedragsrapportage volgt dat de rapporteurs de risico’s op schade als gevolg van het gedrag van de hond van verdachte, als zeer hoog inschatten. De grootte en fysieke kracht van de hond van verdachte spelen hierbij een rol. Uit het chipnummer van de hond volgt bovendien dat deze hond niet binnen het Nederlandse HondenStamboek (NHSB) is gefokt. In de gedragsrapportage is voorts te lezen dat uit wetenschappelijk onderzoek volgt dat Rottweilers die buiten het NHSB zijn gefokt meer angst en agressie vertonen dan de honden die binnen het NHSB zijn gefokt. Gelet hierop alsmede het gedrag dat de hond vertoonde op 11 augustus 2019 jegens de kinderen, is de kantonrechter van oordeel dat deze hond aangemerkt dient te worden als een gevaarlijk dier.

Nu uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de hond niet aangelijnd had in een gebied waar dat verplicht was en de hond niet heeft vastgepakt toen zij zag dat hij achter de kinderen aanjoeg, heeft zij onvoldoende zorg gedragen voor het onschadelijk houden van haar hond.

5 BEWEZENVERKLARING

De kantonrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Op 11 augustus 2019 te Nieuwegein onvoldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van een onder haar hoede staande gevaarlijk dier, te weten een hond (zijnde een Rottweiler) immers;

  • -

    heeft zij, verdachte, voornoemde hond onaangelijnd op een openbare plaats laten verblijven en

  • -

    heeft voornoemde hond drie kinderen ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) gebeten en

  • -

    heeft zij, verdachte, voornoemde hond niet weggehouden van voornoemde kinderen en /of nadat voornoemde had gebeten en niet heeft ingegrepen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Onvoldoende zorg bieden voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een taakstraf van 60 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De pleitnota van de verdediging is aan dit vonnis gehecht.

8.3

Het oordeel van de kantonrechter

Bij het bepalen van de straf/maatregel heeft de kantonrechter rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

9 BESLAG

De hond is in beslag genomen en inmiddels geëuthanaseerd.

10 BENADEELDE PARTIJ

De heer [aangever] heeft zich als benadeelde partij mede namens zijn drie kinderen in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.364,92. Dit bedrag bestaat uit € 864,92 materiële schade en € 4500,00 immateriële schade.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

Naar het oordeel van de officier van justitie kan aan immateriële schadevergoeding toegewezen worden aan [slachtoffer 2] € 1.000,00, [slachtoffer 3] € 750,00, [slachtoffer 1] € 750,00 en [aangever] € 1500,00, totaal € 4.864,95 te vermeerderen met de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit de vordering niet ontvankelijk te verklaren in verband met een te grote belasting voor het strafproces. Voorts kan de gevorderde shockschade van [aangever] niet worden toegewezen omdat er geen sprake is van een psychiatrisch erkend ziektebeeld.

10.3

Het oordeel van de kantonrechter

Uit de toelichting op de vordering volgt dat het voorval op alle drie de kinderen enorme impact heeft gehad. Zij hebben bijtwonden in hun gezicht of aan hun hoofd opgelopen en er is sprake van littekenvorming. De kinderen sliepen slecht en hebben vanwege hun trauma gerelateerde klachten EMDR-therapie gehad. Tot op heden zijn de kinderen angstig als zij een hond zien. De kantonrechter acht voor alle drie de kinderen een immateriële schade vergoeding van elk € 500,00 passend.

De vader, [aangever] vordert een bedrag € 1.500,00 wegens shockschade.

Bij shockschade gaat het om geestelijk letsel dat men oploopt door

a. a) een schokkende gebeurtenis, waarbij

b) de shock dermate ernstig is dat deze leidt tot een aantasting van de gezondheid, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Uit de toelichting op de vordering volgt dat de vader enorm is geschrokken van wat hem en zijn kinderen is overkomen. Het was voor hem heel moeilijk om te zien hoe een Rottweiler van kind naar kind rende en drie van zijn kinderen daadwerkelijk beet. Hij voelde zich compleet machteloos ten opzichte van de hond, die bovendien geen halsband droeg en om deze reden moeilijk te pakken was. Uit bijlage 8c van de vordering volgt dat de GZ-psycholoog de vader heeft gediagnostiseerd met PTSS. Hij is hiervoor in behandeling geweest van 3 september 2019 tot 14 november 2019.

Anders dan de raadsman is de kantonrechter van oordeel dat de vader getuige is geweest van een schokkende gebeurtenis. Voorts volgt uit de verklaring van de GZ-psycholoog dat hij hieraan PTSS heeft overgehouden, zijnde een psychiatrisch erkend ziektebeeld. De kantonrechter is van oordeel dat het gevorderde bedrag ad € 1.500,00 toewijsbaar is, evenals het gevorderde eigen risico ad € 864,92.

Aldus wordt een totaal bedrag ad € 3.864,92 toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

12 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f en 425 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13 BESLISSING

De kantonrechter:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 uur, te vervangen door 20 dagen hechtenis, indien verdachte deze taakstraf niet of niet naar behoren vervult;

Beslag

Verklaart de in beslag genomen hond verbeurd.

Benadeelde partij [aangever]

- wijst de vordering van [aangever] toe tot een bedrag van € 3.864,92 bestaande uit

€ 864,92 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2019 tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever] aan de Staat € 3.864,92 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2019 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 december 2020.

Bijlagen:

-de tenlastelegging

-pleitnota