Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4585

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
20/363
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PKV; gegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/363

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen

de Staat der Nederlanden, Ministerie van Defensie, te Den Haag, verzoeker

(gemachtigde: mr. J.R. Daniels),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft op 18 juni 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 13 december 2019 een besluit op bezwaar genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 25 maart 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit op bezwaar, dit besluit intrekt en de bezwaarkosten van verzoeker vergoedt. Verweerder heeft volgens verzoeker gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek en aangegeven geen verweer te zullen voeren tegen het verzoek om toekenning van de proceskosten overeenkomstig het Bpb.

4. De rechtbank stelt de proceskosten in beroep van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht à € 354,- aan verzoeker vergoeden (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door R. in ’t Veld, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 september 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.