Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4124

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
16/143363-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende ruim drie maanden in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan het handelen in harddrugs. Ook heeft hij harddrugs in bezit gehad. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden. Ook legt de rechtbank verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op: een contactverbod met de medeverdachten, voor de duur van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/143363-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Grave te Grave.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 september 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen door verdachte en mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: in de periode van 6 november 2019 tot en met 3 juni 2020 in Utrecht, samen met anderen, heeft gehandeld in cocaïne, heroïne, MDMA, amfetamine en/of metamfetamine;

onder 2: op 3 juni 2020 in Utrecht 85,12 gram cocaïne en/of 26,74 gram MDMA aanwezig heeft gehad;

onder 3: in de periode van 15 februari 2020 tot en met 3 juni 2020 in Utrecht heeft leiding gegeven en/of deelgenomen aan een criminele organisatie.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde acht de officier van justitie bewezen dat verdachte in de periode van 21 februari 2020 tot en met 3 juni 2020 samen met anderen in harddrugs heeft gehandeld.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde acht de officier van justitie bewezen dat verdachte heeft leiding gegeven en deelgenomen aan de criminele organisatie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde aangevoerd dat verdachte in zijn eentje heeft gehandeld. Daardoor is ook geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. Verdachte heeft eerst in wiet gehandeld, pas in de laatste periode is hij gaan handelen in harddrugs, aldus de raadsman. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte slechts 1-2 maanden heeft gehandeld in harddrugs. Dit betreft dus een aanzienlijk kortere periode dan is tenlastegelegd.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsman als verweer gevoerd dat de hoeveelheid aangetroffen cocaïne 83,12 gram en niet 85,12 gram betreft.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte enkele contacten heeft gehad met jongens die op straat hebben gehandeld in drugs en dat dat geen situatie oplevert die voldoet aan de bedoeling van de wetgever met betrekking tot een criminele organisatie. Er is immers geen sprake van een duurzaam en gestructureerd karakter, planmatigheid of stelselmatigheid. Primair is de raadsman dan ook van mening dat geen sprake is van een criminele organisatie. Subsidiair is de raadsman van mening dat verdachte niet heeft deelgenomen, laat staan heeft leiding gegeven aan een criminele organisatie. Verdachte moet dan ook worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Uit onderzoek naar de telefoonnummer van verdachte, [telefoonnummer] , is het volgende gebleken.

Op 21 februari 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : Kun je voor mij twee keer tien doen hé broer?

[telefoonnummer] : Ja tuurlijk bro.2

Op 24 februari 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : Oké, hé, ik eeh, ik eeh kom nu die kant ja? Vijfentwintig

[telefoonnummer] : is goed, yo.3

Op 24 februari 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 1] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Ik moest die dingen bij jou ophalen toch?

[telefoonnummer] : ja toch, waar ben je?4

Ook heeft op 24 februari 2020 een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 1] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : ik kan geen (ntv) sturen man

[telefoonnummer] : Yo, hij is daar over vijfentwintig minuten.5

Op 26 februari 2020 om 12:24:12 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Hey [A] , met mij voor de Tina je stuurde me een mailtje.

En werd er om12:28:22 uur een sms-bericht ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Hey. Ja klopt. Kan je voor mij iets van betekenen?6

Om 12:28:58 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Hey jazeker.

Om 12:30:27 uur is er een sms-bericht ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Heb namelijk 1 g van nodig om te uittesten.7

Om 12:33:26 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Ja voor 1g kan ik niet veel betekenen qua bezorgen in Helmond. Kan je afhalen in Utrecht?

Om 12:33:47 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Anders voor Helmond is minimaal 3gr.

Om 12:35:01 uur is er een sms-bericht ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Hoeveel kost eigenlijk 1g? En eventueel 3g?8

Om 12:35:37 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

1gr is 120. 3gr is 280.9

Om 16:34:44 uur is er een sms-bericht ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Ik wel geïnteresseerd aan 1g Tina. Voor hoeveel heb je amfetamine?10

Om 16:51:57 uur is er een sms-bericht ontvangen van het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Oke. Dan zou ik 20g amfetamine willen en 1g Tina als dat kan.

Om 16:52:22 uur is er een sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [telefoonnummer] met als inhoud:

Oke dat is goed.11

Op 29 februari 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 2] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Yo wie

[telefoonnummer] : Kleine

[telefoonnummer] : Ewa

[telefoonnummer] : Ewa ik heb barkie eeh, ik heb 2 barkie zestig bij, ik heb 1 barkie dertig voor jou

[telefoonnummer] : Wat heb je?

[telefoonnummer] : 2 barkie zestig heb ik, ik heb hier barkie dertig voor jou

[telefoonnummer] : Eeh ... wat moet ik jou geven? Spullen?

[telefoonnummer] : Ja toch?12

Op 1 maart 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : zeventig… negentig, negentig, negentig! Maar hij wil het wel testen hé zegt ie

[telefoonnummer] : ja is goed man geen probleem.13

Op 1 maart 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : ik bedoel hoeft niet gratis maar vorige keer was (ntv) gewoon voor je neus testen weet je of die goed is.

[telefoonnummer] : ja dat begrijp ik.14

Op 1 maart 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 2] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Yo

[telefoonnummer] : Yo, eeh kan je bij mij ophalen of moet ik bij jou brengen15

Op 3 maart 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 1] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Ik krijg nog wat van kleine toch, dat weet je toch?

[telefoonnummer] : ja

(…)

[telefoonnummer] : kan ik dat ook gewoon aan jou geven of moet ik naar hem toe gaan?

[telefoonnummer] : je moet naar hem toe gaan wollah, hij heeft die papieren op zich

(…)

[telefoonnummer] : oke, wat moet ik hem geven dan?

[telefoonnummer] : eeehh, even kijken

[telefoonnummer] : vier grote en een kleine?

[telefoonnummer] : ja man, ik heb gewoon vijf voor hem gedaan van die man maar ik heb er zo eentje d’r af gedaan want eeh, wist je nog vorige keer met die Delphia?

[telefoonnummer] : Wat bedoel je?

[telefoonnummer] : je zei tegen mij eeh, zeg maar tien is te veel toch?

[telefoonnummer] : ja

[telefoonnummer] : Dus toen heb ik gewoon vier aan hem gegeven, dus daarom geef ik hem gewoon twee biggies

[telefoonnummer] : Oke is goed, twee biggies moet ik hem geven?16

Op 3 april 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 2] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Ja toch, relaxt man. Eewah ik heb hier een nummer van uuh iemand van "G". Maar die kleine zei dat moet jou bellen

[telefoonnummer] : Ja, oke jajaja

[telefoonnummer] : Ja toch, ik zou die nummer geven, ik heb nog niet geappt. Vanaf gister al

[telefoonnummer] : Waar is zit die?

[telefoonnummer] : Hè? Hij komt hier naar toe, hij komt hier naar toe. Zo wie zo al die mensen laat ik hier naar toe komen

[telefoonnummer] : Jow kan ik die andere naar hem sturen of moet ik dat doen?

[telefoonnummer] : Ja maar je moet hem nog appen enzo snap je, Regel het ff

[telefoonnummer] : Ja maar kan ik die andere kleine, je weet wat ik bedoel hè

[telefoonnummer] : Ja maar als hij gaat het regelen, maar jij moet het appen

[telefoonnummer] : Ja toch

[telefoonnummer] : Ik heb die nog niet geappt die persoon, ik heb alleen die nummer vanaf gister al

[telefoonnummer] : Ja toch, ga ik die andere bellen

[telefoonnummer] : Ja toch, wat gaat hij appen of ga jij appen?

[telefoonnummer] : Ik ga hem appen

[telefoonnummer] : Ga jij hem laten regelen?

[telefoonnummer] : Ja ik ga regelen met hem

[telefoonnummer] : Goed, wat is zijn snapchat

[telefoonnummer] : Jaden_dl

[telefoonnummer] : Stuur stuur stuur stuur via app.

[telefoonnummer] : Ja toch17

Op 4 april 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 3] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Hallo

[telefoonnummer] : Jow met kleintje

[telefoonnummer] : Jow

[telefoonnummer] : Jow ik heb die man net van die "G" geprikt

[telefoonnummer] : Oke

[telefoonnummer] : Moet ik jou zo die helft geven als ik naar jou toe kom?

[telefoonnummer] : Ja toch alles gelijk in een keer

[telefoonnummer] : Ja toch is goed nog "spang"

[telefoonnummer] : Hoelaat ben je er ongeveer

[telefoonnummer] : Ik weet niet want die andere kleine, hij is aan het werk en hij heeft die "O" toch van jou18

Op 12 april 2020 is er een sms-bericht ontvangen met als inhoud:

Zou je nog een keer langs kunnen komen met twee gram base?

Daarop is een sms-bericht verstuurd met als inhoud:

Oke man.19

Op 12 april 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : oke, ken je komen naar mn huis hoe lang?

[telefoonnummer] : ja man… hoeveel?

(…)

[telefoonnummer] : hij wil dertig ik wil twintig

[telefoonnummer] : is goed komt goed.20

Op 13 april 2020 om 17:44:08 uur heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 1] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : ja toch, kan ik eeh, twintig bestellen?

[telefoonnummer] : eeh…jawel

[telefoonnummer] : ja toch

[telefoonnummer] : waar ben je?

[telefoonnummer] : ik ben zelf osso, maar ik heb die jongetje nu die papieren meegegeven

[telefoonnummer] : waar is die

[telefoonnummer] : he?

[telefoonnummer] : je hebt hem niet gegeven of wel gegeven?

[telefoonnummer] : neem, wel, wel mee. Hij gaat nu zelf barkie vijftig halen en dan is het compleet21

Op 13 april 2020 om 18:26:21 uur heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 3] , die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Yo

[telefoonnummer] : Waar ben je nu?

[telefoonnummer] : Ik ben daar met één minuut22

Op 13 april 2020 om 18:30:16 uur heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 1] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Yo

[telefoonnummer] : Yo, twee donnies toch?

[telefoonnummer] : ja twee donnies

[telefoonnummer] : Hé luister

[telefoonnummer] : ja

[telefoonnummer] : vijftien is zelfde, vijf is andere, snap je, ik wil effe checken ja?

[telefoonnummer] : ja… maareh, is die losse alle twee gewoon goed?

[telefoonnummer] : ja ik denk het wel, snap je het is gewoon dezelfde, zelfde boy van altijd, je weet wel wie ik bedoel toch? Sowieso om op te werken

[telefoonnummer] : Ooh ja ja ja

[telefoonnummer] : Maar hij zegt mij altijd dat het wat anders is snap je? Ewa, vijftien is die en die andere vijf is wat anders dus e moet hem niet samen gaan borrelen snap je?

(…)

[telefoonnummer] : maar eeh, niks meer deze week? Niks?

[telefoonnummer] : Nee man echt serieus, alleen eeh, tien grammies nog weg gedaan van die gare spul, dat kan ik wel zo dadelijk nieuw pakken

[telefoonnummer] : Gare zwjen (fon)?

[telefoonnummer] : Maar dat moet ik even snel maken

[telefoonnummer] : Ja toch maar je kan hem gewoon pakken toch, help mij gewoon

[telefoonnummer] : Ja maar ik moet eerst een plek hebben begrijp je? Ik moet andere spullen ook hier weg halen

[telefoonnummer] : Ewa, geef hem geef hem aan Kleine toch?

[telefoonnummer] : Nee man, Kleine zit te ver van mij

[telefoonnummer] : Deze kleine?

[telefoonnummer] : Nee, deze zit te ver van mij, ik wil hem aan die andere Kleine geven

[telefoonnummer] : Ja maar dan kun je toch hem naar die gare donnie mensen sturen? Wat doet deze dan? Deze is toch ook land?

[telefoonnummer] : Nee, deze doet eeh, gewoon losse donnies en eeh clennies (klanten)prikken

[telefoonnummer] : Is goed ja?

[telefoonnummer] : Rustig

[telefoonnummer] : Eeh, wat moet ik hem maken in ieder geval straks of niet?

[telefoonnummer] : Eeh, wat wou je dan, wat wou je dan ma, ha eeh ...

[telefoonnummer] : Wat jij wil, ik kan bankoe dan, ik kan drie donnie doen, snap je, als jij die bankoe hebt, dan heb je al vast snap je

[telefoonnummer] : Kan je barkie doen? Kan je barkie doen?

[telefoonnummer] : Tuurlijk kan dat, als jij dat wilt?

[telefoonnummer] : Ja, maar ik kan het gewoon poffen toch?

[telefoonnummer] : Ja, tuurlijk, gewoon ja, tuurlijk

[telefoonnummer] : Ewa dan haal ik zo barkie bij jou op

[telefoonnummer] : Is goed

[telefoonnummer] : Ja toch, maar ik ga eerst maken, anders dan bel ik jou daarna

[telefoonnummer] : Komt goed komt goed, anders breng ik hem wel later in de avond kijk wel, ja toch, ja?

[telefoonnummer] : Yo23

Op 13 april 2020 om 18:15:50 uur heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : eeh (ntv) twintig broer

(…)

[telefoonnummer] : volgens mij heb ik daar geen eeh… ik heb eh ander

[telefoonnummer] : Wat dan?

[telefoonnummer] : Ook gewoon eeh, bijna…Jij weet… Als je geen vertrouwen hebt pay mij maar later als hij niet goed is he

(…)

[telefoonnummer] : Saf, hij is wel (ntv) poeder, snap je dat is het

[telefoonnummer] : Oh dat is het probleem…

[telefoonnummer] : ja

[telefoonnummer] : eeh…breng maar langs gewoon

[telefoonnummer] : ja is goed bro

[telefoonnummer] : je weet zelf hoe we het doen toch?

[telefoonnummer] : ja, anders geef ik die andere, die laatste, kijken hoeveel ik daar nog van over heb.24

Op 13 april 2020 om 18:24:03 uur heeft er een gesprek plaatsgevonden met als inhoud:

[telefoonnummer] : Ik doe voor jou vijftien zo, vijftien zo

[telefoonnummer] : eeh… ja kijk maar, ja is goed is goed

[telefoonnummer] : vijftien van die vorige keer die (ntv) goed?

[telefoonnummer] : ja.25

Op 19 april 2020 heeft er een gesprek plaatsgevonden met de medeverdachte [medeverdachte 3] , met als inhoud:

[telefoonnummer] : Yo

[telefoonnummer] : Waar moet ik naar toe komen

[telefoonnummer] : zelfde plek26

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met anderen handelde in harddrugs.27

De medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met anderen handelde in harddrugs. Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat ze gebruik maakten van de bankrekening van [B] , waar afnemers het geld voor drugs naar konden overmaken. Dat geld werd gepind en kwam zo bij [medeverdachte 3] en degenen met wie hij samenwerkte terecht.28

Op de telefoon van verdachte werd een afbeelding aangetroffen van een ING bankpas op naam van [B] .29

Op 3 juni 2020 werd bij een doorzoeking in de woning van verdachte cocaïne en MDMA aangetroffen.30 In totaal is er 83,12 gram31 cocaïne32 aangetroffen en 26,74 gram33 MDMA34.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij deze drugs in huis had.35

Overwegingen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Gelet op de inhoud van de tapgesprekken en sms-berichten tussen verdachte en zijn afnemers, en verdachte en zijn medeverdachten gaat de rechtbank, evenals de officier van justitie, ervan uit dat verdachte samen met anderen heeft gehandeld in harddrugs gedurende de periode 21 februari 2020 tot en met 3 juni 2020. Dat verdachte zich slechts maximaal twee maanden voorafgaand aan 3 juni 2020 met de handel in harddrugs zou hebben beziggehouden, zoals door de raadsman betoogd, wordt weersproken door de bewijsmiddelen. Zo gaat het onder meer in sms-berichten tussen verdachte en een afnemer al op 26 februari 2020 expliciet over Tina (metamfetamine) en amfetamine. Bovendien hebben twee van zijn medeverdachten met wie hij contact had gedurende deze periode verklaard te hebben gehandeld in harddrugs. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten en is zijn bijdrage van zodanig gewicht dat sprake is van medeplegen.

Verdachte zal wel (partieel) worden vrijgesproken van de ten laste gelegde periode van 6 november 2019 tot en met 20 februari 2020, omdat het bewijs voor de handel in harddrugs voor die periode ontbreekt.

Overwegingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

Voor een bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie is ten eerste vereist dat sprake is van een ‘organisatie’. Volgens vaste jurisprudentie betekent een organisatie: een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon. Niet is vereist dat de verdachte heeft samengewerkt met alle andere personen van de organisatie, dat hij die kende of dat er steeds in dezelfde samenstelling werd samengewerkt (vgl. HR 22 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB7134).

Een organisatie is ‘crimineel’ als die organisatie het plegen van misdrijven als doel heeft. Voor het bewijs van dat doel kan van belang zijn of er misdrijven in het kader van de organisatie zijn gepleegd, of de samenwerking duurzaam en gestructureerd was en of de activiteiten van deelnemers die gericht waren op de verwezenlijking van het doel van de organisatie planmatig of stelselmatig waren (onder meer HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0502).

Tot slot is voor een bewezenverklaring volgens de Hoge Raad vereist dat de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en bijdraagt aan het realiseren van het doel van de organisatie. De verdachte moet in zijn algemeenheid weten dat de organisatie een misdadig doel heeft, maar niet welke concrete misdrijven er zijn of worden gepleegd (HR 10 februari 2015, ECLI:NL:2015:264 en HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:413).

Uit de gebezigde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en ten minste één andere persoon.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat er gedurende ruim drie maanden door verdachte en andere personen harddrugs zijn verhandeld. Ook volgt uit de bewijsmiddelen dat sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen verdachte en de andere personen. Verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] leverden de harddrugs en de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bezorgden de harddrugs bij de afnemers. Verdachte heeft hiermee een aandeel gehad in de gedragingen die hebben gestrekt tot de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Dat verdachte aan die organisatie ook leiding zou hebben gegeven, volgt naar het oordeel van de rechtbank niet uit de bewijsmiddelen. Verdachte zal dan ook van dat onderdeel worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1

in de periode van 21 februari 2020 tot en met 3 juni 2020 te Utrecht, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk heeft verwerkt en verkocht en afgeleverd en verstrekt en aanwezig heeft gehad (telkens) hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en mdma en amfetamine en metamfetamine, zijnde middelen als bedoeld op lijst I van de Opiumwet;

2

op 3 juni 2020 te Utrecht opzettelijk aanwezig heeft gehad 83,12 gram cocaïne en 26,74 gram MDMA, zijnde middelen als bedoeld op lijst I van de Opiumwet;

3

in de periode van 21 februari 2020 tot en met 3 juni 2020 te Utrecht, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en meer personen, onder wie [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde lid van de Opiumwet, namelijk het (telkens) verwerken en verkopen en afleveren en verstrekken en vervoeren en aanwezig hebben van (telkens) hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en MDMA en amfetamine en metamfetamine, (telkens) middelen als bedoeld op lijst I van de Opiumwet.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

onder 1: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

onder 2: Opzettelijk handelen in strijd met het artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

onder 3: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest;

- de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte, voor de duur van vier jaren, waarbij wordt bevolen dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan vordert de officier van justitie voor iedere overtreding 1 week vervangende hechtenis, met een maximum van 3 maanden.

De officier van justitie heeft daarbij gevorderd te bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij het bepalen van de straf rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De raadsman heeft met name erop gewezen dat verdachte over een vaste- woon en verblijfplaats beschikt en dat zijn vriendin in de laatste fase is van haar zwangerschap van hun kind. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat er geen recidiverisico is. Verdachte komt in aanmerking voor een deels voorwaardelijke straf. Volgens de richtlijnen is een gevangenisstraf van hooguit 7,5 maand passend.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich gedurende ruim drie maanden in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan het handelen in harddrugs. Ook heeft hij harddrugs in bezit gehad. Het gebruik van drugs is schadelijk voor de gezondheid van gebruikers. De handel in drugs vormt bovendien een schakel in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ernstig ontwricht. Verdachte heeft met zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin ten koste van de volksgezondheid en daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van die keten van criminele activiteiten.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 augustus 2020 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken. De Oriëntatiepunten gaan bij handel in harddrugs gedurende één tot drie maanden uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Voor de handel in harddrugs gaan deze Oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, indien sprake is van handel gedurende meer dan drie maanden maar minder dan zes maanden. In het geval van verdachte is sprake van in georganiseerd verband handelen in harddrugs van iets meer dan drie maanden, waarbij verdachte ook harddrugs in zijn bezit heeft gehad.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden overweegt de rechtbank dan ook dat geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd dient te worden. Alles afwegende - verdachte heeft in georganiseerd verband iets meer dan drie maanden gehandeld - acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest, passend en geboden. Deze straf is lager dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van 8 maanden meer aansluit bij de oriëntatiepunten die gelden voor de rechtbank en voor straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

De rechtbank ziet, gelet op het recidivegevaar, voorts aanleiding om op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel aan verdachte op te leggen, inhoudende een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] voor de duur van 3 jaren.

Voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van 1 week, met een maximum van 3 maanden.

De rechtbank overweegt dat de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt.

9 BESLAG

Onder verdachte zijn goederen inbeslaggenomen, zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte bijlage II.

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd te beslissen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte bijlage II.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen voorwerpen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal beslissen overeenkomstig de als bijlage II aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Ten aanzien van de onder verdachte inbeslaggenomen drugs overweegt de rechtbank dat deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezen verklaarde feiten begaan. Deze voorwerpen zullen dan ook worden onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de onder verdachte inbeslaggenomen telefoons, iPad, Playstation4, MacBook Air, merkkleding en geldbedragen overweegt de rechtbank dat de rechtbank ervan uitgaat dat deze zijn verkregen uit de baten of door middel van de strafbare feiten. Verdachte heeft immers geen legale inkomsten en niets aangevoerd waaruit het tegendeel blijkt. Deze voorwerpen zullen dan ook verbeurd worden verklaard.

De spaarpotten zullen aan verdachte worden geretourneerd.

Bij het opleggen van de verbeurdverklaring heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    33, 33a, 36b, 36c, 38v, 47, 57 en 140van het Wetboek van Strafrecht; en

  • -

    2, 10 en 11b van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren;

- beveelt dat verdachte zich onthoudt van contact met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 1 week hechtenis, met een maximum van 3 maanden;

Beslag

- beslist overeenkomstig zoals vermeld in rubriek 9 en de als bijlage II aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.S.K. Fung Fen Chung, voorzitter, mrs. L.M.G. de Weerd en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2020.

Mr. Schoppink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 november 2019

tot en met 3 juni 2020 te Utrecht, in elk geval in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht

en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad

(telkens) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne

en/of mdma en/of amfetamine en/of metamfetamine, zijnde (een) middel(en) als

bedoeld op lijst I van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,

vijfde lid van de Opiumwet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek

van Strafrecht )

2

hij op 3 juni 2020 te Utrecht, in elk geval in Nederland,

opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 85,12 gram, althans een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van

26,74 gram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde

(een) middel(en) als bedoeld op lijst I van de Opiumwet dan wel aangewezen

krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )

3

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 februari 2020 tot

en met 3 juni 2020 te Utrecht, in elk geval in Nederland,

leiding heeft gegeven en/of deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een

samenwerkingsverband van hem, verdachte, en één of meer perso(o)n(en), onder

wie [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde

en vierde lid en/of artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het

(telkens) bereiden, bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren

en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (telkens) één of

meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of

MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine, (telkens) (een) middel(en) als

bedoeld op lijst I van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,

vijfde lid van de Opiumwet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 11b lid 1 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 2

ahf/ond C Opiumwet )

Bijlage II: de beslaglijst

goed goednr. gevraagde beslissing

drugs 2638122 onttrekking

2638125 onttrekking

2638139 onttrekking

2638160 onttrekking

2638182 onttrekking

2638190 onttrekking

2638200 onttrekking

2638204 onttrekking

2638209 onttrekking

2638240 onttrekking

2638239 onttrekking

2638265 onttrekking

2638267 onttrekking

2638377 onttrekking

2638424 onttrekking

2638428 onttrekking

drugs toebehoren 2638157 verbeurdverklaring

2638173 verbeurdverklaring

2638302 verbeurdverklaring

telefoon 2638145 verbeurdverklaring

2638320 verbeurdverklaring

2638355 verbeurdverklaring

2638372 verbeurdverklaring

2638398 verbeurdverklaring

2638408 verbeurdverklaring

2638422 verbeurdverklaring

2638432 verbeurdverklaring

simkaart 2638351 verbeurdverklaring

Ipad 2638230 verbeurdverklaring

Playstation 4 2638334 verbeurdverklaring

Macbook Air 2638402 verbeurdverklaring

€ 530,00 2638255 verbeurdverklaring

€ 2.310,00 2638309 verbeurdverklaring

€ 880,00 2638336 verbeurdverklaring

€ 556,80 2638399 verbeurdverklaring

kleingeld 2638324 verbeurdverklaring

designerkleding 2638155 verbeurdverklaring

2638251 verbeurdverklaring

2638264 verbeurdverklaring

2638271 verbeurdverklaring

2638280 verbeurdverklaring

2638298 verbeurdverklaring

2638315 verbeurdverklaring

2638319 verbeurdverklaring

2638323 verbeurdverklaring

2638329 verbeurdverklaring

2638335 verbeurdverklaring

2638338 verbeurdverklaring

2638343 verbeurdverklaring

2638346 verbeurdverklaring

2638357 verbeurdverklaring

2638363 verbeurdverklaring

2638368 verbeurdverklaring

2638370 verbeurdverklaring

sieraden 2638354 verbeurdverklaring

2638409 verbeurdverklaring

spaarpot 2638341 retour rechthebbende

2638345 retour rechthebbende

2638413 retour rechthebbende

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal in het onderzoek 09Robijn, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 2096. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Uitwerking telefoongesprek, pagina 419.

3 Uitwerking telefoongesprek, pagina 422.

4 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1690.

5 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1691.

6 Uitwerking sms-bericht, pagina 425.

7 Uitwerking sms-bericht, pagina 426.

8 Uitwerking sms-bericht, pagina 427.

9 Uitwerking sms-bericht, pagina 428.

10 Uitwerking sms-bericht, pagina 431.

11 Uitwerking sms-bericht, pagina 432.

12 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1689.

13 Uitwerking telefoongesprek, pagina 435.

14 Uitwerking telefoongesprek, pagina 437.

15 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1692.

16 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1693.

17 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1694.

18 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1695.

19 Uitwerking sms-bericht, pagina 439.

20 Uitwerking telefoongesprek, pagina 441.

21 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1696.

22 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1697.

23 Uitwerking telefoongesprek, pagina’s 1698 en 1699.

24 Uitwerking telefoongesprek, pagina 420.

25 Uitwerking telefoongesprek, pagina 421.

26 Uitwerking telefoongesprek, pagina 1700.

27 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, pagina 1893.

28 Proces-verbaal verhoor minderjarige verdachte, pagina 1873.

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1960.

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 1115.

31 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 1710, 1711, 1712 en 1714.

32 Rapport NFI, pagina’s 1718, 1719, 1723, 1724, 1725, 1726 en 1727.

33 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 1709 en 1713.

34 Rapport NFI, pagina’s 1720, 1721, 1722, 1728 en 1729.

35 Proces-verbaal ter terechtzitting van 15 september 2020.