Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3194

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-08-2020
Datum publicatie
26-10-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 396
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wmo vervoersvoorzieing, geen medische noodzaak, onderzoek zorgvuldig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats ] , eiseres

(gemachtigde: mr. O.F.X. Roozemond),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder

(gemachtigde: mr. V. Djordjevic).

Inleiding en procesverloop

1. Eiseres heeft als gevolg van een auto-ongeluk in 2010 een loopbeperking. Zij

woonde in bij haar vader. Vanaf februari 2019 woont eiseres op zichzelf.

2. Eiseres ervaart problemen op het gebied van mobiliteit en vervoer. Op

11 februari 2019 heeft zij bij verweerder een melding gedaan op grond van de Wet

maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo). Zij heeft verzocht om een scootmobiel, een

kortingspas voor het gebruik van de Regiotaxi en een handbewogen rolstoel.

3. Verweerder heeft op 19 februari 2019 een huisbezoek bij eiseres afgelegd.

Vervolgens heeft Treve Advies (hierna: Treve) op 26 maart 2019 een medisch advies

uitgebracht. Het advies luidde dat er geen medische noodzaak was voor het verstrekken van

de gevraagde voorzieningen.

4. Op 24 april 2019 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor de

maatwerkvoorzieningen als genoemd onder 2.

5. Op basis van het onder 3. genoemde advies van Treve heeft verweerder de aanvraag

van eiseres afgewezen bij besluit van 3 juni 2019 (het primaire besluit). Tegen het primaire

besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

6. Verweerder heeft hierop een nieuw advies aangevraagd bij Treve. Op

28 oktober 2019 heeft Treve het nieuwe advies uitgebracht (hierna: het Treve-advies). Dit

advies hield in dat er geen medische indicatie was voor het verstrekken van de gevraagde

maatwerkvoorzieningen. Volgens het advies kon eiseres fietsen en kon zij gebruik maken

van het openbaar vervoer. Het is van belang dat eiseres in beweging blijft. De gevraagde

maatwerkvoorzieningen zouden juist afhankelijkheid kunnen creëren en een

antirevaliderende werking kunnen hebben.

7. Op 30 december 2019 heeft de commissie Behandeling klachten en bezwaren sociaal domein van de gemeente Amersfoort (hierna: de commissie) geadviseerd om het bezwaar van eiseres ongegrond te verklaren. Op basis van dit advies heeft verweerder bij besluit van 6 januari 2020 het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (het bestreden besluit) heeft eiseres beroep ingesteld.

8. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2020 door middel van een Skype-beeldverbinding. Eiseres was daarbij aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Mocht Treve informatie inwinnen bij huisarts [A] (hierna: [A] )?

9. Eiseres voert aan dat verweerder het bestreden besluit niet heeft mogen baseren op het Treve-advies, omdat dit advies volgens haar onzorgvuldig tot stand is gekomen. Treve heeft medische informatie gekregen van [A] van huisartsenpraktijk [huisartsenpraktijk] . Eiseres is patiënte bij deze huisartsenpraktijk. Eiseres heeft evenwel slechts toestemming gegeven voor het opvragen van medische informatie aan haar voormalige huisarts [B] (hierna: [B] ). Volgens eiseres zou [B] beter van haar medische situatie op de hoogte zijn en zou hij een nadere toelichting kunnen geven omtrent de omstandigheden van eiseres. Eiseres stelt dat zij [A] nog nooit heeft gezien of gesproken. Volgens eiseres kan [A] dan ook geen oordeel geven over haar medische situatie. Dit zou [A] wel hebben gedaan en de informatie van [A] is vervolgens meegenomen in het Treve-advies. Eiseres stelt dat deze informatie onrechtmatig is verkregen en derhalve buiten de procedure had moeten worden gehouden. Aangezien dit dus niet is gebeurd, is het Treve-advies volgens eiseres onzorgvuldig tot stand gekomen.

10. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Op 19 februari 2019 heeft eiseres een toestemmingsverklaring ingevuld. Zij heeft verweerder toestemming gegeven tot het vragen van medisch advies aan [B] ter beoordeling van haar (toen nog) melding. De te beantwoorden vragen zagen onder meer op de aard van haar beperkingen, de gevolgde behandelingen en of de gevraagde maatwerkvoorzieningen pasten binnen het behandelbeleid. Naar het oordeel van de rechtbank diende het geen doel dat deze vragen slechts door [B] beantwoord zouden mogen worden. Deze informatie is namelijk te halen uit het patiëntendossier van eiseres. De rechtbank ziet niet in dat en waarom het onrechtmatig of onzorgvuldig is dat [A] deze informatie met Treve heeft gedeeld. [A] is immers huisarts bij de praktijk waar eiseres patiënte is. In die hoedanigheid heeft [A] toegang tot het patiëntendossier van eiseres en is [A] bevoegd om desgevraagd informatie hieruit te delen met Treve. De rechtbank gaat ervan uit dat dit is wat [A] slechts heeft gedaan. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [A] een eigen medische oordeel zou hebben gegeven over de situatie van eiseres. [A] had eiseres als patiënte namelijk nog nooit gezien.

11. De te beantwoorden vragen hadden voorts betrekking op medische, psychologische of andere factoren en gegevens die van belang konden zijn voor de beoordeling van de melding van eiseres. Met betrekking tot de beantwoording van deze vragen heeft eiseres niet concreet aangegeven welke relevante informatie [B] anders of méér had kunnen verstrekken dan de informatie die al in haar patiëntendossier was vermeld en die door [A] met Treve was gedeeld. De rechtbank is verder niet gebleken van evidente tegenstrijdigheden in enerzijds de informatie van [A] en het Treve-advies en anderzijds het consultverslag van

16 april 2019 van [C] , werkzaam bij de polikliniek pijngeneeskunde van het Meander Medisch Centrum in [woonplaats ] (hierna: het consultverslag, [C] en Meander). Zo komt uit de informatie die [A] uit het patiëntendossier heeft verstrekt naar voren dat het van belang dat eiseres in beweging blijft, maar dat zij daartoe niet gemotiveerd is. Verder is er volgens die informatie geen medische verklaring waarom eiseres niet zou kunnen fietsen. Het consultverslag vermeldt dat eiseres diverse behandeltrajecten heeft doorlopen, maar dat er geen behandelopties voor pijnreductie of re-activatie zijn gevonden.

12. Uit hetgeen is overwogen onder 10. en 11. vloeit voort dat de rechtbank geen aanleiding ziet voor het oordeel dat het Treve-advies onrechtmatig of onzorgvuldig tot stand gekomen is, als gevolg van het feit dat dit advies mede is gebaseerd op medische informatie die is verkregen van [A] . De beroepsgrond op dit onderdeel faalt daarom.

Had Treve nadere informatie moeten inwinnen bij Meander?

13. Eiseres stelt dat Treve ten onrechte geen nadere informatie heeft opgevraagd bij het specialistische team van Meander (hierna: het MDO-p team) dat haar onder behandeling heeft gehad. Zij voert aan dat [C] in het consultverslag heeft aangegeven dat een scootmobiel voor eiseres inactiviteit en een sociaal isolement kan voorkomen. [C] heeft zich daarbij gebaseerd op de bevindingen van het MDO-p team. Eiseres stelt dat Treve niet over een onderbouwing van die bevindingen beschikte. Gelet op het advies van [C] , had het op de weg van Treve gelegen om zich te vergewissen van de onderbouwing van de bevindingen van het MDO-p team. Aangezien Treve dit niet heeft gedaan, is het Treve-advies onzorgvuldig tot stand gekomen, aldus eiseres.

14. De rechtbank overweegt het volgende. Het Treve-advies is gebaseerd op verkregen medische informatie, waaronder het consultverslag van [C] , en de eigen onderzoeksbevindingen van de arts van Treve. Treve heeft bij eiseres bepaalde aandoeningen en overgewicht geconstateerd. Voor deze aandoeningen zijn voldoende behandelmogelijkheden. Het is juist van belang dat eiseres in beweging blijft. Wanneer zij in een rolstoel blijft zitten, houdt zij de onjuiste wijze waarop zij omgaat met haar klachten in stand. Als zij de behandeladviezen opvolgt, dan kan zij leren omgaan met haar klachten en haar subjectieve belemmeringen. Op die manier kan zij grip krijgen op haar mogelijkheden. In dat licht is er volgens Treve geen sprake van een medische eindsituatie en is er geen medische noodzaak voor het verstrekken van een scootmobiel en de andere gevraagde voorzieningen.

15. Naar het oordeel van de rechtbank is dit Treve-advies inzichtelijk, juist en concludent. Dat Treve geen nadere informatie heeft ingewonnen bij het MDO-p team, maakt dit oordeel niet anders. Immers, de bevinding van [C] (gebaseerd dus op de bevindingen van het

MDO-p team) behelst niet méér dan dat een scootmobiel de inactiviteit en een sociaal isolement van eiseres kan voorkomen. Deze bevinding zegt niets over het al dan niet bestaan van een medische noodzaak voor eiseres om een scootmobiel te gebruiken. Tegen deze achtergrond en de in het licht van de eigen bevindingen van Treve, heeft er voor Treve dan ook geen aanleiding bestaan om nadere informatie bij het MDO-p team in te winnen. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Kan eiseres lopend 800 meter aaneen overbruggen?

16. Eiseres stelt dat Treve onzorgvuldig tot de bevinding is gekomen dat zij 800 meter aaneen kan lopen. Eiseres voert hiertoe aan dat zij door de arts van Treve tijdens het spreekuurcontact op 17 september 2019 niet fysiek is onderzocht en dat zij toen de gehele tijd in een rolstoel heeft gezeten.

17. De rechtbank heeft onder 14. en 15. aangegeven waaruit het onderzoek door de arts van Treve heeft bestaan en dat dit onderzoek en de advisering zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die ertoe kunnen leiden dat getwijfeld moet worden aan de expertise van de arts van Treve. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat deze arts op basis van zijn kennis, kunde, ervaring en het verrichte onderzoek naar eiseres zeer wel tot de gefundeerde en verantwoorde conclusie kon komen dat eiseres in staat is om 800 meter aaneen lopend te overbruggen. Dat de arts daarbij geen fysiek onderzoek bij eiseres heeft verricht, is onvoldoende om aan de juistheid van deze conclusie te twijfelen. Ook deze beroepsgrond faalt derhalve.

Waarom zou er geen medische indicatie voor een rolstoel kunnen bestaan?

18. Eiseres voert aan dat zij volgens de arts van Treve in beweging moet blijven. Zij merkt op dat zij ook in beweging is als zij gebruik maakt van een rolstoel. Om de rolstoel voort te kunnen bewegen, moet zij namelijk gebruik maken van haar handen en armen. In dit licht bezien meent eiseres dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen medische indicatie zou kunnen bestaan voor het verkrijgen van de gevraagde vervoersvoorzieningen.

19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder afdoende toegelicht dat het in verband met het overgewicht en de overige aandoeningen van eiseres juist van belang is dat zij met haar hele lichaam beweegt. Uit het Treve-advies blijkt dat eiseres hiertoe in staat wordt geacht en dat er anderszins op medische gronden geen indicatie is voor het verstrekken van een rolstoel. Het argument dat zij in een rolstoel in zekere zin ook lichamelijke beweging heeft, leidt niet tot het oordeel dat het Treve-advies over de afwezigheid van een medische indicatie onvoldoende gemotiveerd is. Ook deze beroepsgrond treft dus geen doel.

Conclusie

20. Het beroep van eiseres is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Hierdoor bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in de beroepsfase. Ook voor een vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase bestaat geen aanleiding. Verweerder heeft deze kosten namelijk al toegekend aan eiseres.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 10 augustus 2020 door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Gena, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De griffier is niet in de gelegenheid rechter

om deze uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.