Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5116

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
16-09-2021
Zaaknummer
UTR - 20 _ 1102
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AVG verwijderingsverzoek. Verweerder verwerkingsverantwoordelijk, verwerking gegevens rechtmatig. Beroep gegrond vanwege motiveringsgebrek, rechtsgevolgen in stand gelaten. Verzoek om schadevergoeding en stellen prejudiciële vragen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/1102

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te ‘s [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder

(gemachtigde: M. Rozeboom).

Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om verwijdering van zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) afgewezen.

Bij brief van 8 oktober 2019 heeft verweerder het verzoek van eiser om schadevergoeding afgewezen.

Bij besluit van 13 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser (tegen het primaire besluit) ongegrond verklaard.

Bij besluit van 19 februari 2020 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de brief van 8 oktober 2019 niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2020. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Op 17 juli 2019 heeft eiser aan verweerder een verzoek gedaan tot verwijdering van persoonsgegevens van hem die door verweerder zijn verwerkt op het forum van [Naam forum] (hierna: [Naam forum] ) en in e-mails gericht aan andere bestuursorganen op grond van artikel 17 van de AVG.1 In dit verzoek heeft hij tevens verzocht om vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig verwerken van zijn gegevens, op grond van artikel 82 van de AVG, ter hoogte van € 3.000,-.

2. Verweerder heeft het verzoek om verwijdering afgewezen bij het primaire besluit, omdat eisers persoonsgegevens al van het [Naam forum] zijn verwijderd door de [Naam forum] en omdat er per e-mail geen persoonsgegevens van hem zijn verwerkt. Eisers verzoek om schadevergoeding heeft verweerder bij afzonderlijke brief van 8 oktober 2019 afgewezen, omdat het verzoek volgens verweerder onvoldoende was onderbouwd.

3. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, omdat zijn persoonsgegevens volgens hem nog op een back-up van het [Naam forum] staan. Daarvan wil hij zijn gegevens ook verwijderd hebben. Op 8 november 2019 heeft hij verweerder medegedeeld dat zijn bezwaren mede zijn gericht tegen de brief van 8 oktober 2019. Verweerder heeft vervolgens bij het bestreden besluit eisers bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard, met overname van het advies van de commissie bezwaarschriften van 12 februari 2020. In dit advies wordt geconcludeerd dat niet verweerder, maar de [Naam forum] verantwoordelijk is voor de gegevenswerkingen op het VNG-forum. Eiser dient zich daarom met zijn verzoek te wenden tot de [Naam forum] . Bij brief van 19 februari 2020 heeft verweerder eisers bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard, omdat een beslissing op een verzoek om schadevergoeding geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is (in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht).

Verwerkingsverantwoordelijkheid

4. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder wel verantwoordelijk is voor de verwerking van zijn gegevens op het VNG-forum, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 23 januari 2019.2 Daarom kent het bestreden besluit een motiveringsgebrek.

5. Verweerder heeft zich in dit verband ter zitting op het standpunt gesteld dat het niet ter zake doet of hij wel of niet verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking op het VNG-forum, omdat het gaat om de verwijdering van de gegevens van het forum. Omdat de gegevens zijn verwijderd van het forum, is daarmee voldaan aan eisers verzoek.

6. De rechtbank overweegt dat de ABRvS in de voornoemde uitspraak van 23 januari 2019 heeft bepaald dat als gemeenteambtenaren berichten op een forum in beheer bij de [Naam forum] plaatsen, het handelen van deze ambtenaren moet worden toegerekend aan het college van de gemeente waarvoor zij werkzaam zijn. Het college moet in zoverre als verantwoordelijke in de zin van artikel 1, aanhef en onder d, worden aangemerkt. In de situatie van eiser geldt ook dat verweerder als verwerkingsverantwoordelijke moet worden aangemerkt voor het door zijn ambtenaren plaatsen van de persoonsgegevens van eiser op het [Naam forum] . Dat de gegevens inmiddels niet meer op het forum staan maakt de verantwoordelijkheid niet anders. Dit heeft verweerder in het bestreden besluit ten onrechte niet onderkend, zodat het besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel dient te worden vernietigd.

7. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. Verweerder heeft namelijk naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam voldaan aan het verzoek van eiser tot verwijdering van zijn persoonsgegevens. Verweerder heeft contact opgenomen met de [Naam forum] ten einde duidelijkheid te verkrijgen over de verwijdering van persoonsgegevens van eiser van het forum. [Naam forum] heeft het forum geschoond, zodat de gegevens van eiser zijn verwijderd. Deze verwijdering is door [Naam forum] in het kader van de huidige procedure door [Naam forum] aan verweerder bevestigd. Het al dan niet opslaan van gegevens door de [Naam forum] op een back-up van de [Naam forum] , zoals door eiser betoogd is, behoort naar het oordeel van de rechtbank niet tot de verwerkingsverantwoordelijkheid van verweerder. Een verzoek tot verwijdering van gegevens van de door eiser gestelde back-up van de [Naam forum] dient dan ook bij de [Naam forum] zelf te worden ingediend.

Verzoek om schadevergoeding

8. Eiser heeft in zijn beroepschrift naar voren gebracht dat verweerder het schadeverzoek ten onrechte heeft afgewezen. Ter zitting heeft eiser opnieuw een verzoek om schadevergoeding gedaan. Het verzoek is gedaan op grond van artikel 8:90, eerste lid, van de Awb.

9. Eiser stelt dat hij recht heeft op schadevergoeding, omdat de verwerking van zijn persoonsgegevens op het [Naam forum] onrechtmatig was. De gegevensverwerking voldeed niet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, omdat eisers persoonsgegevens onnodig op het forum zijn vermeld. Daarbij heeft verweerder niet gemotiveerd wat de grondslag voor de gegevensverwerking was en heeft verweerder nagelaten eiser te informeren van de gegevensverwerking. Als gevolg van de verwerking heeft eiser schade geleden in de vorm van verlies van controle over zijn persoonsgegevens. Op grond van de AVG is dit voldoende voor toewijzing van schadevergoeding, omdat het begrip ‘schade’ in de AVG ruimer moet worden uitgelegd dan naar nationaal recht. Eiser heeft de rechtbank verzocht hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Eiser heeft verzocht om een schadevergoeding van € 3.000,-. Ter onderbouwing van dit bedrag heeft hij op verschillende uitspraken gewezen.

10. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de gegevensverwerking niet onrechtmatig was en dat eiser zijn schadevergoedingsverzoek onvoldoende heeft onderbouwd.

11. De rechtbank overweegt ten aanzien van het schadeverzoek van eiser het volgende. Allereerst verwijst de rechtbank naar de uitspraken van 1 april 20203 van de ABRvS. In deze uitspraken heeft de ABRvS geoordeeld dat het op verzoek van een andere gemeente noemen van iemands naam op het [Naam forum] niet onrechtmatig is, wanneer het tot doel had een goede uitvoering van de Wob te verzekeren en te voorkomen dat de Wob werd misbruikt om dwangsommen te innen bij het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek. Dit doel is volgens de ABRvS in overeenstemming met artikel 8, onder e, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. De achtergrond hiervan is dat de uitvoering van de Wob een publiekrechtelijke taak is en het voor het goed functioneren van de Wob van belang is dat onderzoek naar misbruik van de Wob wordt gedaan en dat eventueel misbruik wordt vastgesteld. De VNG heeft door middel van het [Naam forum] een digitaal platform opgericht om gemeenten in staat te stellen met elkaar te overleggen over de wijze van aanpak en afhandeling van de vele, veelal louter voor het innen van dwangsommen ingediende, Wob-verzoeken. Op 1 oktober 2016 heeft de wetgever de dwangsom bij Wob-verzoeken afgeschaft. De [Naam forum] heeft in 2017 het onderdeel Wob/gemeenten van het [Naam forum] opgeschoond door alle discussies offline te halen. Persoonsgegevens die zijn geplaatst vóór 1 april 2017 zijn niet meer te achterhalen.4

12. In de situatie van eiser is zijn achternaam op het onderdeel Wob/gemeenten van het [Naam forum] in 2016 door verweerder genoemd op verzoek van een andere gemeente, hetgeen in 2016 is herhaald. Het doel hiervan was gelegen in het voorkomen van mogelijk misbruik van de Wob. Dit doel is in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. Anders dan eiser heeft betoogd, is de verwerking van gegevens met dat doel niet in strijd met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Het doel van de verwerking stond in verhouding tot de inbreuk op de privacy van eiser en kon niet met minder ingrijpende middelen worden bereikt. Het vermelden van de achternaam van eiser was noodzakelijk, omdat alleen op die manier kon worden nagegaan of hij bij meerdere gemeenten Wob-verzoeken had ingediend die mogelijk waren gericht op het innen van een dwangsom. Het was evenmin bovenmatig om deze gegevens te delen op het [Naam forum] . Zoals verweerder heeft toegelicht ter zitting, hadden voor het onderdeel Wob/gemeenten van het [Naam forum] alleen degenen toegang die een specifieke functie hadden, gerelateerd aan de behandeling van Wob-verzoeken. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt welke concrete nadelige gevolgen het resultaat zijn geweest van het noemen van zijn naam op het [Naam forum] . Hieruit volgt dat de rechtbank van oordeel is dat de verwerking van de persoonsgevens van eiser op het [Naam forum] niet onrechtmatig is.

13. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek van eiser om schadevergoeding af.

Verzoek om stellen van prejudiciële vragen

14. Ten aanzien van eisers verzoek om prejudiciële vragen te stellen over het schadebegrip in de AVG overweegt de rechtbank dat de ABRvS in zijn uitspraken van 1 april 20205 heeft geoordeeld dat het nationale recht gevolgd moet worden bij de beantwoording van de vraag of de gestelde immateriële schade bij een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens voor vergoeding in aanmerking komt, nu het Hof van Justitie hierover en over specifiek het schadebegrip in de AVG nog geen uitleg heeft gegeven. Hierbij geldt wel de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat de te vergoeden schade reëel en zeker moet zijn.6 Het algemene uitgangspunt dat de gestelde schade moet worden onderbouwd, geldt ook hier.7 Er is geen grond voor het oordeel dat een inbreuk op de AVG zonder meer een aantasting van de integriteit van een persoon impliceert en daarmee tot vergoedbare schade leidt. Het uitgangspunt is dus dat eiser de aantasting in zijn persoon moet bewijzen en de door hem geleden schade met concrete gegevens moet onderbouwen.

32. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank wijst eisers verzoek af.

Conclusie

15. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank zal bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

16. De rechtbank wijst eisers verzoek om schadevergoeding af.

17. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H.W. Schierbeek, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen deze uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

2 ECLI:NL:RVS:2019:181, r.o. 3.2.

3 ECLI:NL:RVS:2020:900 en ECLI:NL:RVS:2020:901, r.o. 30.

4 Zie onder meer de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5404)

5 ECLI:NL:RVS:2020:898, ECLI:NL:RVS:2020:899, ECLI:NL:RVS:2020:900 en ECLI:NL:RVS:2020:901.

6 Vgl. het arrest van het Hof van Justitie van 4 april 2017, C- 337/15 P, Europese Ombudsman tegen Staelen, ECLI:EU:C:2017:256, punt 91.

7 Vgl. het arrest van de Hoge Raad van 15 maart 2019 (Zie de arresten van de Hoge Raad van 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376, r.o.4.2.2, van 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, r.o. 2.4.5. en van 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278, r.o. 2.13.2.)