Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5188

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
16/250196-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak primair ten late gelegde poging doodslag en subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling. Verdachte ontkent dat hij de keel van aangeefster heeft dichtgeknepen en bij aangeefster is geen letsel geconstateerd dat steun geeft aan haar verklaring dat verdachte langdurig en met kracht haar keel heeft dichtgeknepen. De wel door verdachte gepleegde handelingen bieden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat er een aanmerkelijke kans was dat de dood had kunnen intreden of zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan. Veroordeling voor mishandeling tot een taakstraf van 80 uur met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/250196-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 november 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1981] te Curaçao,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 november 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Goedegebuure en van hetgeen verdachte en mr. W.E.R. Geurts, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 16 oktober 2019 te Soesterberg heeft geprobeerd om [slachtoffer] van het leven te beroven doordat hij haar op de bank heeft geduwd, bovenop haar is gaan zitten, en vervolgens haar keel/nek heeft omklemd en/of haar neus en/of mond heeft dichtgeknepen.

subsidiair is bovenstaande gedraging ten laste gelegd als poging zware mishandeling en meer subsidiair als mishandeling.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.


4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevraagd om verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat sprake is van vrijwillige terugtred. De officier van justitie acht de meer subsidiair ten laste gelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat er een aanmerkelijke kans was dat de dood zou intreden of dat zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan. In de geneeskundige verklaring is niets opgenomen dat duidt op letsel door een eventuele poging tot verstikking, zoals bloedingen in de ogen of blauwe plekken in de nek. Ook verklaren zowel aangeefster als verdachte dat aangeefster tijdens het incident nog kon praten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak primair en subsidiair ten laste gelegde

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging doodslag en de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling.

Verdachte ontkent dat hij de keel van aangeefster heeft dichtgeknepen en bij aangeefster is geen letsel geconstateerd dat steun geeft aan haar verklaring dat verdachte langdurig en met kracht haar keel heeft dichtgeknepen. De wel door verdachte gepleegde handelingen bieden naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat er een aanmerkelijke kans was dat de dood had kunnen intreden of zwaar lichamelijk letsel kon ontstaan.

Bewijsmiddelen meer subsidiair ten laste gelegde

Verdachte heeft het meer subsidiair ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 november 2020;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 16 oktober 2020 genummerd PL0900-2019309269-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende de verklaring van aangeefster [slachtoffer] , doorgenummerde pagina’s 6 en 7;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster van 21 oktober 2019 genummerd PL0900-2019309269-6, opgemaakt door politie Midden-Nederland, houdende de aanvullende verklaring van aangeefster [slachtoffer] , doorgenummerde pagina’s 15 tot en met 18.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 16 oktober 2019 te Soesterberg, gemeente Soest, [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen in de hand te knijpen, terwijl die [slachtoffer] een telefoon vasthield en vervolgens op de bank te gooien en op die [slachtoffer] te zitten en vervolgens in de wangen/kaken althans het gezicht te knijpen en vervolgens/daarbij de neus en de mond van die [slachtoffer] dicht te knijpen

en dichtgeknepen te houden.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

mishandeling

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een taakstraf van 80 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zijn ex-vriendin mishandeld door haar met kracht op de bank te duwen, in haar hand te knijpen en met zijn hand haar mond en neus dicht te knijpen. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte boos was op aangeefster, omdat zij te laat thuis kwam terwijl hij in het huis van aangeefster op hun dochtertje aan het passen was en zij vervolgens niet met verdachte wilde praten terwijl hij daar wel behoefte aan had. Verdachte heeft op een volstrekt verkeerde manier gereageerd en heeft de controle over zichzelf verloren. Door zijn optreden heeft hij pijn, letsel en angst bij aangeefster teweeggebracht. Omdat verdachte de mond en de neus van aangeefster dichtkneep, had aangeefster het gevoel dat ze stikte. Dit moet voor aangeefster zeer beangstigend zijn geweest. Dat het incident plaatsvond in haar woning, waar op dat moment ook het kind van aangeefster en verdachte aanwezig was, maakt het voorval des te ernstiger.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 19 oktober 2020. Hieruit blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar niet is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een advies van Reclassering Nederland, opgemaakt op 30 juli 2020 door F. van der Groep. Uit het advies volgt, kort samengevat, dat verdachte sinds een aantal jaren last heeft van psychiatrische problematiek, waarbij hij psychotische episoden doormaakt. Hij wordt hiervoor begeleid door het FACT van GGZ Centraal en gebruikt medicatie. Een psychiater van GGZ Centraal heeft veroordeelde na onderhavig feit onderzocht en kwam tot de conclusie dat het feit niet is gepleegd in een psychose. Buiten de psychische problemen zijn er geen andere problemen vastgesteld. Verdachte ziet in dat hij verkeerd heeft gehandeld en naar aanleiding van het feit is hulpverlening op gang gekomen door het jeugdteam Soest in samenwerking met SaVe. Verdere interventies of bijzondere voorwaarden in het kader van een reclasseringstoezicht vindt de reclassering daarom niet nodig.

De straf

Voor het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank allereerst gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die strafrechters in Nederland hanteren. Voor een mishandeling met licht letsel is een geldboete het uitgangspunt. Nu sprake is geweest van huiselijk geweld is de rechtbank, in overeenstemming de LOVS oriëntatiepunten, van oordeel dat een geldboete niet passend is. De ernst van de mishandeling, de omstandigheden waaronder de mishandeling heeft plaatsgevonden, en het door de mishandeling veroorzaakte lichte letsel maken dat aan verdachte een forse taakstraf zal worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste taakstraf van 80 uur passend en geboden is. Een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden is gelet op het reclasseringsadvies niet nodig. Daarbij heeft de rechtbank ook meegewogen dat verdachte en aangeefster de situatie hebben uitgepraat en in vrijwillig kader hulp hebben gezocht.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 80 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. den Besten, voorzitter en mrs. O.P. van Tricht en A.A.T. Werner, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 november 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 oktober 2019 te Soesterberg, gemeente Soest

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer]

opzettelijk

van het leven te beroven,

immers heeft hij, verdachte, één of meermalen

op de bank gegooid/gedrukt en/of op die [slachtoffer] gezeten en/of

(vervolgens/daarbij) de nek/keel omklemd en/of

(vervolgens/daarbij) de neus en/of de mond van die [slachtoffer] dichtgeknepen en/of

dichtgeknepen gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 oktober 2019 te Soesterberg, gemeente Soest

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan [slachtoffer]

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

immers heeft hij, verdachte, één of meermalen

op de bank gegooid/gedrukt en/of op die [slachtoffer] gezeten en/of

(vervolgens/daarbij) de nek/keel omklemd en/of

(vervolgens/daarbij) de neus en/of de mond van die [slachtoffer] dichtgeknepen en/of

dichtgeknepen gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 oktober 2019 te Soesterberg, gemeente Soest

[slachtoffer] heeft mishandeld door één of meermalen

in de hand te knijpen, terwijl die [slachtoffer] een telefoon vasthield en/of

(vervolgens)

op de bank te gooien en/of te drukken en/of op die [slachtoffer] te zitten en/of

(vervolgens/daarbij) de nek/keel te omklemmen en/of

in de wangen/kaken, althans het gezicht te knijpen en/of

(vervolgens/daarbij) de neus en/of de mond van die [slachtoffer] dicht te knijpen

en/of dichtgeknepen te houden;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )