Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4575

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
20/488
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

niet-ontvankelijk; onjuiste machtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/488

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2020 in de zaak tussen

mr. [A] MRE, veronderstellenderwijs handelend namens [eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht , verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 27 januari 2020 tegen het besluit van verweerder van 18 december 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om zonder zitting uitspraak te doen. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Het beroep is door mr. [A] ( [A] ) veronderstellenderwijs ingesteld namens [eiser] ( [eiser] ). Bij het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Awb staat dat een beroep niet‑ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet‑ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.

3. De rechtbank heeft [A] bij brief van 4 februari 2020 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiser] beroep in te stellen en in beroep op te treden. Op
2 maart 2020, ontvangen door de rechtbank op 3 maart 2020, heeft [A] een verzoek tot uitstel ingediend. De rechtbank heeft dit uitstelverzoek bij aangetekende brief van
3 maart 2020 toegewezen tot 3 april 2020. In deze laatste brief staat dat als [A] niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet, de rechtbank het beroep niet‑ontvankelijk kan verklaren. In reactie hierop heeft [A] bij brief van 24 maart 2020 een volmacht aan de rechtbank gestuurd. Met deze volmacht is hij gemachtigd om beroep in te stellen en in beroep op te treden namens [B] .

4. De overgelegde volmacht is dus geen machtiging van [eiser] . Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. [A] heeft geen reden gegeven waarom hij die niet heeft opgestuurd. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is dit voortaan een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren1.

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 9 september 2020 door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak, indien nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

1 ECLI:NL:RBMNE:2020:2390.