Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3793

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
16/255609-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid (vuur)wapens en munitie. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen gelet op het voorgaande in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een aanzienlijke geldboete. De rechtbank acht het in dit specifieke geval echter niet noodzakelijk dat verdachte gedetineerd komt te zitten. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken is gebleken dat het verzamelen van de wapens en munitie als een uit de hand gelopen hobby van verdachte kan worden aangemerkt. Verdachte heeft bij de politie openheid van zaken gegeven over de bij hem aangetroffen wapens. Er zijn op basis van het dossier en het strafblad van verdachte geen aanknopingspunten dat verdachte andere, criminele, bedoelingen met de bij hem aangetroffen wapens en munitie heeft gehad.

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- een taakstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht, te vervangen door 120 dagen hechtenis;

een geldboete van € 5.100,00, subsidiair 50 dagen hechtenis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/255609-19

Vonnis van de meervoudige kamer van 8 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1962] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen verdachte en mr. A. van der Poel, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg twee enkelloops kogelgeweren en een pistool voorhanden heeft gehad;

feit 2 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg een ingekort hagelgeweer voorhanden heeft gehad;

feit 3 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg verschillende hoeveelheden scherpe patronen, knalpatronen en hagelpatronen voorhanden heeft gehad;

feit 4 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg twee busjes pepperspray voorhanden heeft gehad;

feit 5 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg twee stroomstootwapens voorhanden heeft gehad;

feit 6 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg twee voorwerpen in de vorm van een pistool en een voorwerp in de vorm van een revolver voorhanden heeft gehad;

feit 7 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg een boksbeugel en een geluiddemper voorhanden heeft gehad;

feit 8 op 24 oktober 2019 in Veenendaal en/of Overberg een opvouwbaar mes voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Verdachte heeft de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank acht de onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden, gelet op artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 25 augustus 2020;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 26 en 27;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pagina 29;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van [verbalisant 3] , pagina 128 tot en met 131;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van [verbalisant 3] , pagina 147 tot en met 159.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben geen betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1

op 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een pistool (merk/type: Walther P88-9, kaliber: 9mm P.A.K., wapennummer: [wapennummer] ) en

- een enkelloops kogelgeweer (merk/type: onbekend, kaliber: .221r) en

- een enkelloops kogelgeweer (merk/type: Zastava M48, kaliber: 8x57mm, wapennummer [wapennummer] )

zijnde vuurwapens in de vorm van een geweer en/of pistool voorhanden heeft gehad;

2

op 24 oktober 2019 te Veenendaal een wapen van categorie II, onder 3, te weten een ingekort hagelgeweer, kaliber 12, voorzien van wapennummer [wapennummer] , zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en dat de aanvalskracht werd verhoogd, voorhanden heeft gehad;

3

op 24 oktober 2019 te Veenendaal munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

- 224 scherpe hagelpatronen van kaliber 28 (merken: Ficochi en/of Clever) en

- 42 scherpe patronen van kaliber .45auto (merken o.a.: TZZ, Gevelot, Geco, NNY, Federal en/of HP)) en

- 99 scherpe (knal)patronen van kaliber .22 long blanc (merk: Fiocchi) en

- 18 scherpe (knal)patronen van kaliber 6.8/11mm (merk: Hilti) en

- 195 scherpe patronen van kaliber 22LR (merken: RWS, Winchester, VEB, Lapua en/of Eley) en

- 43 scherpe hagelpatronen van kaliber 12 (merk: Winchester) en

- 17 scherpe patronen van kaliber 9mm (origineel merken: Walther, OZK en/of UMA, maar omgebouwd van knalpatronen naar kogelpatronen),

voorhanden heeft gehad;

4

op 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere gasbusjes/peppersprays (merk/type: Hoernecke Chemie TW1000 en American Style Nato), zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, voorhanden heeft gehad;

5

op 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere stroomstootwapens (o.a. met opschrift "Germany Police" en/of "Police 1800000W"), zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;

6

op 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk meerdere voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, te weten:

- een voorwerp in de vorm van een pistool, merk Colt, model Government 1911 Al, kaliber 4.5mm (.177), voorzien van het wapennummer [wapennummer] en

- een voorwerp in de vorm van een pistool, merk/model Gl, kaliber 6mm BB, voorzien van het nummer [nummer] en

- een voorwerp in de vorm van een revolver, merk ASG, model Dan Wesson .357 Magnum, kaliber 4.5mm (.177), voorzien van het wapennummer [wapennummer] voorhanden heeft gehad;

7

op 24 oktober 2019 te Veenendaal wapens, te weten: een boksbeugel (merk/model Boxer, materiaal: metaal, kleur: zilver) en een geluiddemper (merkloos, lengte: ca. 21 cm, doorsnede: ca. 2,8 cm) van categorie I, onder 3°, voorhanden heeft gehad;

8

op 24 oktober 2019 te Veenendaal een wapen van categorie I, onder 2° van de Wet wapens en munitie, te weten een opvouwbaar mes waarvan het lemmet meer dan een snijkant heeft of de lengte in opgevouwen toestand langer dan 28 cm, te weten 37,5 cm, is, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 tot en met 8 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd;

feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 4 en feit 5

telkens: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

feit 6 en feit 7

telkens: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 8

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis;

- een geldboete van € 5.100,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte een taakstraf op te leggen.

De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat het hier een uit de hand gelopen hobby betreft en verdachte geen kwade bedoelingen had. Het betrof verder voornamelijk wapens die niet of bijna niet werkten. Voorts heeft de tijd die verdachte in verzekering op het politiebureau heeft doorgebracht een enorme impact op hem gehad, waar hij tot op de dag van vandaag nog de gevolgen van ondervindt. Verdachte heeft geen strafblad en heeft zijn leven op orde.

De verdediging acht een voorwaardelijke gevangenisstraf niet noodzakelijk nu zij geen gevaar voor recidive ziet. Voorts ziet de verdediging geen aanleiding om verdachte een geldboete op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een aanzienlijke hoeveelheid wapens en een grote hoeveelheid (scherpe) munitie voorhanden gehad, waaronder vier vuurwapens en drie op vuurwapens gelijkende voorwerpen. Het ongecontroleerde bezit van wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en veroorzaakt gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Om die reden wordt streng opgetreden tegen ongecontroleerd bezit van wapens en munitie. Verdachte had vanuit zijn militaire achtergrond als wapenmeester beter moeten weten.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor het voorhanden hebben van:

- een pistool en/of revolver en/of geweer uit van een gevangenisstraf van 3 maanden;

- een Riot-gun uit van een gevangenisstraf van 6 maanden;

- meer dan 20 scherpe patronen uit van een geldboete vanaf € 340,--;

- meer dan 20 knalpatronen uit van een geldboete vanaf € 170,--;

Voor het voorhanden hebben van de overige bewezenverklaarde wapens gaan de oriëntatiepunten van het LOVS uit van geldboetes, oplopend vanaf € 170,-- tot € 550,-- per voorwerp.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ten aanzien van de persoon van verdachte rekening gehouden met het reclasseringsadvies van Inforsa van 29 oktober 2019. Uit het rapport volgt dat de reclassering ten aanzien van de diverse leefgebieden geen aanwijzingen ziet voor problemen waarvoor reclasseringsbemoeienis noodzakelijk is. De kans op herhaling wordt ingeschat als laag.

De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen gelet op het voorgaande in beginsel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een aanzienlijke geldboete.

De rechtbank acht het in dit specifieke geval echter niet noodzakelijk dat verdachte gedetineerd komt te zitten. De rechtbank overweegt daartoe dat uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is besproken is gebleken dat het verzamelen van de wapens en munitie als een uit de hand gelopen hobby van verdachte kan worden aangemerkt. Verdachte heeft bij de politie openheid van zaken gegeven over de bij hem aangetroffen wapens. Er zijn op basis van het dossier en het strafblad van verdachte geen aanknopingspunten dat verdachte andere, criminele, bedoelingen met de bij hem aangetroffen wapens en munitie heeft gehad.

De rechtbank is van oordeel dat een enkele taakstraf geen recht doet aan de ernst en aard van de bewezenverklaarde feiten. Daarbij overweegt de rechtbank dat de door de raadsvrouw aangehaalde strafzaak van de Rechtbank Gelderland van een andere orde is dan de onderhavige zaak. In de onderhavige zaak gaat het om aanzienlijk meer (vuur)wapens die, op één na, niet door verdachte in een kluis werden bewaard.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, in navolging van de officier van justitie, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een taakstraf van 240 uren opleggen, indien deze niet of niet geheel wordt verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis, en een geldboete van € 5.100,--, bij niet betaling te vervangen door 60 dagen hechtenis.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de op de beslaglijst onder 2 tot en met 32 vermelde goederen te onttrekken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag terug te geven aan verdachte. Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het onder 2 op de beslaglijst vermelde voorwerp, te weten een schiethamer.

De rechtbank overweegt daartoe dat het voorwerp geen wapen is in de zin van de Wet wapens en munitie en dat verdachte als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

De rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen, vermeld onder 3 tot en met 32 op de beslaglijst, onttrekken aan het verkeer. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de onder 1 tot en met 8 bewezen verklaarde feiten begaan.

De rechtbank zal geen beslissing nemen over het inbeslaggenomen geldbedrag omdat ten aanzien van dit geldbedrag sprake is van conservatoir beslag.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 tot en met 8 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 tot en met 8 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 tot en met 8 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

- veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 5.100,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 60 dagen;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het onder 2 op de, aan dit vonnis gehechte, beslaglijst vermelde voorwerp;

- verklaart de onder 3 tot en met 32 op de, aan dit vonnis gehechte, beslaglijst vermelde voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Riani el Achhab, voorzitter, mrs. L.C. Michon en

C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 september 2020.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een of meerdere wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een pistool (merk/type: Walther P88-9, kaliber: 9mm P.A.K., wapennummer: [wapennummer] ) en/of

- een enkelloops kogelgeweer (merk/type: onbekend, kaliber: .221r) en/of

- een enkelloops kogelgeweer (merk/type: Zastava M48, kaliber: 8x57mm, wapennummer [wapennummer] )

zijnde een vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

2

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie II, onder 3, te weten een ingekort hagelgeweer, van het merk onbekend, type onbekend, kaliber 12, voorzien van wapennummer [wapennummer] ,zijnde een vuurwapen dat zodanig was vervaardigd of gewijzigd dat het dragen niet of minder zichtbaar was en/of dat de aanvalskracht werd verhoogd, voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

3

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

- 224 scherpe hagelpatronen van kaliber 28 (merken: Ficochi en/of Clever) en/of

- 42 scherpe patronen van kaliber .45auto (merken o.a.: TZZ, Gevelot, Geco, NNY, Federal en/of HP)) en/of

- 99 scherpe (knal)patronen van kaliber .22 long blanc (merk: Fiocchi)

- 18 scherpe (knal)patronen van kaliber 6.8/11mm (merk: Hilti)

- 195 scherpe patronen van kaliber 22LR (merken: RWS, Winchester, VEB, Lapua en/of Eley) en/of

- 43 scherpe hagelpatronen van kaliber 12 (merk: Winchester) en/of

- 17 scherpe patronen van kaliber 9mm (origineel merken: Walther, OZK en/of UMA, maar omgebouwd van knalpatronen naar kogelpatronen),

voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

4

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere gasbusjes/peppersprays (merk/type: Hoernecke Chemie TW1000 en/of American Style Nato), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

5

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere stroomstootwapens (o.a. met opgeschrift "Germany Police" en/of "Police 1800000W"),

zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;

( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

6

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een of meerdere voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, te weten:

- een voorwerp in de vorm van een pistool, merk Colt, model Government 1911 Al, kaliber 4.5mm (.177), voorzien van het wapennummer [wapennummer] en/of

- een voorwerp in de vorm van een pistool, merk/model Gl, kaliber 6mm BB, voorzien van het nummer [nummer] en/of

- een voorwerp in de vorm van een revolver, merk ASG, model Dan Wesson .357 Magnum, kaliber 4.5mm (.177), voorzien van het wapennummer [wapennummer] voorhanden heeft gehad;

( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

7

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg,een wapen(s), te weten: een boksbeugel (merk/model Boxer, materiaal: metaal, kleur: zilver) en/of een geluiddemper (merkloos, lengte: ca. 21 cm, doorsnede: ca. 2,8 cm) van categorie I, onder 3°, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

8

hij op of omstreeks 24 oktober 2019 te Veenendaal en/of Overberg, een wapen van categorie I, onder 2° van de Wet wapens en munitie, te weten een opvouwbaar mes waarvan het lemmet meer dan een snijkant heeft of de lengte in opgevouwen toestand langer dan 28 cm, te weten 37,5 cm is, voorhanden heeft gehad;

( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2019318203 en de aanvullingen A en B, opgemaakt door de districtsrecherche Oost-Utrecht, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 216. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.