Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5213

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
04-12-2020
Zaaknummer
UTR 20/50
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering vvgb voor omgevingsvergunning voor het plaatsen van een digitale reclamemast. Belangenafweging door raad voldoende en juist gemotiveerd. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/50

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2020 in de zaak tussen

Ocean Outdoor Nederland B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.Th.J. van ‘t Zelfde),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder

(gemachtigden: mr. J. van Dodewaard en drs. E.H.P. Nelissen).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeenteraad van de gemeente Baarn (gemachtigden: mr. J. van Dodewaard en drs. E.H.P. Nelissen).

Inleiding

1.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres heeft in 2018 een overeenkomst gesloten met de gemeente Baarn voor de huur van een locatie op het perceel Sportpark ter Eem (hierna: het perceel), ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een digitale reclamemast door eiseres. In de huurovereenkomst is aangegeven dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor het aanvragen en verkrijgen van de benodigde omgevingsvergunning voor het plaatsen van de reclamemast.

1.2

Eiseres heeft daarop een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Deze ziet op de activiteiten bouwen en handelen in strijd met een bestemmingsplan. Op het perceel is het bestemmingsplan ‘Sportpark ter Eem’ van toepassing. Het perceel heeft volgens artikel 5 van het bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’. Op het perceel mogen alleen bouwwerken ten dienste van de bestemming ‘Groen’ worden gebouwd waarvan de hoogte maximaal 3 meter is. De geplande reclamemast van 28 meter hoog voldoet daar niet aan.

1.3

Omdat afgeweken moet worden van het bestemmingsplan kan de vergunning alleen verleend worden op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, ten derde, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Verweerder heeft de gemeenteraad verzocht om afgifte van de benodigde verklaring van geen bedenkingen. De gemeenteraad heeft deze verklaring geweigerd. Verweerder heeft vervolgens de omgevingsvergunning geweigerd omdat hij niet bevoegd is om de omgevingsvergunning op de voet van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3˚, van de Wabo te verlenen, vanwege het ontbreken van de verklaring van geen bedenkingen. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit.

1.4

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2020. Voor eiseres zijn verschenen ing. [A] en MBA [B] , bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

2. Het beroep van eiseres tegen de weigering van de omgevingsvergunning omvat mede de rechtmatigheid van de beslissing van de gemeenteraad om de verklaring van geen bedenkingen te weigeren. De rechtbank zal eerst het beroep, voor zover gericht tegen de weigering van de verklaring van geen bedenkingen behandelen en daarna het besluit van verweerder tot weigering van de omgevingsvergunning.

Weigering verklaring van geen bedenkingen

3. Op grond van artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht kan

de verklaring slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.

Aan de weigering van de vvgb heeft de gemeenteraad ten grondslag gelegd dat er strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de geplande mast een dusdanig grote impact heeft op het omliggende landschap en het kleinschalige karakter van de kern Baarn dat er geen sprake is van een goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst de gemeenteraad naar een advies van het externe adviesbureau [adviesbureau 1] , een advies van de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit Mooisticht (hierna: Mooisticht) en een advies van het externe adviesbureau [adviesbureau 2] . Voorts verwijst de gemeenteraad ter onderbouwing van de weigering van de vvgb naar de negatieve reacties van de provincie Utrecht, de naburige gemeente Eemnes, Natuurmonumenten en de stichting Behoud de Eemvallei op het voornemen van verweerder om de omgevingsvergunning voor de reclamemast te verlenen.

4. De rechtbank stelt voorop dat de gemeenteraad het orgaan binnen de gemeente is dat bestemmingsplannen vaststelt en daarmee zeggenschap heeft over het ruimtelijk beleid van een gemeente. Het is dan ook de gemeenteraad die door middel van het wel of niet afgeven van een vvgb mag bepalen of zij wel of niet wil meewerken aan een afwijking van het bestemmingplan, bijvoorbeeld in de vorm van omgevingsvergunningen die verleend worden op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, ten derde, van de Wabo. In deze afweging heeft de gemeenteraad een onafhankelijke positie, ook ten opzicht van het college van burgemeester en wethouders. Deze onafhankelijke positie is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) benadrukt.1 De gemeenteraad heeft bij het wel of niet verlenen van een vvgb beleidsruimte. De toetsing die de rechtbank kan verrichten is of de gemeenteraad in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de vvgb te weigeren, zo heeft ook de Afdeling vastgesteld.2 Dit is een afstandelijke toetsing die recht doet aan de positie die de gemeenteraad heeft wat betreft het ruimtelijk beleid van de gemeente Baarn.

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeenteraad op basis van voornoemde adviezen en reacties zich in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de reclamemast in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank ziet geen reden om aan te nemen dat deze adviezen en reacties onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Het feit dat de gemeenteraad ook acht heeft geslagen op het advies van Mooisticht, dat is opgesteld om gebruikt te worden voor de welstandsbeoordeling door verweerder, acht de rechtbank geen probleem. Het stuk is, zoals eiseres terecht opmerkt, in eerste instantie opgesteld om als welstandsadvies voor verweerder te dienen. Dat heeft echter niet tot gevolg dat de gemeenteraad de inhoud van dat advies, als afkomstig van een commissie die ervaring heeft op het gebied van welstand, niet mee heeft mogen wegen. De kritiek van eiseres dat dit welstandsadvies niet zou voldoen aan de vereisten die voor een welstandsadvies gelden is in het kader van het besluit van de gemeenteraad, waar een officieel welstandsadvies geen vereiste is, echter niet relevant.

6. Eiseres acht het onzorgvuldig dat bij de totstandkoming van de weigering van de vvgb haar brief van 5 september 2019 niet is meegenomen. De rechtbank kan dit standpunt niet volgen. Uit de lijst van ingediende stukken voor de raadsvergadering waarin de vvgb is geweigerd en die terug is te vinden op de website van de gemeente Baarn blijkt dat de brief aan de gemeenteraad is voorgelegd. Dat deze brief niet expliciet besproken is in de raadsvergadering, betekent niet dat de raadsleden hier niet van op de hoogte waren, zo oordeelde de Afdeling in een vergelijkbare situatie.3 Van een onzorgvuldige voorbereiding is niet gebleken.

7. Eiseres heeft verder opgemerkt dat zij grote financiële belangen heeft bij verlening van de vergunning. Zij acht verder de impact op de omgeving niet onacceptabel. Bij een juiste weging van deze belangen had haar financiële belang de doorslag moeten geven. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Zoals eerder overwogen, verricht de rechtbank een afstandelijke toets. Nu gebleken is dat de gemeenteraad alle relevante belangen heeft meegewogen en heeft gemotiveerd waarom hij het belang van de negatieve impact op de omgeving zwaarder vindt wegen dan het belang van eiseres, is naar het oordeel van de rechtbank de belangenafweging evenredig geweest.

8. Gelet op het vorenstaande treffen de beroepsgronden van eiseres gericht tegen de weigering van de verklaring van geen bedenkingen geen doel.

Toetsing weigering door verweerder

9. Eiseres maakt bezwaren tegen het welstandsadvies. Zij heeft aangegeven dat de samenstelling van de welstandscommissie niet in overeenstemming is met de wet. Verder heeft zij een eigen welstandsadvies, opgesteld door het externe adviesbureau [adviesbureau 3] , overgelegd. De rechtbank stelt echter vast dat het welstandsadvies van Mooisticht, waar eiseres haar beroepsgronden tegen richt, door verweerder niet aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd. Verweerder heeft aangegeven dat hij ondanks dat negatieve welstandsadvies de vergunning kan verlenen. De beroepsgronden van eiseres, gericht tegen het welstandsadvies, hoeven onder deze omstandigheden geen bespreking. Ook het eigen welstandsadvies, dat eiseres heeft overgelegd vanwege haar bezwaren tegen het welstandsadvies van Mooisticht, behoeft daarom geen bespreking. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat hij de laatste reactie van Mooisticht, waarin wordt gereageerd op het rapport van [adviesbureau 3] , buiten beschouwing laat, nu deze reactie één dag voor de zitting is ingediend. De rechtbank acht het in strijd met een goede procesorde om dit stuk aan het dossier toe te voegen.

10. Eiseres heeft ten slotte gesteld dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel en dat er sprake is geweest van willekeur. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Verweerder heeft weliswaar in 2012 een vergunning verleend voor het plaatsen van een reclamemast op dezelfde locatie, maar deze heeft andere, kleinere afmetingen dan de door eiseres aangevraagde mast. Dat eiseres meerdere nagenoeg identieke reclamemasten exploiteert op vergelijkbare locaties als de geplande mast, maakt nog niet dat er strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Deze masten staan buiten de grenzen van de gemeente Baarn.

11. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van E. Sloots, griffier. De beslissing is uitgesproken op 30 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2016:921

2 ECLI:NL:RVS:2017:3003

3 ECLI:NL:RVS:2017:3003