Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3861

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
29-01-2021
Zaaknummer
UTR 20/2816
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fictief beroep. Eisers stellen dat sprake is van een bevoegdhedenovereenkomst en verzoeken om nakoming. Civielrechtelijke rechtsverhouding, de rechtbank is onbevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2816

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2020 in de zaak tussen

[Eiser 1] en [Eiser 2] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: M. Henriquez-van Ooijen)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op hun verzoek.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten als voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is. Na kennis te hebben genomen van de stukken ziet de rechtbank aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Dit staat in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eisers hebben op 3 februari 2020 het college verzocht om nakoming van de verplichting tot het uitvoeren van de tweede fase van de kap van bomen aan de [straat] in [woonplaats] .

4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eisers met hun verzoek het college hebben gevraagd om een besluit te nemen, als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Daar wordt onder verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

5. Eisers verzoeken het college om nakoming van een verplichting, die naar zij stellen voortvloeit uit een bevoegdhedenovereenkomst tussen verweerder en de buurtbewoners (waaronder eisers). Partijen bij een bevoegdhedenovereenkomst staan in een civielrechtelijke rechtsverhouding tot elkaar. Dat betekent dat eisers met hun verzoek om nakoming niet aan verweerder hebben gevraagd om een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb te nemen. De rechtbank is daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.

6. Als eisers menen dat er een bevoegdhedenovereenkomst is gesloten tussen verweerder en de buurtbewoners en dat verweerder in gebreke is in de nakoming daarvan, kunnen zij een dagvaardingsprocedure starten en een vordering indienen bij de burgerlijke rechter.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het bij haar ingestelde beroep.

Deze uitspraak is op 10 september 2020 gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van der Knijff, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.