Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:535

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-02-2020
Datum publicatie
02-03-2020
Zaaknummer
7784020 UC EXPL 19-5451 BEv/35170
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop (tweedehands) non-conforme auto. Ontbinding koopovereenkomst wegens onjuiste kilometerstand en andere gebreken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 7784020 UC EXPL 19-5451 BEv/35170

Vonnis van 19 februari 2020

inzake

[eiser] ,

wonend in [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. A. Leibbrand,

tegen:

[gedaagde] ,

handelend onder de naam [handelsnaam],

wonend in [woonplaats 2] en zaakdoende in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G.J. de Hosson.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord, met bijlagen;

- het tussenvonnis van 24 juli 2019, waarin een comparitie is bepaald;

- de door [eiser] nagezonden producties, genummerd 22 en 23;

- de pleitnota van [eiser] ;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 14 november 2019;

- de akte van [gedaagde] van 3 december 2019, met bijlagen;

- de akte van [eiser] die door de rechtbank op 18 december 2019 is ontvangen, met bijlagen.

1.2.

De comparitie is gehouden op 14 november 2019. Op de zitting was [eiser] samen met zijn gemachtigde mr. Leibbrand aanwezig. De heer [gedaagde] was eveneens met zijn gemachtigde, mr. De Hosson, bij de comparitie aanwezig. Door of namens partijen is antwoord gegeven op de vragen van de kantonrechter en hebben zij hun standpunt nader toegelicht. Van deze zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Daarna volgt dit vonnis.

2 Het geschil

Achtergrond

2.1.

[gedaagde] heeft via een advertentie op Marktplaats een occasion te koop aangeboden. Het ging om een Audi A3 Ambition Pro Line met kenteken [kenteken] . In deze advertentie werd een vraagprijs van € 2.700,00 en een kilometerstand van 218.541 km genoemd.

2.2.

Nadat [eiser] interesse in de auto had getoond heeft [eiser] een proefrit met de auto gemaakt. Na de proefrit heeft [eiser] op 23 januari 2019 de auto van [gedaagde] gekocht en in dit kader een aanbetaling van € 500,00 gedaan. Nadat de auto voor de APK was goed gekeurd heeft [eiser] op 26 januari 2019 het voertuig bij [gedaagde] opgehaald en het resterende bedrag voldaan.

2.3.

[eiser] stelt dat de auto materiële gebreken vertoonde. Volgens [eiser] zat er een gat in de uitlaat en was dit gat dichtgesmeerd met een dichtingspasta, stond de rem vast en zat er een vrije slag in de koppeling. Volgens [eiser] had de auto dus niet de eigenschappen die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten, nu in de verkoopadvertentie onder andere was opgenomen dat de auto goed rijdt, goed schakelt en volledig dealer onderhouden is. Bovendien is [eiser] na aankoop van de auto tot de ontdekking gekomen dat de in de advertentie genoemde kilometerstand van de auto niet juist was. Uit een tellerrapport van de RDW blijkt dat de kilometerstand met ongeveer veertigduizend kilometer is verlaagd.

2.4.

[eiser] stelt daarnaast als gevolg van de wanprestatie van [gedaagde] schade te hebben geleden. Die schade bestaat uit de aanschaf van verschillende auto-onderdelen ter reparatie van de auto, verzekeringskosten, overschrijvingskosten en de huur van een huurauto. Voor die schade houdt [eiser] [gedaagde] ook aansprakelijk.

De vordering

2.5.

Gezien het voorgaande is er volgens [eiser] sprake van een non-conforme auto. Hij vordert daarom, samengevat:

  • -

    de koopovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens tekortkomingen van [gedaagde] in de nakoming van de voor [gedaagde] uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen;

  • -

    [gedaagde] te veroordelen om binnen 8 dagen na dagtekening van dit vonnis, onder afgifte van een vrijwaringsbewijs, de auto terug te nemen, of subsidiair [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 300,00 aan [eiser] om het voertuig te brengen naar [gedaagde] , op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van

€ 20.000,00 dat [gedaagde] ingebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

 [gedaagde] te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis te betalen

€ 2.700,00 ter zake van de door [eiser] betaalde koopprijs, alsmede betaling van

€ 561,50 ter zake van aanvullende schadevergoeding;

 [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke incassokosten en de proces- en nakosten.

Het verweer

2.6.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat de auto is afgeleverd met een goedgekeurde APK. De stellingen dat de auto niet meer zou kunnen rijden en veilig de weg op zou kunnen worden bij gebrek aan onderbouwing door [eiser] dan ook door [gedaagde] betwist.

2.7.

[gedaagde] erkent dat de kilometerstand op de kilometersteller niet klopt met het daadwerkelijk aantal gereden kilometers. [gedaagde] stelt dat dit komt omdat de originele kilometerteller van de auto kapot was en er daarom een andere kilometerteller in de auto is gemonteerd. Volgens [gedaagde] is dit uitgebreid met [eiser] besproken en kan [eiser] zich er daarom niet op beroepen dat de kilometerstand van de auto niet klopt.

3 De beoordeling

Wat vindt de kantonrechter?

3.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de auto wel voldoet aan hetgeen [eiser] als koper op grond van de overeenkomst daarvan mocht hebben, waarbij een rol speelt of er bij de verkoop sprake is geweest van onjuiste of onvolledige informatie door [gedaagde] .

3.2.

De kantonrechter moet de zaak beoordelen aan de hand van de regels die gelden voor een consumentenkoop, zoals bedoeld in artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). De koop van de auto is namelijk gesloten tussen [eiser] als particulier en [gedaagde] die daarbij handelde als een professioneel bedrijf.

3.3.

Volgens artikel 7:22 lid 1 BW kan de koopovereenkomst worden ontbonden, als de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. In artikel 7:17 lid 2 BW staat dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt indien de auto, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

3.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter beantwoordt de auto niet aan de koopovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] , mede op grond van de mededelingen die [gedaagde] over de auto heeft gedaan, mocht verwachten dat de auto een kilometerstand had van niet meer dan 218.541 km. Dit is immers de kilometerstand die [gedaagde] in de verkoopadvertentie op Marktplaats heeft vermeld. Gelet op het tellerrapport van de RDW (productie 9 bij dagvaarding) blijkt echter dat de kilometerstand van de auto in de periode tussen 24 oktober 2018 en 25 januari 2019 met ongeveer 40.000 km is verlaagd. Namelijk van 259.608 km naar 219.941 km. Dit betekent dat de auto ten tijde van de koop alleen al vanwege deze afwijkende kilometerstand niet de eigenschappen bezat die [eiser] mocht verwachten. Herstel van dit gebrek is gelet op de aard daarvan onmogelijk. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat het vaste jurisprudentie is dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel essentieel is voor de koper en stilzwijgend door de verkoper gegarandeerd wordt (zie onder meer rechtbank Utrecht 17 november 2010, LJN: BO6379 en 30 maart 2011, LJN: BP9445). In dit geval is het verschil tussen de door [gedaagde] meegedeelde kilometerstand en de werkelijke kilometerstand zo groot dat dit zonder meer een ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt.

3.5.

Volgens artikel 7:17 lid 5 BW kan de koper zich er echter niet op beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt wanneer hem dit ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. [gedaagde] stelt zich in dit kader op het standpunt dat [eiser] bekend was met de juiste kilometerstand, omdat met [eiser] is besproken dat er een andere kilometerteller in de auto is gemonteerd in plaats van de (kapotte) originele teller. [gedaagde] stelt daarnaast dat de auto in het bijzijn van [eiser] is uitgelezen met een laptop en dat daarbij de foutcode met betrekking tot de kilometerstand aan [eiser] is getoond. Door [eiser] wordt dit alles betwist en hij heeft daartoe een verklaring van een getuige overgelegd. Tegenover deze betwisting heeft ook [gedaagde] een verklaring van een getuige overgelegd. Door beide partijen wordt over en weer de aanwezigheid van de door hen aangevoerde getuige betwist.

3.6.

De kantonrechter vindt het standpunt van [gedaagde] niet geloofwaardig. Op de zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij al vóór de koop op de hoogte was van de onlogische kilometerstand maar dat hij deze onjuiste kilometerstand bewust in de verkoopadvertentie heeft opgenomen omdat er geadverteerd dient te worden met de afgelezen kilometerstand. In dit geval dus van de nieuwe kilometerteller. Niets had hem echter in de weg gestaan om in de advertentie hiervan melding te maken. [gedaagde] heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij dit niet heeft gedaan.

3.7.

Verder staat vast dat [eiser] , toen hij de door hem geconstateerde gebreken aan de auto aan [gedaagde] had gemeld en geen contact meer met [gedaagde] kon krijgen, het tellerrapport bij de RDW heeft gecontroleerd en daar bleek toen het oordeel “onlogisch” bij te staan. Het verweer van [gedaagde] dat het oordeel van de RDW nooit op “logisch” maar op “geen oordeel” heeft gestaan en dat [eiser] daarom ook had kunnen weten dat de kilometerstand van de auto niet klopte, wordt door de kantonrechter verworpen. Uit de toelichting onderaan het tellerrapport van de RDW volgt immers dat auto’s die in het buitenland geregistreerd zijn geweest altijd de melding “geen oordeel” krijgen. Tussen partijen is niet in discussie dat de auto uit Duitsland afkomstig is. De RDW vermeldt alleen het oordeel “onlogisch” als het voor de RDW duidelijk is dat er geen logische oploop in het aantal gereden kilometers is. Als er “geen oordeel” staat vermeld, hoeft dit dus nog niet noodzakelijk te betekenen dat de tellerstand “onlogisch” is.

3.8.

Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat de auto non-conform is en dit betekent dat de koopovereenkomst met betrekking tot de auto kan worden ontbonden. Het feit dat door beide partijen een bewijsaanbod is gedaan met betrekking tot de vraag of [eiser] op de hoogte kon zijn van de onjuiste kilometerstand omdat deze in het bijzijn van [eiser] zou zijn uitgelezen wordt als niet terzake dienend gepasseerd. De auto vertoonde immers ook andere gebreken die tot de slotsom leiden dat de auto non-conform is, waarop in rechtsoverweging 3.13 nader zal worden ingegaan.

3.9.

Door ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat op grond van artikel 6:271 BW de verplichting voor partijen tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dat betekent dat [gedaagde] de koopsom van € 2.700,00 moet terugbetalen aan [eiser] en [eiser] de auto aan [gedaagde] moet teruggeven in de staat zoals die was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. In dit verband heeft [gedaagde] aangevoerd dat er een gebruikersvergoeding van € 750,00 op de koopprijs in mindering moet worden gebracht. Volgens [gedaagde] kan [eiser] de auto immers niet meer terugbrengen zoals deze was ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst omdat hij er in heeft gereden en de auto als gevolg daarvan aan slijtage onderhevig is geweest. [eiser] betwist met de auto te hebben gereden. Hij stelt dat dit immers niet mogelijk was omdat de rem van de auto vaststond. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] onvoldoende aanknopingspunten heeft geboden waaruit blijkt dat [eiser] daadwerkelijk met de auto heeft gereden en dat als gevolg daarvan de auto met € 750,00 in waarde is verminderd. Het had echter wel op zijn weg gelegen om dit aan te tonen. Nu hij dat heeft nagelaten wordt [gedaagde] om die reden veroordeeld tot terugbetaling van de gehele koopprijs, te weten € 2.700,00. [eiser] zal op zijn beurt de auto moeten teruggeven aan [gedaagde] . Nu niet is komen vast te staan dat de auto daadwerkelijk kan rijden acht de kantonrechter het in dit verband redelijk dat [gedaagde] de auto bij [eiser] komt ophalen. [eiser] kan het voertuig immers niet meer zelf naar [gedaagde] terugbrengen. Beide partijen dienen daarnaast eraan mee te werken dat het kenteken (weer) op naam van [gedaagde] wordt gesteld. Aan deze veroordelingen zal een dwangsom worden verbonden, zoals in het dictum is uitgewerkt.

Schadevergoeding

3.10.

[eiser] vordert daarnaast schadevergoeding van [gedaagde] . Op grond van de artikelen 7:24 lid 1 en 6:74 lid 1 BW is [gedaagde] verplicht schade te vergoeden als er een tekortkoming is in de nakoming van de overeenkomst die hem kan worden toegerekend en [eiser] daardoor schade lijdt. Er is een tekortkoming als de auto niet de eigenschappen bezit die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

3.11.

[eiser] stelt schade te hebben geleden als gevolg van de (materiële) gebreken van de auto. Het gaat om het gat in de uitlaat, de vaststaande rem en de vrije slag in de koppeling. Deze schade houdt dus geen verband met de onjuiste kilometerstand. Dat hiervoor is geoordeeld dat de onjuiste kilometerstand een tekortkoming oplevert, brengt dus niet mee dat [eiser] daardoor schade heeft geleden. De vordering tot schadevergoeding kan daarom alleen dan worden toegewezen als ook de door [eiser] gestelde gebreken aan onder andere de uitlaat, de rem en de koppeling een tekortkoming opleveren.

3.12.

Het verweer van [gedaagde] komt erop neer dat hij meent dat [eiser] slordig met de auto heeft gereden en dat de gebreken dus na de koop zijn ontstaan. Dat verweer heeft geen succes, gelet op het volgende.

3.13.

In artikel 7:18 lid 2 BW staat dat bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. In dit geval hebben de gebreken aan de auto zich binnen zes maanden na de koop voorgedaan, nu de koop dateert van 23 januari 2019 en de gebreken omstreeks 28 januari 2019 al aan het licht zijn gekomen. Dat brengt mee dat ervan moet worden uitgegaan dat de gebreken al bestonden bij de koop, tenzij [gedaagde] bewijst dat die gebreken daarna zijn ontstaan. [gedaagde] heeft echter niets gesteld of aangevoerd waaruit kan blijken dat de gebreken na de koop zijn ontstaan. De enkele stelling dat [eiser] slordig met de auto zou hebben gereden, is daarvoor niet genoeg. Nu [gedaagde] zijn standpunt onvoldoende heeft gemotiveerd en onderbouwd, is er geen reden om nadere bewijslevering toe te staan en wordt als vaststaand aangenomen dat de gebreken al aanwezig waren bij de koop. De aard van de zaak en de gebreken verzetten zich daar ook niet tegen.

3.14.

De door [eiser] gestelde gebreken aan de auto leveren dus (ook) een tekortkoming op en [gedaagde] is verplicht de schade die [eiser] daardoor lijdt te vergoeden. De schade bestaat uit kosten die zijn gemaakt voor de wegenbelasting, de autoverzekering, overschrijvingskosten, de aanschaf van de dichtingspasta voor de uitlaat, kosten van voertuighuur om de auto bij aanschaf op te halen en de benzinekosten van de huurauto. De kosten van de remklauwen komen niet vergoeding in aanmerking. Niet is gebleken dat [eiser] deze remklauwen daadwerkelijk in de auto heeft ingebouwd. Bovendien kunnen deze remklauwen ook tweedehands worden doorverkocht en kan [eiser] op die wijze zijn schade beperken. De gevorderde postkosten zullen eveneens worden afgewezen nu dergelijke kosten reeds in de (ook door [eiser] gevorderde) buitengerechtelijke incassokosten besloten liggen. Gezien het hiervoor overwogene zal de schade daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 447,67. Daarbij overweegt de kantonrechter dat de tekortkoming ook moet worden toegerekend aan [gedaagde] , omdat hij de auto heeft verkocht in de uitoefening van zijn bedrijf en onjuiste informatie heeft gegeven over de auto.

Wettelijke rente van artikel 6:119 BW

3.15.

Naast de hoofdsom wordt ook de wettelijke rente over de hoofdsom toegewezen omdat daar geen verweer tegen is gevoerd en een en ander voldoet aan de daarvoor geldende regels.

Buitengerechtelijke incassokosten

3.16.

[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

De gevorderde vergoeding van € 395.00 komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet is gebleken dat een aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW (de zogenaamde 14-dagen brief) is verstuurd.

Proceskosten

3.17.

[gedaagde] zal, als de in het overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 101,04

- griffierecht € 231,00

- salaris gemachtigde € 525,00 (2,5 punten x tarief € 210,00)

totaal € 857,04

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

ontbindt de tussen [eiser] en [gedaagde] op 23 januari 2019 gesloten koopovereenkomst betreffende de auto Audi A3 Ambition Pro Line met kenteken [kenteken] ;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.700,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2019 tot aan de dag van voldoening;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 447,67 uit hoofde van schadevergoeding;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 8 dagen na dagtekening van dit vonnis, onder afgifte van de sleutels en het kentekenbewijs door [eiser] aan [gedaagde] en onder afgifte van een vrijwaringsbewijs door [gedaagde] aan [eiser] , de auto bij [eiser] op te halen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] niet of niet volledig voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van € 20.000,00;

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 857,04, waarin begrepen € 525,00 aan salaris gemachtigde;

4.6.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 105,00 aan salaris gemachtigde;

4.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Thé-Kouwenhoven, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.