Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4053

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
UTR 20/3057
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Vovo, buiten zitting. Griffierecht niet betaald. Niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3057

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 september 2020 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [plaats] , verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 24 juli 2020 heeft verweerder aan beide verzoekers een last onder dwangsom opgelegd. Verweerder heeft verzoekers gelast om voor 1 november 2020 verschillende overtredingen op het perceel [adres] in [plaats] ongedaan te maken op straffe van een dwangsom van € 7.500,-.

Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. In deze zaak worden partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekers hebben namelijk het griffierecht niet betaald. De voorzieningenrechter kan de zaak daarom niet inhoudelijk behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

2. De indiener van een verzoek om voorlopige voorziening moet griffierecht betalen. Dit volgt uit artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald (artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, vijfde lid, van de Awb). Het hele bedrag moet binnen de gestelde termijn bijgeschreven zijn op de rekening van de rechtbank of binnen die termijn betaald zijn op de griffie van de rechtbank.

3. Als het griffierecht niet of niet op tijd wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Dit volgt uit de artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, zesde lid, van de Awb. Dat is alleen anders als voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht een geldige reden wordt gegeven.

4. Bij aangetekend verzonden brief van 6 september 2020 zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. De brief is verzonden naar het door verzoekers opgegeven postadres [adres] in [plaats] . Uit de track & trace gegevens van PostNL is gebleken dat de brief niet bezorgd kon worden op dat adres. De brief is vervolgens bij een PostNL-punt bezorgd. Daar is de brief niet afgehaald.

5. Verzoekers hebben het griffierecht niet betaald en hebben geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is daarom geen verontschuldiging voor het niet betalen van het griffierecht.

6. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 23 september 2020 door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Dalen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.