Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3811

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
09-09-2020
Zaaknummer
16/104291-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft medeplegen van moord, diefstal in vereniging met geweld met de dood als gevolg en diefstal in vereniging met een valse sleutel bewezen verklaard. Aan zowel het slachtoffer als aan beide verdachten is in het verleden een TBS-maatregel opgelegd; de medeverdachte bevond zich in de laatste fase daarvan. De rechtbank is van oordeel dat verdachten met voorbedachten rade hebben gehandeld en hun handelen niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Zij bestempelt de handelingen van verdachten, zowel de verschillende, in grootte toenemende overboekingen en het heimelijk afkijken (en later noteren) van de pincode, als het toedienen van steeds sterkere medicatie als berekenend, planmatig en met een bepaalde opbouw. Ook in de reeks van verschillende geweldshandelingen die uiteindelijk hebben geleid tot het overlijden van het slachtoffer, ziet de rechtbank een opbouw: als de ene methode niet volstaat wordt een andere methode toegepast. Gedurende deze minutenlang durende reeks van geweldshandelingen zijn er verschillende momenten geweest waarop verdachten gelegenheid hadden voor beraad, met name wanneer zij van de ene methode overstappen op de andere. Ook voorafgaand aan de geweldshandelingen hebben verdachten hiertoe gelegenheid gehad. De handelingen na de dood van het slachtoffer, wanneer verdachten zich hebben voorzien van handschoenen en schoonmaakdoekjes en het huis opnieuw wordt doorzocht en goederen worden weggenomen, wijzen eveneens op planmatigheid van het geheel aan handelingen. De verklaring van verdachte dat hij niet in staat was om van de bank af te komen en in te grijpen, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Zij komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf van 18 jaren opgelegd en de TBS-maatregel met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/104291-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1970] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting Nieuwegein te Nieuwegein.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 juni 2019, 18 september 2019, 10 december 2019, 3 maart 2020,
12 mei 2020, 4 en 5 augustus 2020 en 2 september 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. van Nes en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.G. Pekkeriet-Bischop, advocaat te Deventer, alsmede mr. B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, namens de benadeelde partijen naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 3 maart 2020 nader omschreven en op de zitting van
4 augustus 2020 gewijzigd. De nader omschreven en gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1A primair (medeplegen van moord):

in de periode van 19 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, samen met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd door

  • -

    hem een- of meermalen (toxische) middelen toe te dienen;

  • -

    zijn arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van [slachtoffer] te brengen en daar druk op uit te oefenen;

  • -

    een- of meermalen (met kracht) op het hoofd van [slachtoffer] te slaan en/of te stompen;

  • -

    een kussen gedurende enige tijd op het gezicht van [slachtoffer] te drukken;

  • -

    de keel en/of hals van [slachtoffer] met de handen en/of een lint dicht te drukken en dichtgedrukt te houden;

  • -

    één of meer andere geweldshandelingen.

1A subsidiair (medeplegen van gekwalificeerde doodslag):

in de periode van 19 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, samen met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, waarbij de doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van diefstal met geweld en/of diefstal door middel van een valse sleutel;

1A meer subsidiair (medeplegen van doodslag):

in de periode van 19 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, samen met een ander, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd.

Nog meer subsidiair en meest subsidiair zijn voornoemde feiten onder 1A ten laste gelegd als medeplichtigheid aan moord, aan gekwalificeerde doodslag en aan doodslag.

De verdenking onder 1B komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1B primair (diefstal in vereniging met geweld):

in de periode van 19 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, samen met een ander, althans alleen, een ketting, laptop, mobiele telefoon (Samsung S7), horloge, bankpas, kentekenbewijs, druppel en/of één of meer geldbedrag(en) van [slachtoffer] heeft gestolen, met geweld en/of bedreiging met geweld, ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden.

Subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid hieraan.

2 ( diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel):

in de periode van 19 t/m 25 april 2019 te Lelystad en/of Almere, samen met een ander, althans alleen, één of meer geldbedragen van [slachtoffer] en/of de erven van die [slachtoffer] heeft gestolen door middel van het (onbevoegd) gebruik maken van een betaalpas en/of pincode op naam van [slachtoffer] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1A primair ten laste gelegde medeplegen van moord. Hij acht het ten laste gelegde medeplegen van gekwalificeerde doodslag onder 1A subsidiair, de diefstal in vereniging met geweld met de dood als gevolg onder 1B primair en de diefstal in vereniging met een valse sleutel onder 2 wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1A primair ten laste gelegde medeplegen van moord, van het medeplegen van gekwalificeerde doodslag onder 1A subsidiair en van het medeplegen van doodslag zoals ten laste gelegd onder 1A meer subsidiair. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van verdachte als uitgangspunt kunnen gelden omdat die geloofwaardig en betrouwbaar zijn en steun vinden in andere bewijsmiddelen. Kern van die verklaringen is dat verdachte verbouwereerd en als ‘op slot’ op de bank zat, zo dronken was dat hij zou zijn omgevallen als hij een duwtje had gekregen, en daardoor niets kon doen om de geweldshandelingen van medeverdachte [medeverdachte] richting [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) te voorkomen. Er is geen bewijs voor voorbedachten rade en evenmin voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten. Er was aan de zijde van verdachte geen opzet op de dood van [slachtoffer] . Ook is verdachte niet opzettelijk behulpzaam geweest, zodat ook medeplichtigheid niet kan worden bewezen.

Ten aanzien van het onder 1B ten laste gelegde is aangevoerd dat het oogmerk om de diefstal te plegen er niet al was op het moment dat het geweld richting [slachtoffer] plaatsvond, maar pas daarna. De geweldshandelingen kunnen daarom niet worden bewezen. Ten aanzien van het ten laste gelegde medeplegen en de medeplichtigheid aan dit feit heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Voor de onder 2 ten laste gelegde diefstal in vereniging met een valse sleutel geldt dat er aan de zijde van verdachte alleen voorwaardelijk opzet is geweest op de diefstal van de geldbedragen die na de dood van [slachtoffer] op de rekening van verdachte zijn gestort.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen voor de feiten 1A, 1B en 2 1

Aantreffen van [slachtoffer]

Naar aanleiding van een melding van [getuige 1] is op 28 april 2019 in een woning aan de [adres] te [woonplaats] het stoffelijk overschot van [slachtoffer] aangetroffen.2 Getuige [getuige 1] verklaarde dat hij gisteren (de rechtbank begrijpt: 27 april 2019) van [verdachte] een WhatsApp-bericht had ontvangen waarin stond: ‘broer ik heb een zeer ernstig probleem. Ik heb advies van jou nodig. Kan ik naar jou toekomen’. Toen [getuige 1] hem belde zei hij: ‘er ligt een dooie kip in het kippenhok en die ligt er nog steeds’ en ‘die vriend is dood’. Voor het weekend van Pasen had [verdachte] hem om geld gevraagd. Een uur later had hij van [verdachte] een mail gekregen dat hij het geld niet meer nodig had en al iets anders geregeld had.3

Verklaringen van verdachten

Medeverdachte [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte] ) heeft op 19 februari 2020 als volgt verklaard. Hij heeft [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) gevraagd om geld over te maken. Dit is in samenspraak met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) gegaan. Zaterdag 20 april 2019 zijn ze in de avond naar [slachtoffer] gegaan. Bij [verdachte] thuis zag hij [verdachte] bij zijn medicijnkast staan. Hij had een kokertje in zijn hand. [slachtoffer] had € 500,- overgemaakt. Dit had [medeverdachte] hem gevraagd. Het was een aanbetaling voor de auto. Hij heeft ongeveer € 470,- opgenomen. [verdachte] en hij zijn op de zaterdag nog weer naar huis gegaan. Ze zijn weer teruggegaan naar het huis van [slachtoffer] met de taxi. Toen ze binnenkwamen, was [slachtoffer] wat duf. Om 00.15 uur heeft [medeverdachte] € 5.000,- overgemaakt van de rekening van [slachtoffer] naar zijn rekening. [verdachte] wist daar ook van. [medeverdachte] heeft [slachtoffer] twee klappen gegeven. [verdachte] heeft hem ook nog een klap gegeven. Samen hebben ze een kussen gepakt en op het hoofd gehouden van [slachtoffer] . [verdachte] zei dat hij dacht dat [slachtoffer] nog niet dood was. [medeverdachte] is doorgegaan, heeft zijn hand om de nek van [slachtoffer] gedaan en aangeknepen. Hij liet los en zag dat [slachtoffer] nog een beetje bewoog. [verdachte] heeft hem een rol lint aangegeven en zei dat hij het moest afmaken. [medeverdachte] heeft het lint om de nek van [slachtoffer] gedaan en aangetrokken. Toen zag hij dat [slachtoffer] helemaal blauw aanliep en was overleden. [verdachte] en hij zijn samen door het huis gelopen en hebben spullen zoals de laptop, bankpas, alles wat gevonden is, verzameld. Er is ook een Samsung telefoon meegenomen. [verdachte] heeft de ring van de vinger getrokken van [slachtoffer] en ook de ketting heeft [verdachte] losgemaakt. [medeverdachte] heeft een taxi gebeld en ze zijn naar het huis van [verdachte] gegaan. [verdachte] zei tegen hem dat hij eerst nog even moest pinnen. De € 5.000,- was ten slotte overgemaakt. Hij is met de taxi naar het station gegaan naar de ING en heeft geprobeerd te pinnen, maar dit lukte niet, omdat hij aan zijn limiet zat. Hij is met de taxi naar een ING in Almere gegaan en heeft daar € 1.000,- opgenomen. Zondag heeft hij nog vier keer € 250,- gepind bij de Rabobank.

Op maandag is hij met [verdachte] naar de Action geweest. [verdachte] en hij hebben samen schoonmaakdoekjes en handschoenen gekocht. Ze zijn naar het huis van [slachtoffer] gegaan. Het was het idee van [verdachte] . [verdachte] zei dat ze de boel moesten oplossen. [medeverdachte] heeft het geldkistje opengebroken. Hij is nog bij [slachtoffer] geweest en heeft hem met de handschoen aangeraakt. [verdachte] wilde het horloge hebben.

Hij wist niet dat [slachtoffer] geld had. [verdachte] wel. Hij heeft [slachtoffer] gevraagd om € 30,- en € 80,- voor hemzelf. Voor die € 150,- hebben zij een smoes verzonnen om geld te krijgen. Onder andere heeft hij ook geld geleend met de smoes van het slepen. Hij heeft de pincode van [slachtoffer] afgekeken met het overmaken van de € 500,-. Dat was op zaterdagavond. Hij heeft bij die
€ 500,- gezegd dat hij geld van zijn oom zou krijgen. Dit was een smoes om [slachtoffer] die
€ 500,- te laten overmaken. Hij heeft een betaalverzoek gedaan aan [slachtoffer] via WhatsApp en [slachtoffer] heeft hem laten zien hoe hij via WhatsApp geld overmaakte via zijn ING bank. Hij kon de pincode zien en heeft deze opgeslagen in zijn telefoon. Die € 5.000,- heeft hij overgemaakt met de S7 van [slachtoffer] . Dit was om 00.17 uur. De telefoon lag op de tafel en [slachtoffer] lag op de bank. [slachtoffer] was duf, half slaperig. [verdachte] zat erbij. [verdachte] wist van alle bedragen die overgemaakt zijn. [verdachte] heeft ook een gedeelte van de € 5.000,- gekregen.

Hij heeft gezien dat [verdachte] iets in het glas van [slachtoffer] heeft gegooid. Het kwam uit een wit kokertje. Hij heeft het glas vastgepakt en de inhoud geschud met de bedoeling het poeder op te lossen. De dimpel (de rechtbank begrijpt: whisky) sloeg wit uit, daarom heeft hij het glas geschud. [verdachte] heeft het erin gegooid met de bedoeling dat [slachtoffer] ging slapen en [medeverdachte] het geld over kon maken. In de woning van [slachtoffer] is wel ter sprake gekomen dat ze hem duf konden maken en dat had te maken met de € 5.000,-. Er is nieuwe medicatie gekomen. Van die andere medicatie ging [slachtoffer] niet slapen. [verdachte] heeft toen de tweede keer diclofenac en morfine meegenomen. De medicijnen zijn in de woning van [verdachte] en in de woning van [slachtoffer] geprepareerd. [verdachte] en hij hebben dat samen gedaan. Ze hebben het verpulverd met twee lepels. [slachtoffer] dronk het glas leeg, werd duf en viel weg. Hierna kon [medeverdachte] de € 5.000,- overmaken.4

[medeverdachte] heeft verder nog verklaard dat hij wist dat [A] , een oud kameraad van [B] , een cabrio te koop had voor € 1.000,-, en als al het spul erin zou blijven zitten, voor € 1.500,-. Hij wilde dit gaan regelen met zijn bewindvoerder, maar had dit nog niet gevraagd omdat hij wel wist dat hij het geld niet gestort zou krijgen.5 [medeverdachte] krijgt van bewindvoering € 20,- per week.6

[verdachte] heeft bij de politie als volgt verklaard. Hij zag dat [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ) naar die ouwe toeliep en op de bank naast [slachtoffer] ging zitten. Hij zag dat [medeverdachte] zijn linkerarm om de nek van [slachtoffer] sloeg en hem begon te wurgen. Met zijn rechterhand pakte hij zijn linkerarm vast om meer kracht te kunnen zetten. Het leek wel of [slachtoffer] steeds suffer werd. Hij zag dat [medeverdachte] [slachtoffer] met volle kracht op zijn hoofd stompte. Hij zag dat [medeverdachte] een kussen pakte dat op de bank lag en dit op het gezicht van [slachtoffer] duwde.7 Dit duurde een minuut ofzo.8 Hij zag dat [medeverdachte] een lint om de hals van [slachtoffer] deed en dit aantrok. Hij hield die verwurging circa 45 seconden tot een minuut aan. [verdachte] dacht dat [slachtoffer] overleden was. Hij werd blauw paarsig. En toen, ja, zoeken hè. In de blauwe spijkertas gingen de telefoons, de laptop. [medeverdachte] moet ook een doosje met pasjes hebben meegenomen, rijbewijs, ID, bankpas. Die S7 van [slachtoffer] had [medeverdachte] ook meegenomen. Ze namen een taxi en [medeverdachte] ging gelijk pinnen bij de ING tegenover het station.9 [medeverdachte] heeft een Samsung S4 en een gouden ring van [slachtoffer] aan taxichauffeur Appie gegeven.10 De Opel Astra cabrio die [medeverdachte] van [naam] heeft gekocht, is betaald met geld dat van de rekening van [slachtoffer] kwam en de telefoon van [slachtoffer] zou [medeverdachte] gaan verkopen.11 [verdachte] had op het aanrecht seroquel, morfine en diclofenac zien liggen.12 De medicijnen zijn een paar keer over de avond toegediend. Zij hadden twee paar tuinhandschoenen bij de Action gekocht om deze aan te doen en zo geen sporen achter te laten.13 [verdachte] stond onder bewind en kreeg € 50,- per week. Hij heeft rond de € 22.000,- aan schulden. Hij heeft een keer € 100,- en een keer € 50,- geleend bij [slachtoffer] .14

Ter terechtzitting van 4 augustus 2020 verklaarde [verdachte] dat je van quetiapine in combinatie met drank ontzettend duf wordt, en ervan op de grond valt en dat hij de beschikking had over de medicijnen quetiapine, oxycodon en diclofenac.15

Onder verdachten inbeslaggenomen goederen

Op 29 april 2019 werd in de woning van verdachte [verdachte] op de eettafel een bankpas op naam van [slachtoffer] aangetroffen (ING bank met rekeningnummer [rekeningnummer] ) en een kentekenbewijs deel 1 met kenteken [kenteken] op naam van [slachtoffer] . Ook werden een gouden ketting, een laptop en elf biljetten van € 50,- (totaal € 550,-) inbeslaggenomen. Op de eettafel lag een sleutelbos met daaraan een druppel.16 Deze bleek te passen op de toegangsdeur van de woning van [slachtoffer] .17 Ook de gouden ketting bleek afkomstig van [slachtoffer] .18 Onderzoek aan de laptop wees uit dat er eerder een gebruikersaccount van [slachtoffer] op heeft gestaan en dat er op 21 april 2019 en 23 april 2019 gebruikersaccounts ‘ [verdachte] ’ op zijn aangemaakt.19 Daarnaast werden diverse medicijnen in beslag genomen, waaronder gebruikte strips diclofenac, quetiapine en oxycodon en doosjes diclofenac en quetiapine op naam van [verdachte] . Deze strips en doosjes lagen in een keukenkastje.20

In de Opel Astra cabriolet van medeverdachte [medeverdachte] werd op 2 mei 2019 een telefoon van het merk Samsung aangetroffen, met daarin de simkaart van [slachtoffer] .21 Ook trof de politie in deze auto een sleutelbos aan. Eén van de sleutels paste op de helmkoffer op de scooter van [slachtoffer] .22 Onder [medeverdachte] werden een horloge23 en meerdere verpakkingen met medicijnen inbeslaggenomen, waaronder quetiapine.24 Onder de toenmalige echtgenote van [medeverdachte] werd een geldbedrag van € 530,- inbeslaggenomen.25

Bankmutaties

Op 19 april 2019 om 19.04.51 uur werd € 30,- overgeboekt van bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [slachtoffer] naar bankrekening [rekeningnummer] op naam van [medeverdachte]26 met als omschrijving ‘diezel’. Diezelfde dag om 21.16.00 uur werd door middel van een betaalverzoek van bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] € 10,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘cadeau’.27

Op 20 april 2019 om 00.05.10 uur werd € 80,- overgeboekt van de rekening van [slachtoffer] naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘auto’. Om 00.20.00 uur werd van de rekening van [medeverdachte] € 80,- opgenomen bij een ING geldautomaat te Lelystad. Om 00.41.26 uur werd van de rekening van [slachtoffer] € 150,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘auto’. Vervolgens werd om 00.56.00 uur van de rekening van [medeverdachte]
€ 150,- opgenomen bij een geldautomaat in Lelystad. Om 17.43.29 uur werd van de rekening van [slachtoffer] € 350,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘slepen’. Om 17.58.00 uur werd bij een ING geldautomaat te Lelystad € 300,- opgenomen vanaf de rekening van [medeverdachte] . Om 21.36.58 uur werd € 500,- overgeboekt vanaf de rekening van [slachtoffer] naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘auto’. Om 21.52.00 uur werd bij een ING geldautomaat te Lelystad van de rekening van [medeverdachte] € 470,- opgenomen.28

Op 21 april 2019 om 00.17.03 uur werd € 5.000,- overgeboekt van de rekening van [slachtoffer] naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘bijdrage’. Om 03.03.00 uur werd € 1.000,- opgenomen bij een geldautomaat te Almere. Vervolgens werden vanaf de rekening van [medeverdachte] bedragen van € 20,-, € 265,- en € 40,- gepind bij Esso, Taxi ARS en A&B Taxiservice. Om 16.36.00 en 16.41.00 uur werden bedragen van € 740,- en van € 700,- door middel van een online betaalverzoek overgemaakt van de rekening van [medeverdachte] naar de rekening van [verdachte] . Daarna werden van de rekening van [verdachte] € 227,95 en
€ 359,30 gepind bij de Boni in Lelystad en om 18.30.00 uur werd van de rekening van [verdachte] € 850,- opgenomen en om 18.36.00 uur € 80,- bij een Rabobank geldautomaat. Om 18.36.00 uur werd van de rekening van [medeverdachte] € 750,- overgeboekt naar de rekening van [verdachte] . Om 19.13.00 uur werd van de rekening van [verdachte] € 200,- opgenomen bij een geldautomaat te Lelystad. Van de rekening van [verdachte] werd vervolgens € 105,69 en € 102,32 gepind bij de Jumbo en € 210,- bij A&B Taxiservice.29

Op 22 april 2019 werd van 07.34.00 tot 07.37.00 uur van de rekening van [medeverdachte] viermaal een bedrag van € 250,- opgenomen bij een geldautomaat van de Rabobank. Om 15.47.06 uur werd van de rekening van [slachtoffer] € 300,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] . Om 17.00.00 uur werd door middel van een online betaalverzoek € 300,- overgeboekt van de rekening van [medeverdachte] naar de rekening van [verdachte] . Om 17.01.00 uur werd € 120,- opgenomen van de rekening van [verdachte] bij een geldautomaat van de Rabobank. Daarna werden van de rekening van [verdachte] € 8,59, € 20,- en € 156,40 gepind bij de Albert Heijn en de Jumbo.30

Op 23 april 2019 om 10.58.20 uur werd € 1.492,- van de rekening van [slachtoffer] overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] . Daarna werd € 400,- en € 300,- overgeboekt naar de Oranjespaarrekening van [medeverdachte] en € 300,- naar de rekening van [C] – de rechtbank begrijpt: de toenmalige echtgenote van [medeverdachte] . Om 11.16.00 uur werd € 1.000,- opgenomen bij een ING geldautomaat van de rekening van [medeverdachte] . Voorts werden die dag bedragen van € 23,63 en € 45,- gepind bij de Lidl en Taxi ARS.31

Op 24 april 2019 om 08.44.54 uur werd € 80,- overgeboekt van de rekening van [slachtoffer] naar die van [medeverdachte] . En op 25 april 2019 om 08.08.37 uur werd € 60,- overgeboekt van de rekening van [slachtoffer] naar de rekening van [medeverdachte] . Op 25 april 2019 om 19.28.00 uur werd € 80,- gepind bij GSM Fix te Almere.32

Samengevat werd van de bankrekening op naam van [slachtoffer] in de periode van 19 april 2019 tot 25 april 2019 een bedrag van in totaal € 8.042,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] . Van het bedrag van € 8.042,- is een bedrag van € 2.490,- via de rekening van [medeverdachte] overgeboekt naar de rekening van [verdachte] . Van de € 8.042,- bleef € 5.552,- ter besteding op de rekening van [medeverdachte] . Dit bedrag is vervolgens door diverse transacties afgeschreven van de rekening. Het saldo op de rekening van [medeverdachte] bedroeg direct voor 19 april 2019 minus € 5,76. Het eindsaldo van de rekening bedroeg op 29 april 2019 € 4,64.33

Het totaalbedrag van € 2.490,- dat werd overgeschreven van de rekening van [medeverdachte] naar de rekening van [verdachte] werd in alle gevallen overgeschreven door middel van een betaalverzoek, gericht aan de rekeninghouder [medeverdachte] . Van de rekening van [verdachte] werd vervolgens in deze periode € 2.440,25 afgeschreven, waarvan € 1.250,- contant werd opgenomen.34

Gesprekken voice recorder

Op de onder [verdachte] inbeslaggenomen telefoon werd een voice recorder aangetroffen, waarmee gevoerde gesprekken zijn opgenomen en opgeslagen.

Op 20 april 2019 om 17.15.59 uur werd een gesprek gevoerd tussen [verdachte] , [medeverdachte] en NNM, die door [verdachte] ‘ouwe’ wordt genoemd en waarvan de rechtbank begrijpt dat dit [slachtoffer] is:

[medeverdachte] : mijn auto is weg ouwe. (…) Weet je wat ermee aan de hand was, ik heb er met mijn slaperige kop benzine ingegooid in plaats van diesel. Dus hij deed niks meer. (…)

[verdachte] op de achtergrond: ouwe hij is hierheen komen lopen hè.

[medeverdachte] : ik ben komen lopen hè. (…)

NNM: maar ja, als je hem weg wilt laten slepen.

[medeverdachte] : ja… kost 350 euro. (…)

[medeverdachte] : hij is wel een beetje te duur om daar te laten staan, daar geef ik jou wel gelijk in. Er zitten dure velgen onder. Dus ja… hoe gaan we… hoe ga ik dit dus oplossen? (…)

NNM: of dat de politie hem wegsleept.

[medeverdachte] : dan ben ik 1500 tot 2000 euro kwijt. Dus dan kan ik beter een betaalverzoekje doen. Dan bel ik eerst die garage even. Dan laat ik het je zo weten.35

Op 20 april 2019 om 17.37.25 uur belt [medeverdachte] met NNM, de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] . [medeverdachte] zegt dat de auto naar de ANWB toe kan. De kosten zijn 350 euro.

[medeverdachte] : kan ik een betaalverzoek naar jou sturen?

NNM: je bent een dure kleinzoon.

[medeverdachte] : ja maar je krijgt alles dinsdag terug.

NNM: doe dan maar.36

Op 22 april 2019 om 12.53.14 uur belt [verdachte] met [medeverdachte] :

[medeverdachte] : ja ik heb mijn vrouwtje 500 gegeven, van die scooter.

[verdachte] : dat hadden we afgesproken toch, gister?

[medeverdachte] : ja dat heb ik ook gezegd, dat ze dat van jou heeft gekregen.37

Op 27 april 2019 om 14.34.12 uur belt [verdachte] met [medeverdachte] :

[verdachte] : want ik moet vanavond even bellen met hem hè.

[medeverdachte] : ehhh, ja, kan wel.

[verdachte] : ja maar niet opnemen, gewoon laten… ehh. (…)

[verdachte] : ja dat moet hè, want het zou wel raar zijn als ik in een keer niet meer bel. (…)

[medeverdachte] : oh doe later maar even… want anders krijg je voicemail denk ik.

[verdachte] : ja maar das goed dan kan ik wat inspreken, snap je um?
[medeverdachte] : ja ga dat maar even doen want volgens mij staat hij toch uit.

[verdachte] : oké dan ga ik gelijk even doen.38

Op 27 april 2019 om 14.38.05 uur spreekt [verdachte] de voicemail van [slachtoffer] in:

He ouwe, hoe is het nou. Ben je nog ergens naartoe geweest?

Ja. Maar ik ook niet, ik ben nergens naartoe geweest joh. Echt niet.

Ik ben nog niet zo lang wakker. Maar als je dit bericht hoort, bel me nou ff joh want ehhhh. We hebben elkaar al lang niet meer gesproken. Nou groetjes, love you, doei ouwe.39

Op 28 april 2019 om 11.03.11 uur is [verdachte] in gesprek met [getuige 1] :

[verdachte] : ik zat nog te denken om het… ja… af te laten fikken. (…) Af te laten branden.

[getuige 1] : … die kippenhok bedoel je?

[verdachte] : ja. (…)

[getuige 1] : maar ehh, was het de moeite?

[verdachte] : wat denk je achteraf.

[getuige 1] : nee natuurlijk niet.

[verdachte] : nee. (…)

[verdachte] : zit ook zo’n laptop bij weet je wel.

[getuige 1] : ja die moet weg, want daar staan gegevens op.

[verdachte] : …nieuwe Windows opgezet, weet je wel. (…)

[verdachte] : hij zegt heb jij je pasje bij je. Ik zeg ja, maar daar kan geen geld op, want dan ziet de bewindvoerder het straks, weet je wel. (…) Maar hij zegt dat maakt toch niet uit, ik haal het er gelijk weer af. Ik zeg ok zet het er maar op (…).

[getuige 1] : hoeveel was het?

[verdachte] : 2400.

[getuige 1] : ach man voor 2400, maar totaal bedoel ik.

[verdachte] : iets van 5 nog wat. (…)

[verdachte] : hij zegt eerste 62 ruggen, maar is ook niet echt de moeite waard.

[getuige 1] : nee.

[verdachte] : later zei hij, toen was er nog niks gebeurd hè, toen zei hij het is 5 ruggen, ik zei dat doen we niet hoor. (…)

[verdachte] : ik begrijp het maar die kip. Die hen moet ff opgehaald worden of iets.

[getuige 1] : wat moet opgehaald worden?

[verdachte] : die kip die er nog ligt.

[getuige 1] : kip?

[verdachte] : ja in dat hok, in dat kippenhok.

[getuige 1] : ja maar wat ligt daar? Ohh die dooie kip.

[verdachte] : ja, dat is het belangrijkste. Broer dat is het belangrijkste.40

Op 28 april 2019 om 14.49.48 uur is [verdachte] in gesprek met [medeverdachte] :

[verdachte] : we moeten maken dat we wegkomen [medeverdachte] .

[medeverdachte] : wat dan.

[verdachte] : ja… via Facebook kreeg ik berichtje van heb je al gelezen, dat er een dooie man in een huis gevonden is. Ik zeg waar dan. Dat kon ze niet zeggen. Ik denk (…) daar gaan we. (…)

[medeverdachte] : de enige optie die ik van de week nog kan doen, dat is weet je, boem. (...).

[verdachte] : wat voor bom.

[medeverdachte] : wat wij wouden… boem.

[verdachte] : oooh wat je eerder wou, die gas dinge. (…)

[verdachte] : om te maken dat we weg komen [medeverdachte] . We kunnen zo naar Hongarije. Dat kost niks. (…)

[verdachte] : we moeten weg [medeverdachte] . (…)

[verdachte] : maar wat wil jij nou, wil je je leven lang binnen zitten of… als we gepakt worden.

[medeverdachte] : dat worden we niet. (…)

[verdachte] : ik vertrouw het voor geen meter. Anders huur ik wel een auto en rij ik zelf wel naar Hongarije toe. Dan ben ik mooi weg.

[medeverdachte] : dinsdag ga ik, dinsdag lukt het sowieso. (…)

[verdachte] : wat bedoel je nou. Je komt hier bij mij, je gooit je tank vol en we gaan samen die kant op (…) en voordat je gesignaleerd staat zijn we al de grenzen over.41

Camerabeelden [adres]

Uit de camerabeelden van het appartementencomplex aan de [adres] van zaterdag 20 april 2019 blijkt dat [medeverdachte] en [verdachte] samen met hond [hond] om 20.09.10 uur bij de ingang van de flat komen. Om 20.42.43 uur en om 20.50.26 verlaat [medeverdachte] met de hond de flat, en beide keren komt hij enkele minuten daarna weer terug in de flat. Om 23.41.31 uur verlaten [medeverdachte] en [verdachte] de flat. De hond is er niet bij.42

Uit de beelden van zondag 21 april 2019 volgt dat [medeverdachte] en [verdachte] om 00.05.20 uur de flat binnen komen. Om 02.34.42 uur verlaten [medeverdachte] en [verdachte] de flat via de entree. Ze hebben hond [hond] bij zich. [medeverdachte] draagt een rugzak en een veelkleurige plastic tas.

Voor zowel 20 april 2019 als 21 april 2019 geldt dat de tijdstippen van de video-opnamen met vijftien minuten moeten worden gecorrigeerd, in die zin dat er steeds vijftien minuten van de weergegeven tijd moet worden afgetrokken.43

Onderzoek drinkglazen

Twee drinkglazen, afkomstig uit de woning van [slachtoffer] , zijn onderzocht. In de vloeistof uit het glas dat in de wasbak stond,44 is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van quetiapine. Quetiapine is niet met zekerheid aangetoond. In de vloeistof uit het glas dat op de salontafel stond,45 is een aanwijzing verkregen voor de aanwezigheid van diclofenac. Diclofenac is niet met zekerheid aangetoond.46

Uit de bemonstering van de drinkrand van het glas in de wasbak en uit de bemonstering van de drinkrand van het glas op de salontafel is het DNA-profiel verkregen van een man. Dit DNA kan afkomstig zijn van [slachtoffer] . De matchkans van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.47

Er zijn verschillende dactyloscopische sporen waargenomen op het glas dat op de salontafel stond. Drie dactyloscopische sporen op de zijkant van het glas hebben geleid tot individualisatie met medeverdachte [medeverdachte] .48

Doodsoorzaak

De conclusie van het definitieve sectierapport (pathologie onderzoek) luidt dat zowel de bij [slachtoffer] vastgestelde ziekelijke hartafwijkingen als (samendrukkend en/of stomp botsend) geweld op de hals, al of niet in combinatie, het overlijden verklaren.49

Op aanvraag van de patholoog is er aanvullend toxicologisch onderzoek gedaan. De resultaten van dat onderzoek zijn dat in het lichaamsmateriaal van [slachtoffer] ethanol (alcohol), opioïden (oxycodon) en antipsychotica (quetiapine; de merknaam is Seroquel) zijn aangetroffen. Er zijn aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van diclofenac, maar diclofenac is niet met zekerheid aangetoond. Het bewustzijn/gedrag van [slachtoffer] was ten tijde van het overlijden beïnvloed door de aanwezige ethanol, oxycodon en quetiapine. De mate van de effecten is echter afhankelijk van de gewenning. Een bijdrage van ethanol, oxycodon en quetiapine aan het overlijden van [slachtoffer] kan niet geheel worden uitgesloten, maar het overlijden kan daaruit niet worden geconcludeerd.50

Bewijsoverwegingen voor de feiten 1A, 1B en 2

Voorbedachten rade

Onder feit 1A primair is het medeplegen van moord ten laste gelegd. De rechtbank zal zich daarom allereerst moeten buigen over de vraag of kan worden vastgesteld dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld. Voor het antwoord op die vraag zijn verdachten, die beiden de enige (nog in leven zijnde) aanwezigen waren ten tijde van het ten laste gelegde, de belangrijkste bron. Zij ontkennen met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te hebben beroofd. Het antwoord op de vraag of voorbedachten rade bewezen kan worden, zal de rechtbank echter moeten zoeken in alle daarvoor relevante feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naar voren komen.

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van voorbedachten rade moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachten rade pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er sprake is geweest van voorbedachten rade. Daartoe zijn in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

Beide verdachten hadden geldproblemen, stonden onder bewind en ontvingen een beperkt bedrag aan weekgeld – voor [verdachte] was dat € 50,- per week, voor [medeverdachte] € 20,- per week. [verdachte] heeft voorafgaand aan het Paasweekend van 2019 getuige [getuige 1] gevraagd of hij bij hem geld kon lenen. [medeverdachte] wist dat [A] een cabrio te koop had voor € 1.000,- dan wel € 1.500,- en wilde iets gaan regelen om deze auto te kunnen kopen.

In de dagen voorafgaand aan de geweldshandelingen, die plaatsvonden in de nacht van zaterdag 20 april op zondag 21 april 2019, hebben verdachten [slachtoffer] meermalen om geld gevraagd. Zij hebben zich daarbij onder meer bediend van een smoes over een auto die weggesleept moest worden. De bedragen die zij van [slachtoffer] vroegen werden steeds groter, beginnend met € 30,- op 19 april 2019 en eindigend met € 500,- op 20 april 2019. Tijdens het overboeken van dit laatste bedrag van € 500,- heeft [medeverdachte] de pincode van [slachtoffer] heimelijk afgekeken, kennelijk met de bedoeling om deze op een later moment zelfstandig, dus zonder dat [slachtoffer] daarvoor nog nodig was, te kunnen gebruiken.

Uit de camerabeelden van de [adres] volgt dat verdachten op 20 april 2019 om 19.54 uur (gecorrigeerde tijd) het appartementencomplex binnen kwamen. Verdachten hebben die avond aanvankelijk quetiapine door de whisky van [slachtoffer] gemengd. Om 21.36 uur is € 500,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] . Omdat de quetiapine kennelijk niet het gewenste effect had – het glas waarin aanwijzingen zijn gevonden voor de aanwezigheid van quetiapine stond in de wasbak en is kennelijk weggezet – zijn verdachten om 23.26 uur (gecorrigeerde tijd) samen naar de woning van [verdachte] gegaan om andere medicatie te halen, namelijk oxycodon en diclofenac. Om 23.50 uur (gecorrigeerde tijd) kwamen verdachten weer binnen in het appartementencomplex. Aan [slachtoffer] is vervolgens de nieuwe medicatie gegeven. [slachtoffer] werd duf, viel weg en [medeverdachte] kon op 21 april 2019 om 00.17 uur met de telefoon van [slachtoffer] € 5.000,- overboeken van diens rekening naar die van hemzelf. Daarna is [slachtoffer] door geweld om het leven gebracht. Om 02.19 uur hebben beide verdachten het appartementencomplex verlaten. De woning is in twee fasen doorzocht en goederen zijn weggenomen, namelijk direct na de dood van [slachtoffer] en een dag later, op maandag 22 april 2019. De dagen daarna hebben er diverse overboekingen en geldopnamen plaatsgevonden, daar zijn onder meer boodschappen, (dure) taxiritten en een auto van betaald en de telefoon van [slachtoffer] is verkocht aan een derde.

De rechtbank bestempelt de handelingen van verdachten, zowel de verschillende, in grootte toenemende overboekingen en het heimelijk afkijken (en later noteren) van de pincode, als het toedienen van steeds sterkere medicatie als berekenend, planmatig en met een bepaalde opbouw.

Het was de nadrukkelijke bedoeling van verdachten dat [slachtoffer] door het toedienen van de medicatie ‘out’ zou gaan; zij zijn nieuwe, andere medicatie gaan halen toen de eerst toegediende medicatie niet voldoende werkte. Niet kan worden uitgesloten dat de toegediende oxycodon en quetiapine in combinatie met het alcoholgebruik door [slachtoffer] daadwerkelijk een bijdrage heeft geleverd aan het overlijden. Verdachten hebben het risico van grote of zelfs fatale gevolgen voor het lichamelijk welzijn van [slachtoffer] , van wie ze wisten dat hij ook al substantieel alcohol had genuttigd, genomen door hem daarbij in de loop van de avond meerdere malen medicatie toe te dienen, waarvan verdachten ook konden weten dat de combinatie van verschillende medicijnen en alcohol dat risico nog vergrootte.

Verdachten hebben [slachtoffer] willen beroven van zijn geld en uiteindelijk ook van zijn leven. Zij vroegen steeds grotere bedragen aan [slachtoffer] . Verdachten hadden zich verzekerd van de pincode van [slachtoffer] welke zij konden gebruiken zonder dat [slachtoffer] daarvoor nog nodig was. De rechtbank stelt voorts vast dat verdachten met de uiteindelijke overboeking van € 5.000,- een groot probleem voor zichzelf hadden gecreëerd waar ze zich met behulp van smoezen ten overstaan van een weer heldere [slachtoffer] niet meer uit hadden kunnen redden.

De rechtbank onderscheidt vervolgens een reeks van verschillende geweldshandelingen die uiteindelijk hebben geleid tot het overlijden van [slachtoffer] , namelijk het stompen tegen het hoofd, het drukken van een kussen op het gezicht, kennelijk met de bedoeling om [slachtoffer] de mogelijkheid tot ademen te ontnemen, en het verwurgen met de handen en/of door middel van een nekklem en daarna met behulp van een lint. De rechtbank ziet ook hierin een opbouw: als de ene methode niet volstaat – [slachtoffer] bewoog nog na het drukken van het kussen en de verwurging, [verdachte] zegt dan dat [medeverdachte] het moet afmaken – wordt een andere methode toegepast.

Gedurende deze minutenlang durende reeks van geweldshandelingen zijn er verschillende momenten geweest waarop verdachten gelegenheid hadden voor beraad, met name wanneer zij van de ene methode overstappen op de andere. Ook voorafgaand aan de geweldshandelingen hebben verdachten hiertoe gelegenheid gehad, bijvoorbeeld op het moment dat zij samen naar de woning van [verdachte] terug gingen om nieuwe, andere medicatie te halen.

De handelingen na de dood van [slachtoffer] , wanneer verdachten zich hebben voorzien van handschoenen en schoonmaakdoekjes en het huis opnieuw wordt doorzocht en goederen worden weggenomen, wijzen eveneens op planmatigheid van het geheel aan handelingen.

Verdachten hebben verklaard dat er voorafgaand aan de geweldshandelingen is gesproken over ‘aan een knobbeltje zuigen’ en dat dit de aanleiding is geweest voor het geweld richting [slachtoffer] dat dan in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank vindt dit niet aannemelijk. Verdachte heeft ontkend dat een seksueel motief, in de zin van weerzin tegen de seksuele voorkeur van [slachtoffer] , of een seksuele component een rol heeft gespeeld. Wat er uit het dossier bekend is over [slachtoffer] is dat hij getrouwd was met een vrouw en een seksuele voorkeur had voor kleine kinderen; er blijkt niet van een seksuele voorkeur voor volwassen mannen. Verdachten hebben ook beiden een andere lezing over wat er precies door wie gezegd zou zijn. [verdachte] heeft namelijk verklaard dat hij hoorde dat het [medeverdachte] was die, vanuit het niets, tegen [slachtoffer] zei: ‘ik hoorde van pa (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) dat ik jouw knobbeltje moest zuigen’, terwijl [medeverdachte] heeft verklaard dat het [verdachte] was die tegen hem zei dat hij wel wat kon doen bij [slachtoffer] , namelijk aan het knobbeltje zuigen. Ten slotte is het scenario waarin een dergelijke seksueel getinte opmerking aanleiding is geweest voor het geweld strijdig met de planmatige manier waarop verdachten bezig zijn geweest met het verkrijgen van geld van [slachtoffer] en het toedienen van de medicatie. Het blijft in die context een opmerking die de rechtbank niet kan plaatsen en om voornoemde redenen als aanleiding voor alle opeenvolgende geweldshandelingen niet aannemelijk oordeelt.

De rechtbank concludeert op grond van deze feiten en omstandigheden dat verdachte voorafgaand aan zijn handelen voldoende tijd heeft gehad zich te beraden op het genomen of het te nemen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar rekenschap van te geven. Aldus staat voor de rechtbank vast dat het handelen van verdachte niet het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.

De rechtbank acht verder geen zwaarwegende contra-indicaties aannemelijk geworden die aan het aannemen van voorbedachten rade in de weg staan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte met voorbedachten rade heeft gehandeld en acht moord bewezen.

Medeplegen

De volgende vraag die beantwoord moet worden, is of verdachten nauw en bewust hebben samengewerkt, met andere woorden, of het ten laste gelegde medeplegen van moord bewezen kan worden. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

[verdachte] heeft ontkend zelf enige bijdrage te hebben geleverd aan de geweldshandelingen richting [slachtoffer] , terwijl [medeverdachte] heeft verklaard dat [verdachte] hierin wel degelijk een aandeel heeft gehad. Volgens de verklaring van [medeverdachte] heeft [verdachte] [slachtoffer] een klap gegeven, heeft hij samen met [medeverdachte] een kussen op het gezicht van [slachtoffer] gedrukt, heeft hij [medeverdachte] aangespoord om het af te maken en vervolgens [medeverdachte] een rol lint aangereikt waarmee [medeverdachte] [slachtoffer] heeft gewurgd.

De rechtbank neemt deze verklaring van [medeverdachte] als uitgangspunt nu zij daarvoor steun vindt in de overige bewijsmiddelen in het dossier en die bewijsmiddelen tegelijk de verklaringen van [verdachte] weerspreken. Steun voor de verklaring van [medeverdachte] vindt de rechtbank in de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachten zijn steeds samen in de woning van [verdachte] aanwezig geweest en in de avond van 20 april 2019 zijn zij ook samen naar de woning van [verdachte] gegaan om nieuwe medicatie gaan halen, waarna zij ook weer samen terugkeerden naar de woning aan de [adres] . [verdachte] is de enige die de beschikking had over alle drie de soorten medicatie die aan [slachtoffer] zijn toegediend en hij wist bovendien van de werking van quetiapine in combinatie met alcohol. [verdachte] heeft, in tegenstelling tot wat hij heeft verklaard, geweten van de overboeking van € 5.000,-. Dit volgt uit de verklaring van [medeverdachte] , maar ook uit de voice recorder gesprekken op de telefoon van [verdachte] waar hij tegen [getuige 1] spreekt over ‘5 ruggen’. Nadat [slachtoffer] om het leven is gebracht, heeft ook [verdachte] de woning doorzocht en goederen meegenomen, en er zijn nadien ook diverse goederen van [slachtoffer] aangetroffen in de woning van [verdachte] . Bovendien heeft hij gedeeld in de buit; hij heeft immers een bedrag van € 2.490,- op zijn rekening ontvangen. Op maandag 22 april 2019 is [verdachte] er bij als de woning van [slachtoffer] opnieuw wordt betreden. Ten slotte spreekt [verdachte] in de voice recorder berichten in de ‘wij-vorm’ en blijkt uit die berichten dat hij de dood van [slachtoffer] probeert te verhullen door de voicemail van [slachtoffer] in te spreken zodat het niet opvalt dat hij ineens geen contact meer met hem heeft. Ook blijkt uit die gesprekken dat hij problemen voorziet en daar een oplossing voor zoekt en samen met [medeverdachte] wil vluchten.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

De rechtbank vindt de verklaring van verdachte [verdachte] dat hij niet in staat is geweest om van de bank af te komen en in te grijpen niet aannemelijk. Nog daargelaten dat het onaannemelijk is dat verdachte gedurende de minutenlang durende geweldshandelingen tegen zijn goede vriend alleen maar als bevroren op de bank heeft gezeten, is dat temeer niet aannemelijk nu verdachte zelf heeft verklaard dat hij na twee à drie minuten wel weer in staat was tot handelen. Ook constateert de rechtbank dat uit de ter terechtzitting van 4 augustus 2020 bekeken beelden van 21 april 2019 om 02.19 uur blijkt dat hij kennelijk in staat was om rustig en in een rechte lijn samen met de medeverdachte naar buiten te lopen. Die beelden geven geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat verdachte bij een klein duwtje zou zijn omgevallen, zoals hij heeft verklaard, of dat hij in paniek was. Bovendien is verdachte met 15 tot 16 halve liters bier per dag een stevige drinker en heeft hij verklaard dat hij bij die hoeveelheden altijd nog redelijk functioneert.

Ten overvloede – de verklaringen van [getuige 2]

heeft verklaringen afgelegd en in zijn cel zijn aantekeningen aangetroffen. Na een gijzelingsprocedure heeft hij ook nog handgeschreven A4-tjes overgelegd. Een deel van de notities op die A4-tjes zouden door [getuige 2] zelf zijn geschreven en een deel door medeverdachte [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft echter betwist dat deze notities van zijn hand zijn.

Zowel de officier van justitie als de raadsvrouw gaan uit van de betrouwbaarheid van de verklaringen en overgelegde notities van [getuige 2] , zij het dat de officier van justitie een zekere behoedzaamheid in acht neemt. De rechtbank stelt vast dat er geen grafologisch onderzoek is gedaan naar de handschriften op de overgelegde notities. Het justitiële verleden van [getuige 2] , de informatie die beschikbaar is over de persoon [getuige 2] en de gang van zaken in dit dossier rondom het overleggen van de notities, spreken wat betreft de betrouwbaarheid van [getuige 2] niet in zijn voordeel.

Omdat de verklaringen van [getuige 2] en de door hem overgelegde notities niet als bewijsmiddel worden gebruikt, zal de rechtbank geen nader oordeel geven over de betrouwbaarheid ervan. De voor verdachte [verdachte] mogelijk ontlastende elementen in de verklaringen van [getuige 2] leggen, ten opzichte van de belastende verklaringen van [medeverdachte] , onvoldoende gewicht in de schaal. [medeverdachte] belast in zijn verklaringen immers ook zichzelf en de verklaringen van [getuige 2] zijn op diverse onderdelen aantoonbaar onjuist.

Conclusie

De rechtbank concludeert dat het onder 1A primair ten laste gelegde medeplegen van moord op grond van de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Ook de onder 1B primair ten laste gelegde diefstal in vereniging met geweld de dood ten gevolge hebbend, en de onder 2 ten laste gelegde diefstal in vereniging met behulp van een valse sleutel acht de rechtbank op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. Het verweer van de raadsvrouw dat bewijs voor het onder 1B primair ten laste gelegde oogmerk ontbreekt, wordt weerlegd door de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen en wat daaromtrent reeds is overwogen.

Daarbij geldt dat de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen steeds worden gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben en sommige onderdelen van de bewijsmiddelen niet betrekking hebben op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1A. primair:

in de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade

van het leven heeft beroofd, door

- meermalen die [slachtoffer] telkens meerdere toxische middelen, te weten seroquel en oxycodon en diclofinac, toe te dienen en

- medeverdachtes, arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] te brengen en aldus gedurende enige tijd druk uit te oefenen op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en

- meermalen met kracht tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer] te stompen en

- een kussen, gedurende enige tijd, op het gezicht van voornoemde [slachtoffer] te drukken en aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te ontnemen te ademen en

- vervolgens de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] met een lint, althans een dergelijk voorwerp, samen te drukken en/of dicht te drukken en de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] met een lint, althans een dergelijk voorwerp, samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden,

ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

en

1B. primair

in de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een ketting en een laptop en een mobiele telefoon merk Samsung S7 en een horloge en een bankpas ING t.n.v. [slachtoffer] en een kentekenbewijs t.n.v. [slachtoffer] en een druppel en geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het opzettelijk

- meermalen aan die [slachtoffer] telkens meerdere toxische middelen, te weten seroquel en oxycodon en diclofinac, toe te dienen en

- het door de medeverdachte brengen van zijn arm om de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] in een zogenaamde wurggreep/nekklem en aldus gedurende enige tijd uitoefenen van druk op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en

- meermalen met kracht stompen tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer] en

- gedurende enige tijd drukken van een kussen op het gezicht van voornoemde [slachtoffer] en aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid ontnemen te ademen en

- vervolgens met een lint, althans een dergelijk voorwerp, samendrukken en/of dichtdrukken van de keel van voornoemde [slachtoffer] en

- met een lint, althans een dergelijk voorwerp, samen gedrukt en/of dicht gedrukt houden van de keel van voornoemde [slachtoffer] ,

ten gevolge van welk bovenomschreven feit voornoemde [slachtoffer] is overleden;

2.

in de periode van 19 april 2019 tot en met 25 april 2019 te Lelystad en Almere, tezamen en in vereniging met een ander, geldbedragen die aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] en/of de erven van die [slachtoffer] , telkens heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te

eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het onbevoegd gebruik maken van een betaalpas en pincode van basisrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van die [slachtoffer] .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1A primair, 1B primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van de feiten 1A primair en 1B primair:

de eendaadse samenloop van:

medeplegen van moord;

en

diefstal voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Ten aanzien van feit 2:

de voortgezette handeling van:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:

  • -

    een rapport van 20 maart 2020, opgemaakt door B.H. Boer, klinisch psycholoog, en T.W.D.P. van Os, psychiater, locatie Pieter Baan Centrum;

  • -

    een aanvullend rapport van 31 juli 2020, opgemaakt door de deskundigen voornoemd.

Uit voornoemde rapporten volgt dat onderzoekers geen onderbouwde uitspraak kunnen doen over de precieze doorwerking van de bij verdachte vastgestelde psychopathologie in het ten laste gelegde onder 1. Gezien de ernst en uitgebreidheid van verdachtes pathologie (en ten gevolge daarvan het disfunctioneren op alle levensgebieden) veronderstellen onderzoekers dat de pathologie heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde onder 1. Onderzoekers kunnen wel onderbouwen dat het ten laste gelegde onder 2 gericht was op geldgewin en derhalve opportunistisch van aard was en dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte, ondanks de geconstateerde psychopathologie, hierin beperkt werd in de keuzevrijheid om te handelen. Onderzoekers adviseren om het onder 2 ten laste gelegde volledig toe te rekenen.

De rechtbank is gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat het hiervoor onder 1A primair en 1B primair bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. Het onder 2 bewezen verklaarde kan geheel aan verdachte worden toegerekend.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van achttien jaren, met aftrek van het voorarrest, en tot de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna ook: TBS-maatregel), niet gemaximeerd van duur.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat, gelet op hetgeen volgens haar bewezen kan worden verklaard, een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest afdoende zou moeten zijn. Ook indien de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt, is het opleggen van een TBS-maatregel volgens de raadsvrouw niet aan de orde.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan moord, het zwaarste misdrijf dat het Wetboek van Strafrecht kent. Hij heeft op een berekenende manier een 72-jarige man, nota bene zijn vriend, eerst met medicatie gedrogeerd en hem daarna met bruut geweld zijn kostbaarste bezit ontnomen, namelijk zijn leven, en dat alles om er zelf financieel beter van te worden. Reeds voorafgaand aan de moord hebben verdachten door middel van diverse overboekingen het slachtoffer geld afhandig gemaakt en daarmee zijn zij na diens dood doorgegaan. Verdachte en zijn medeverdachte hebben dit geld volop ten eigen nutte besteed; zo zijn er dure taxiritten en andere uitgaven mee bekostigd. Ook hebben verdachten, na de dood van het slachtoffer, spullen uit diens woning weggenomen, waaronder een laptop die voor eigen gebruik is klaargemaakt en een telefoon die aan een derde is verkocht. Aldus heeft verdachte zich ook samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan diefstal met geweld met de dood als gevolg, en diefstal door middel van een valse sleutel, namelijk het onbevoegd gebruik van de betaalpas en pincode van het slachtoffer.

Verdachte heeft de nabestaanden hun vader en opa afgenomen en, hoewel de relatie tussen hen problematisch was, heeft verdachte hen daarmee ook de mogelijkheid ontnomen om op enig moment het contact te herstellen en het slachtoffer de vragen te stellen die nog bij hen leefden. Daarnaast brengt een dergelijk misdrijf niet alleen bij de nabestaanden, maar ook bij buren, bekenden en bij anderen in de samenleving een enorme schok en gevoelens van onveiligheid teweeg. De rechtbank rekent dit alles verdachte zeer zwaar aan.

Verdachte heeft gedurende het onderzoek wisselende verklaringen afgelegd en geen openheid van zaken willen geven. Hoewel hem dat als verdachte vrij staat, heeft hij daarmee ook getoond geen verantwoordelijkheid te willen nemen voor zijn daden.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 24 oktober 2019 betreffende verdachte. Daaruit volgt dat verdachte tweemaal is veroordeeld tot onder meer een TBS-maatregel, namelijk in 1995 voor een poging tot moord en in 2005 voor uitlokking van een poging tot moord.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de onder punt 7 van dit vonnis genoemde Pro Justitia rapportages. Hieruit volgt dat er bij verdachte sprake is van een ernstige stoornis in alcoholgebruik. Onderzoekers stelden ook een stoornis in het gebruik van een opioïde vast, momenteel in remissie. De hoofddiagnose is echter een ernstige persoonlijkheidsstoornis. Verdachte krijgt zijn leven niet op orde op diverse levensgebieden, zelfs niet na jarenlange intensieve, gedwongen behandeling. Er is sprake van antisociale, narcistische en borderline trekken binnen de persoonlijkheidsstoornis. Met name onder invloed van alcohol is hij impulsief en komt agressie tot uiting. Bekend is dat verdachte rondom het ten laste gelegde psychisch en maatschappelijk aan het afglijden was, dat er al veel instanties bij hem betrokken waren, dat hij een detoxificatieopname wilde en dat er geldproblemen waren.

Onderzoekers stellen dat op basis van de klinische indrukken in combinatie met de risicotaxatie-instrumenten kan worden geconstateerd dat bij verdachte sprake is van een hoog risico op een agressief delict. Gezien de ernst van de ten laste gelegde feiten en de hoge kans op recidive van een geweldsdelict in het algemeen, geven onderzoekers de rechtbank in overweging om een klinische behandeling op te leggen in een gespecialiseerde, gesloten forensische setting. Verdachte is niet in staat gebleken om zonder toezicht en ondersteuning zijn leven vorm te geven. Na beëindiging van de TBS-maatregel is hij snel teruggevallen in het plegen van een ernstig geweldsdelict. Verdachte dient te worden beschouwd als een door stoornissen beperkte man. Na een intensieve behandeling van de stoornissen zal een blijvende verandering van zijn functioneren vooral moeten verlopen via het creëren van een voor hem passende omgeving met langdurige controle en toezicht. Zo kan hij worden ondersteund en in prosociale banen worden geleid en gehouden om zodoende het risico op soortgelijke feiten te reduceren tot een aanvaardbaar niveau. De problematiek is complex en chronisch. Het risico is hoog. Om de maatschappij te beschermen en zeker te weten dat verdachte binnen een zeer langdurig kader in het vizier van de hulpverlening met controle en toezicht blijft, adviseren onderzoekers de rechtbank om te overwegen aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen. Gezien de complexe en chronische problematiek op meerdere gebieden en de beperkte leerbaarheid van verdachte, zien onderzoekers geen mogelijkheden voor behandeling in een minder stringent kader, maar achten zij een strikt behandelkader met het hoge beveiligingsniveau van een FPC (Forensisch Psychiatrisch Centrum) noodzakelijk.

Ten slotte heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies van GGZ Reclassering Inforsa van 8 mei 2020. De reclassering vermeldt dat er vanwege de ontkenning van verdachte geen criminogene factoren kunnen worden vastgesteld, maar dat er wel risicofactoren worden gezien. Omdat er bij verdachte geen sprake lijkt te zijn van permanente gedragsverandering en er geen beschermende factoren worden gezien zijn er, zonder een plan van aanpak, zorgen voor de toekomst. De reclassering schaart zich achter het advies van het Pieter Baan Centrum.

De straf en maatregel

De rechtbank is van oordeel dat langdurige bescherming van de maatschappij tegen deze verdachte nodig is. Van belang is ook dat verdachte niet in herhaling valt en recidive dus wordt voorkomen. De rechtbank heeft zich afgevraagd of aan verdachte opnieuw een TBS-maatregel opgelegd zou moeten worden, nu hij daartoe twee keer eerder is veroordeeld en hij beide keren snel is teruggevallen in ernstig delictgedrag. Het enige alternatief voor een TBS-maatregel waarbij de maatschappij langdurig en optimaal beschermd wordt, is echter een levenslange gevangenisstraf en dat vindt de rechtbank in onderhavige zaak niet passend. Bovendien wordt dan niet of in elk geval in veel mindere mate gewerkt aan de problematiek van verdachte, terwijl dat, zo volgt uit de rapportages, wel nodig is. Verdachte wordt immers omschreven als een door stoornissen beperkte man, die intensieve behandeling en langdurige controle en toezicht nodig heeft. De rechtbank sluit zich daarom aan bij het advies van de deskundigen dat een gedwongen klinische behandeling in een gesloten setting met een hoog beveiligingsniveau aangewezen is.

Verdachte dient op grond van het voorgaande ter beschikking te worden gesteld en van overheidswege te worden verpleegd. De bewezen verklaarde feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Verder eist de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel.

De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit betreft de onder 1A primair en 1B primair bewezen verklaarde feiten. De maatregel kan daarom langer duren dan vier jaren.

Op grond van de ernst van de feiten, die vragen om vergelding, komt de rechtbank tot het oordeel dat naast de TBS met dwangverpleging ook de oplegging van een langdurige gevangenisstraf passend en geboden is. Bij het bepalen van de hoogte van deze straf heeft de rechtbank enerzijds in het nadeel van verdachte rekening gehouden met zijn strafblad en anderzijds in zijn voordeel met de verminderde toerekeningsvatbaarheid voor het onder 1A primair en 1B primair bewezen verklaarde.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om in de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf onderscheid te maken tussen verdachte en zijn medeverdachte. Het verschil tussen de justitiële documentaties van beide verdachten is daarvoor onvoldoende relevant – beiden hebben aanzienlijke justitiële documentatie en beiden zijn eerder veroordeeld voor ernstige feiten, aan beiden is eerder een TBS-maatregel opgelegd. Hun rol in het ten laste gelegde is van vergelijkbaar gewicht. De rechtbank kan verdachte op basis van het dossier niet een meer leidende rol toedichten dan de medeverdachte.

Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

9 BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 31.236,51. Dit bedrag bestaat uit € 13.736,51 materiële schade en € 17.500,- affectieschade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

[benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 22.066,69. Dit bedrag bestaat uit € 4.566,69 materiële schade en € 17.500,- affectieschade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[benadeelde 3] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 17.936,95- bestaande uit € 436,95 materiële schade en € 17.500,- affectieschade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[benadeelde 4] , de zoon van [benadeelde 1] , heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.000,- bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[benadeelde 5] , de zoon van [benadeelde 1] , heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,- bestaande uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van voornoemde vorderingen geconcludeerd tot gehele toewijzing van de posten ‘overgeboekte gelden’, ‘oplevering woning’, ‘reis- en parkeerkosten’ en ‘nog te ontvangen schadevergoeding van vader’. Ook de gevorderde affectieschade komt zonder meer voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde verblijfkosten voor het bijwonen van de zitting kunnen worden gematigd. De gevorderde kosten die verband houden met het vervolg van de procedure zijn redelijk; de officier van justitie heeft zich ten aanzien van deze post gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten slotte heeft de officier van justitie een hoofdelijke veroordeling en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen in verband met de door haar bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft zij met betrekking tot de gevorderde affectieschade aangevoerd dat uit de Memorie van Toelichting volgt dat het toekennen van affectieschade, gelet op de relatie tussen de rechthebbende naaste en de overledene, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan worden geacht. Om die reden heeft zij primair verzocht de gevorderde affectieschade af te wijzen en subsidiair deze te matigen. De verblijfkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, zodat voor die post primair een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Subsidiair zou de toe te kennen vergoeding moeten worden gematigd tot de kosten van het verblijf voor twee dagen. Ook voor de post ‘nog te ontvangen schadevergoeding van vader’ moet een niet-ontvankelijkverklaring volgen. De raadsvrouw had geen opmerkingen met betrekking tot de posten ‘overgeboekte gelden’, ‘oplevering woning’ en ‘reis- en parkeerkosten’.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat door de benadeelde partijen voor een groot gedeelte dezelfde dan wel vergelijkbare schadeposten zijn ingediend, onder dezelfde schriftelijke en ter terechtzitting mondeling gegeven toelichting, zodat deze posten zich lenen voor een gezamenlijke bespreking.

De posten ‘overgeboekte gelden’ en ‘oplevering woning’

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten ‘overgeboekte gelden’ ter hoogte van € 8.042,- en ‘oplevering woning’ ter hoogte van € 30,48, zoals gevorderd door [benadeelde 1] , komt voor vergoeding in aanmerking, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019 en over het bedrag van € 30,48 vanaf 8 juni 2019, tot de dag van volledige betaling.

De post ‘reis- verblijf- en parkeerkosten’

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadepost ‘reis- en parkeerkosten’ is voor toewijzing vatbaar. Voor [benadeelde 1] is dit een bedrag van € 1.438,58 aan reiskosten en een bedrag van € 32,50 aan parkeerkosten. Voor [benadeelde 2] is dit een bedrag van
€ 506,74 aan reiskosten en € 19,50 aan parkeerkosten. De reiskosten voor beide benadeelde partijen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2019 en de parkeerkosten met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2019, tot de dag van volledige betaling.

De door [benadeelde 1] en [benadeelde 2] gevorderde verblijfkosten voor het bijwonen van de zitting zal de rechtbank voor een deel toewijzen en voor het overige deel zullen deze benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. Reden hiervoor is dat de verblijfkosten zijn gevorderd voor acht respectievelijk zeven personen en voor de duur van vijf dagen, terwijl de zitting niet door alle familieleden is bijgewoond en geen vijf maar twee dagen heeft geduurd. De kosten worden door de rechtbank voor [benadeelde 1] en [benadeelde 2] in redelijkheid geschat op een bedrag van € 621,48 voor ieder afzonderlijk, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2020 tot de dag van volledige betaling.

De door [benadeelde 3] gevorderde trein- en verblijfkosten ter hoogte van in totaal € 136,95 kunnen geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling.

De post ‘nog te ontvangen schadevergoeding van vader’

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partijen voor deze post afwijzen. Reden daarvoor is de schadevergoeding die de benadeelde partijen nog van hun vader dan wel grootvader zouden ontvangen in de boedel van de nalatenschap van [slachtoffer] valt. De benadeelde partijen hebben daarom voor wat betreft deze schadevergoeding een vordering op de nalatenschap en niet op verdachte.

Door [benadeelde 4] en [benadeelde 5] , zoons van [benadeelde 1] , is alleen een schadevergoeding gevorderd voor deze post. Dit betekent dat de vorderingen van deze benadeelde partijen in zijn geheel zullen worden afgewezen.

De post ‘kosten van eventuele vervolgstrafzaak’

De benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] zullen, zoals ook door hen is verzocht, voor deze post niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

De post ‘affectieschade’

Door de advocaat van de benadeelde partijen is aangevoerd dat de benadeelde partijen recht hebben op het gevorderde (forfaitaire) bedrag aan affectieschade. Ondanks de getroebleerde relatie bleef de betrokkenheid en loyaliteit omdat de band tussen ouder en kind onverbrekelijk is. Een nadere toets door de rechtbank voor wat betreft de mate van affectie is volgens de advocaat uitdrukkelijk niet de bedoeling van de wetgever geweest.

De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis niet zonder meer volgt dat er, als het gaat om het al dan niet toekennen van een vergoeding voor affectieschade, voor de rechter geen ruimte is voor een nadere beoordeling van de affectieve relatie. Er kunnen omstandigheden zijn, aldus de Memorie van Toelichting (Memorie van Toelichting bij Wetsvoorstel 34257, p. 15), dat er op grond van artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek recht zou bestaan op vergoeding van affectieschade terwijl dit, mede gelet op de relatie tussen de rechthebbende naaste en de gekwetste of overledene, zoals deze zich in de periode voorafgaand aan de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft ontwikkeld, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht.

In de onderhavige zaak dient de affectieve relatie mogelijk anders te worden beoordeeld dan door de benadeelde partijen is gesteld, nu uit het dossier en het verhandelde ter zitting naar voren is gekomen dat de relatie tussen [slachtoffer] en de benadeelden partijen getroebleerd was, mede door een strafrechtelijke veroordeling van [slachtoffer] , en er sinds enkele jaren sprake was van een contactbreuk tussen hen en [slachtoffer] .

Deze beoordeling vergt nader onderzoek, bijvoorbeeld door het horen van getuigen, en hierdoor levert de behandeling van de post ‘affectieschade’ een onevenredige belasting van het strafgeding op. Om die reden zal de rechtbank voornoemde benadeelde partijen in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 1] , gelet op vorenstaande, tot het bedrag van € 10.165,04 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over € 32,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling.

De door [benadeelde 1] gevorderde schade voor een bedrag van € 1.450,- zal worden afgewezen en de benadeelde partij zal voor het overige in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 2] tot het bedrag van € 1.147,72 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling.

De door [benadeelde 2] gevorderde schade voor een bedrag van € 1.297,50 zal worden afgewezen en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 3] toewijzen tot een bedrag van € 136,95, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partijen voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 10.165,04, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over € 32,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting gelet op de aard en duur van de op te leggen straf en maatregel worden aangevuld met 1 dag gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.147,72, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 3] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 136,95, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling(en) die is/zijn gedaan aan de Staat wordt/worden op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partijen.

De rechtbank zal de vorderingen van [benadeelde 4] en [benadeelde 5] , zoons van [benadeelde 1] , afwijzen. Nu de vorderingen van deze benadeelde partijen worden afgewezen, zullen deze benadeelde partijen in de kosten van verdachte worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 37a, 37b, 47, 55, 56, 289, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1A primair, 1B primair en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1A primair, 1B primair en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1A primair, 1B primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;

Benadeelde partij [benadeelde 1]

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 10.165,04, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over
    € 32,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    wijst de vordering voor wat betreft het gevorderde bedrag van € 1.450,- af;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 10.165,04 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over € 32,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [benadeelde 2]

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 1.147,72, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    wijst de vordering van voor wat betreft het gevorderde bedrag van € 1.297,50 af;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 1.147,72 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [benadeelde 3]

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 136,95, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 136,95 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [benadeelde 4] , zoon van [benadeelde 1]

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 4] , zoon van [benadeelde 1] , af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [benadeelde 5] , zoon van [benadeelde 1]

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 5] , zoon van [benadeelde 1] , af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mr. A.M. Crouwel en mr. H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 september 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1A primair:

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade

van het leven heeft beroofd, door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn, verdachtes, arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van

voornoemde [slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te

oefenen op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand (en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en), ten gevolge waarvan voornoemde

[slachtoffer] is overleden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn, verdachtes, arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van

voornoemde [slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te

oefenen op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en),

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te

weten diefstal met geweld en/of diefstal door middel van een valse sleutel, en welke

doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden,

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan

andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk

verkregene te verzekeren;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd,

door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn, verdachtes, arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van

voornoemde [slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te

oefenen op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en);

nog meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te

Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk en met

voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van voornoemde

[slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te oefenen op de

keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand (en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en), ten gevolge waarvan voornoemde

[slachtoffer] is overleden,

tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19

april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-

Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte] in contact te brengen met die [slachtoffer] en het contact te laten

voortduren en/of te blijven faciliteren en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] geld nodig had, toe te laten dat die

[medeverdachte] , via zijn, verdachtes, telefoon onder valse voorwendselen geld van die

[slachtoffer] verkrijgt en/of

- terwijl hij, verdachte, naar de geweldshandelingen ten aanzien van die

[slachtoffer] van die [medeverdachte] zat te kijken en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] aan die [slachtoffer] intoxicerende

middelen had toegediend en/of

- in de woning van die [slachtoffer] te blijven en/of toe te laten dat die [medeverdachte] fors

geweld uitoefende(n) op die [slachtoffer] en/of

- na te laten om (door daad en/of woord) in te grijpen toen die [medeverdachte] fors geweld

uitgeoefende op die [slachtoffer] en/of

- samen met die [medeverdachte] op of omstreeks 22 april 2019 naar de woning van die

[slachtoffer] te gaan om de dood van die [slachtoffer] te verhullen;

nog meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te

Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft

beroofd, door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn arm in een zogenaamde wurggreep / nekklem om de keel/hals van voornoemde

[slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te oefenen op de

keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en),

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te

weten diefstal met geweld en/of diefstal door middel van een valse sleutel, en welke

doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden,

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan

andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk

verkregene te verzekeren,

tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19

april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-

Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte] in contact te brengen met die [slachtoffer] en het contact te laten

voortduren en/of te blijven faciliteren en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] geld nodig had, toe te laten dat die

[medeverdachte] , via zijn, verdachtes, telefoon onder valse voorwendselen geld van die

[slachtoffer] verkrijgt en/of

- terwijl hij, verdachte, naar de geweldshandelingen ten aanzien van die

[slachtoffer] van die [medeverdachte] zat te kijken en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] aan die [slachtoffer] intoxicerende

middelen had toegediend en/of

- in de woning van die [slachtoffer] te blijven en/of toe te laten dat die [medeverdachte] fors

geweld uitoefende op die [slachtoffer] en/of

- na te laten om (door daad en/of woord) in te grijpen toen die [medeverdachte] fors geweld

uitgeoefende op die [slachtoffer] en/of

- samen met die [medeverdachte] op of omstreeks 22 april 2019 naar de woning van die

[slachtoffer] te gaan om de dood van die [slachtoffer] te verhullen;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te

Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft

beroofd, door

- eenmaal of meermalen die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische) middelen

(te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor het leven

en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- zijn, verdachtes, arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van

voornoemde [slachtoffer] te brengen en/of aldus (gedurende enige tijd) druk uit te

oefenen op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) op/tegen het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] te slaan en/of te stompen en/of

- ( vervolgens) een kussen, gedurende enige tijd, tegen/op het gezicht van voornoemde

[slachtoffer] te drukken en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid te

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de hand(en) en/of

een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht te knijpen en/of samen te drukken en/of

dicht te drukken en/of de keel en/of de hals van voornoemde [slachtoffer] (met de

hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dichtgeknepen en/of

samengedrukt en/of dichtgedrukt te houden en/of

- één of meer (andere) geweldshandeling(en),

tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19

april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-

Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte] in contact te brengen met die [slachtoffer] en het contact te laten

voortduren en/of te blijven faciliteren en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] geld nodig had, toe te laten dat die

[medeverdachte] , via zijn, verdachtes, telefoon onder valse voorwendselen geld van die

[slachtoffer] verkrijgt en/of

- terwijl hij, verdachte, naar de geweldshandelingen ten aanzien van die

[slachtoffer] van die [medeverdachte] zat te kijken en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] aan die [slachtoffer] intoxicerende

middelen had toegediend en/of

- in de woning van die [slachtoffer] te blijven en/of toe te laten dat die [medeverdachte] fors

geweld uitoefende op die [slachtoffer] en/of

- na te laten om (door daad en/of woord) in te grijpen toen die [medeverdachte] fors geweld

uitgeoefende op die [slachtoffer] en/of

- samen met die [medeverdachte] op of omstreeks 22 april 2019 naar de woning van die

[slachtoffer] te gaan om de dood van die [slachtoffer] te verhullen;

1B. primair:

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een ketting en/of een laptop en/of een mobiele telefoon (merk Samsung

S7) en/of een horloge en/of een bankpas (ING t.n.v. [slachtoffer] ) en/of een

kentekenbewijs (t.n.v. [slachtoffer] ) en/of een druppel en/of één of meer

geldbedrag(en), in elk geval enig goed en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het opzettelijk

- eenmaal of meermalen aan die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische)

middelen (te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofmac), althans een of meer voor

het leven en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- brengen van zijn arm, om de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] in een

zogenaamde wurggreep/nekklem en/of aldus (gedurende enige tijd) uitoefenen van druk

op de keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen (met kracht) slaan en/of stompen op/tegen het

hoofd van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (gedurende enige tijd) drukken van een kussen tegen/op het gezicht van

voornoemde [slachtoffer] en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens) (met de hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp)

dichtknijpen en/of samendrukken en/of dichtdrukken van de keel van voornoemde

[slachtoffer] en/of

- ( met de hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht geknepen en/of

samen gedrukt en/of dicht gedrukt houden van de keel van voornoemde [slachtoffer]

en/of

- uitvoeren van één of meer (andere) geweldshandeling(en),

tengevolge van welk bovenomschreven feit voornoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 22 april 2019 te

Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-

eigening heeft weggenomen een ketting en/of een laptop en/of een mobiele telefoon

(merk Samsung S7) en/of een horloge en/of een bankpas (ING t.n.v. [slachtoffer] )

en/of een kentekenbewijs (t.n.v. [slachtoffer] ) en/of een druppel en/of één of meer

geldbedrag(en), in elk geval enig goed en/of geldbedrag(en), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte]

,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het opzettelijk

- eenmaal of meermalen aan die [slachtoffer] (telkens) één of meerdere (toxische)

middelen (te weten seroquel en/of oxicodon en/of diclofinac), althans een of meer voor

het leven en/of de gezondheid benadelende stof(fen), toe te dienen en/of

- brengen van zijn arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van

voornoemde [slachtoffer] en/of aldus (gedurende enige tijd) uitoefenen van druk op de

keel/hals van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) eenmaal of meermalen(met kracht) slaan en/of stompen op/tegen het

hoofd van voornoemde [slachtoffer] en/of

- ( vervolgens) (gedurende enige tijd) drukken van een kussen tegen/op het gezicht van

voornoemde [slachtoffer] en/of aldus voornoemde [slachtoffer] de mogelijkheid

ontnemen te ademen en/of

- ( vervolgens)(met de hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp)

dichtknijpen en/of samendrukken en/of dichtdrukken van de keel van voornoemde

[slachtoffer] cn/of

- ( met de hand(en) en/of een lint, althans een dergelijk voorwerp) dicht geknepen en/of

samen gedrukt en/of dicht gedrukt houden van de keel van voornoemde [slachtoffer]

en/of

- uitvoeren van één of meer (andere) geweldshandeling(en),

tengevolge van welk bovenomschreven feit voomoemde [slachtoffer] is overleden,

tot en of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19

april 2019 tot en met 22 april 2019 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-

Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte] in contact te brengen met die [slachtoffer] en het contact te laten

voortduren en/of te blijven faciliteren en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] geld nodig had, toe te laten dat die

[medeverdachte] , via zijn, verdachtes, telefoon onder valse voorwendselen geld van die

[slachtoffer] verkrijgt en/of

- terwijl hij, verdachte, naar de geweldshandelingen ten aanzien van die

[slachtoffer] van die [medeverdachte] zat te kijken en/of

- terwijl hij, verdachte, wist dat die [medeverdachte] aan die [slachtoffer] intoxicerende

middelen had toegediend en/of

- in de woning van die [slachtoffer] te blijven en/of toe te laten dat die [medeverdachte] fors

geweld uitoefende(n) op die [slachtoffer] en/of

- na te laten om (door daad en/of woord) in te grijpen toen die [medeverdachte] fors geweld

uitgeoefende op die [slachtoffer] en/of

- samen met die [medeverdachte] op of omstreeks 22 april 2019 naar de woning van die

[slachtoffer] te gaan om de dood van die [slachtoffer] te verhullen en/of

- een of meer goederen weg te nemen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2019 tot en met 25 april 2019 te Lelystad en/of Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

één of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] en/of de ervan van die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

(telkens) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te

eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van het (onbevoegd) gebruik maken van een

betaalpas en/of pincode (van basisrekeningnummer [rekeningnummer] ) op naam

van die [slachtoffer] , in elk geval door middel van een valse sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet is/zijn/was/waren gerechtigd.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 14 oktober 2019, 27 september 2019 en 20 februari 2020, genummerd 2019124728, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 1956. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 496.

3 Pagina 629.

4 Pagina 1914 t/m 1919 en 1923 t/m 1925.

5 Pagina 279.

6 Pagina 231.

7 Pagina 90 en 91.

8 Pagina 1934.

9 Pagina 91 t/m 93.

10 Pagina 107.

11 Pagina 102 en 104.

12 Pagina 121.

13 Pagina 162 en 171.

14 Pagina 102.

15 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 augustus 2020.

16 Pagina 588 en 591, 597, 599 en 602.

17 Pagina 603.

18 Pagina 1725.

19 Pagina 1304 en 1305.

20 Pagina 1549.

21 Pagina 798.

22 Pagina 1038.

23 Pagina 1787 en 1798.

24 Pagina 1550.

25 Pagina 956.

26 In het hiernavolgende worden steeds deze twee bankrekeningen van [slachtoffer] en [medeverdachte] bedoeld, tenzij anders vermeld.

27 Pagina 545.

28 Pagina 545 t/m 546.

29 Pagina 546 t/m 547.

30 Pagina 547 t/m 548.

31 Pagina 548.

32 Pagina 549.

33 Pagina 550.

34 Pagina 550.

35 Pagina 996 t/m 997.

36 Pagina 999.

37 Pagina 1013.

38 Pagina 1001.

39 Pagina 1002.

40 Pagina 1021 t/m 1023.

41 Pagina 1005 t/m 1006.

42 Pagina 832 t/m 838.

43 Pagina 839 t/m 842.

44 Pagina 1474.

45 Pagina 1453.

46 Pagina 1630 en 1633.

47 Pagina 1871 en 1872.

48 Pagina 1852, 1858 en 1865.

49 Pagina 1592.

50 Pagina 1636 en 1637.