Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3747

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
07-09-2020
Zaaknummer
16.048489.20; 16/214414-18 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor medeplegen van meerdere pogingen tot woninginbraak, medeplichtigheid aan woninginbraak, vernieling en mishandeling. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren, met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16.048489.20; 16/214414-18 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 september 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode 1] [woonplaats] , [adres 1] ,

thans gedetineerd in [verblijfplaats] ,

hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 juni 2020 en 21 augustus 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. H.M.G. Peters, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

1 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is laatstelijk op de zitting van 21 augustus 2020 gewijzigd.

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er op neer dat verdachte

ten aanzien van parketnummer 16/048489-20:

feit 2

op 18 januari 2020 in Huizen met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of inklimming een tas (met inhoud), in elk geval enig goed en/of een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1] in/uit een woning gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen;

feit 3 primair

op 20 februari 2020 in Laren met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of inklimming een Macbook (merk Apple) en/of een Imac (merk Apple) en/of een PlayStation 4 en/of een geldbedrag van €1.040,00, in elk geval enig goed en/of een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] heeft weggenomen;

feit 3 subsidiair

op 20 februari 2020 in Laren medeplichtig is geweest aan het met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of inklimming wegnemen van een Macbook (merk Apple) en/of een Imac (merk Apple) en/of een PlayStation 4 en/of een geldbedrag van €1.040,00, in elk geval enig goed en/of een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] ;

feit 4

op 22 januari 2020 in Blaricum met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of verbreking heeft geprobeerd geld en/of goederen van hun gading toebehorende aan [slachtoffer 4] in/uit een woning gelegen aan de [adres 4] weg te nemen;

feit 5

op 30 januari 2020 in Blaricum met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of inklimming heeft geprobeerd geld en/of goederen van hun gading toebehorende aan [slachtoffer 5] in/uit een woning gelegen aan de [adres 5] weg te nemen;

feit 6

op 30 januari 2020 in Naarden met een ander ‘s nachts door middel van braak en/of verbreking heeft geprobeerd geld en/of goederen van hun gading toebehorende aan [slachtoffer 6] in/uit een woning gelegen aan de [adres 6] weg te nemen;

feit 7

op 27 februari 2020 in Houten opzettelijk en wederrechtelijk een muur van een cel toebehorende aan de Politie heeft vernield en/of onbruikbaar heeft gemaakt.

feit 8

op 1 februari 2020 in Blaricum met een ander door middel van braak en/of inklimming een Imac (merk Apple) en/of sieraden en/of geld, in elk geval enig goed en/of een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 7] in/uit een woning gelegen aan de [adres 7] heeft weggenomen;

ten aanzien van parketnummer 16/214414-18:

op 15 juli 2018 in Huizen [slachtoffer 8] heeft mishandeld door die [slachtoffer 8] in/tegen het gezicht en/of het hoofd, (met kracht) te slaan/stompen.

De hierboven weergegeven en onder verschillende parketnummers tenlastegelegde feiten zullen hierna achtereenvolgens worden doorgenummerd als feit 1 tot en met feit 8.

2 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 WAARDERING VAN HET BEWIJS

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7 en feit 8 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2, feit 4 en feit 7 tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, het onder feit 3, feit 5, feit 6 en feit 8 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.

Vrijspraak van feit 1

De rechtbank acht het onder feit 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervoor vrijspreken. De rechtbank overweegt dat geen bewijs voorhanden is dat verdachte rechtstreeks aan dit feit verbindt. Daarnaast is niet komen vast te staan dat verdachte op 18 januari 2020 daadwerkelijk in de buurt van de woning aan de [adres 2] in [plaatsnaam 1] is geweest. Dat de telefoon van verdachte kort voor de nachtelijke inbraak in de woning contact heeft gehad met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] , acht de rechtbank onvoldoende voor een bewezenverklaring.

Vrijspraak van feit 7

Ten aanzien van het onder feit 7 tenlastegelegde concludeert de rechtbank dat in het dossier geen concrete aanwijzingen aanwezig zijn die zijn te herleiden tot verdachte. De rechtbank overweegt dat verbalisant [verbalisant 1] in zijn proces-verbaal heeft vastgesteld dat uit het proces-verbaal van de camerabeelden volgt dat persoon 1 tijdens de inbraak schoenen aan heeft die overeenkomen met de reeds bij verdachte inbeslaggenomen schoenen. De rechtbank concludeert dat dit bewijs, naast de aangifte, niet voldoende is om het tenlastegelegde feit bewezen te verklaren De omstandigheid dat de telefoon van verdachte in die avond een zendmast op 800 meter afstand van de plaats delict aan heeft gestraald, acht de rechtbank tevens onvoldoende.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Op grond van de aangifte die zich in het dossier bevindt, stelt de rechtbank vast dat op 20 februari 2020 een inbraak in de woning aan de [adres 3] te [plaatsnaam 2] heeft plaatsgevonden, waarbij meerdere daders onder andere een PlayStation 4 met twee controllers hebben weggenomen. In het proces-verbaal van de camerabeelden is te zien dat drie verschillende personen zich in, om en op de woning bevinden. Eén van die personen wordt door verbalisant [verbalisant 2] herkend als medeverdachte [medeverdachte 2] .

De herkenning door verbalisant [verbalisant 2] van medeverdachte [medeverdachte 2] vindt steun in andere feiten en omstandigheden die in de richting van medeverdachte [medeverdachte 2] wijzen als de dader van de inbraak. Zo vindt er op 27 februari 2020 op het adres van medeverdachte [medeverdachte 2] een doorzoeking plaats, waarbij de door de verbalisant aangetroffen kleding wordt herkend als zijnde soortgelijke kleding die gedragen werd door één van de personen op de camerabeelden van de woninginbraak. Er wordt tevens een PlayStation 4, inclusief 2 controllers bij hem in beslag genomen. Een van de aangemaakte accounts op deze PlayStation 4 heeft de naam ‘ [slachtoffer 2] ’, overeenkomstig de naam van het kind van aangever. Daarnaast wordt een van de controllers door de aangever herkend als zijn eigendom.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit dat er op 20 februari 2020 rond het tijdstip van de woninginbraak diverse telefoongesprekken hebben plaatsgevonden tussen (het telefoonnummer dat toebehoort aan de telefoon van medeverdachte) [medeverdachte 2] en (het telefoonnummer dat toebehoort aan de telefoon van) verdachte. In deze telefoongesprekken wordt door de persoon met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] aangegeven dat hij zich in een woning bevindt waar kinderen aanwezig zijn. Er wordt door (de persoon met de telefoon van) verdachte vervolgens meerdere malen gevraagd hoe lang het nog gaat duren. Er wordt (met de telefoon van medeverdachte) [medeverdachte 2] geantwoord dat de andere persoon moet wachten omdat zij de kamer aan het zoeken zijn. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] blijkt dat vijf kinderen in het huis getuigen waren van de inbraak en de inbrekers daadwerkelijk hebben waargenomen. Er wordt die nacht tevens met de telefoon van verdachte om 05:47 uur een sms-bericht gestuurd naar de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] waarin nogmaals wordt gevraagd hoe lang het nog gaat duren, aangezien hij naar huis moet omdat zijn vader de wagen nodig heeft. Verdachte is ook daadwerkelijk in de buurt gezien. Hij wordt om 04:50 uur op de [straatnaam] in [plaatsnaam 2] door verbalisanten als bestuurder van een personenauto staande gehouden. Hij heeft toen verklaard dat de auto van zijn vader is en dat zijn vader straks weg moet met de auto.

Op 21 februari 2020 vindt er met de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] en met de telefoon van verdachte tevens een gesprek plaats over de verkoop van een PlayStation 4. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het kan kloppen dat hij in de nacht van 20 februari 2020 met zijn telefoon heeft gebeld.

Al het vorenstaande in onderlinge samenhang bezien, maakt dat voor de rechtbank met de voor het bewijs toereikende zekerheid is komen vast te staan dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte diegene is geweest die in die nacht met medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gebeld en met de auto op de [straatnaam] te [plaatsnaam 2] op medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gewacht. Gelet op de gepleegde telefoongesprekken, het aantreffen van verdachte op de [straatnaam] in [plaatsnaam 2] en het op 21 februari 2020 tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] gepleegde telefoongesprek over de verkoop van de Playstation 4, oordeelt de rechtbank dat verdachte niet alleen wetenschap heeft gehad van de woningbraak, maar tevens opzet heeft gehad op zijn eigen bijdrage, alsook op het plegen van het misdrijf. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de woninginbraak door opzettelijk met een auto in de directe omgeving van voorgenoemd pand klaar te staan om medeverdachte [medeverdachte 2] op te halen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4

Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 augustus 2020 ontkend dat hij op 30 januari 2020 betrokken is geweest bij de woninginbraak aan de [adres 5] te [plaatsnaam 3] , terwijl hij heeft bekend dat hij diezelfde nacht heeft geprobeerd in te breken bij de woning aan de [adres 6] te [plaatsnaam 4] . De rechtbank overweegt dat ten aanzien van beide tenlastegelegde pogingen tot woninginbraak op 30 januari 2020 telkens gebruik wordt gemaakt van de volgende werkwijze (modus operandi). Enkele uren na middernacht gaan meerdere personen naar een woning toe. Vervolgens wordt de toegang tot die woning verschaft door middel van het gooien van meerdere stenen door de ruit van de woning. Gelet op de omstandigheid dat bij de twee woninginbraken dezelfde modus operandi is gebruikt, de twee woningen zich nog geen 7 km van elkaar bevinden en het korte tijdsbestek waartussen in die twee woningen een inbraak heeft plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte tevens heeft gepoogd in te breken in de woning aan de [adres 5] te [plaatsnaam 3] . Het onder 4 tenlastegelegde kan dan ook bewezen worden verklaard. De rechtbank betrekt bij dit oordeel ook het tapgesprek tussen verdachte en het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 2] . Hieruit blijkt dat door verdachte de avond voor de woninginbraken wordt aangegeven dat hij wel wat leuks heeft voor vanavond. Vervolgens wordt er door verdachte gezegd: ‘Gewoon, maar snel snel snel, gewoon tien seconden, je weet toch. Boem, boem.’ De verklaring van verdachte dat dit over een meisje zou gaan, is niet aannemelijk geworden en vindt de rechtbank daarom niet geloofwaardig.

4 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van parketnummer 16/048489-20:

2 subsidiair

medeverdachte [medeverdachte 2] en meer onbekend gebleven medeverdachten op 20 februari 2010 te [plaatsnaam 2] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand gelegen aan de [adres 3] hebben weggenomen een Macbook (merk Apple), een Imac (merk Apple), een PlayStation 4 en een geldbedrag van in totaal 1040 euro, geheel toebehorende aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , waarbij [medeverdachte 2] en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming te weten door

- naar voornoemde woning toe te gaan en

- een ladder tegen de dakgoot te zetten en

- een ruit in te gooien en

- vervolgens door die opengebroken ruit de woning binnen te gaan;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 20 februari 2020 te [plaatsnaam 2] , opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk met een auto in de directe omgeving

van voornoemd pand klaar te staan om [medeverdachte 2] en de andere onbekend gebleven

medeverdachten op te halen en hen onmiddellijk na het plegen van dat misdrijf met

die auto te vervoeren van de plaats van het misdrijf;

3
op 22 januari 2020 te [plaatsnaam 3] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om omstreeks 01:28 uur, uit een woning en een besloten erf waarop de woning stond, gelegen aan de [adres 4] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van hun gading, geheel toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming, opzettelijk met zijn mededaders, naar voornoemde woning is toegegaan en een ladder tegen de dakgoot heeft gezet en een boomstam door de ruit heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4
op 30 januari 2020 te [plaatsnaam 3] , tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om omstreeks 03:10 uur, uit een woning en een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 5] , alwaar verdachte en zijn mededaders zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van hun gading, geheel toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak, opzettelijk met zijn mededaders, naar voornoemde woning is toegegaan en een kei door de ruit van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5
op 30 januari 2020 te [plaatsnaam 4] , tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om omstreeks 02:36 uur, uit een woning en een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 6] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van hun gading, geheel toebehorende aan [slachtoffer 6] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak, opzettelijk met zijn mededader, naar voornoemde woning is toegegaan en tegels door de ruiten van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6
op 27 februari 2020 te [plaatsnaam 5] opzettelijk en wederrechtelijk een muur van een cel (celnummer [.] ), die geheel aan de Politie toebehoorde, heeft beschadigd;

7

op 15 juli 2018 te [plaatsnaam 1] , [slachtoffer 8] heeft mishandeld door die [slachtoffer 8] éénmaal tegen het gezicht te slaan, waardoor die [slachtoffer 8] pijn heeft ondervonden.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

5 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 2: medeplichtigheid aan diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3: poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige de toegang tot het plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 4 en 5: telkens: poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige de toegang tot het plaats van het misdrijf verschaft door middel van braak;

feit 6: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

feit 8: mishandeling.

6 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 OPLEGGING VAN STRAF

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals beschreven in het advies van Reclassering Nederland van 19 maart 2020.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht een lagere straf op te leggen dan de officier van justitie heeft gevorderd. De raadsvrouw acht een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest passend. Zij verzoekt de rechtbank een gevangenisstraf van 8 à 9 maanden op te leggen, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals beschreven in het advies van Reclassering Nederland van 19 maart 2020.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere feiten, waaronder medeplichtigheid aan een woninginbraak en drie pogingen tot woninginbraak. Dit zijn ernstige feiten waarbij inbreuk gemaakt wordt op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelden en hun materiële schade wordt toegebracht. Daarnaast veroorzaken deze feiten, met name omdat ze in de nachtelijke uren hebben plaatsgevonden, bij de gedupeerden en de samenleving gevoelens van onveiligheid. De rechtbank weegt als strafverzwarende omstandigheid mee dat tijdens de inbraak aan de [adres 3] te [plaatsnaam 2] kinderen in de woning aanwezig waren. Zij werden in hun slaap verrast en hebben de medeverdachten met een knuppel en een mes door het huis zien lopen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij naar aanleiding van het telefoongesprek met medeverdachte [medeverdachte 2] hiervan op de hoogte was en zich desondanks niet van de situatie heeft gedistantieerd. Het is voor deze kinderen ongetwijfeld bijzonder beangstigend en onaangenaam dat vreemden urenlang in hun woning zijn geweest en hun persoonlijke bezittingen hebben doorzocht en weggenomen. Verdachte heeft bij het plegen van deze inbraken slechts zijn eigen gewin in gedachten gehad en kennelijk geen enkele rekening gehouden met de gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers. Als strafverzwarende factoren weegt de rechtbank voorts mee dat de feiten veelal in de nacht en in vereniging zijn gepleegd.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan vernieling van een politiecel. Een dergelijk feit is niet alleen hinderlijk maar brengt voorts materiële schade met zich. Deze kosten van dergelijke schade worden uiteindelijk gedragen door de maatschappij.

Verdachte heeft zich tot slot schuldig gemaakt aan uitgaansgeweld. Verdachte heeft daarbij het slachtoffer in zijn gezicht geslagen. Dit soort uitgaansgeweld leidt tot overlast en tot onrust en gevoelens van onveiligheid bij zowel de slachtoffers als de samenleving. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.

Persoonlijke omstandigheden

Uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 7 mei 2020 blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden de bewezenverklaarde feiten te plegen.

De rechtbank slaat bij de strafoplegging mede acht op oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het oriëntatiepunt voor een voltooide woninginbraak met recidive is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. De rechtbank houdt rekening met het feit dat het in het onderhavige geval gaat om meerdere pogingen tot woninginbraak en medeplichtigheid aan een woninginbraak. Het oriëntatiepunt voor een mishandeling door middel van een “droge klap” die pijn veroorzaakt is volgens het LOVS een geldboete van € 500,00 euro.

De rechtbank heeft voor het bepalen van de straf tevens acht geslagen op het uitgebrachte reclasseringsadvies van 19 maart 2020. Hierin wordt geadviseerd om bij een bewezenverklaring aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde feit vanuit een oogpunt van normbevestiging en generale preventie in beginsel een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De rechtbank acht het in het licht van speciale preventie echter ook van groot belang dat de verdachte zich onder andere door de reclassering laat begeleiden, deelneemt aan een gedragsinterventie en zich ambulant laat behandelen, zodat verdachte de keuze maakt voor een leven buiten de criminaliteit. Hierbij acht de rechtbank, vanwege de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en het niet kunnen inschatten van het recidiverisico, een stevig kader met bijzondere voorwaarden geïndiceerd.

Alles afwegende, acht de rechtbank een forse gevangenisstraf van 12 maanden op zijn plaats. De rechtbank zal echter twee maanden van deze gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen - met een proeftijd van twee jaren - en daarbij de voorwaarden opleggen als nader in het dictum aangegeven. De rechtbank hoopt zo dat verdachte in de toekomst ervan wordt weerhouden (soortgelijke) misdrijven te plegen.

8 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 8] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 539,95. Dit bedrag bestaat uit € 39,95 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder feit 8 tenlastegelegde.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in zijn vordering, nu het gevorderde schadebedrag ziet op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na het tenlastegelegde feit.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de materiële schade

De rechtbank stelt vast dat, anders dan hetgeen de officier van justitie en de raadsvrouw hebben betoogd, de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft immers ter onderbouwing van zijn vordering verklaard dat hij in zijn gezicht is geslagen, een vechtpartij is ontstaan en hierbij zijn polo onherstelbaar is beschadigd. De rechtbank acht de gevorderde schadepost redelijk en voldoende onderbouwd. De schade komt tevens voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom deze schadepost geheel toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot aan de dag van volledige betaling.

Ten aanzien van de immateriële schade

Voor wat betreft de immateriële schade zoals door [slachtoffer 8] gesteld, overweegt de rechtbank dat deze schadepost door aangever voldoende is onderbouwd. Rekening houdend met wat er in vergelijkbare gevallen aan schadevergoeding wordt toegekend, waardeert de rechtbank de schade van aangever op € 250,00 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot aan de dag van volledige betaling. De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

Proceskosten

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor deze procedure heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor de betaling van de vordering zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 8] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 289,95 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 5 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het inbeslaggenomen voorwerp, namelijk de schoenen, merk Louis Vuitton 03-2 met goednummer PL0900-2018203792-2230213 terug te geven aan verdachte.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het inbeslaggenomen voorwerp, namelijk de schoenen, merk Louis Vuitton 03-2 met goednummer PL0900-2018203792-2230213 terug te geven aan verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal teruggave aan verdachte gelasten van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de schoenen, merk Louis Vuitton 03-2 met goednummer PL0900-2018203792-2230213.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 48, 49, 57, 300, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 1, feit 2 primair, feit 7 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6 en feit 8bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

  • -

    zich meldt op de datum van het onherroepelijk worden van het vonnis tussen 13:00-16:30 uur bij Reclassering Nederland op het adres: [adres 8] te [plaatsnaam 6] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  • -

    actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVA of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

  • -

    zich, indien door de reclassering geïndiceerd, laat behandelen door [naam instelling] of een

soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

  • -

    op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met medeverdachte [medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum 2] 2000), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

  • -

    zich niet in een straal van 500 meter bevindt vanaf de [adres 3] , [postcode 2] te [plaatsnaam 2] . Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatieverbod. Hij gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de

elektronische controle nodig is dat betrokkene in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering dit locatieverbod (deels) laten vervallen;

 vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres. De reclassering stelt

de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 14 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft verdachte een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden. Verdachte werkt mee aan elektronische controle op dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres 1] , [postcode 1] te [plaatsnaam 1] . Een ander adres voor het locatiegebod is

alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de

elektronische controle nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;

 meewerkt aan het verkrijgen en behouden van een dagbesteding in de vorm van scholing en/of werk, zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht. Ook als dit inhoudt het meewerken aan een jobcoachtraject;

stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 8] van het toegewezen bedrag van € 289,95, bestaande voor een bedrag van € 39,95 uit materiële schade en voor een bedrag van € 250,00 uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;

- wijst de vordering van [slachtoffer 8] voor wat betreft de meer gevorderde immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 8] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 8] aan de Staat € 289,95 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

 schoenen, merk Louis Vuitton 03-2 met goednummer PL0900-2018203792-2230213.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. Oosterling - van der Maarel, voorzitter, A.M.M.E. Doekes - Beijnes en mr. A.M. Loots, rechters, in tegenwoordigheid van L.M.M. Weyers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 september 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 16/048489-20:

2
hij, op of omstreeks 18 januari 2020 te Huizen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, omstreeks 04:20 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning en/of een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud, te weten onder meer sleutels), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3
primair
hij, op of omstreeks 20 februari 2020 te Laren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, omstreeks 02:00 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning en/of een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Macbook (merk Apple) en/of een Imac (merk Apple) en/of een PlayStation 4 en/of een gelbedrag van in totaal (ongeveer) 1040 euro, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel often dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3 subsidiair

medeverdachte [medeverdachte 2] en een of meer onbekend gebleven medeverdachten op of

omstreeks 20 februari 2010 te Laren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een pand (gelegen aan de [adres 3] ) heeft/hebben weggenomen

een Macbook (merk Apple) en/of een Imac (merk Apple) en/of een PlayStation 4 en/of een

gelbedrag van in totaal (ongeveer) 1040 euro, in elk geval enig goed en/of geldbedrag,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s), waarbij [medeverdachte 2] en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak en/of verbreking en/of inklimming te weten door

- naar voornoemde woning toe te gaan en/of

- een ladder tegen de dakgoot te zetten en/of

- een ruit in te gooien en/of

- ( vervolgens) door die opengebroken ruit de woning binnen te gaan;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 februari 2020 te Laren,

opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk met een auto in de (directe) omgeving

van voornoemd pand klaar te staan om [medeverdachte 2] en/of de andere onbekend gebleven

medeverdachten op te halen en hem/hen onmiddellijk na het plegen van dat misdrijf met

die auto te vervoeren van de plaats van het misdrijf;

4
hij, op of omstreeks 22 januari 2020 te Blaricum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om omstreeks 01:28 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning en/of een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 4] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning is toegegaan en/of een ladder tegen de dakgoot heeft gezet en/of (vervolgens) een boomstam door de ruit heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5
hij, op of omstreeks 30 januari 2020 te Blaricum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om omstreeks 03:10 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning en/of een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 5] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning is toegegaan en/of een baksteen en/of kei, althans een hard voorwerp, door de ruit van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6
hij, op of omstreeks 30 januari 2020 te Naarden , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om omstreeks 02:36 uur, althans gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in/uit een woning en/of een besloten erf waarop een woning stond, gelegen aan de [adres 6] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, opzettelijk met zijn mededader(s), althans alleen, naar voornoemde woning is toegegaan en/of een of meer tegels en/of een baksteen, althans een of meer harde voorwerpen, door de ruit(en) van voornoemde woning heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7
hij, op of omstreeks 27 februari 2020 te Houten , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een muur van een cel (celnummer [.] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten de Politie toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

8
hij op of omstreeks 1 februari 2020 te Blaricum , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 7] ) heeft weggenomen een Imac (merk Apple) en/of sieraden en/of geld, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

ten aanzien van parketnummer 16/214414-18:

hij op of omstreeks 15 juli 2018 te Huizen , althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer 8] heeft mishandeld door die [slachtoffer 8] één of meermalen in/tegen het gezicht en/of het hoofd, (met kracht) te slaan/stompen, waardoor die [slachtoffer 8] , letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.