Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4116

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
C/16/507960 / FA RK 20-4928
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

ZM. Insluiten toegewezen, in die zin dat deze vorm van verplichte zorg per gelegenheid voor de duur van maximaal veertien dagen gegeven mag worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/507960 / FA RK 20-4928

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 15 september 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

verblijvende te [naam instelling] , locatie [locatie 1] in [plaatsnaam 1] ,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat: mr. C.B. Stenger.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 24 augustus 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring van 10 augustus 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz en strafvorderlijke en justitiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 september 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen, heeft de mondelinge behandeling via Skype plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak via Skype gehoord:

- de betrokkene,

- mr. C.B. Stenger, de advocaat van de betrokkene,

- mevrouw [A] , psychiater,

- mevrouw [B] , mentor van de betrokkene,

- mevrouw [C] , psycholoog.

De betrokkene, zijn advocaat en de psycholoog waren in dezelfde ruimte. De mentor en de psychiater bevonden zich elders in afzonderlijke ruimtes.

De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.

1.3.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de

mondelinge behandeling te verschijnen.

1.4.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de officier van justitie, de advocaat van de betrokkene en aan de zorgaanbieder verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan de betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat dan om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie.

2.2.

De advocaat van de betrokkene voert aan dat de betrokkene rust wil en zijn leven wil leiden zoals hij dat zelf wil. Hij vindt zelf niet dat hij medicatie nodig heeft. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg merkt de advocaat op dat de psychiater tijdens de mondelinge behandeling verklaard heeft dat afzondering soms nodig is. Deze vorm, insluiting, is voor zes maanden verzocht. Maar de betrokkene verblijft op dit moment op een open afdeling. Dat is in schril contrast met de gevraagde insluiting voor de duur van zes maanden. De advocaat vindt het meer opportuun om aan elke insluiting een maximale duur van zeven of veertien dagen te verbinden.

2.3.

De psychiater licht toe dat de betrokkene is overgeplaatst van [locatie 2] in [plaatsnaam 2] naar [locatie 1] in [plaatsnaam 1] . [locatie 1] is een open afdeling. Het verblijf van de betrokkene op [locatie 1] verloopt goed. Een zorgmachtiging is nodig omdat er discussies zijn over medicatie-inname. Het is moeilijk om een goede woonplek voor de betrokkene te vinden. Medicatie-inname is een belangrijke voorwaarde bij het vinden van deze woonplek. Vanaf 2021 zijn er waarschijnlijk meer mogelijkheden voor begeleid wonen.

Ten aanzien van de diagnose onderschrijft de psychiater niet de in de medische verklaring gestelde verstandelijke beperking.

Over insluiten verklaart de psychiater dat het niet mogelijk is om de betrokkene zes maanden lang in te sluiten. Zo gelden er protocollen, waarbij onder andere na 60 uur insluiting een consultatie moet plaatsvinden. Er zijn voldoende waarborgen als het over insluiten gaat. Het is aan de andere kant niet wenselijk om insluiting maar voor één week toe te wijzen. Het is niet van tevoren in te schatten hoe lang de insluiting zal duren. De ervaring van de psychiater is dat insluiting vrijwel nooit langer dan twee weken zal duren.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.5.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel,

- ernstige psychische schade,

- maatschappelijke teloorgang.

2.6.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft de betrokkene zorg nodig.

2.7.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, te weten:

  1. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  2. beperken van de bewegingsvrijheid;

  3. insluiten;

  4. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  5. onderzoek aan kleding of lichaam;

  6. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  7. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  8. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  9. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

  10. opnemen in een accommodatie.

2.8.

Ten aanzien van insluiten als vorm van verplichte zorg zal de rechtbank, gelet op het verweer op dit punt en de reactie van de psychiater, bepalen dat insluiting per keer voor maximaal veertien dagen mag plaatsvinden.

2.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.10.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van de betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van de betrokkene.

2.11.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 15 maart 2021.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten (per gelegenheid voor maximaal veertien dagen);

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het

gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 maart 2021.

Deze beschikking is op 15 september 2020 mondeling gegeven door mr. J.P.M. Schwillens, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.B.T. Koster als griffier, en is schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 22 september 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.