Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3884

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
UTR 19/5086
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak, eiseres als zorgverlener is geen belanghebbende bij besluiten van verweerder inzake de weigering om pgb's aan haar client toe te kennen, verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/5086

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

14 september 2020 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: J. Elshot),

en

Zilveren Kruis Zorgkantoor, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Gezer).

Inleiding

Eiseres heeft naar eigen zeggen in de periode van mei 2015 tot en met augustus 2016 en van februari 2016 tot september 2017 thuiszorg verleend bij [A] ( [A] ). [A] heeft lichamelijke en psychische beperkingen, als gevolg waarvan hij zorg nodig heeft. De daarvoor aan verweerder opgestuurde facturen zijn onbetaald gebleven. Om die reden is door en namens eiseres op 29 maart 2019, 3 mei 2019, 24 juni 2019 en 1 en 2 juli 2019 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Op verzoek van verweerder heeft eiseres laten weten bezwaar te maken tegen de e-mail van de bewindvoerder van [A] van 14 juni 2016, waarin staat dat eiseres 75% mag declareren, en de besluiten van 28 april 2016 en 24 maart 2017, waarbij verweerder heeft geweigerd aan [A] een persoonsgebonden budget (pgb) te verstrekken. Zonder dat pgb kan [A] eiseres niet betalen voor haar diensten. Op 12 september 2019 heeft eiseres verweerder verteld als zorginstelling bezwaar te maken.

In het besluit van 14 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat verweerder niet inhoudelijk naar de bezwaren kijkt, omdat niet aan de indieningsvereisten wordt voldaan. Volgens verweerder is eiseres – kort gezegd – geen belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij de besluiten waartegen zij bezwaar heeft gemaakt.

Eiseres is het hier niet mee eens en heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft gemachtigde van eiseres gevraagd om een schriftelijke machtiging. Hierop heeft gemachtigde van eiseres een op 10 december 2019 door [A] ondertekende machtiging ingestuurd.

De rechtbank heeft gemachtigde van eiseres in een brief van 26 augustus 2020 medegedeeld dat het voor de rechtbank niet duidelijk is of gemachtigde namens eiseres of namens [A] beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft gemachtigde verzocht hier schriftelijk op te reageren en zo nodig een uittreksel van de Kamer van Koophandel te overleggen.

Gemachtigde heeft op 4 september 2020 telefonisch tegenover de griffier verklaard namens [eiseres] B.V. als eiseres beroep te hebben ingesteld. Zij heeft dit op 8 september 2020 schriftelijk bevestigd en daarbij een uittreksel van de Kamer van Koophandel ingestuurd. De rechtbank gaat er dus vanuit dat gemachtigde namens [eiseres] B.V. als eiseres optreedt.

Het onderzoek ter zitting heeft via Skype for Business plaatsgevonden op 14 september 2020. Partijen hebben zich op de zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

Beoordeling van het geschil

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende uitleg.

2. De vraag is of eiseres als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden aangemerkt. Alleen een belanghebbende kan namelijk bezwaar (en beroep) instellen tegen de besluiten van verweerder.

3. Een belanghebbende is iemand die een direct belang heeft bij een besluit. Dit staat in de Awb1.

4. In de rechtspraak2 is uitgelegd wanneer je een direct belang hebt. Dat kan zijn wanneer je een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang hebt dat jou in voldoende mate onderscheidt van anderen. Dat belang moet ook rechtstreeks bij het betreffende besluit zijn betrokken. Wanneer jouw belang is afgeleid van het belang van een ander is niet aan deze eis voldaan.

Dat sprake is van een contractuele relatie tussen degene tot wie een besluit is gericht ( [A] ) en eiseres betekent niet dat het belang van eiseres bij dat besluit alleen al daarom een afgeleid belang is. Onderzocht moet worden of eiseres los van die contractuele relatie ook een zelfstandig eigen belang heeft bij dat besluit.

5. De rechtbank ziet in de dossierstukken en de verklaring van eiseres op de zitting geen zelfstandig eigen belang van eiseres bij de besluiten van verweerder. Eiseres heeft de thuiszorg vanaf 2015 bij [A] verleend op basis van afspraken die zij met [A] dan wel zijn bewindvoerder en/of familie heeft gemaakt. Dat zij voor die verleende zorg uitbetaald moet worden, volgt uit die afspraken. Voor de betaling van haar diensten moet eiseres dus bij [A] dan wel zijn bewindvoerder zijn. Dit staat los van de besluiten die verweerder heeft genomen over het pgb van [A] . Hieruit volgt dus niet dat eiseres ook belanghebbende is bij die besluiten van verweerder.

De rechtbank ziet verder ook geen andere reden om eiseres als belanghebbende bij de besluiten van verweerder aan te merken. Verweerder heeft in de besluiten geweigerd de pgb’s aan [A] toe te kennen, omdat [A] niet aan de afspraken behorend bij een pgb zou voldoen. Die reden heeft dus ook niets met eiseres te maken en raakt haar dan ook niet in haar belangen. Ook verder is de rechtbank niet gebleken van een dermate zelfstandig eigen belang van eiseres om haar als belanghebbende bij de besluiten van verweerder aan te merken. Dat betekent dat verweerder eiseres terecht niet als belanghebbende in de zin van de Awb heeft aangemerkt. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres dan kennelijk niet-ontvankelijk mogen verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren wordt dan niet toegekomen.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is uitgesproken op 14 september 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

1 Artikel 1:2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb

2 Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:669