Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5292

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-12-2020
Datum publicatie
09-12-2020
Zaaknummer
20/4293
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker om aanwijzing als teler voor het Experiment gesloten coffeeshopketen afgewezen. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het verzoek toe te wijzen, in die zin dat verweerders worden gelast om de aanvraag van verzoeker toe te laten tot deelname aan de loting van 3 december 2020.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4293

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , handelend onder de naam [handelsnaam] , verzoeker

en

de Minister voor Medische Zorg en Sport en

de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerders

(gemachtigde: mr. E. van Brandwijk).

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2020 (het primaire besluit) hebben verweerders de aanvraag van verzoeker om aanwijzing als teler voor het Experiment gesloten coffeeshopketen afgewezen.

Verzoeker heeft bij brief van 1 december 2020 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarbij heeft hij verweerders onder meer te kennen gegeven meer tijd nodig te hebben om zijn bezwaren te formuleren. Verder heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de loting die gepland staat op 3 december 2020 wordt uitgesteld, totdat verweerders op zijn bezwaar hebben beslist.

Verweerders hebben een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.1

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. Verzoeker heeft verweerders verzocht om hem aan te wijzen als teler van hennep en/of hasjiesj voor het Experiment gesloten coffeeshopketen. De aanvraag van verzoeker heeft betrekking op zeven locaties in verschillende gemeenten. Tijdens het experiment kunnen coffeeshops in maximaal tien gemeenten gereguleerde, op kwaliteit gecontroleerde hennep verkopen. Maximaal tien telers zullen deze hennep produceren. Omdat verweerders meer dan tien aanvragen van andere telers hebben toegewezen, vindt op 3 december 2020 een loting plaats waaraan 39 lotnummers meedoen. De eerste tien ingelote aanvragers gaan door voor een BIBOB-onderzoek. De nummers 11 en volgende komen op een wachtlijst.

3. Verweerders hebben verzoekers aanvraag voor alle zeven locaties afgewezen. Daaraan hebben verweerders onder meer het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn onderneming op basis van een deugdelijk financieel plan en onder adequate voorgenomen maatregelen ter beveiliging van de beoogde locaties onder gecontroleerde omstandigheden kan voorzien in professionele en bestendige productie en levering van hennep en/of hashiesj ten behoeve van het experiment.2 Een andere reden voor de afwijzing is dat de burgemeesters van de gemeenten waarin de aangevraagde zeven locaties zijn gelegen en die om advies zijn gevraagd negatief hebben geadviseerd.

4. De afwijzing heeft tot gevolg dat verzoeker niet mee kan doen met de loting op 3 december 2020. Hij verzoekt de voorzieningenrechter te bepalen dat de loting wordt opgeschort totdat op zijn bezwaar is beslist. Als de loting op 3 december 2020 plaatsvindt, ontstaat een onomkeerbare situatie, terwijl verzoeker nog niet de kans heeft gehad om zijn bezwaargronden in te dienen. Verweerders zijn niet bereid om de loting uit te stellen.

5. Voor opschorting van de loting totdat op verzoekers bezwaar is beslist ziet de voorzieningenrechter, gelet op de verstrekkende gevolgen en de betrokken belangen, geen aanleiding.

6. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek toe te wijzen, in die zin dat verweerders worden gelast om de thans niet rechtens onaantastbare afwijzing van de aanvraag van verzoeker toe te laten tot deelname aan de loting op 3 december 2020. De voorzieningenrechter is als volgt tot dit oordeel gekomen. Door de reeds geplande loting, die verweerders niet wensen uit te stellen, is het onmogelijk dat zij vóór de loting een beslissing nemen op het bezwaar van verzoeker. Als de loting heeft plaatsgevonden zonder dat verzoekers aanvraag daaraan heeft kunnen deelnemen, kan een eventueel gegrond bezwaar er niet meer toe leiden dat verzoeker aan het experiment kan deelnemen. Daarmee wordt verzoeker de kans op effectieve rechtsbescherming ontnomen. Verder is de uitkomst van de loting vrijwel onomkeerbaar. Als achteraf zou blijken dat het bezwaar van verzoeker gegrond is en zijn aanvraag ten onrechte niet is toegelaten tot de loting, kan dit niet worden hersteld op een manier die zonder gevolgen is voor de overige deelnemers aan de loting. Als opnieuw zou worden geloot, zijn de aanvragen van de deelnemers die eerder zijn ingeloot immers niet meer zeker van hun inloting. Dat acht de voorzieningenrechter onwenselijk.

7. De gevolgen van toelating van verzoekers aanvraag tot deelname aan de loting zijn niet onomkeerbaar. Als de aanvraag wordt uitgeloot staat de uitkomst vast. Als de aanvraag wordt ingeloot, kan verzoeker pas daadwerkelijk als teler aan het experiment deelnemen onder de voorwaarde dat alsnog positief op zijn bezwaar en dus zijn aanvraag wordt beslist. Als het bezwaar van verzoeker ongegrond wordt verklaard, kan verzoeker niet als teler deelnemen aan het experiment. In dat geval kan een deelnemer die na de loting op de wachtlijst is geplaatst de plek overnemen.

8. Omdat het verzoek wordt toegewezen, draagt de voorzieningenrechter verweerders op het griffierecht van € 178,- aan verzoeker te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat verweerders worden gelast om de aanvraag van verzoeker toe te laten tot deelname aan de loting op 3 december 2020;

  • -

    draagt verweerders op het griffierecht van € 178,- aan verzoeker te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd De voorzieningenrechter is

de uitspraak te ondertekenen. verhinderd de uitspraak te

ondertekenen.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2 Zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen.