Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4370

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-10-2020
Datum publicatie
26-10-2020
Zaaknummer
UTR - 19 _ 4507-T2
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2020:3870
Einduitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2020:5536
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tweede tussenuitspraak: verlenging hersteltermijn college. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2020:3870)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/4507-T2

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2020 in de zaak tussen

[eiser] ( [eiser] ), te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. ing B.M. Brandenburg-Stroo),

Stichting tot Bevordering van de Hockeysport en vereniging Gooische Hockey Club (gezamenlijk in enkelvoud: de Gooische Hockeyclub), te Bussum, eisers

(gemachtigde: mr. V.J. Leijh)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (het college), verweerder

(gemachtigde: W.J. van Heek).

Eisers hebben als derde-partij aan elkaars geding deelgenomen.

Procesverloop

Bij (mondelinge) tussenuitspraak van 3 september 2020 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de tussenuitspraak, met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de tussenuitspraak, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

Met een mail van 2 oktober 2020 heeft het college de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn met één week te verlengen.

Overwegingen

1. Alleen in bijzondere gevallen willigt de rechtbank een verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek moet daarom zijn gemotiveerd. Ook moet het verzoek binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.

2. De reden waarom het college de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het in zijn vergadering van 6 oktober 2020 een nieuw besluit zal nemen.

3. De rechtbank stelt vast dat het college het verzoek niet binnen de in de tussenuitspraak bepaalde termijn van vier weken heeft ingediend. Toch ziet de rechtbank uit een oogpunt van proceseconomie aanleiding om inhoudelijk op het verzoek in te gaan en de termijn te verlengen tot en met woensdag 7 oktober 2020.

4. De rechtbank neemt daartoe in aanmerking dat elke andere beslissing van de rechtbank – met name de einduitspraak waarbij het college de opdracht krijgt een nieuw besluit te nemen – naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt.

5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk op 7 oktober 2020 de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is op 5 oktober 2020 gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.

De griffier is verhinderd de De rechter is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.