Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3561

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-06-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
8574503 \ UT VERZ 20-10234
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beloning bewindvoerder. Eis gemeente gezamenlijke beschermingsbewindvoerder en beloning i.h.k.v. bijzondere bijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummer: 8574503 \ UT VERZ 20-10234

BM nummer : BM 30982

Beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een nieuwe bewindvoerder d.d. 15 juni 2020

Op verzoek van:

[verzoekster] h.o.d.n. [handelsnaam] ,

gevestigd Postbus [postbusnummer] ,

[postcode 1] [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: verzoekster,

met betrekking tot:

[rechthebbende] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [postcode 2] [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: rechthebbende.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlage, ter griffie digitaal ingekomen op 1 juni 2020.

De beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter te Arnhem d.d. 15 juli 2019 is het vermogen van rechthebbende onder bewind gesteld. Nu is [verzoekster] h.o.d.n. [handelsnaam] , bewindvoerder.

Op 1 juni 2020 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend, zoals de gemeente [plaatsnaam] dat van haar verlangt.

Zij heeft daarbij verwezen naar de betreffende brief van de gemeente, die hierbij integraal wordt ingevoegd:

Geachte mevrouw [verzoekster] en de heer [A] ,

Wij zijn voornemens om het besluit te herzien met diens verstanden dat u en/of de heer [A] een verzoek gaat indienen bij de rechtbank voor 1 bewindvoerder.

De brief van de rechtbank welke wij van u hebben ontvangen zegt namelijk niets over het feit dat het voor belanghebbenden noodzakelijk is dat zij ieder een eigen bewindvoerder nodig hebben. Het zegt alleen maar dat wanneer er sprake is van een economisch eenheid dat het dan ook mogelijk is dat er twee bewindvoerders zijn. Het gaat hier om de vraag of het in geval van belanghebbenden noodzakelijk is om twee bewindvoerders te hebben, nu zij een economische eenheid vormen ofwel samenwonend zijn.

Verplichting

U krijg daarom de verplichting opgelegd om een verzoek bij de rechtbank in te dienen voor 1 bewindvoerder, belanghebbenden zijn samenwonend dus vormen zij een economisch eenheid.

Mocht de rechter van oordeel zijn dat in het geval van belanghebbenden 2 bewindvoerders noodzakelijk zijn dan zal de bijzondere bijstand ongewijzigd worden voortgezet.

Mocht blijken dat 1 bewindvoerder voor beide voldoende is dan zal de bijzondere bijstand worden gewijzigd met ingang van de datum van de uitspraak of eerder zoals de rechter dit aangeeft.

Termijn

U krijgt voor het indienen van het verzoek en de uitspraak van de rechtbank een termijn van 4 weken. Binnen dit termijn dient de uitspraak van de rechtbank in ons bezit te zijn. U dient tevens zo spoedig mogelijk een kopie van het verzoek aan ons toe te sturen.

Ontvangen wij niet de gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn van 4 weken dan zal de bijzondere bijstand worden gewijzigd naar de kosten van 1 bewindvoerder.

Heeft u nog vragen of lukt het u niet binnen de termijn de gevraagde gegevens aan te leveren dan dient u dit tijdig aan te geven, uiterlijk voor het einde van de termijn van 4 weken. De termijn eindigt op 16 juni 2020.

Let wel op, indien u het verzoek bij de rechtbank te laat heeft ingediend dan zullen wij de termijn niet verlengen.

Bezwaarschrift

U heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van de bijzondere bijstand voor 1 bewindvoerder. Omdat het besluit nu wordt herzien is het college volledig aan uw bezwaar tegemoet gekomen. Wij gaan er dan ook vanuit dat u en de heer [A] het bezwaarschrift intrekken. Mocht dit onjuist zijn wilt u mij dit dan uiterlijk op 26 mei 2020 laten weten. Tegen het herzieningsbesluit staat wederom bezwaar open.

Vragen?

Mocht u nog vragen hebben dan hoor ik dit graag!’

De kantonrechter overweegt als volgt.

Rechthebbende en zijn vriendin, cliënte van de heer [A] (hierna gezamenlijk ‘rechthebbenden’ genoemd), wonen samen. Rechthebbenden zijn niet geheel vrijwillig al op zo korte termijn gaan samenwonen, maar noodgedwongen omdat rechthebbende vanwege een aanzienlijke huurachterstand uit zijn woning is gezet en dakloos is geworden.

Anders dan de gemeente schrijft, maakt het enkele feit dat rechthebbenden een woning delen niet dat zij een economische eenheid vormen. Mogelijk is in het kader van de Participatiewet het enkele feit dat wordt samengewoond voldoende voor het aannemen van een economische eenheid, in het civiele recht is dat niet zo.

Tot op heden zijn de financiën van rechthebbenden gescheiden. Allereerst is dat een keuze van rechthebbenden in overleg met hun bewindvoerders. Dat zij mogelijk gezamenlijk een uitkering ontvangen maakt dat niet anders. Rechthebbenden, althans hun bewindvoerders hebben afspraken gemaakt met betrekking tot de verdeling van de inkomsten ten behoeve van hun individuele en gezamenlijke uitgaven. Daarbij is niet onbelangrijk dat de grondslag van het bewind van rechthebbende is gelegen in zijn problematische schulden, terwijl dat bij de cliënte van bewindvoerder [A] haar lichamelijke of geestelijke toestand is. Zij heeft daarbij ook nog schulden. Het is dan financieel heel verstandig om geen gezamenlijke financiële huishouding te voeren, maar de financiën zoveel mogelijk gescheiden te houden. De kantonrechter benadrukt nogmaals dat het gegeven dat rechthebbenden in het kader van de Participatiewet worden beschouwd als een economische eenheid, niet betekent dat dit voor het civiele recht, en meer specifiek het recht met betrekking tot bewind, ook zo is. De financiële belangen van rechthebbenden zijn voor een groot deel geen gezamenlijke belangen en zijn mogelijk zelfs tegenstrijdig. Het is daarom goed dat zij ieder hun eigen vertegenwoordiger hebben, waardoor niet alles ‘op een grote hoop wordt gegooid’, maar waarbij de afzonderlijke belangen worden behartigd.

Bij een gebleken bestendige relatie en afhankelijk van de wensen van rechthebbenden met betrekking tot hun financiën en als er geen individuele schulden zijn, kan eventueel voor samenwonenden sprake zijn van een economische eenheid in het kader van bewind, maar daarvan is in dit geval geen sprake.

Gelet op het bovenstaande ziet de kantonrechter noch een reden om een van beide bewindvoerders te ontslaan, noch een reden om te bepalen dat sprake is van een economische eenheid in de zin van de regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren en zal dienovereenkomstig beslissen.

De kantonrechter hecht er nog aan het volgende op te merken.

Het moet de gemeente duidelijk zijn geweest dat de bewindvoerder niet van mening is dat sprake is van een economische eenheid en dat het voor rechthebbende onverstandig is om op dit moment een economische eenheid met de cliënte van haar collega bewindvoerder [A] te gaan vormen. In plaats van een beslissing op bezwaar te nemen, dwingt de gemeente de bewindvoerder om een verzoek in te dienen bij de kantonrechter waar de bewindvoerder niet achter staat.

Het is de kantonrechter niet duidelijk waarom de gemeente niet zelf - zij is daartoe immers bevoegd - aan de kantonrechter heeft gevraagd om de bewindvoerder te ontslaan en de andere bewindvoerder te benoemen, aangezien, in de visie van de gemeente, rechthebbenden kunnen volstaan met één bewindvoerder. Dan had de gemeente haar argumenten zelf bij de kantonrechter kunnen aanvoeren.

Uit de brief van de gemeente leidt de kantonrechter af dat de bewindvoerder bezwaar heeft ingediend tegen de beslissing van de gemeente met betrekking tot haar beloning. De gemeente is voornemens het besluit te herzien met dien verstande dat de bewindvoerder verplicht wordt om een verzoek bij de kantonrechter in te dienen voor één bewindvoerder en is van mening dat daarmee aan het bezwaar van de bewindvoerder is tegemoet gekomen. De gemeente gaat er vanuit dat de bewindvoerder het bezwaar intrekt, tenzij zij laat weten dat niet te doen.

De bewindvoerder heeft bezwaar tegen de toekenning van bijzondere bijstand voor de beloning voor één bewindvoerder (waarschijnlijk wordt bedoeld voor een economische eenheid, die de bewindvoerder dan met haar collega [A] moet delen) en wenst bijzondere bijstand voor haar cliënt op basis van de beloning zoals die door de kantonrechter is toegewezen. Aan dit bezwaar is met de brief van de gemeente niet tegemoet gekomen. Rechthebbende krijgt immers nog steeds niet de door hem gevraagde bijzondere bijstand. De bewindvoerder krijgt de verplichting om bij de kantonrechter te regelen dat er slechts één bewindvoerder is en daarmee, althans dat veronderstelt de gemeente, de vergoeding voor een economische eenheid. Vervolgens vraagt de gemeente niet of de bewindvoerder haar bezwaar wil intrekken, maar gaat zij ervan uit dat de bewindvoerder dat doet, tenzij de bewindvoerder meldt dat zij haar bezwaar niet intrekt. Kortom, aan haar bezwaar wordt in het geheel niet tegemoet gekomen, maar het wordt door de gemeente wel als ingetrokken beschouwd. Een opmerkelijke gang van zaken.

De gemeente schrijft dat tegen het herzieningsbesluit wederom bezwaar openstaat. Het is de kantonrechter niet duidelijk welk besluit dat is. Moet de bewindvoerder de brief waarin de bewindvoerder de verplichting wordt opgelegd om bij de kantonrechter een verzoek tot één bewindvoerder in te dienen, beschouwen als een herzieningsbesluit? Of is dat een besluit dat wordt genomen nadat de bewindvoerder al dan niet heeft voldaan aan de eis van de gemeente?

Gesteld dat de kantonrechter inderdaad voor beide cliënten één bewindvoerder zou hebben benoemd (hetgeen overigens niet zou kunnen zonder rechthebbenden daarover te hebben gehoord), dan nog zou dit geen invloed hebben op de beloning, omdat immers geen sprake is van een economische eenheid. Zou dan de beslissing van de gemeente zijn dat de bewindvoerder weliswaar aan de eis van de gemeente heeft voldaan (er is immers één bewindvoerder), of zou dan wederom worden besloten dat slechts tegemoetkoming wordt gegeven voor de beloning voor een economische eenheid?

Tot slot valt het de kantonrechter op dat de gemeente de bewindvoerder een termijn van 4 weken gunt om deze beslissing te krijgen. Als de kantonrechter niet binnen 4 weken na de brief van de gemeente een beslissing neemt, is haar bezwaar vervallen (in de visie van de gemeente) en krijgen rechthebbenden gezamenlijk bijzondere bijstand voor één bewindvoerder, althans voor een economische eenheid. Voor zover er al sprake is van een herzieningsbesluit is dat dan gelijk aan het oorspronkelijke besluit.

Dat de bewindvoerder, en daarmee de kantonrechter, een termijn van 4 weken wordt gegund, (aanzienlijk korter dan de wettelijke termijnen die aan de gemeente zijn gegund om beslissingen te nemen) moet wellicht worden opgevat als een compliment aan de kantonrechter, maar lijkt eerder een onrealistische en ook onredelijke eis.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek om voor rechthebbende en de persoon met wie hij thans samenwoont één bewindvoerder te benoemen, af;

- handhaaft de beloningsvergoeding zoals vastgesteld bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 15 juli 2019.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2020 door mr. R.J. Verschoof, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, . Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.