Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4281

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
06-04-2021
Zaaknummer
UTR 19/835
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PKV. Alsnog IVA na inschakelen deskundige door rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/835

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.J. van Basten Batenburg),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.

Verweerder heeft op 10 september 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 21 december 2018 een besluit genomen. Verzoeker is hiertegen in beroep gegaan. Op 6 augustus 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 21 december 2018 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 2.362,50 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het aanwezig zijn bij de zitting en 0,5 punt voor de zienswijze na het rapport van deskundige, met een waarde per punt van

€ 525,- en een wegingsfactor 1).

5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.362,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan op 24 september 2020 door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.