Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3451

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
8346506 UC EXPL 20-1386
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Huur woonruimte; vochtoverlast en schimmel; schade aan inboedel; geen gebrek dat voor rekening van verhuurder komt en dat verhuurder heeft geweigerd te verhelpen; geen recht op schadevergoeding en huurprijsvermindering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8346506 UC EXPL 20-1386 aw/1370

Vonnis van 19 augustus 2020

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen: [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. U. Ögüt,

tegen:

de stichting

Stichting Provides,

gevestigd te IJsselstein,

verder ook te noemen: Provides,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. E. de Ruiter.

1 De procedure

Hoe de procedure is verlopen, blijkt uit het volgende:

  • -

    de dagvaarding met 11 producties is op 11 februari 2020 bij Provides bezorgd,

  • -

    Provides heeft schriftelijk op de dagvaarding gereageerd. Zij heeft 7 producties bijgevoegd,

  • -

    partijen hebben daarna ieder achtereenvolgens nog een keer schriftelijk op elkaars stukken gereageerd,

  • -

    tot slot heeft de kantonrechter bepaald dat op 19 augustus 2020 vonnis zal worden gewezen.

2 De beoordeling van de vorderingen van [eiseres]

Waar gaat het om en wat is de beslissing van de kantonrechter?

2.1.

[eiseres] huurt van Provides sinds 1 november 2013 een woning. De woning is voorzien van een ventilatiesysteem, een zogenoemd “Demand Flow” systeem. [eiseres] heeft een aantal keer, voor het eerst in 2015, bij Provides geklaagd over ernstige vochtoverlast en schimmel in de woning. Provides heeft sindsdien diverse keren een monteur ingeschakeld, die het ventilatiesysteem heeft gecontroleerd, zonodig gerepareerd of vervangen en aan [eiseres] uitleg heeft gegeven over de bediening daarvan.

2.2.

Volgens [eiseres] functioneert het ventilatiesysteem nog steeds niet goed en heeft zij daardoor nog steeds ernstige vochtoverlast in de woning. Provides weigert om de vochtoverlast goed op te lossen en daardoor heeft zij schade geleden aan haar meubels, gordijnen en vloeren. Zij heeft zaken moeten vervangen of laten herstellen. Ook moest zij beschimmelde wanden opnieuw laten schilderen. In deze rechtszaak eist zij dat de kantonrechter in het vonnis voor recht zal verklaren dat sprake is van een gebrek dat voor rekening van Provides komt, dat Provides wordt veroordeeld om dit gebrek volledig te herstellen en dat Provides als zij dat niet doet, een dwangsom moet betalen. Ook eist zij dat de kantonrechter de huur met terugwerkende kracht zal verminderen tot € 350,00 per maand, totdat de gebreken zijn verholpen. Verder vraagt zij de kantonrechter om te verklaren dat Provides aansprakelijk is voor haar schade aan haar inboedel die het gevolg is van de vochtoverlast en dat Provides wordt veroordeeld om die schade van € 8.123,88 en € 3.270,00 aan haar te vergoeden. Tot slot vraagt zij de kantonrechter om Provides te veroordelen in de proceskosten, met de wettelijke rente daarover en de nakosten.

2.3.

Volgens Provides heeft zij op klachten van [eiseres] over vochtoverlast steeds direct gereageerd door een monteur langs te sturen. Die monteur heeft een keer een defect onderdeel van het ventilatiesysteem vervangen en – zekerheidshalve – een keer het hele systeem. Volgens de monteur was er niets mis met het ventilatiesysteem. Uit de rapportages van de monteur blijkt dat de gestelde aanhoudende vochtoverlast niet wordt veroorzaakt door het ventilatiesysteem, maar door het gedrag van [eiseres] zelf. Van een gebrek is dus geen sprake. Provides betwist dan ook dat zij aansprakelijk is voor de door [eiseres] gestelde schade. Ook betwist Provides dat die schade door [eiseres] daadwerkelijk is geleden, omdat zij die schade onvoldoende heeft onderbouwd. Er bestaat geen grond voor huurprijsvermindering. Provides vraagt de kantonrechter de vorderingen van [eiseres] af te wijzen en [eiseres] te veroordelen in de proceskosten.

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat Provides het gelijk aan haar zijde heeft. De vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen, om de volgende redenen.

De motivering

2.5. “

Een gebrek is een staat of eigenschap van een zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van een overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort waarop de overeenkomst betrekking heeft” (artikel 7:204 BW).

2.6.

Beoordeeld moet worden of de ernstige vochtoverlast die [eiseres] in de woning ervaart, een gebrek aan het gehuurde is als bedoeld in de wet. Dat is niet zo als die vochtoverlast aan haar zelf moet worden toegerekend, zoals Provides stelt.

2.7.

Provides heeft een deskundige ingeschakeld, namelijk de leverancier van het ventilatiesysteem, [bedrijfsnaam] , die het ventilatiesysteem in de woning op 20 juni 2018 uitvoerig heeft onderzocht. De deskundige heeft schriftelijk verslag gedaan van het onderzoek en van zijn conclusies. Het rapport van de deskundige heeft [eiseres] als productie 8 bij dagvaarding overgelegd. De deskundige beschrijft het ventilatiesysteem als een mechanisch systeem waarbij lucht wordt toegevoerd middels toevoerroosters in de gevel en door middel van een afvoerventilator wordt afgevoerd. In alle ruimten is een afvoerpunt in het plafond aangebracht, in de open keuken twee stuks. Het systeem werkt volledig automatisch. Zonder dat de bewoner er iets voor hoeft te doen, wordt iedere ruimte optimaal geventileerd. Er wordt niet alleen in de badkamer, keuken en toilet lucht afgezogen, ook in de woonkamers en slaapkamers. De ventilatie vindt plaats op basis van CO-2 metingen in iedere verblijfsruimte, die continu en volgens ingesteld schema plaatsheeft (pagina 1 van het rapport).

2.8.

De deskundige concludeert uit het verrichte onderzoek in de woning dat het ventilatiesysteem naar behoren functioneert. De deskundige heeft alle schakelstanden gecontroleerd, evenals de werking van de vochtsensor in de badkamer. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd. Ook zijn er geen (bouwkundige) afwijkingen geconstateerd, bijv. in de vorm van schimmel o.i.d. Wel zijn er volgens hem enkele aanpassingen noodzakelijk, voor het optimaal functioneren van dit systeem. Hij beveelt aan om de motorgedreven wasemkap in de keuken te verwijderen, omdat deze niet geschikt is voor het systeem en de werking van het systeem verstoort. Eventueel kan een motorloze wasemkap worden geplaatst, of een speciaal voor dit systeem ontwikkelde wasemkap. Verder moet de “spleet” onder de badkamerdeur worden vergroot tot ten minste 2 cm, of moet de ventilatie worden verbeterd door een doorstroomrooster in de deur te plaatsen. Het verdient aanbeveling om de standenschakelaar te gaan gebruiken en deze centraal in de woonkamer op een wand te plaatsen. Handmatige bediening kan nodig zijn als bijvoorbeeld meer personen achter elkaar van de douche gebruik maken. Een alleen esthetisch punt is het afvoerventiel dat in de slaapkamer ontbreekt en moet worden teruggeplaatst. Tot slot moet ervoor worden gezorgd dat er voldoende luchttoevoer in de woning is door de luchttoevoerroosters in de woning voldoende, dat is volledig, te openen (pagina’s 4 en 5 van het rapport).

2.9.

[eiseres] heeft niet betwist dat zij de motorgedreven wasemkap in de keuken zelf, zonder toestemming van Provides, heeft geplaatst. Ook heeft zij niet betwist dat de ruimte onder de deur van de badkamer is verkleind door de dikte van de vloer die [eiseres] zelf heeft laten leggen. Verder overweegt de kantonrechter dat de deskundige blijkens zijn rapportage tijdens zijn bezoek aan de woning op 20 juni 2018 heeft geconstateerd dat geen enkel luchttoevoerrooster in de woning volledig was geopend, maar slechts voor maximaal 50% (pagina 3 van het rapport). Als het ventilatiesysteem onvoldoende heeft gefunctioneerd in de periode voordat de aanbevelingen van de deskundige zijn opgevolgd, waardoor [eiseres] vochtoverlast heeft gehad in de woning, moet er in rechte van uit worden gegaan dat [eiseres] die situatie zelf heeft veroorzaakt. Er is geen sprake van een gebrek aan het gehuurde in de zin van de wet, dat Provides verplicht was te herstellen. De door [eiseres] gestelde schade die het gevolg is van de vochtoverlast, waarop zij Provides in maart/april 2018 heeft aangesproken, moet daarom al voor rekening van [eiseres] blijven.

2.10.

Verder is van belang dat Provides steeds snel op de klachten van [eiseres] heeft gereageerd. Na de eerste klacht in 2015 heeft de monteur van Provides een onderdeel van het ventilatiesysteem vervangen. [eiseres] heeft daarna pas in februari 2018 opnieuw geklaagd over de volgens haar onverminderde vochtoverlast, waarna Provides een deskundige heeft ingeschakeld die voor de zekerheid eerst het hele systeem heeft vervangen en toen de klachten aanhielden, in juni 2018 het hiervoor genoemde, grondige onderzoek heeft uitgevoerd. [eiseres] stelt dat zij ook in de tussenliggende 3 jaar regelmatig contact met Provides heeft gezocht over de vochtoverlast, maar Provides heeft dit betwist en [eiseres] heeft die stelling niet onderbouwd. In de dagvaarding stelt zij nog dat zij in 2015 voor de eerste keer bij Provides heeft geklaagd en in 2018 voor de tweede keer. In rechte moet er daarom van uit worden gegaan dat [eiseres] pas na verloop van ruim 3 jaar weer bij Provides melding heeft gemaakt van vochtoverlast. Dat de deskundige niet eerder is ingeschakeld om grondig onderzoek te doen, kan Provides dan ook niet worden verweten. Ook om die reden is Provides niet aansprakelijk voor de door [eiseres] gestelde schade, die het gevolg is van de vochtoverlast.

2.11.

Het verwijderen van de wasemkap, het weer vergroten van de ruimte onder de badkamerdeur, het openzetten en openhouden van de luchttoevoerroosters en het gaan gebruiken van de standenschakelaar als dat nodig is, zijn allemaal maatregelen die [eiseres] zelf moet uitvoeren. Provides is [eiseres] tegemoet gekomen door de badkamerdeur op 16 oktober 2018 in te laten korten door haar serviceteam. Provides heeft ook het afvoerventiel in de slaapkamer aangebracht, volgens de aanbevelingen van de deskundige.

2.12.

[eiseres] stelt dat zij zich sindsdien aan alle aanbevelingen van de deskundige houdt, maar dat zij desondanks nog steeds vochtoverlast ervaart. Zij heeft daarvan opnieuw melding gemaakt, waarna Provides op 28 november 2018 een monteur heeft gestuurd die het ventilatiesysteem heeft gecontroleerd. Volgens [eiseres] heeft de monteur toen geconstateerd dat het systeem stuk was.

2.13.

Provides heeft die door [eiseres] gestelde gang van zaken gemotiveerd weerlegd, door een schriftelijke verklaring van de betreffende monteur in het geding te brengen (productie 4 van Provides). Daarin beschrijft de monteur dat de klacht van [eiseres] inhield dat er een alarmindicatie (rood lampje) brandde op de regelaar. Bij het onderzoek bleek de oorzaak daarvan een losse stekkerverbinding te zijn. Na herstel van die verbinding functioneert de regelaar weer zoals het hoort, zo verklaart de monteur. De monteur verklaart ook dat hij aan [eiseres] de werking van het ventilatiesysteem nogmaals heeft uitgelegd en dat zij aan hem heeft bevestigd dat zij de bediening daarvan heeft begrepen. Nadien heeft Provides – naar onbetwist is gebleven – geen nieuwe storingsmeldingen of klachten meer van [eiseres] ontvangen, tot aan 14 oktober 2019.

2.14.

Op 14 oktober 2019 schrijft de gemachtigde van [eiseres] dat haar cliënte nog steeds van mening is dat Provides aansprakelijk is voor de ontstane schade in de woning, dat sprake is van een gebrek dat door Provides niet afdoende is opgelost en dat zij tot op heden nog steeds dezelfde klachten heeft. Zij sommeert Provides om binnen 7 dagen na dagtekening van de brief aan [eiseres] een schadevergoeding van € 11.393,88 te betalen (dat is € 3.270,-- + € 8.123,88). Als Provides niet tot betaling overgaat, zal zij de dagvaarding uitbrengen.

2.15.

[eiseres] heeft daarmee naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een nog niet opgelost gebrek aan het ventilatiesysteem. De kantonrechter ziet in hetgeen [eiseres] heeft gesteld geen enkele aanleiding om te twijfelen aan het oordeel van de deskundige in juni 2018 over de oorzaak van en oplossing voor de vochtoverlast. Er kunnen zich uiteraard altijd storingen voordoen aan het ventilatiesysteem. Het ligt dan op de weg van [eiseres] om die storing dan zo snel mogelijk bij Provides te melden, waarna de monteur van Provides de storing kan verhelpen, zoals de monteur al een paar keer heeft gedaan. [eiseres] heeft na de melding in november 2018, waarbij er volgens de monteur alleen maar een stekkertje los zat, geen storingen meer gemeld. Er kan daarom van uit worden gegaan dat het ventilatiesysteem afdoende functioneert. De reden voor [eiseres] om Provides een jaar later weer te benaderen, via haar gemachtigde, lijkt vooral te zijn dat zij alsnog van Provides schadevergoeding wenst. Blijkens de brief van haar gemachtigde van 14 oktober 2019 kan Provides een procedure voorkómen als zij de gewenste schadevergoeding betaalt. [eiseres] eist in die brief niet dat de nog steeds bestaande vochtoverlast door Provides nu snel wordt opgelost. De schadevergoeding die de gemachtigde van [eiseres] in die brief noemt bestaat uit vergelijkbare bedragen als waarop [eiseres] Provides eerder, in maart/april 2018 heeft aangesproken en die Provides toen heeft geweigerd te betalen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat het gaat om geleden schade in de periode vóór juni 2018. Over die schade is hiervoor, onder 2.9. en 2.10 al geoordeeld dat deze voor rekening van [eiseres] moet blijven, omdat die schade het gevolg is van haar eigen handelen of nalaten en niet het gevolg is van een gebrek aan het gehuurde dat voor rekening van Provides komt en dat zij heeft nagelaten op verzoek van [eiseres] te herstellen. [eiseres] heeft de omvang van de gestelde schade en het verband tussen die schade en de vochtoverlast in de woning overigens volstrekt onvoldoende onderbouwd, zodat haar vordering ook om die reden niet zou kunnen worden toegewezen.

2.16.

Omdat geen sprake is van een gebrek in de zin van de wet, heeft [eiseres] geen aanspraak op vermindering van de huurprijs wegens gederfd huurgenot.

Conclusie

2.17.

De vorderingen van [eiseres] moeten op grond van het vorenstaande worden afgewezen.

Proceskosten

2.18.

[eiseres] heeft ongelijk gekregen. Zij moet daarom de proceskosten van Provides betalen, tot vandaag begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x het tarief van € 360,00).

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

wijst de vorderingen af;

3.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Provides, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Reitsma, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2020.