Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5377

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
24-09-2021
Zaaknummer
UTR 20/1611
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pv mondelinge uitspraak. Beroep n.o. want geen gronden ingediend tegen nieuw besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/1611

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , Duitsland, eiser

en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 januari 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om zorgtoeslag 2018 afgewezen.

Bij besluit van 7 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend.

Bij besluit van 30 september 2020 heeft verweerder het bestreden besluit herzien en eisers bezwaar gegrond verklaard.

Het onderzoek ter zitting heeft via een Skype-verbinding plaatsgevonden op 1 december 2020. Partijen zijn niet verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

  1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

  2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  3. De rechtbank heeft eiser op 29 september 2020 en 16 november 2020 brieven gestuurd, waarin staat dat hij binnen twee weken respectievelijk één week moet aangeven waarom hij het niet eens is met het herziene besluit op zijn bezwaar van verweerder van 30 september 2020.

  4. Eiser heeft niet gereageerd op deze brieven. Er zijn dus geen beroepsgronden ingediend tegen het herziene besluit. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. De rechtbank ziet geen reden om in dit geval van deze hoofdregel af te wijken.

  5. Het beroep wordt daarom niet inhoudelijk behandeld. Het beroep is niet-ontvankelijk.

  6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.