Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:4011

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
16-260296-19
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op gegevensdragers van verdachte zijn ruim 7000 kinderpornografische foto’s, tientallen kinderpornografische video’s en enkele dierenpornografische afbeeldingen gevonden. Verdachte heeft dit soort afbeeldingen jaren lang verzameld, bewaard en verspreid en dus een gewoonte gemaakt van het verspreiden, verwerven en bezitten van kinderporno. Daarnaast heeft verdachte ook twee kinderpornografische foto’s vervaardigd. Het uitgangspunt voor feiten als door verdachte gepleegd is een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar. De rechtbank vindt die straf ook passen bij de strafbare feiten die verdachte heeft gepleegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte wel aanleiding om de straf deels voorwaardelijk op te leggen. Het is belangrijk dat verdachte hulp krijgt en behandeld wordt. Conform de vordering van de officier van justitie wordt een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf verbindt de rechtbank de volgende voorwaarden: meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, meewerken aan schuldhulpverlening, het vermijden van kinderporno, meewerken aan begeleiding vanuit Reinaerde of een soortgelijke instelling, meewerken aan het verkrijgen van passende dagbesteding, meewerken aan een eventuele aanmelding bij De Waag en een locatie- en contactverbod. Omdat niet duidelijk is geformuleerd hoe het toezicht op de voorwaarde ‘het vermijden van kinderporno’ zal worden vormgegeven, wordt het toezicht als onderdeel bij deze voorwaarde niet opgelegd. Verder wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en zal verdachte de benadeelde partij een schadevergoeding moeten betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-260296-19

Vonnis van de meervoudige kamer van 23 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtszaak tegen verdachte heeft in het openbaar plaatsgevonden op de zittingen van
6 februari 2020, 26 maart 2020 en 9 september 2020. Op 9 september 2020 is de zaak tegen verdachte inhoudelijk behandeld. Verdachte was bij de inhoudelijke behandeling aanwezig, waardoor juridisch gezien sprake is van een vonnis op tegenspraak.

De rechtbank heeft tijdens de zitting gesproken met en geluisterd naar de standpunten van verdachte, zijn advocaat mr. R. Dijkstra, de advocaat van de benadeelde partij mr. P. Boonen en de officier van justitie mr. T. Tanghe.

2 TENLASTELEGGING

De officier van justitie verdenkt verdachte ervan dat hij betrokken is geweest bij twee strafbare feiten. Deze verdenkingen staan beschreven in de (gewijzigde) tenlastelegging, die als bijlage is opgenomen in dit vonnis.

Kort gezegd verdenkt de officier van justitie verdachte ervan dat hij

  1. in de periode van 6 december 2016 tot en met 29 oktober 2019 in Soesterberg en Amersfoort kinderporno en dierenporno heeft verspreid en in zijn bezit heeft gehad en dat hij van dat misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

  2. in de periode van 20 april 2018 tot en met 29 oktober 2019 in Heerlen, Soesterberg en Amersfoort kinderporno heeft vervaardigd.

3 VOORVRAGEN

Voordat de rechtbank een inhoudelijke beslissing kan nemen in de zaak tegen verdachte, moet zij eerst kijken of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Volgens de officier van justitie blijkt uit het dossier en de verklaring van verdachte op de zitting dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode dieren- en kinderporno heeft verzameld en heeft verspreid. Ook heeft verdachte daar volgens de officier van justitie een gewoonte van gemaakt, gezien de lange duur van het verspreiden en de omvang van het bezit. Verdachte heeft verder ook twee kinderpornografische afbeeldingen vervaardigd, aldus de officier van justitie. Met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 1 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1347, heeft de officier van justitie bepleit dat ook de foto van de penis van verdachte met daarnaast een foto van drie geklede meisjes kinderpornografisch is.

4.2

Het standpunt van de advocaat

De advocaat sluit zich voor de bewezenverklaring van feit 1 aan bij het oordeel van de rechtbank. Over feit 2 merkt de advocaat op dat de foto van [slachtoffer] niet als kinderpornografisch materiaal kan worden aangemerkt. Volgens de advocaat kan de verklaring van verdachte, namelijk dat de foto per ongeluk is gemaakt toen [voornaam van slachtoffer] aan het springen was, kloppen. De foto is namelijk een beetje scheef en verdachte heeft [voornaam van slachtoffer] niet gevraagd om te poseren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

Verdachte heeft tijdens de zitting bekend dat hij vanaf 2016 kinder- en dierenporno in bezit had en dat hij deze ook aan anderen heeft gegeven. De rechtbank schrijft daarom niet op wat er in de bewijsstukken staat, maar somt alleen op welke bewijsstukken zij voor de bewezenverklaring gebruikt. De rechtbank verwijst met voetnoten naar de plaats waar de bewijsstukken in het dossier te vinden zijn.

De bewijsstukken

- het proces-verbaal van bevindingen waarin het kinderpornografische materiaal wordt beschreven2;

- het proces-verbaal van bevindingen, waarin de melding [.] wordt beschreven3;

- de verklaring van verdachte op de zitting4;

- GBA-uitdraai verdachte [verdachte]5.

Feit 2

In de woning van verdachte in [plaatsnaam 3] zijn twee telefoons in beslag genomen: een Samsung Galaxy S7, goednummer 2019044490-2512891, SIN nummer AAJL1728NL, en een Samsung Galaxy S8, goednummer 2019044490-2512884, SIN nummer AAJL1727NL. Verbalisant [verbalisant] heeft op deze telefoons twee afbeeldingen aangetroffen die zij als kinderpornografisch heeft beoordeeld.

Op een foto, gemaakt op 20 april 2019, staat een meisje. [verbalisant] herkende dit meisje als [slachtoffer] , die in [plaatsnaam 1] woont. [voornaam van slachtoffer] is geboren op [geboortedatum 3] 2013. Op de foto is een deel van de achterkant, namelijk de romp en de bovenbenen, van [voornaam van slachtoffer] te zien. [voornaam van slachtoffer] heeft een roze badpak aan. De focus ligt op haar billen, waarbij het badpak tussen haar billen zit. De foto is volgens verbalisant [verbalisant] kinderpornografisch vanwege het ‘poseren door minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen, camerastandpunt’.

Verder trof [verbalisant] een foto aan van vermoedelijk de penis van verdachte. De penis wordt bij een telefoon gehouden. Op de telefoon is een foto te zien van drie meisjes tussen de 4 en 10 jaar oud. De meisjes zitten naast elkaar op een bank en zijn gekleed in zomerkleding. De foto is door [verbalisant] als kinderpornografisch beoordeeld omdat de penis dichtbij de kinderen op de foto is gehouden. De foto heeft een file modified date van 17 mei 2019.6 Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij de foto van de meisjes op de bank heeft gekregen van [B (voornaam)] , met wie hij van 2018 tot de zomervakantie 2019 contact had.7

Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij de hierboven besproken foto’s heeft gemaakt.8

Bewijsoverweging feit 2

De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat dat de foto van [voornaam van slachtoffer] niet kinderpornografisch is.

Volgens de Aanwijzing Kinderpornografie is een ‘afbeelding van een seksuele gedraging’ in de zin van art. 240b Sr een afbeelding van een minderjarige:

  • -

    die is betrokken bij een gedraging zoals omschreven in de Titel XIV van het Wetboek van Strafrecht, Misdrijven tegen de zeden;

  • -

    in een onnatuurlijke pose;

  • -

    in een duidelijk seksueel getinte houding;

  • -

    waarbij de nadruk op de geslachtsdelen is gelegd of

  • -

    waarbij uit het totale beeld duidelijk is dat het gaat om de geslachtsdelen.

Als voorbeeld van zo’n afbeelding noemt de Aanwijzing onder andere afbeeldingen waarbij:

  • -

    bepaalde lichaamsdelen (hoofd, handen, voeten) buiten het beeld vallen omdat de focus op bepaalde andere lichaamsdelen of het ondergoed is;

  • -

    de geslachtsdelen/het ondergoed zich in het midden van de foto/film bevinden of een groter deel van de afbeelding dan de rest van het lichaam vullen.

Op de foto die verdachte van [voornaam van slachtoffer] heeft gemaakt zijn de romp en de bovenbenen van [voornaam van slachtoffer] te zien. [voornaam van slachtoffer] heeft een badpak aan dat deels tussen haar billen zit. Op de foto vallen bepaalde lichaamsdelen, zoals het hoofd, de handen en de voeten van [voornaam van slachtoffer] , buiten beeld. De focus ligt op de billen van [voornaam van slachtoffer] .

Uit de beschrijving van de foto van [voornaam van slachtoffer] volgt dat deze valt onder de omschrijving van kinderpornografie, zoals die in de aanwijzing is gegeven. De rechtbank oordeelt om de hierboven genoemde redenen dat de foto van [voornaam van slachtoffer] een kinderpornografisch karakter heeft.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. op tijdstippen in de periode van 6 december 2016 tot en met 29 oktober 2019 te [plaatsnaam 3] en/of [plaatsnaam 2] , meermalen afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een telefoon (Samsung Galaxy S7, goednummer 2019044490-2512891, SIN nummer AAJL1728NL), een telefoon (Samsung Galaxy S8, goednummer 2019044490-2512884, SIN nummer AAJL1727NL) en een laptop (Packard Bell, goednummer 2019044490-2512851, SIN nummer AAJL1726NL), bevattende foto's en video's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft
verspreid en/of
verworven en/of
in bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met een penis, vinger(s)/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
het met een penis en/of vinger(s)/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
het met een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam
toonmap foto nr. 1, 2 en 3 (omschrijvingen p. 598 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 4, 5 en 6 (omschrijvingen p. 599 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 7, 8 en 9 (omschrijvingen p. 600 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 10, 11, 12 en 13 (omschrijvingen p. 601 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 14, 15, 16 en 17 (omschrijvingen p. 602 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en

het met een penis, vinger(s)/hand, mond/tong en/of voorwerp betasten van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
het met een vinger(s)/hand, mond/tong en/of voorwerp betasten van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
het met een vinger(s)/hand en/of voorwerp betasten van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten
toonmap foto nr. 18, 19 en 20 (omschrijvingen p. 603 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 21, 22, 23 en 24 (omschrijvingen p. 604 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 25, 26, 27 en 28 (omschrijvingen p. 605 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 29, 30 en 31 (omschrijvingen p. 606 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 32, 33 en 34 (omschrijvingen p. 607 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 35 (omschrijving p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
toonmap foto nr. 36 (omschrijving p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is, opgemaakt is en/of poseert in een omgeving, met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd pasten/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose, de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 37 en 38 (omschrijvingen p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 39, 40, 41 en 42 (omschrijvingen p. 609 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 43, 44 en 45 (omschrijvingen p. 610 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 50 (omschrijving p. 612 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap serie bijlage IVa

en

het masturberen bij en ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 46, 47 en 48 (omschrijvingen p. 611 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2. hij op tijdstippen in de periode van 20 april 2018 tot en met 29 oktober 2019 te [plaatsnaam 1] , [plaatsnaam 3] en Nederland, meermalen gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een telefoon (Samsung Galaxy S7, goednummer 2019044490-2512891, SIN nummer AAJL1728NL) en een telefoon (Samsung Galaxy S8, goednummer 2019044490-2512884, SIN nummer AAJL1727NL), bevattende foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten onder meer [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 3] 2013, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren door die [slachtoffer] , waarbij door de wijze van kleden van die [slachtoffer] , en de uitsnede van de foto nadrukkelijk de billen van die [slachtoffer] , in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 3 (Bijlage IVb p. 622 en omschrijving op p. 662 van het proces-verbaal)
toonmap foto nr. 7, 8 en 9 (Bijlage IVb p. 623 en omschrijvingen op p. 662 van het proces-verbaal)

en

het houden van een penis bijeen afbeelding van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,
Toonmap foto nr. 5 en 6 (Bijlage IVb p. 623, omschrijving op p. 662 van het proces-verbaal).

Verdachte wordt vrijgesproken van alles wat meer of anders ten laste is gelegd dan wat hierboven is bewezen. De rechtbank heeft taal- en spelfouten in de tenlastelegging verbeterd. Dat is niet nadelig voor verdachte.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

De door verdachte gepleegde feiten zijn strafbaar. De wet noemt de door verdachte gepleegde feiten:

  1. een afbeelding - of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

  2. een afbeelding - of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Als een dader zich kan beroepen op een schulduitsluitingsgrond is zijn gedrag niet verwijtbaar. Niet is gebleken dat verdachte een beroep kon doen op zo’n schulduitsluitingsgrond. Verdachte is dus strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie neemt het verdachte kwalijk dat hij kindermisbruik in stand heeft gehouden door kinderporno te verzamelen en te verspreiden en ook zelf kinderporno te vervaardigen. De officier van justitie vindt dat bij het bepalen van een straf ook moet worden betrokken dat tijdens het onderzoek op de zitting is gebleken dat verdachte een ontuchtige handeling heeft gepleegd bij [voornaam van slachtoffer] . De officier van justitie zal vanwege de persoonlijke omstandigheden een deels voorwaardelijke straf eisen.

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf moeten volgens de officier van justitie de voorwaarden worden gekoppeld die door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast moeten volgens de officier van justitie ook als bijzondere voorwaarden worden opgelegd:

  • -

    het verplicht meewerken aan de controle van gegevensdragers van verdachte;

  • -

    een contactverbod met [getuige] en [slachtoffer] en

  • -

    een locatieverbod voor [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 4] .

De officier van justitie heeft verzocht de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De officier van justitie heeft tot slot verzocht om ook de vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaar op te leggen die hetzelfde contact- en locatieverbod inhoudt.

8.2

Het standpunt van de advocaat

De advocaat van verdachte verzoekt om het advies van de psycholoog over te nemen. Verdachte is volgens de psycholoog licht verstandelijk beperkt en verminderd toerekeningsvatbaar. De advocaat wijst erop dat het weliswaar lijkt alsof verdachte zaken achterhoudt, maar dat verdachte zich naar zijn kunnen zo goed mogelijk heeft uitgedrukt. De advocaat verzoekt de rechtbank om er bij het bepalen van een straf ook rekening mee te houden dat verdachte spijt heeft van wat hij heeft gedaan.

Verdachte heeft al vier maanden in de gevangenis gezeten. Dat is voor iemand met een licht verstandelijke beperking heel zwaar. Volgens de advocaat heeft het geen zin om verdachte nog langer naar de gevangenis te sturen, maar moet verdachte behandeld worden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden waaronder verdachte die feiten heeft gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft ook gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf verbindt de rechtbank voorwaarden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij deze straf heeft bepaald.

8.3.1

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

Op gegevensdragers van verdachte zijn ruim 7000 kinderpornografische foto’s, tientallen kinderpornografische video’s en enkele dierenpornografische afbeeldingen gevonden. Verdachte heeft dit soort afbeeldingen jaren lang verzameld, bewaard en verspreid en dus een gewoonte gemaakt van het verspreiden, verwerven en bezitten van kinderporno. Daarnaast heeft verdachte ook twee kinderpornografische foto’s vervaardigd. Verdachte heeft zich dus schuldig gemaakt aan een zeer ernstige feiten.

Bij de vervaardiging van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Zulk misbruik doorkruist een normale seksuele ontwikkeling en kan voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben, waar zij nog lange tijd last van kunnen hebben. De rechtbank houdt verdachte mede verantwoordelijk voor dat misbruik, omdat hij zelf twee kinderpornografische foto’s heeft vervaardigd en omdat hij door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Naast het misbruik is het voor slachtoffers ook schadelijk dat de afbeeldingen lange tijd blijven rondgaan en zij dus de rest van hun leven worden geconfronteerd met het misbruik. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen (seksuele) verlangens en geen oog heeft gehad voor de (zeer) jonge leeftijd en kwetsbare positie van de slachtoffers.

De rechtbank neemt het verdachte ook kwalijk dat hij – ook op zitting – geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Zo heeft hij verklaard dat hij de kinderporno moest verzamelen en verspreiden van anderen, terwijl uit het dossier een ander beeld naar voren komt. Uit de chatberichten die verdachte heeft gevoerd met de vrouwen die hem naar eigen zeggen dwongen tot het sturen van kinderporno, blijkt juist dat verdachte de initiatiefnemer was van het uitwisselen van kinderporno.

Door een seksueel getinte van foto van [voornaam van slachtoffer] te maken, heeft verdachte bovendien gezorgd voor veel onrust bij de familie van [voornaam van slachtoffer] . Hun vertrouwen is beschaamd en zij blijven zich afvragen of de foto misschien toch is verspreid door verdachte.

8.3.2

De persoonlijke omstandigheden van verdachte

Strafblad

Verdachte is niet eerder door de strafrechter veroordeeld. Dat heeft geen effect op het bepalen van de straf.

Advies van de psycholoog

Verdachte heeft gesproken met een psycholoog, mr. drs. R.A. Sterk. Mevrouw Sterk heeft een rapport over verdachte opgesteld.

De psycholoog heeft vastgesteld dat verdachte een licht verstandelijke beperking heeft. Hij heeft een onrijpe persoonlijkheid met vermijdende trekken. Dat heeft tot gevolg dat verdachte beperkt weerbaar is. Hij overziet de consequenties van zijn (strafbare) gedrag niet goed.

Volgens de psycholoog is de seksuele ontwikkeling van verdachte nog weinig gedifferentieerd. Nadat hij op zichzelf is gaan wonen heeft verdachte een sterke seksuele ontwikkeling doorgemaakt. De combinatie daarvan met de beperkte intellectuele capaciteiten van verdachte maakt volgens de psycholoog dat verdachte gemakkelijk aangezet kan worden tot seksueel handelen.

De psycholoog meent dat er een verband bestaat tussen de psychische problematiek van verdachte en de tenlastegelegde feiten. Alhoewel verdachte verstandelijk in staat is om de wederrechtelijkheid van zijn gedrag in te zien, is hij door zijn psychische beperkingen niet goed in staat zijn wil overeenkomstig dat inzicht geheel in vrijheid te bepalen. De psycholoog adviseert de rechtbank daarom om verdachte de feiten in verminderde mate toe te rekenen. Dat betekent dat verdachte volgens de psycholoog niet geheel verantwoordelijk is voor wat hij heeft gedaan.

De psycholoog schat de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen in als matig tot hoog. Om die kans zo klein mogelijk te maken, vindt de psycholoog het belangrijk dat verdachte wordt behandeld. Die behandeling dient zich volgens haar vooral te richten op de beperkte weerbaarheid van verdachte. Daarnaast moet volgens de psycholoog ook aandacht worden besteed aan de seksuele ontwikkeling van verdachte en de manier waarop hij deze heeft geuit. Een COVA-training lijkt de psycholoog daarvoor geschikt.

De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan de conclusies van de psycholoog en neemt deze over. Dit leidt ertoe dat de rechtbank verdachte verminderd toerekeningsvatbaar acht.

Advies van de reclassering

Verdachte heeft ook gesproken met [A] van Reclassering Nederland. Mevrouw [A] heeft een rapport over verdachte opgesteld.

De reclassering schat de kans op herhaling in als gemiddeld. Als risicofactoren noemt de reclassering dat sprake is van een sociaal isolement en dat verdachte geen dagbesteding heeft. De reclassering vindt het belangrijk dat verdachte begeleid wordt in een gedwongen kader.

De reclassering adviseert de rechtbank een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden:

  • -

    een meldplicht bij de reclassering;

  • -

    een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden;

  • -

    meewerken aan schuldhulpverlening;

  • -

    het vermijden van kinderporno;

  • -

    meewerken aan begeleiding vanuit [instelling 1] ;

  • -

    meewerken aan het krijgen van een passende dagbesteding;

  • -

    meewerken aan een eventuele aanmelding bij [instelling 2] .

8.3.3

Straf en maatregel

Straf

Rechters hebben oriëntatiepunten opgesteld die het uitgangspunt kunnen zijn bij het bepalen van een straf. Het uitgangspunt voor feiten als door verdachte gepleegd is een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar. De rechtbank vindt die straf ook passen bij de strafbare feiten die verdachte heeft gepleegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte wel aanleiding om de straf deels voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank vindt het namelijk belangrijk dat verdachte hulp krijgt en behandeld wordt. Een voorwaardelijk strafdeel geeft de mogelijkheid om bijzondere voorwaarden, gericht op hulpverlening, op te leggen.

Alles overwegend legt de rechtbank conform de vordering van de officier van justitie een gevangenisstraf van twee jaar op, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. Aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf verbindt de rechtbank de volgende voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd: meldplicht, gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, meewerken aan schuldhulpverlening, het vermijden van kinderporno, meewerken aan begeleiding vanuit [instelling 1] of een soortgelijke instelling, meewerken aan het verkrijgen van passende dagbesteding en meewerken aan een eventuele aanmelding bij [instelling 2] . Verder zal de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden van een contact- en locatieverbod opleggen.

De rechtbank zal het toezicht op de voorwaarde ‘vermijden van kinderporno’ niet opleggen, omdat onvoldoende duidelijk is geformuleerd hoe dit toezicht vorm zal worden gegeven. De reclassering heeft immers nagelaten precies te formuleren op welke wijze het onderzoek aan de gegevensdragers zal worden uitgevoerd en welke functionarissen de reclassering daarbij (technische) ondersteuning zullen bieden. In dit verband wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1215, waaruit blijkt dat een precieze formulering belangrijk is om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van verdachte niet meer dan nodig voor het beoogde toezicht wordt beperkt. Het had met andere woorden op de weg van de reclassering gelegen om in lijn met voornoemd arrest van de Hoge Raad precies aan te geven hoe zij de controle van de digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek had willen gaan vormgeven. Nu dit niet is gebeurd, zal de rechtbank het toezicht niet als onderdeel bij de voorwaarde ‘vermijden van kinderporno’ opleggen.

Maatregel

Om de maatschappij, in het bijzonder [voornaam van slachtoffer] en haar moeder, tegen het gedrag van verdachte te beschermen en om de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen te verkleinen, zal de rechtbank ook een vrijheidsbeperkende maatregel voor de duur van drie jaar aan verdachte opleggen. Die maatregel bestaat uit een contactverbod met [getuige] en [slachtoffer] en een locatieverbod voor [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 4] . Wanneer verdachte het contact- of locatieverbod overtreedt zal hem vervangende hechtenis worden opgelegd voor de duur van één week per overtreding, met een maximum van zes maanden.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Verdachte heeft zich met het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen dan wel gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk dat van de minderjarigen die op de foto’s stonden. Zowel de psycholoog als de reclassering denken dat de kans bestaat dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen als hij niet behandeld wordt. De rechtbank vindt dan ook dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw zo’n misdrijf zal plegen, mede gelet op de inhoud van de door verdachte gestuurde tekstberichten. De rechtbank beveelt daarom dat de bijzondere voorwaarden en het uit te voeren toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Tijdens de zitting is daarnaast gebleken dat verdachte nadat hij uit de voorlopige hechtenis is geschorst contact heeft gezocht met de familie van [voornaam van slachtoffer] . Dit gegeven in combinatie met het hiervoor uitgewerkte oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt, maakt dat de rechtbank ook de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar zal verklaren.

Voorlopige hechtenis

Aangezien de rechtbank aan verdachte een hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegt dan verdachte tot nu toe in voorarrest heeft gezeten, heft de rechtbank het bevel tot de schorsing van de voorlopige hechtenis op.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de in beslag genomen gegevensdragers van verdachte waar kinderporno op is gevonden te onttrekken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de advocaat

De advocaat heeft geen verweer gevoerd over het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  • -

    een zilverkleurige Samsung (goednummer 2019044490-2512891);

  • -

    een laptop (goednummer 2019044490-2512851);

  • -

    een zwarte Samsung (goednummer 2019044490-2512884).

Nu met behulp van al deze voorwerpen het bewezen verklaarde is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

10 BENADEELDE PARTIJ

10.1

De vordering van [slachtoffer]

Mr. P. Boonen heeft namens [slachtoffer] een vordering tot schadevergoeding ingediend. Hij vordert een bedrag van € 500,-. Dat bedrag bestaat uit immateriële schade. Volgens mr. Boonen is er sprake van een aantasting van de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek.

10.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, verhoogd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.3

Het standpunt van de advocaat

De advocaat van verdachte heeft primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, aangezien zij vindt dat de foto van [voornaam van slachtoffer] niet als kinderpornografisch kan worden gekwalificeerd. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om de vordering te matigen, omdat verdachte de foto niet heeft verspreid.

10.4

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek komt immateriële schade voor vergoeding in aanmerking als sprake is van een aantasting in de persoon. In veel gevallen lopen kinderen van wie kinderpornografisch materiaal is gemaakt grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom sprake van een aantasting in de persoon als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte.

[slachtoffer] heeft recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding. De rechtbank vindt de gevorderde € 500,- in dit geval een billijk bedrag, mede gelet op de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. De rechtbank zal de vordering dan ook tot een bedrag van € 500,- toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 april 2019 tot de dag van volledige betaling.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 april 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij tot nu toe heeft gemaakt, vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikel 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 38v, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat een gedeelte van 1 jaar van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat veroordeelde de hierna te melden algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast;

  • -

    als voorwaarden gelden dat veroordeelde:

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

o medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14 c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

o zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] te [plaatsnaam 5] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de reclassering;

o actief deelneemt aan de individuele gedragsinterventie CoVa plus of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen die door de trainer of begeleider van de training worden gegeven;

o meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde moet de reclassering inzicht geven in zijn financiën en schulden;

o zich op welke wijze dan ook onthoudt van:

 het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

 gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

 gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

Veroordeelde bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

o meewerkt aan begeleiding vanuit [instelling 1] of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering;

o meewerkt aan het verkrijgen van een passende dagbesteding;

o meewerkt aan een eventuele aanmelding bij [instelling 2] ;

o op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [getuige] , geboren [geboortedatum 2] 1980, en [slachtoffer] , geboren [geboortedatum 3] 2013;

o zich niet zal ophouden in de gemeenten [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 4] .

  • -

    waarbij Reclassering Nederland de opdracht wordt gegeven om toe te zien op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    verklaart de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar;

Oplegging maatregel

  • -

    legt op de vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van drie jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [getuige] , geboren [geboortedatum 2] 1980, en [slachtoffer] , geboren [geboortedatum 3] 2013, en zich niet zal ophouden in de gemeenten [plaatsnaam 1] en [plaatsnaam 4] ;

  • -

    beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval door veroordeelde niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;

  • -

    toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

  • -

    omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en/of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon beveelt de rechter, gelet op artikel 38v, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

o een zilverkleurige Samsung (goednummer 2019044490-2512891);

o een laptop (goednummer 2019044490-2512851);

o een zwarte Samsung (goednummer 2019044490-2512884);

Benadeelde partij

  • -

    wijst de vordering geheel toe;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag van € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2019 tot aan de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2019 tot aan de dag van volledige betaling;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Falkmann, voorzitter, mrs. E.J.W. Verhaagh en G.A. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F. Verkuijlen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 september 2020.

Mr. F. Verkuijlen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 december 2016 tot en met 29 oktober 2019 te Soesterberg en/of Amersfoort , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films - en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een telefoon (Samsung Galaxy S7, goednummer 2019044490-2512891, SIN nummer AAJL1728NL) en/of een telefoon (Samsung Galaxy S8, goednummer 2019044490-2512884, SIN nummer AAJL1727NL) en/of een laptop (Packard Bell, goednummer 2019044490-2512851, SIN nummer AAJL1726NL), bevattende foto's en/of video's en/of films van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,
heeft
verspreid en/of
aangeboden,
openlijk tentoongesteld,
ingevoerd,
doorgevoerd,
uitgevoerd,
verworven,
in bezit gehad en/of
zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de/een penis en/of vinger(s)/hand en/of voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een penis en/of vinger(s)/hand oraal en/of vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met een voorwerp oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het eigen lichaam
toonmap foto nr. 1, 2 en 3 (omschrijvingen p. 598 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 4, 5 en 6 (omschrijvingen p. 599 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 7, 8 en 9 (omschrijvingen p. 600 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 10, 11, 12 en 13 (omschrijvingen p. 601 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 14, 15, 16 en 17 (omschrijvingen p. 602 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
en/of
het met de/een penis en/of vinger(s)/hand en/of mond/tong en/of voorwerp betasten en/of
aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een vinger(s)/hand en/of mond/tong en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met de/een vinger(s)/hand en/of voorwerp betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten
toonmap foto nr. 18, 19 en 20 (omschrijvingen p. 603 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 21, 22, 23 en 24 (omschrijvingen p. 604 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 25, 26, 27 en 28 (omschrijvingen p. 605 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 29, 30 en 31 (omschrijvingen p. 606 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 32, 33 en 34 (omschrijvingen p. 607 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 35 (omschrijving p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
toonmap foto nr. 36 (omschrijving p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 37 en 38 (omschrijvingen p. 608 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 39, 40, 41 en 42 (omschrijvingen p. 609 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 43, 44 en 45 (omschrijvingen p. 610 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap foto nr. 50 (omschrijving p. 612 van het proces-verbaal, Bijlage IV)
toonmap serie bijlage IVa

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is)
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 46, 47 en 48 (omschrijvingen p. 611 van het proces-verbaal, Bijlage IV)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 april 2018 tot en met 29 oktober 2019 te Heerlen en/of Soesterberg en/of Amersfoort , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (6) afbeeldingen, te weten foto's - en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten een telefoon (Samsung Galaxy S7, goednummer 2019044490-2512891, SIN nummer AAJL1728NL) en/of een telefoon (Samsung Galaxy S8, goednummer 2019044490-2512884, SIN nummer AAJL1727NL), bevattende foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten (onder meer) [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 3] 2013, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] , althans deze persoon, poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer] , althans deze persoon, en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer] , althans deze persoon, in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
toonmap foto nr. 3 (Bijlage IVb p. 622 en omschrijving op p. 662 van het proces-verbaal)
toonmap foto nr. 7, 8 en 9 (Bijlage IVb p. 623 en omschrijvingen op p. 662 van het proces-verbaal)

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast (een afbeelding van) het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
Toonmap foto nr. 5 en 6 (Bijlage IVb p. 623, omschrijving op p. 662 van het proces-verbaal)

(art. 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 16 januari 2020, genummerd PL0900-2019044490, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 662. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen van 15 januari 2020, p. 582-588.

3 Proces-verbaal van bevindingen van 16 januari 2020, p. 486-487.

4 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting.

5 Document bij het Algemeen Deel van het proces-dossier, voorafgaande aan p. 1.

6 Proces-verbaal van bevindingen van 15 januari 2020, p. 582-588, proces-verbaal van bevindingen van 28 januari 2020, p. 661-662 en proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 12 november 2019, p. 399-400.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 30 oktober 2019, p. 170 en 172.

8 Proces-verbaal van onderzoek ter terechtzitting.