Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:512

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
C/16/495946 / FL RK 20-138
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

beroepschrift tegen crisismaatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0076
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Lelystad


zaak/rekestnr.: C/16/495946 / FL RK 20-138

Beroep tegen een crisismaatregel

Beschikking van 13 februari 2020 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.W. Veldhuijsen te Bussum.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

de behandelaar van betrokkene,

de burgemeester van de gemeente Hilversum.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 januari 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Hilversum op 15 januari 2020 jegens haar opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel d.d. 15 januari 2020;

- de medische verklaring d.d. 15 januari 2020;

- het episode journaal van Khonraad.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft gelijktijdig met het andere beroepschrift van betrokkene (zaaknummer C/16/495660 / FL RK 20-110) plaatsgevonden op 29 januari 2020, in het gebouw van de rechtbank te Lelystad.

1.3

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. M.W. Veldhuijsen,

- de zus en moeder van betrokkene,

- de heer [A] ( [.] ) namens de gemeente Hilversum,

- mevrouw [B] ( [.] ) namens de gemeente Gooise Meren,

- de heer [C] ( [..] ) namens GGZ Centraal.

2 Het beroep

2.1.

Betrokkene heeft op 21 januari 2020 beroep ingediend tegen de door de burgemeester verleende crisismaatregel. Betrokkene heeft verzocht haar beroep gegrond te verklaren en de burgemeester van de gemeente Hilversum te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3 De gronden waarop het beroep rust

3.1.

Het beroep van betrokkene is gebaseerd op een tweetal gronden, die hierna verder worden uitgelegd.

3.2.

Als eerste grond wordt – kort gezegd – aangevoerd dat de onbevoegde burgemeester op 14 januari 2020 een besluit tot het afgeven van een crisismaatregel heeft genomen (het andere beroepschrift van betrokkene, bekend onder zaaknummer C/16/495660 / FL RK 20-110 richt zich onder andere hiertegen). Betrokkene verbleef ten tijde van de daarop volgende crisismaatregel van 15 januari 2020 al in de [organisatie 1] en is niet gehoord door de burgemeester. Zij was wel bereikbaar op het telefoonnummer van GGZ. Het besluit van de burgemeester had uitgesteld kunnen worden totdat betrokkene was geoord, want er was geen sprake van een acute spoedeisende situatie.

3.3.

Als tweede grond wordt aangevoerd dat betrokkene bereid was om vrijwillig mee te werken. Zij wilde de zorg vrijwillig accepteren en toonde geen verzet tegen de opname. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is op deze grond op 20 januari 2020 afgewezen.

4 De standpunten ter zitting

4.1.

Als verdere onderbouwing voor het beroepschrift is door en namens betrokkene ter zitting nog het volgende aangevuld. Betrokkene was ten tijde van de crisismaatregel al opgenomen in de [organisatie 1] te [plaatsnaam] . Het nummer van de afdeling is aangegeven in Khonraad, maar er is niet gebeld. Het verslag van het horen is onvoldoende. Daar staat alleen in dat het ondanks meerdere pogingen niet gelukt is om betrokkene te horen. Er is uit het verslag niet af te leiden wanneer er pogingen zijn ondernomen en op welk telefoonnummer is geprobeerd om betrokkene te bellen. Het hoorverslag moet meer inhoudelijk weergeven wat er is gebeurd. Het doel van de wetgever is om betrokkene te horen. Als zij was gehoord had betrokkene kunnen aangeven dat zij vrijwillig wilde blijven en dan had de burgemeester nadere uitleg kunnen vragen aan GGZ omtrent de vrijwilligheid. Dat het horen van betrokkene wordt uitgevoerd door een extern bedrijf ( [organisatie 2] ) ontslaat de burgemeester niet van zijn verplichting. Betrokkene heeft ter zitting nog aangevuld dat zij open stond voor een vrijwillig verblijf. Betrokkene had de hulpverlening ook aanvaard zonder dwangkader.

4.2.

Namens de gemeente Hilversum is ter zitting aangegeven dat er pogingen zijn ondernomen om betrokkene te horen maar dat dit niet is gelukt. Dit blijkt ook uit het hoorverslag van [organisatie 2] van 15 januari 2020. De burgemeester mag ervan uitgaan dat het verslag van [organisatie 2] juist is. Op basis van de informatie die op dat moment voorhanden is wordt de beslissing genomen door de burgemeester. Ten aanzien van de vrijwilligheid wordt overwogen dat uit de medische verklaring is gebleken dat er sprake is van verzet. De crisismaatregel was op dat moment noodzakelijk.

4.3.

Namens GGZ Centraal is naar voren gebracht dat de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld het telefoonnummer van de afdeling waar betrokkene verbleef heeft genoteerd in Khonraad. Daarop is, zoals blijkt uit navraag op de betreffende afdeling, niet gebeld. Ook is niet aangegeven dat betrokkene niet bereid was om gehoord te worden of dat dit niet mogelijk was.

5 Beoordeling

5.1

ten aanzien van beroepsgrond I en II

De beroepsgronden richten zich tegen het ten onrechte niet horen van betrokkene door de burgemeester en het feit dat zij daardoor niet kon aangeven dat zij wel vrijwillig wilde blijven. De rechtbank ziet aanleiding om de twee beroepsgronden samen te bespreken. De rechtbank stelt vast dat er een discrepantie is tussen het standpunt van betrokkene en de GGZ-instelling enerzijds en dat van de gemeente anderzijds. Bij de beslissing tot het verlenen van een crisismaatregel is het uitgangspunt van de wet dat de burgemeester de betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid dient te stellen om te worden gehoord. Het uitbesteden van dit horen aan een externe partij ontslaat de burgemeester niet van zijn verplichting om het hoorproces zo in te richten of te doen inrichten dat hij een zo goed mogelijk beeld krijgt van de wens van de betrokkene om te worden gehoord en – als betrokkene wenst te worden gehoord – wat dan het standpunt van betrokkene is. Het gaat om een ingrijpende maatregel, namelijk gedwongen zorg waar vrijheidsbeneming onderdeel van uitmaakt, waardoor de burgemeester een goede belangenafweging moet kunnen maken. Het overgelegde verslag van [organisatie 2] is daartoe ontoereikend. Uit dit verslag blijkt bijvoorbeeld niet door wie is geprobeerd te bellen en op welk telefoonnummer. Het verslag bestaat enkel uit de constatering dat het, ondanks meerdere pogingen, niet gelukt is om betrokkene te horen. De rechtbank acht het enkele verslag van [organisatie 2] onvoldoende om vast te stellen wat het standpunt van betrokkene is, zeker nu door de GGZ instelling is gesteld dat er juist bij het horen bij deze betrokkene eerder iets was misgegaan waarna extra inspanningen zijn gepleegd om het juiste nummer in Khonraad te noteren.

De burgemeester heeft hierdoor onvoldoende kunnen komen tot een goede belangenafweging. Dit maakt ook dat de burgemeester onvoldoende in staat is geweest om het kennelijke standpunt van betrokkene (dat zij ten tijde van de crisismaatregel bereid was om de zorg in het vrijwillig kader te accepteren) te vernemen. De burgemeester heeft het standpunt van betrokkene daardoor ten onrechte niet kunnen meewegen in zijn beslissing om ten aanzien van haar een crisismaatregel te nemen.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat daar nog bijkomt dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel juist vanwege de bereidheid van betrokkene om de zorg vrijwillig te accepteren is afgewezen op 20 januari 2020.

5.2.

De rechtbank is op grond van hetgeen hiervoor onder 5.1. is overwogen van oordeel dat de wettelijke bepalingen bij het afgeven van de crisismaatregel onvoldoende in acht zijn genomen. Het beroep van betrokkene zal dan ook gegrond worden verklaard.

5.3.

Ten aanzien van de verzochte proceskosten veroordeling overweegt de rechtbank als volgt. Betrokkene is voor het indienen van haar beroepschrift geen griffierecht verschuldigd en haar advocaat is door de rechtbank toegevoegd. Van overige kosten is niet gebleken. De rechtbank zal het verzoek tot vergoeding van de proceskosten dan ook afwijzen.

6 Beslissing

6.1.

De rechtbank:

6.2.

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 15 januari 2020 gegrond;

6.3.

wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.

Deze beschikking is gegeven op 13 februari 2020 door mr. K.G. van de Streek, rechter, bijgestaan door D. van Garderen als griffier en in het openbaar uitgesproken op

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.