Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4942

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
28-07-2021
Zaaknummer
UTR 19/5370
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fictief; verweerder heeft besluit genomen; pkv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/5370

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,

(gemachtigde: drs. C. Oosten),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoeker van 17 december 2019 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Op 17 december 2019, verzonden op 23 december 2019, heeft verweerder een besluit genomen.

Verzoeker heeft het beroep ingetrokken met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken omdat verweerder alsnog een besluit heeft genomen. Verzoeker heeft gevraagd om vergoeding van zijn proceskosten.

3. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker. Verweerder stelt dat er geen sprake is van het geheel danwel gedeeltelijk tegemoet komen aan het beroepschrift. Het besluit was immers al genomen. Volgens verweerder is er geen sprake van een situatie waarin door het instellen van beroep alsnog (versneld) een beslissing op het verzoek is genomen.

5. De rechtbank geeft verweerder geen gelijk. De rechtbank stelt vast dat het besluit van 17 december 2019 is verzonden op 23 december 2019. Volgens de rechtbank is er geen aanleiding aan te nemen dat op het moment van de indiening van het beroepschrift verzoeker bekend was met het besluit van 17 december 2019. Omdat verweerder na het instellen van het beroep het besluit heeft verzonden, ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

6. Verweerder moet uit eigen beweging ook het door verzoeker betaalde griffierecht van

€ 174,- aan hem terugbetalen. Dat volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2020 door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.