Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3962

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
C/16/506804 / FA RK 20-4499
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wvggz, overschrijding beslistermijn verzoek zorgmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/506804 / FA RK 20-4499

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 27 augustus 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedatum] 1991, te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] , te [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. A.E.M.C. Koudijs.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 31 juli 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 27 juli 2020;

- de zorgkaart;

- het zorgplan;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz en strafvorderlijke en justitiegegevens en politiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen, heeft de mondelinge behandeling via Skype en telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak via Skype of telefonisch gehoord:

- betrokkene en zijn advocaat,

- [A] , arts.

De betrokkene en de arts waren in dezelfde ruimte. De advocaat was in een afzonderlijke ruimte. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.

1.3.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de

mondelinge behandeling te verschijnen.

1.4.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene alle vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen.

2.2.

De advocaat heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek dan wel tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. De reden hiervoor is dat de rechtbank niet binnen drie weken heeft beslist op het verzoek, zoals de wet in artikel 6:2 bepaalt. Een nieuw verzoek is dan volgens de advocaat nodig.

De advocaat heeft subsidiair tot afwijzing van het verzoek geconcludeerd omdat betrokkene zich niet verzet tegen behandeling. Een zorgmachtiging is dan niet nodig. Verder is de advocaat van oordeel dat het in de stukken genoemde ernstig nadeel van letsel aan anderen, namelijk mishandeling van een medewerker in de kliniek, niet gekoppeld kan worden aan een stoornis. De betrokkene heeft verklaard dat hij snel naar huis wil.

2.3.

De arts heeft het volgende toegelicht. Enkele weken geleden ging het nog niet goed met betrokkene. Hij was psychotisch, onrustig, in conflict met anderen op de afdeling en sloeg op een deur. Daarom is het plan voor ambulante behandeling toen uitgesteld. Sinds een paar dagen is betrokkene weer rustiger. Hij is echter nog niet stabiel genoeg om nu al naar huis te gaan. Eerder is gezien dat betrokkene erg verwaarloosd was. Dat moet worden voorkomen. Voor een adequate behandeling is motivatie van betrokkene nodig. Tijdens een eerdere vrijwillige opname van betrokkene is gezien dat hij heel wisselend was in zijn motivatie voor behandeling en medicatie. Als betrokkene minder stabiel is, verdwijnt zijn ziekte-inzicht en zijn motivatie voor behandeling.

2.4.

Bevoegdheid.

De rechtbank stelt evenals de advocaat vast dat de termijn van drie weken na ontvangt van het verzoekschrift, waarbinnen de rechter uiterlijk uitspraak doet, is verlopen. Dat dit gegeven leidt tot onbevoegdheid van de rechtbank of niet-ontvankelijkheid van de verzoeker, blijkt niet uit de Wvggz. De rechtbank verwerpt daarom het primaire verweer van de advocaat.

2.5.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.6.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar of maatschappelijke teloorgang voor of van betrokkene of een ander en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

2.7.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.8.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

De motivatie van betrokkene om aan de behandeling mee te werken, is wisselend volgens de arts. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz.

2.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.10.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.11.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt dus tot en met 27 februari 2021.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1991, te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van

medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het

gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 februari 2021.

Deze beschikking is op 27 augustus 2020 mondeling gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door E. Berghuis als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 17 september 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.