Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3848

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
28-09-2020
Zaaknummer
8146017 UC EXPL 19-12110
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

koop tweedehands auto, non-conformiteit, artikel 7:17 BW, onjuiste kilometerstand

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8146017 UC EXPL 19-12110 ID/963

Vonnis van 19 augustus 2020

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. O. Lenselink,

tegen:

de besloten vennootschap

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Utrecht,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: G.J. van Velzen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 11,

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8,

- de nagekomen productie 12 van [eiser] .

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juli 2020. Tijdens deze zitting heeft [eiser] nog een productie overgelegd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat het over?

2.1.

In augustus 2018 heeft [gedaagde] via een advertentie op haar Facebookpagina een Volkswagen Golf R20 uit 2011 (hierna: de auto) te koop aangeboden. [eiser] heeft daarop contact opgenomen met [gedaagde] en de auto bezichtigd. Op 24 augustus 2020 heeft [eiser] de auto gekocht voor € 22.500,00. Op de factuur van [gedaagde] staat een kilometerstand vermeld van 130.221.

2.2.

[eiser] stelt dat hij binnen tien maanden na de aankoop allerlei kosten heeft moeten maken om defecten aan de auto te laten herstellen. Volgens [eiser] had hij al na enkele maanden problemen met de versnellingsbak, waarvan het oliepeil veel te laag bleek, is eind april 2019 de turbo uit elkaar geklapt, moest begin mei 2019 de brandstofslang vervangen worden en waren er eind juni 2019 problemen met de nokkenas en moest de distributieketting vervangen worden.

2.3.

Op 30 augustus 2019 is de versnellingsbak van de auto uitgelezen. Toen is vastgesteld dat de kilometerstand op de teller van op dat moment 167.275 km niet overeenkwam met de uitgelezen kilometerstand van de versnellingsbak van 220.830 km. In een brief van 17 september 2019 heeft (de gemachtigde van) [eiser] om die reden de koopovereenkomst ontbonden vanwege non-conformiteit en [gedaagde] verzocht de koopsom terug te betalen, waarna de auto zou worden teruggeleverd. [gedaagde] heeft daar niet aan meegewerkt.

2.4.

In deze procedure vordert [eiser] - samengevat - dat de kantonrechter:

- primair voor recht verklaart dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden dan wel deze alsnog ontbindt op grond van non-conformiteit, of

- subsidiair de koopovereenkomst vernietigt op grond van dwaling,

en [gedaagde] (in beide gevallen) veroordeelt om het aankoopbedrag van € 22.500,00 aan [eiser] terug te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente, om medewerking te verlenen aan het overschrijven van de auto op haar naam, en om € 1.000,00 aan [eiser] te betalen als (gemaximeerde) vergoeding voor de gemaakte herstelkosten, te vermeerderen met wettelijke rente, dan wel

- meer subsidiair [gedaagde] veroordeelt om € 11.219,71 (€ 3.719,71 aan gemaakte kosten en € 7.500,00 aan waardevermindering) aan [eiser] te betalen als schadevergoeding vanwege toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, te vermeerderen met wettelijke rente,

alles met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.010,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

[gedaagde] voert hiertegen verweer.

3 De beoordeling

3.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de auto voldoet aan hetgeen [eiser] als koper op grond van de overeenkomst daarvan mocht verwachten, waarbij meespeelt of er bij de verkoop onjuiste of onvolledige informatie is gegeven.

Andere contractspartij?

3.2.

[gedaagde] heeft allereerst als verweer aangevoerd dat niet zij, maar de heer [A] , de vorige eigenaar van de auto, de contractspartij van [eiser] was. Volgens [gedaagde] had zij de auto in consignatie en heeft zij voor [A] bemiddeld bij de verkoop daarvan. De auto was namelijk geleased en kon daarom alleen via een autobedrijf bij de RDW worden overgeschreven. [gedaagde] heeft ook de betaling aan de leasemaatschappij afgehandeld en bemiddeld bij de financiering van de auto voor [eiser] . Ter onderbouwing heeft [gedaagde] verwezen naar WhatsAppcommunicatie tussen haar en [A] , waaruit onder meer blijkt dat [A] de minimum verkoopprijs van de auto heeft bepaald (productie 2 [gedaagde] ).

3.3.

Dit verweer faalt bij gebrek aan onderbouwing. Vast staat dat [eiser] in augustus 2018 naar aanleiding van een advertentie op de Facebookpagina van [gedaagde] contact heeft opgenomen met [gedaagde] . [eiser] heeft de auto vervolgens bij de garage van [gedaagde] bezichtigd, waarbij hij met de heer [B] , de directeur van [gedaagde] , heeft gesproken over de kooprijs. Verder heeft [eiser] een factuur ontvangen van [gedaagde] en aan [gedaagde] € 4.000,00 als aanbetaling voldaan en via een financier het restant van de koopsom. Uit een door [eiser] overgelegde screenshot van de advertentie van 17 augustus 2018 (productie 12) blijkt niet dat [gedaagde] in die advertentie heeft vermeld dat zij de auto namens een derde verkocht. [eiser] stelt dat dit ook niet tegen hem is gezegd. [gedaagde] heeft dat niet concreet weersproken. Dat [eiser] op de hoogte was van de inhoud van de door [gedaagde] aangehaalde WhatsAppberichten is niet gesteld of gebleken. Het was aan [gedaagde] om uiterlijk bij het sluiten van de koopovereenkomst aan [eiser] duidelijk te maken dat zij deze namens [A] sloot. Nu uit niets blijkt dat zij dit heeft gedaan, heeft [gedaagde] als de contractspartij te gelden.

Non-conformiteit?

3.4.

Omdat de koopovereenkomst is gesloten tussen [eiser] , een particulier, en [gedaagde] , een professional die handelde in de uitoefening van haar bedrijf zijn, zijn de regels voor consumentenkoop van toepassing. Op grond van artikel 7:17 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst voldoen (lid 1) en beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (lid 2).

3.5.

De kantonrechter vindt dat de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. In de advertentie van [gedaagde] van 17 augustus 2018 staat een kilometerstand vermeld van 130.200 km en op de factuur van [gedaagde] van 24 augustus 2018 (productie 2 [eiser] ) een kilometerstand van 130.221 km. Gelet op deze mededelingen van [gedaagde] mocht [eiser] verwachten dat de kilometerstand van de auto niet meer dan 130.221 km was. [eiser] stelt onder verwijzing naar het overgelegde diagnosedocument (productie 7 [eiser] ) dat na uitlezing van de versnellingsbak is vastgesteld dat de werkelijke kilometerstand van de auto 53.555 km hoger is. [gedaagde] heeft de juistheid van die diagnose en dat document betwist. Of de kilometerstand inderdaad 53.555 km afwijkt, kan in het midden blijven. [gedaagde] heeft in de conclusie van antwoord namelijk erkend dat de kilometerstand van de auto in werkelijkheid circa 25.000 km hoger is, omdat zij in september 2016 de kilometerteller van de auto heeft vervangen voor een teller met een lagere stand. Ter zitting heeft de hiervoor al genoemde heer [B] gezegd dat het verschil 22.000 km bedraagt. Gelet daarop staat vast dat de werkelijke kilometerstand van de auto ten minste 22.000 km afwijkt.

Terecht ontbonden?

3.6.

Voor zover [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat [eiser] dit wist of had kunnen weten, volgt de kantonrechter haar daarin niet. Vast staat dat [gedaagde] bij de verkoop niet aan [eiser] heeft gemeld dat de teller van de auto is vervangen voor een teller met een lagere stand. Dat had zij wel moeten doen, omdat het om relevante informatie gaat. Dat zij dit destijds wel bij de RDW heeft gemeld en [eiser] navraag had kunnen doen bij de RDW, doet aan deze mededelingsplicht niets af. Verder kan op grond van de enkele omstandigheid dat [eiser] in 2016 en 2017 bij [gedaagde] werkzaam was en (de vorige eigenaar) [A] de auto bij [gedaagde] in onderhoud had, niet worden geconcludeerd dat [eiser] bekend was met de hele historie van de auto. Ter zitting heeft [B] ook gezegd dat [eiser] niet wist dat de kilometerteller van de auto werd vervangen.

3.7.

Deze niet geringe afwijkende kilometerstand van 22.000 km maakt al dat de auto ten tijde van de koop niet de eigenschappen bezat die [eiser] mocht verwachten. Uit vaste rechtspraak volgt namelijk dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel essentieel is voor de koper en stilzwijgend door de verkoper wordt gegarandeerd en dat bij een aanmerkelijke afwijking daarvan de geleverde auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dat in dit geval de kilometerstand van de auto voor [eiser] niet van essentieel belang was, is door [eiser] weersproken en blijkt verder uit niets. Herstel van dit gebrek is gelet op de aard daarvan niet mogelijk. De buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst was dan ook gerechtvaardigd. De primaire vordering, om voor recht te verklaren dat de overeenkomst is ontbonden, zal dan ook worden toegewezen.

Verplichting tot schadevergoeding?

3.8.

Door de ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat op grond van artikel

6:271 BW voor partijen de verplichting tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dit betekent dat [gedaagde] de koopsom van € 22.500,00 aan [eiser] moet terugbetalen en dat [eiser] de auto aan [gedaagde] moet terugleveren in de staat waarin deze zich ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bevond. Dat laatste is echter feitelijk onmogelijk, omdat [eiser] de auto heeft gebruikt. [gedaagde] heeft in dat kader verzocht rekening te houden met een waardevermindering van de auto vanwege de door [eiser] gereden kilometers, extra slijtage van de auto als gevolg van zijn sportieve rijgedrag en de tuning die is aangebracht. De auto is volgens [gedaagde] ook in waarde verminderd door slecht en achterstallig onderhoud, waarbij tweedehands onderdelen zijn gebruikt. [gedaagde] meent dat de auto hierdoor moeilijk te verkopen zal zijn. [gedaagde] verzoekt de kantonrechter daarom te bepalen dat zij maar € 10.000,00 aan koopsom aan [eiser] hoeft terug te betalen. [eiser] heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd.

3.9.

De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Een koper mag na aflevering doen en laten met de zaak wat hij wil. Op grond van artikel 7:10 BW blijft ingeval de koper op goede gronden het recht op ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen, de zaak voor risico van de verkoper (lid 3). Dat geldt ook voor de achteruitgang ervan door toedoen van de koper, maar de koper moet vanaf het moment dat hij redelijkerwijs rekening moet houden met het feit dat hij de zaak terug moet geven wel als een zorgvuldig schuldenaar voor behoud ervan zorgen (lid 4). Als de koper toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van deze zorgverplichting is hij schadevergoeding verschuldigd. Verder geldt op grond van artikel 6:78 BW dat als de koper niet aan zijn ongedaanmakingsverbintenis kan voldoen en hem dit niet kan worden toegerekend, hij slechts tot schadevergoeding gehouden is voor zover hij voordeel heeft genoten, met inachtneming van de regels van de ongerechtvaardigde verrijking. In de wet is geen specifieke bepaling opgenomen om de koper te verplichten bij ontbinding van de overeenkomst een gebruiksvergoeding te betalen. Uitgaande van het feit dat de verkoper in beginsel het risico van tekortkomingen behoort te dragen, zal het slechts in uitzonderingsgevallen redelijk zijn dat de koper een vergoeding voor het gebruik betaalt op grond van ongerechtvaardigde verrijking of de redelijkheid en billijkheid.

3.10.

[eiser] mocht de auto na de levering gebruiken zoals hij wilde. Op grond van het bepaalde in artikel 7:10 BW komt de door [gedaagde] gestelde waardevermindering van de auto voor rekening en risico van [gedaagde] . De kantonrechter begrijpt uit de ter zitting gegeven toelichting dat de auto sinds de buitengerechtelijke ontbinding stilstaat in een garage. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat [eiser] zijn zorgverplichting heeft geschonden en op die grond schadeplichtig is tegenover [gedaagde] . Verder heeft [gedaagde] niet gesteld of onderbouwd dat [eiser] voordeel heeft genoten. Tot slot heeft [gedaagde] niet duidelijk gemaakt waarom een gebruiksvergoeding in dit geval op zijn plaats zou zijn en welk bedrag dan redelijk zou zijn.

3.11.

De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen tot terugbetaling van de volledige koopsom van € 22.500,00. [gedaagde] zal daarover de wettelijke rente moeten vergoeden vanaf 17 september 2019, zoals gevorderd. De kantonrechter zal [gedaagde] ook veroordelen om medewerking te verlenen aan het overschrijven van de auto op haar naam, zoals ook is gevorderd.

Vergoeding van gemaakte kosten?

3.12.

De door [eiser] op de voet van artikel 7:24 BW gevorderde vergoeding voor gemaakte herstelkosten ad € 1.000,00 zal de kantonrechter afwijzen om de volgende redenen. Op grond van artikel 7:24 lid 1 BW en artikel 6:74 lid 1 BW is de verkoper verplicht schade te vergoeden als er een tekortkoming is in de nakoming van de koopovereenkomst die hem kan worden toegerekend en de koper daardoor schade lijdt. In dit geval heeft [eiser] niet voldoende gesteld dat de gemaakte kosten in causaal verband staan met het aan de ontbinding ten grondslag liggende feit dat de auto een hogere kilometerstand had dan [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

3.13.

De vraag of de gestelde gebreken aan de auto op zichzelf tekortkomingen in de nakoming van de koopovereenkomst opleveren, die voor rekening van [gedaagde] komen, kan in het midden blijven. Op grond van artikel 6:74 lid 2 BW ontstaat de verplichting tot schadevergoeding in het geval nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is pas in geval van verzuim van de schuldenaar. Het verzuim treedt volgens de hoofregel van artikel 6:82 BW in wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft. [eiser] stelt dat hij bij [gedaagde] is langsgegaan om de gebreken aan de orde te stellen en te laten verhelpen, maar dat hij steeds werd afgewimpeld. Omdat hij de auto nodig had, is hij naar derden gegaan om de gebreken te laten herstellen. [gedaagde] heeft dit gemotiveerd bestreden. Volgens haar is [eiser] maar één keer bij haar geweest met een melding over de versnellingsbak. Zij heeft toen een aanbod gedaan om de fabrieksinstellingen terug te zetten, waarop [eiser] niet heeft gereageerd. [B] heeft tijdens de zitting ook verklaard dat hij [eiser] had gezegd dat hij de auto kon brengen. Dat [eiser] uit een mededeling van [gedaagde] moest afleiden dat zij de gebreken niet zou herstellen (in welk geval het verzuim zonder ingebrekestelling zou zijn ingetreden), kan in het licht van deze stellingen van [gedaagde] niet worden vastgesteld. [eiser] had [gedaagde] daarom schriftelijk in gebreke moeten stellen. Nu [eiser] dit niet heeft gedaan, is [gedaagde] niet in verzuim komen te verkeren. De vordering tot schadevergoeding is daarom niet toewijsbaar.

3.14.

[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het bedrag toewijzen tot het wettelijke tarief, wat neerkomt op € 1.000,00.

3.15.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 99,01

- griffierecht 486,00

- salaris gemachtigde 960,00 (2,0 punten × tarief € 480,00)

Totaal € 1.545,01

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal eveneens worden toegewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst met [gedaagde] met betrekking tot de auto buitengerechtelijk heeft ontbonden,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] € 22.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2019 tot de dag van volledige betaling,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan het overschrijven van de auto op haar naam,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] € 1.000,00 te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten,

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.545,01, waarin begrepen € 960,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Hermans, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2020.