Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3447

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
31-12-2020
Zaaknummer
UTR 19/2909
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking beroep want verweerder heeft besluit ingetrokken. Toekenning proceskostenvergoeding ook voor de kosten voor inschakeling deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/2909

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. L.E. Roberts-Hafkamp),

en

Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft op 29 april 2020 gereageerd op dit verzoek en aangegeven geen verweer te zullen voeren.

De rechtbank doet uitspraak op grond van het bepaalde in artikel 8:57 Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 26 juni 2019 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 19 maart 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten in beroep.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. De rechtbank leidt uit verweerders brief van 29 april 2020 af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster als volgt vast:

- € 525 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van

€ 525,- en een wegingsfactor 1) voor de kosten van deskundige rechtsbijstand, en

- € 2.173,28 voor de kosten van de door verzoekster ingeschakelde medische deskundige.

5. Verweerder moet verder ook het betaalde griffierecht van € 47,-aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb).

6. De rechtbank wijst het verzoek toe.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van in totaal € 2.698,28 aan proceskosten. aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan op 26 augustus 2020 door mr. Y. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.