Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5158

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-11-2020
Datum publicatie
27-11-2020
Zaaknummer
16/706280-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is ten laste gelegd dat hij op verschillende tijdstippen in de periode van 4 februari 2017 tot en met 9 juni 2018 in Woerden een zestal vrouwen heeft aangerand. Naar aanleiding van de melding van een aangeefster op 13 mei 2018 kwamen in de politiesystemen meerdere meldingen naar voren van soortgelijke gebeurtenissen die eerder hadden plaatsgevonden. Op basis van de omschrijving van de auto en delen van het kenteken heeft de politie achterhaald dat de betreffende auto op naam van verdachte stond. Voorts heeft DNA-onderzoek uitgewezen dat op een spijkerboek van een van de aangeefster in de buurt van het kruis in een DNA-mengprofiel DNA van verdachte is aangetroffen. Omdat de modus operandi in vier van de zes zaken exact het zelfde was, heeft de rechtbank geoordeeld dat het verdachte moet zijn geweest die vier aangeefsters midden in de nacht de weg heeft gevraagd en hen hierbij heeft aangerand. Verdachte is niet ter terecht zitting verschenen, maar heeft bij monde van zijn advocaat iedere betrokkenheid ontkend. De officier van justitie achtte vijf van de zes feiten wettig en overtuigend bewezen en eiste een gevangenisstraf van 6 maanden onvoorwaardelijk. Omdat de rechtbank tot bewijs van vier van de zes feiten komt, verdachte nadien niet meer in beeld is bij politie en justitie en er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van 3 jaar passend en geboden is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/706280-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 november 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1984] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 juli 2020 en 13 november 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. H.J. Lambers en van hetgeen verdachte en mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [aangeefster 1] en advocaat mr. M.A.J. Kubatsch naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1:

op 4 februari 2017 te Woerden [aangeefster 2] heeft aangerand;

onder 2:

primair

op 20 oktober 2017 te Woerden [aangeefster 3] heeft aangerand;

subsidiair

op 20 oktober 2017 te Woerden schennis van de eerbaarheid heeft gepleegd op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd;

onder 3:

op 6 januari 2018 te Woerden [aangeefster 1] heeft aangerand;

onder 4:

op 11 maart 2018 te Woerden [aangeefster 4] heeft aangerand;

onder 5:

op 13 mei 2018 te Woerden [aangeefster 5] heeft aangerand;

onder 6:

op 9 juni 2018 te Woerden [aangeefster 6] heeft aangerand.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde. De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 3 tot en met feit 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit vrijspraak van het ten laste gelegde.

De raadsman voert daartoe aan dat de informatie die de aangeefsters hebben gegeven met betrekking tot het uiterlijk van de dader(s) en de auto(’s) op wezenlijke punten uiteenloopt en dat geen enkele aangeefster verdachte heeft herkend. Daarnaast is er met betrekking tot de modus operandi geen sprake van een specifiek patroon met typische elementen. Verder kan het DNA-onderzoek niet als bewijs worden gebruikt, nu er slechts sprake is van een mengprofiel, waarbij niet duidelijk is hoeveel DNA-kenmerken zijn waargenomen en in welke frequentie. Ten slotte kan niet worden vastgesteld dat het aangetroffen DNA-profiel een daderspoor betreft.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Verdachte is ten laste gelegd dat hij op verschillende tijdstippen in de periode van 4 februari 2017 tot en met 9 juni 2018 in Woerden een zestal vrouwen heeft aangerand. Naar aanleiding van de melding van aangeefster [aangeefster 5] op 13 mei 2018 kwamen in de politiesystemen meerdere meldingen naar voren van soortgelijke gebeurtenissen die eerder hadden plaatsgevonden. De rechtbank heeft op basis van het procesdossier onderzocht of verdachte de persoon is geweest die op één of meerdere van de ten laste gelegde pleegdata zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding.

4.3.2

Bewijsoverwegingen

Op basis van de hierna onder 4.3.4 opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Beoordeling feit 5

Op 13 mei 2018 fietste aangeefster [aangeefster 5] in de nacht in het centrum van Woerden. Zij werd aangesproken door de bestuurder van een auto van het merk BMW, die haar de weg vroeg naar de Jan Steenstraat. Terwijl zij haar telefoon pakte om de route op te zoeken, keerde de bestuurder zijn auto, waarna hij zich met de bestuurderszijde van zijn auto naast de aangeefster positioneerde. Nadat zij hem de route een aantal keren had uitgelegd, greep de bestuurder de aangeefster ineens bij haar kruis en reed hij weer weg.

De auto betrof een grijze BMW met een kenteken bestaande uit tekens [tekens] , waarvan drie letters in het midden stonden.

Op de broek van de aangeefster is een bemonstering afgenomen, waarop DNA-materiaal is aangetroffen. Dit betrof een DNA-mengprofiel dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte Uit DNA-onderzoek blijkt dat het circa 8 miljoen keer waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van aangeefster, verdachte en twee willekeurige onbekende personen dan dat de bemonstering DNA bevat van aangeefster en drie willekeurige onbekende personen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het DNA-onderzoek niets zegt over het aantal waargenomen DNA-kenmerken en de frequentie waarin deze voorkomen en dat er geen bewijswaarde berekend kan worden. De rechtbank overweegt dat de berekening van de bewijskracht gebaseerd wordt op het aantal waargenomen DNA-kenmerken en de frequentie hiervan. Dat dit niet is weergegeven in het rapport betekent niet dat er geen bewijskracht in het rapport weergegeven kan worden. De verdediging heeft geen verzoeken gedaan ten aanzien van de onderliggende berekeningen, en heeft ook overigens geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen ten aanzien van de berekening van de bewijskracht. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat de aanname dat het mengprofiel DNA van vier personen bevat niet nader is toegelicht, gelet op het feit dat elders in het rapport staat dat een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen is verkregen. De rechtbank overweegt dat het NFI bij de laatste berekening van de bewijskracht, mede naar aanleiding van de vragen die de verdediging had opgeworpen , is uitgegaan van de aanname dat de bemonstering het mengprofiel DNA van vier personen bevat. Zonder nadere toelichting van de verdediging - die evenwel ontbreekt - ziet de rechtbank niet in waarom deze laatste berekening van het NFI onjuist of anderszins onbruikbaar is. De rechtbank gaat in zoverre dan ook voorbij aan het verweer van de verdediging.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat verdachte woonachtig is in de omgeving van Woerden, hij heeft verklaard dat hij regelmatig in Woerden is omdat zijn ouders daar wonen, op meerdere momenten in Woerden aan jonge vrouwen ’s nachts de weg heeft gevraagd (waarvoor hij geen aannemelijke verklaring kan of heeft willen geven), en een grijze BMW bezit, waarvan het kenteken ( [kenteken] ) voor een groot deel overeenkomt met de tekens die de aangeefster heeft genoemd.

Gelet op deze overeenkomsten, alsmede het DNA-profiel dat op de broek van de aangeefster is aangetroffen, waarvoor verdachte evenmin een plausibele verklaring heeft gegeven - acht de rechtbank de bewijswaarde van het aangetroffen DNA-profiel van verdachte groot. Het feit dat de haarkleur van verdachte, zoals omschreven door de verbalisant, enigszins afwijkt van de haarkleur die de aangeefster heeft genoemd, is in dat verband niet van belang. Dit geldt ook voor het feit dat aangeefster verdachte niet heeft herkend bij een zogenoemde Foslo confrontatie. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft gepleegd.

Beoordeling feiten 3, 4 en 6

Ten aanzien van de onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde feiten geldt dat het dossier naast de verklaringen van de aangeefsters geen ondersteunende bewijsmiddelen uit een andere bron bevat. Als de feiten op zichzelf worden bekeken, zou er voor elk van de feiten dan ook onvoldoende wettig bewijs zijn om tot een veroordeling te komen. Eenzelfde modus operandi als bij een ander, soortgelijk strafbaar feit kan echter als steunbewijs dienen. De rechtbank overweegt tegen die achtergrond het volgende.

Wanneer gekeken wordt naar de verklaringen van de aangeefsters in de onderhavige zaken, ziet de rechtbank grote overeenkomsten met de reeds onder 5 bewezen verklaarde aanranding. Zo werden alle aangeefsters ’s nachts in het centrum van Woerden aangesproken, terwijl zij alleen en op de fiets waren. Ook waren alle aangeefsters rond de 20 jaar oud. Telkens kwam de dader aanrijden in een auto. Twee van de vier aangeefsters verklaren dat de dader reed in een grijze BMW, waarvan de rechtbank reeds heeft vastgesteld dat verdachte een dergelijke auto bezit. Vervolgens benaderde de dader hen en vroeg hij de weg. In drie van de vier gevallen vroeg hij naar de Johan de Wittlaan en gaf hij aan dat zijn telefoon leeg was. In alle gevallen positioneerde hij zijn auto zodanig dat hij met de bestuurderszijde van zijn auto dichtbij de aangeefsters kwam te staan. Terwijl de aangeefsters op hun telefoon keken, betastte hij hen bij hun schaamstreek en/of borsten. De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat er bij de onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde feiten sprake is van een modus operandi die op essentiële punten overeenkomt met de modus operandi die is gevolgd bij het onder 5 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij gehoorproblemen heeft aan een kant. Dit komt overeen met de verklaring van aangeefster [aangeefster 6] die aangaf dat de man die haar betastte had aangegeven dat hij doof was aan een oor. De rechtbank overweegt ten slotte dat het hoogst onwaarschijnlijk is te achten dat een ander persoon met een vergelijkbare auto in dezelfde (relatief korte) tijdsperiode, binnen een geografisch beperkt gebied de feiten waarvan de aangeefsters onafhankelijk van elkaar melding hebben gemaakt, heeft begaan.

De verschillen in signalementen van de dader en de beschrijvingen van de auto waarin de dader reed, zijn niet zodanig groot dat die afbreuk doen aan het oordeel van de rechtbank dat het gelet op de modus operandi dezelfde persoon de feiten heeft gepleegd.

Gelet op het voornoemde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook de onder 3, onder 4 en onder 6 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

4.3.3

Vrijspraak

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aan verdachte onder 1 en onder 2, primair en subsidiair ten laste gelegde feiten dat de gedragingen zoals verklaard door aangeefsters [aangeefster 2] en [aangeefster 3] op essentiële punten afwijken van de modus operandi zoals omschreven onder paragraaf 4.3.2. Daarnaast is niet vast te stellen dat verdachte op de door de aangeefsters genoemde data de door hen genoemde auto’s bezat.

De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de onder 1 en onder 2, primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

4.3.4

Bewijsmiddelen 1

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] staat onder meer het volgende:

Op zondag 13 mei 2018 (…) omstreeks 02:55 uur hoorde ik dat collega’s door het OC naar de Chrysantstraat te Woerden werden gestuurd.

Aldaar ging ik in gesprek met [aangeefster 5] . Zij vertelde mij dat zij aangerand was (…).

Ik vroeg haar wat er gebeurd was en ik hoorde dat zij mij (…) het volgende vertelde:

(…) Toen het verkeerslicht groen werd, reed ik rechtdoor naar de Chrysantstraat.

Toen de auto naast mij reed, zei de bestuurder (enige inzittende) dat hij niet uit Woerden kwam en vroeg of ik hem kon vertellen hoe hij naar de Jan Steenstraat moest rijden. Ik stopte met mijn fiets, zodat ik mijn telefoon kon pakken voor de route. Ik zag dat de auto keerde en met de bestuurderskant naast mij stilstond.

Dit deed hij, omdat hij met me mee wilde kijken op mijn telefoon zei hij. Nadat ik hem ongeveer 3 a 4 keer de route had uitgelegd, zag ik ineens dat er een hand uit het autoraam naar buiten kwam. Voordat ik het wist, zag en voelde ik dat de bestuurder mij met kracht vol van onder in mijn kruis greep.

De auto kan ik als volgt omschrijven:

- Een BMW

- Grijs van kleur

- Lage auto.2

Aangeefster [aangeefster 5] heeft onder meer het volgende verklaard:

A: Een lichtgrijze BMW. (…) Het was een vijfdeurs. Ik zat heel erg naar het nummerbord te kijken toen het gebeurde.

V: Wat kun je herinneren van het kenteken?

A: (…) Ik heb het hardop genoemd, cijfers en letters. (…) Een 8 of een 2 of een 6 en een B. Hij had sowieso 3 letters in het midden.

A: Het was echt tussen mijn benen.

A: (…) Ik voelde zijn hand op mijn vagina. Dit was op mijn broek.3

V: Met zijn hele hand?

A: Ja.

V: In hoeverre is deze spijkerbroek die avond/nacht door anderen aangeraakt?

A: Niet.4

In een NFI-rapport DNA-onderzoek staat onder meer het volgende:

Broek AALU4250NL

Uit de informatie in de aanvraag onderzoek van de politie blijkt dat het slachtoffer bij haar kruis zou zijn gegrepen. Daarom is de buitenkant van het kruis van de broek bemonsterd (…). De bemonstering is als AALU4250NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek.5

Van het referentiemateriaal van slachtoffer [aangeefster 5] RASE1058NL is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel en het DNA-profiel van verdachte [verdachte] RABQ3866NL zijn vergeleken met het DNA-profiel van bemonstering AALU4250NL#01. Van het DNA in bemonstering AALU4250NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen verkregen. Het DNA-profiel van verdachte [verdachte] komt overeen met DNA-mengprofiel AALU4250NL#01.

Ten behoeve van het berekenen van de bewijskracht (…) van de overeenkomsten tussen het DNA-profiel van verdachte [verdachte] RABQ3866NL en DNA-mengprofiel AALU4250NL#01 zijn de volgende aannames gedaan:

- bemonstering AALU4250NL#01 bevat DNA van vier personen;

- slachtoffer [aangeefster 5] is één van de donoren van het DNA in deze bemonstering;

- de personen in dit mengsel zijn niet onderling verwant.

Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:

Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van slachtoffer [aangeefster 5] , verdachte [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen;

Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van slachtoffer [aangeefster 5] en drie willekeurige onbekende personen.

Het verkregen DNA-mengprofiel AALU4250NL#01 is circa 8 miljoen keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.6

Getuige [getuige 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

A: Ik zag aan de andere kant van de weg een auto staan. (…) Tegenovergesteld van de rijrichting. Aan haar gebaren zag ik dat zij een richting aangaf. Alsof ze de weg wees. Het voelde gewoon niet goed.

V: Wat voelde er niet goed?

A: Het was een vrij moderne auto. Er zat sowieso navigatie in die auto en anders heb je dat sowieso op je telefoon. Dat meisje fietste alleen.

V: U zei net iets over het tijdstip van de melding.

A: Ja, ik denk dat ik het op 24 juni 2018 om 02.25 uur heb gezien.

V: Wat kunt u vertellen over de auto?

A: De eerste vier cijfers had ik onthouden dat was [kenteken] . De kleur was grijs blauw of zilver grijs. (…) Ik zag niet het teken van Audi of BMW maar daar leek het wel op.7

In het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] staat onder meer het volgende:

Op zondag 1 juli 2018 (…) omstreeks 01:00 uur zijn wij wederom door de Graaf Adolfstraat in Nieuwerbrug aan den Rijn gereden. Ik zag ineens een grijze BMW in een parkeervak staan. Ik zag dat het een grijze BMW station model was voorzien van het kenteken [kenteken] . (…) Ik hoorde collega [verbalisant 3] zeggen dat het voertuig op naam stond van Athlon Car Lease Nederland B.V. (…) Ik zag dat de BMW geparkeerd stond recht tegenover perceelnummer 18.8

In het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] staat onder meer het volgende:

Op 03 juli 2018 om 10:09 uur werden bij: Athlon Car Lease (…) de gegevens gevorderd van de gebruiker van het voertuig [kenteken] , merk BMW, type 320 ED.

Op 03 juli 2018 om 12:44 uur ontving ik van de afdeling centrale diensten van Athlon de volgende mail:

(…)

Zie onderstaande NAW gegevens van de berijder

Naam: [verdachte]

Adres: [adres]

Woonplaats: [woonplaats]

(…)

Op 06 juli 2018 om 09:24 uur ontving ik van de afdeling centrale diensten van Athlon de volgende mail:9

(…)

Volgens onze administratie is de heer [verdachte] sinds 01/01/2018 de leaserijder van dit voertuig.10

In het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] staat onder meer het volgende:

Op dinsdag 10 juli 2018 omstreeks 23:58 uur reed ik (…) te Woerden, gaande in de richting van de Barwoutswaarder. Ter hoogte van het Texaco tankstation, zag ik een grijze BMW stationwagen rijden. (…) Ik zag dat het Nederlandse kenteken van de grijze BMW stationwagen [kenteken] was.

Bij controle van het voertuig bleek de bestuurder te zijn:

[verdachte] ,

[1984] te [geboorteplaats] ,

[adres] , [woonplaats] .

In het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] staat onder meer het volgende:

Op woensdag 11 juli 2018 was ik (…) in de gemeente Woerden.

Het voertuig betreft een BMW station en is voorzien van het kenteken [kenteken] .

Aanrijdend naar de Haven kwam ik de BMW tegen op de Oostdam (…). Ik zag op de Chrysantstraat net voor de kruising met de Boerendijk en de Iepenlaan een vrouw fietsen. Ik kreeg sterk het vermoeden dat hij deze vrouw zou gaan aanspreken. (…) Ik zag vervolgens in mijn binnenspiegel dat de BMW daadwerkelijk rechtdoor reed achter de vrouw aan.11

Ik zag vervolgens dat de BMW vermoedelijk gekeerd was en met zijn koplampen in mijn richting scheen. (…) Ik zag dat naast het voertuig de vrouw stilstond en dat zij met de bestuurder van de BMW door het portierraam in gesprek was.

Ik zag dat de vrouw genaamd was:

[getuige 2]

(…)

Ik hoorde [getuige 2] verklaren:

“(…) Ik werd vervolgens op de Iepenlaan door een man in een BMW aangesproken die vroeg of ik de Jan nog wat straat in de buurt van Victoria wist te vinden”.12

Aangeefster [aangeefster 4] heeft onder meer het volgende verklaard:

Feit: Aanranding

Plaats delict: Chrysantstraat, 3442 AS Woerden.

Zij deed aangifte en verklaarde het volgende over het (…) incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, op zondag 11 maart 2018 te 04:15 uur.13

A: Rond 4 uur in de ochtend kwamen we aan met de bus in Woerden. (…) Ik fietste over de brug heen. (…) Ik denk twee minuten later, reed er een zilvergrijze BMW langs mij. (…) Hij vroeg waar de Johan de Witlaan is. Eerst de Boerendijk vroeg hij. Maar die wist ik gelijk te beantwoorden. En toen vroeg hij om de Johan de Witlaan. Ik zei dat ik geen flauw idee had, maar dat ik het wel op kon zoeken op Google Maps. (…) Hij zei dat hij de auto langs de weg zou zetten (…). Toen stapte hij uit. (…) Ik zag toen langs mijn telefoon dat hij met zijn penis uit zijn broek stond. (…) Hij probeerde mij bij mijn borsten te grijpen.14

A: (…) Hij zei ook dat zijn telefoon halverwege uitgevallen was en dat hij geen oplader had.

A: Hij stak zijn handen vooruit. Eerst stonden we naast elkaar, maar toen ik zijn penis zag, was ik iets gedraaid met mijn lichaam naar hem toe, omdat ik mij ongemakkelijk voelde. Toen deed hij met zijn armen gestrekt vooruit mij bij mijn borsten te pakken. Hij raakte mijn borsten aan op mijn trui.

V: Hoe weet je dat hij jouw borsten wilde pakken?15

A: Omdat hij mijn borsten ook aanraakte.

V: Ik denk dat het een nieuwere BMW was. (…) Het was een vijfdeurs auto, een stationmodel.16

Aangeefster [aangeefster 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

A: Ik ben naar huis gefietst omstreeks 02:00 uur op zaterdagochtend. Op de Vosseschanselaan kwam er een witte personenauto naast mij rijden. Hij vroeg mij de weg. Hij vroeg naar de Johan de Wittlaan. (…) Hij kwam weer terugrijden. Hij vroeg of ik op Google Maps wilde kijken omdat zijn telefoon leeg was. Ik tikte de straat op Google Maps in. (…) Ik stond aan de bestuurderskant. Hij zat met zijn elleboog op de opening van het raam. Daarna met zijn hand op de opening van het raam. Daarna met zijn arm naar buiten. (…) Ik keek naar beneden en toen zag ik zijn hand bij mijn schaamstreek.

V: Wanneer is dit gepleegd?

A: 06 januari 2018 omstreeks 02:00 uur.17

A: (…) Dit alles is in Woerden.

A: (…) Vervolgens voelde ik een aantal keer een druk of een kracht bij mijn schaamstreek. Het was niet echt op mijn schaamlippen, maar een beetje ernaast.

A: (…) Het gebeurde meerdere keren, het was kort en hard.18

Aangeefster [aangeefster 6] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik fietste tussen de Volksuniversiteit en de rotonde ter hoogte van de basisschool. Er kwam een auto langs mij. (…) Hij vroeg me naar de weg. Hij keerde de auto om. Zodat hij met de bestuurderskant aan mijn kant van de weg zat. (…) Hij zei dat hij dat deed omdat hij aan zijn andere oor doof was. Toen vroeg hij naar de [adres] . (…) Hij zei dat zijn telefoon leeg was. (…) Ik voelde dat hij langs mijn kruis ging en vervolgens in mijn borsten kneep.

V: Wanneer is het gebeurd?

A: 9 juni 2018 omstreeks 02:15 uur.19

A: Hij sprak mij aan enkele meters voor de school De Keerkring.20

V: Wat kan je vertellen over de auto van de man?

A: In ieder geval een 5 deurs en geen Golf. (…) Ik denk dat hij vrij nieuw was (…). Het is ergens tussen een stationwagen en een kleinere auto.

A: Ik voelde dat zijn hand tegen mijn kruis aanduwde en zo naar boven en vervolgens kneep hij in mijn linker borst. Dit deed hij met zijn linkerhand.21

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris onder meer het volgende verklaard:

Ik heb een virus gehad en door dat virus is er iets beschadigd geraakt in mijn oor. (…) Er valt een stukje gehoor weg.22

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

onder 3:

op 6 januari 2018 te Woerden, door feitelijkheden [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, hebbende verdachte

– die [aangeefster 1] met zijn hand bij haar schaamstreek betast/aangeraakt

en bestaande die feitelijkheden hierin dat

– hij, verdachte, met zijn auto naast haar is gaan rijden en vervolgens is gestopt en

– nadat hij haar de weg had gevraagd en zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had onverhoeds die [aangeefster 1] met zijn hand bij haar schaamstreek heeft betast/aangeraakt;

onder 4:

op 11 maart 2018 te Woerden, door feitelijkheden [aangeefster 4] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, hebbende/zijnde verdachte

– met zijn ontblote penis uit de auto gestapt en aftrekkende bewegingen gemaakt en

– vervolgens die [aangeefster 4] met zijn handen bij/aan haar borsten betast/aangeraakt

en bestaande die feitelijkheden hierin dat

– hij, verdachte met zijn auto naast haar is gaan rijden en vervolgens is gestopt en uitgestapt en

– nadat hij haar de weg had gevraagd en zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had onverhoeds die [aangeefster 4] met zijn handen bij/aan haar borsten heeft betast/aangeraakt;

onder 5:

op 13 mei 2018 te Woerden, door feitelijkheden [aangeefster 5] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, hebbende verdachte

– die [aangeefster 5] met zijn hand bij haar kruis gegrepen,

en bestaande die feitelijkheden hierin dat

– hij, verdachte, haar met zijn auto tegemoet is gereden en vervolgens achter haar aan is gereden en naast haar is gaan rijden en vervolgens is gestopt en

– nadat hij haar de weg had gevraagd en zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had onverhoeds die [aangeefster 5] met zijn hand bij haar kruis heeft gegrepen;

onder 6:

op 9 juni 2018 te Woerden, door feitelijkheden [aangeefster 6] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, hebbende verdachte

– zich met zijn, verdachtes, handen bij het kruis betast/aangeraakt en

– vervolgens die [aangeefster 6] met zijn hand bij haar kruis aangeraakt en in haar borst geknepen

en bestaande die feitelijkheden hierin dat

– hij, verdachte, met zijn auto naast die [aangeefster 6] is gaan rijden en vervolgens is gestopt en

– nadat hij haar de weg had gevraagd en zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had onverhoeds zich met zijn, verdachtes, handen bij het kruis heeft betast/aangeraakt en

– vervolgens onverhoeds die [aangeefster 6] met zijn hand bij haar kruis heeft aangeraakt en in haar borst heeft geknepen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 3, feit 4, feit 5 en feit 6:

telkens: feitelijke aanranding van de eerbaarheid

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden en schending van de redelijke termijn. De verdediging verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich op verschillende tijdstippen in een periode van ongeveer 5 maanden schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, waarbij het in totaal gaat om vier aanrandingen, allen gepleegd in de nacht in Woerden. Verdachte heeft telkens jonge vrouwen – in de leeftijd variërend van 17 tot 24 jaar – benaderd en door middel van een op het eerste oog onschuldig verzoek geprobeerd dichtbij hen te komen om hen vervolgens onverhoeds te betasten. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel van deze vrouwen en een bedreigende situatie voor hen doen ontstaan, nu zij midden in de nacht alleen waren met verdachte en zij niet wisten wat verdachte van plan was.

Verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en in geen rekening gehouden met de gevoelens van de aangeefsters. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten nog geruime tijd kunnen lijden onder de gevolgen van hetgeen hen is aangedaan en gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ontstaan bij anderen. Het handelen van verdachte heeft dan ook maatschappelijke beroering veroorzaakt in Woerden en omgeving. Met name het korte tijdsbestek, het beperkte geografische gebied waarin en het tijdstip waarop de delicten zijn gepleegd, spelen daarbij een rol.

Persoon van verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 juni 2020 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank weegt dit niet in strafverzwarende, noch in strafmatigende zin mee.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een psychologisch Pro Justitia onderzoek van 28 september 2018, opgemaakt door A. van der Donk, psycholoog. Hieruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Op grond van de informatie die verdachte heeft willen delen, komen geen aanwijzingen naar voren die wijzen op het bestaan van ongewenst seksueel gedrag of een seksuele deviantie. Echter, op basis van de gesprekken en de zelfrapportage vragenlijsten is het beeld ontstaan dat verdachte heeft getracht zichzelf in een positief daglicht te stellen. Mogelijk heeft hij ook ten aanzien van zijn seksualiteitsbeleving een positief beeld willen schetsen, waardoor seksuele pathologie niet kan worden uitgesloten. Door de ontkennende houding van verdachte is het niet mogelijk te komen tot een uitspraak betreffende de toerekeningsvatbaarheid of het recidiverisico.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van rapporten van Reclassering Nederland van 1 februari 2019 en 16 juli 2020, opgemaakt door I.J.J. van Kwaspen, reclasseringswerker. De reclassering beschrijft in aanvulling op het psychologisch onderzoek dat de kans op onttrekking aan voorwaarden laag wordt ingeschat, omdat er geen omstandigheden zijn waardoor verdachte zich niet aan de voorwaarden zou kunnen houden, maar dat daarbij wel opgemerkt dient te worden dat zijn motivatie tot gedragsverandering laag is en dat hij, gelet op zijn ontkennende houding, geen noodzaak ziet voor behandeling of begeleiding. Voor het overige heeft verdachte inmiddels weer werk en is hij bezig om zijn toekomst weer op te bouwen. De reclassering adviseert dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Strafoplegging

De rechtbank is, gelet op hetgeen is overwogen met betrekking tot de ernst van de feiten, van oordeel dat in de onderhavige zaak niet kan worden volstaan met een andere straf dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast overweegt de rechtbank dat er geen reden is om aan te nemen dat verdachte zou zijn opgehouden met zijn strafbare gedragingen, als hij niet was aangehouden.

In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte sindsdien niet meer in aanraking is gekomen met justitie, en hetgeen is overwogen met betrekking tot de persoon van verdachte. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met een periode van 4 maanden.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. De rechtbank is, gelet op de aard van de feiten in combinatie met het feit dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en hetgeen de deskundigen hebben verklaard over de sociaal wenselijke houding van verdachte waardoor er geen adequate behandeling mogelijk wordt geacht, van oordeel dat een proeftijd van 3 jaren noodzakelijk is om het recidiverisico laag te houden.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank acht geen gronden meer aanwezig voor voortzetting van de voorlopige hechtenis en zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis daarom opheffen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[aangeefster 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 330,63. Dit bedrag bestaat uit € 30,63 materiële schade en € 300,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen, te verhogen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt primair de rechtbank, gelet op de bepleite vrijspraak, de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen en de vordering van de benadeelde partij vast komen te staan dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen. De rechtbank is van oordeel dat de schade geheel toewijsbaar is en begroot deze schade op een totaalbedrag aan materiële schade van € 30,63. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de materiële schade tot dit bedrag toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is tevens op grond van de bewijsmiddelen en de vordering van de benadeelde partij vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. Naar het oordeel van de rechtbank is genoegzaam aangetoond dat sprake is geweest van een zodanige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij dat haar immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 300,-.

De rechtbank zal de vordering voor een totaalbedrag van € 330,63 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 6 januari 2018 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank, gelet op artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering ten behoeve van [aangeefster 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 330,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 6 dagen gijzeling.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [aangeefster 1] toe tot een bedrag van € 330,63;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangeefster 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2018 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1] aan de Staat

€ 330,63 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet-betaling aan te vullen met 6 dagen gijzeling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mrs. Y.M. Vanwersch en I.G.C. Bij de Vaate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 november 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

ZAAK 6

hij op of omstreeks 4 februari 2017 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

– zich met zijn, verdachtes, hand(en) bij de ontblote penis betast/aangeraakt en/of aftrekkende bewegingen gemaakt en/of

– die [aangeefster 2] met zijn hand bij haar been betast/aangeraakt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

– met zijn auto naast haar is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of haar de weg heeft gevraagd en/of

– onverhoeds zich met zijn, verdachtes, hand(en) bij de ontblote penis heeft betast/aangeraak en/of aftrekkende bewegingen heeft gemaakt en/of

– haar (daarbij) heeft gevraagd of zij voor 50 Euro haar borsten wilde laten zien of hem wilde aftrekken voor 100 Euro, althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

– onverhoeds met zijn hand haar been heeft aangeraakt/betast en/of haar vest en/of (linkerbeen) heeft vastgepakt en/of

– haar met de auto heeft achtervolgd en/of (daarbij) naar haar heeft geroepen of ze echt niet wilde, althans woorden van gelijke aard of strekking;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

2.

ZAAK 5

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

– zijn ontblote onderlichaam en/of erecte penis aan die [aangeefster 3] getoond,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

– met zijn auto naast haar is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of haar de weg heeft gevraagd en/of

– (even later) haar tegemoet is gereden en/of is gestopt en/of onverhoeds uit de auto is gestapt met een ontbloot onderlichaam en/of erecte penis en/of op haar af is gelopen en/of

– haar (daarbij) heeft gevraagd of ze er aan wilde zitten, althans woorden van gelijke aard of strekking;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

subsidiair

hij op of omstreeks 20 oktober 2017 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten de Polderbaan, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

art. 239 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

ZAAK 3

hij op of omstreeks 6 januari 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

– die [aangeefster 1] met zijn hand bij haar schaamstreek betast/aangeraakt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

– hij, verdachte, met zijn auto naast haar is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of

– (nadat hij haar de weg had gevraagd en/of zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had) onverhoeds die [aangeefster 1] met zijn hand bij haar schaamstreek heeft betast/aangeraakt;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

4.

ZAAK 2

hij op of omstreeks 11 maart 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende/zijnde verdachte

– met zijn ontblote penis uit de auto gestapt en/of aftrekkende bewegingen gemaakt en/of

– (vervolgens) die [aangeefster 4] met zijn hand(en) bij/aan haar borst(en) betast/aangeraakt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

– hij, verdachte met zijn auto naast haar is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of uitgestapt en/of

– (nadat hij haar de weg had gevraagd en/of zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had) onverhoeds die [aangeefster 4] met zijn hand(en) bij/aan haar borst(en) heeft betast/aangeraakt;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

5.

ZAAK 1

hij op of omstreeks 13 mei 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 5] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

– die [aangeefster 5] met zijn hand in/bij haar kruis gegrepen, althans aangeraakt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

– hij, verdachte, haar met zijn auto tegemoet is gereden en/of (vervolgens) achter haar aan is gereden en/of naast haar is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of

– (nadat hij haar de weg had gevraagd en/of zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had) onverhoeds die [aangeefster 5] met zijn hand in/bij haar kruis heeft gegrepen, althans aangeraakt;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

6.

ZAAK 4

hij op of omstreeks 9 juni 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 6] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

– zich met zijn, verdachtes, hand(en) bij het kruis betast/aangeraakt en/of

– (vervolgens) die [aangeefster 6] met zijn hand in/bij haar kruis aangeraakt en/of in/bij haar borst(en) geknepen, althans aangeraakt,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat

– hij, verdachte, met zijn auto naast die [aangeefster 6] is gaan rijden en/of (vervolgens) is gestopt en/of

– (nadat hij haar de weg had gevraagd en/of zij daarvoor haar mobiele telefoon in haar hand had) onverhoeds zich met zijn, verdachtes, hand(en) bij het kruis heeft betast/aangeraakt en/of

– (vervolgens) onverhoeds die [aangeefster 6] met zijn hand in/bij haar kruis heeft aangeraakt en/of in/bij haar borst(en) heeft geknepen, althans aangeraakt;

art. 246 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 9 februari 2019, genummerd 2018134338, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 245. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 192.

3 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 5] , pagina 196.

4 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 5] , pagina 197.

5 Een geschrift, inhoudende een herzien rapport DNA-onderzoek van het NFI van 28 augustus 2020, pagina 1.

6 Een geschrift, inhoudende een herzien rapport DNA-onderzoek van het NFI van 28 augustus 2020, pagina 2.

7 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina’s 75 en 76.

8 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 53.

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 55.

10 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 71.

12 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 72.

13 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 4] , pagina 209.

14 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 4] , pagina 210.

15 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 4] , pagina 211.

16 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 4] , pagina 212.

17 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , pagina 215.

18 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , pagina 217.

19 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 6] , pagina 220.

20 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 6] , pagina 221.

21 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 6] , pagina 222.

22 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 26 juli 2018, pagina 1.