Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3910

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
16-09-2020
Zaaknummer
16.136679-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.136679-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 september 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en mr. Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 5 december 2019 in Weesp alleen of samen met (een) ander(en) heeft ingebroken en daarbij goederen heeft weggenomen die toebehoren aan [A] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde woninginbraak wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat wettig bewijs voorhanden is. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft de ten laste gelegde woninginbraak bekend en de raadsman heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 9 december 2019, genummerd PL0900-2019365828-l, opgemaakt door politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van [aangever] namens [A] (pagina’s 4-5), met de daarbij gevoegde Bijlage goederen (pagina 7);

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 2 september 2020.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 5 december 2019 te Weesp, tezamen en in vereniging met anderen, een Macbook Pro (Apple) en Surface Pro (Microsoft) en een Playstation en controllers (Playstation) en kleding (Bogner en Canada Goose) en een ring en airpods (Apple en Bose) en een Ipad Pro (Apple) en een Iphone X (Apple) en een horloge (Samsung Gear S3), geheel of ten dele toebehorende aan [A] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 7 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, dan wel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met oplegging van (algemene en/of bijzondere) voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak.

Woninginbraken zijn zeer ernstige strafbare feiten. Het handelen van verdachte en zijn mededaders was uitsluitend gericht op het verrijken van zichzelf. Zij hielden daarbij geen rekening met de mogelijke gevolgen voor slachtoffers, voor wie een woninginbraak niet alleen schade en overlast veroorzaakt maar ook een gevoel van onveiligheid kan creëren op een plaats waar zij zich bij uitstek veilig moeten kunnen voelen, namelijk in de eigen woning. Dergelijke misdrijven veroorzaken bovendien ook in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank is, gelet op de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Voor het opleggen van een geheel voorwaardelijke straf, zoals door de raadsman (subsidiair) is bepleit, is geen ruimte. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De rechtbank heeft gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting die ontwikkeld zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt ten aanzien van een woninginbraak oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden als uitgangspunt genomen dan wel, indien sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden, of indien sprake is van veelvuldige recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden.

Uit het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie (‘strafblad’) van 4 augustus 2020 blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en reeds meermalen is veroordeeld voor (onder meer) het plegen van woninginbraken. De rechtbank gaat daarom uit van voornoemd oriëntatiepunt behorend bij veelvuldige recidive.

Overeenkomstig voornoemde oriëntatiepunten houdt de rechtbank voorts (in het nadeel van verdachte) rekening met de omstandigheid dat verdachte de bewezenverklaarde woninginbraak heeft gepleegd in samenwerking met anderen.

Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden passend en geboden. De tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal hierop in mindering worden gebracht.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. H.J. Bos en M.C. Danel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 september 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij:

op of omstreeks 5 december 2019 te Weesp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een Macbook Pro (Apple) en/of Surface Pro (Microsoft) en/of een Playstation en/of controllers (Playstation) en/of kleding (Bogner en/of Canada Goose) en/of een ring en/of airpods (Apple en/of Bose) en/of een Ipad Pro (Apple) en/of een Iphone X (Apple) en/of een horloge (Samsung Gear S3), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [A] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.