Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5379

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
24-09-2021
Zaaknummer
UTR 20/2322
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toeslagen. Eiser heeft niet de gevraagde stukken aangeleverd, ook niet in de bezwaarfase. Verweerder kon feitelijke situatie niet beoordelen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 24-9-2021
FutD 2021-2998
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2322

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser

(gemachtigde: A. Stokhof),

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigden: mr. D. Ooiberg en N. Marienus).

Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de voorschotten voor zorg- en huurtoeslag voor 2020 van eiser op nihil gesteld.

Bij besluit van 4 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft via een Skype-verbinding plaatsgevonden op 1 december 2020. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

  1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

  2. De rechtbank stelt vast dat verweerder eiser in de bezwaarfase bij brief van 28 april 2020 heeft verzocht om nadere informatie over zijn woonsituatie en om bewijsstukken om zijn zorgverzekerdheid te beoordelen. Eiser heeft op deze brief niet gereageerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiser om nadere informatie mogen vragen. Nu deze informatie niet is ontvangen heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het niet mogelijk was om de feitelijke situatie van eiser te beoordelen. Dat de gemachtigde van eiser in maart 2020 contact heeft gehad met verschillende medewerkers van verweerder over de woonsituatie op het adres [adres] in [plaats] , maakt dit niet anders. Verweerder heeft het bezwaar terecht ongegrond verklaard.

  3. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.