Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3181

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-08-2020
Datum publicatie
23-10-2020
Zaaknummer
UTR 19/3018
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beeindiging ZW-uitkering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Lelystad
Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/3018


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen


[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: M. de Graauw),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder.

Inleiding

1. Eiseres heeft zich op 16 maart 2018 ziekgemeld en ontvangt sinds 15 juni 2018 een Ziektewetuitkering. Het UWV heeft een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling uitgevoerd, waarbij de conclusie was dat eiseres haar maatgevende arbeid als verzuimconsulente weer kan uitvoeren. Naar aanleiding daarvan heeft het UWV in een besluit van 28 februari 2019 de Ziektewetuitkering per 4 maart 2019 beëindigd.

2. In een beslissing op bezwaar van 4 juli 2019 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar.

3. De geplande zitting van 23 april 2020 is vanwege maatregelen rondom het Coronavirus niet doorgegaan. Eiseres heeft repliek ingediend, en het UWV dupliek. De rechtbank heeft partijen vervolgens gewezen op hun recht om alsnog op een zitting te worden gehoord. Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft bepaald dat de zitting achterwege blijft en heeft op 9 juli 2020 het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV de Ziektewetuitkering van eiseres terecht beëindigd. De rechtbank licht dat oordeel hierna toe.

De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek

5. Eiseres heeft aangevoerd dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV onzorgvuldig is. Het eigen onderzoek door de artsen is volgens eiseres onzorgvuldig. Eiseres vindt ook dat de verzekeringsartsen informatie hadden moeten opvragen bij de behandelaars van eiseres, meer specifiek bij de GZ-psycholoog. Eiseres heeft in beroep een brief van 16 januari 2020 van de GZ-psycholoog ingediend, waaruit volgens eiseres blijkt dat de GZ-psycholoog een beredeneerd ander standpunt dan de verzekeringsartsen van het UWV heeft.

6. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat het onderzoek door de verzekeringsartsen van het UWV onzorgvuldig is. Uit het rapport van de primaire arts van 25 februari 2019 blijkt dat hij tijdens het spreekuur fysiek en psychisch onderzoek heeft uitgevoerd. Eiseres is in bezwaar niet op de hoorzitting verschenen, dus de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geen eigen onderzoek kunnen uitvoeren.

7. Verzekeringsartsen van het UWV mogen in principe afgaan op hun eigen oordeel en hoeven geen informatie bij behandelaars op te vragen. Dat is anders als wordt aangevoerd dat de behandelaars een beredeneerd ander standpunt hebben. De primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben al informatie van de huisarts, neuroloog, psychiater en orthopedisch chirurg bij hun beoordeling betrokken. Op de datum in geding was er geen sprake van een behandeling. Bij het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep was er alleen nog maar een verwijzing naar de GZ-psycholoog. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had dus nog geen informatie bij de GZ-psycholoog kunnen opvragen. De beroepsgrond slaagt niet.

Het medisch oordeel

8. Eiseres voert aan dat de verzekeringsartsen haar klachten en beperkingen hebben onderschat. Er is medisch gezien veel aan de hand en de problematiek speelde ook al op de datum in geding. De GZ-psycholoog heeft volgens de brief van 16 januari 2020 de diagnoses PTSS, acute stressstoornis en recidiverende depressieve stoornis gesteld. Volgens eiseres was de PTSS met automutilatie al aanwezig op de datum in geding. Hyperventilatie, PTSS en stemmingsstoornissen met een mogelijke bipolaire component zijn medisch objectiveerbaar. Dat eiseres eerder geen behandeling heeft gezocht, mag daarvoor geen verschil uitmaken. De diagnostiek en behandeling komt nu pas van de grond. Er wordt ook onderzoek uitgevoerd naar een vlek op de MRI-scan en eiseres is verwezen naar een neurologisch logopedist. Eiseres wordt inmiddels ondersteund door een psycholoog en spv-er en wordt begeleid naar een beschermde woonvorm. Als er sprake is van beschermd wonen gaat de GGZ EMDR-therapie toepassen. Daarnaast is er sprake van fysieke beperkingen aan de enkel. Eiseres heeft informatie van de GGD ingediend over beschermd wonen en een brief van de neuroloog van 26 mei 2020.

9. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft beoordeeld dat de beroepsgronden en de medische informatie geen aanleiding geven voor het aannemen van extra beperkingen. Zij heeft op 24 februari 2020 gereageerd op de brief van de GZ-psycholoog. De PTSS-klachten waren al bekend vanuit een brief van de psychiater uit 2015 en vanuit de anamnese door de primaire arts. Er zijn adequate beperkingen voor aangenomen. De verwijzing naar de GZ-psycholoog voor de psychische klachten was ook al bekend. Op 19 mei 2020 geeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan dat de enkelklachten al zijn meegewogen, dat de diagnose hyperventilatie lange tijd na de datum in geding speelt en ook niet tot verdere beperkingen zou leiden, dat het eerste vlekje op de MRI al bekend was en de mogelijke tweede afwijking pas lange tijd na de datum in geding speelt. Volgens de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 juni 2020 kan de differentiaaldiagnose van de radioloog wijzen op drie mogelijkheden: stressgerelateerd flauwvallen of een psychogene aanval zou geen aanleiding geven voor extra beperkingen, en epilepsieklachten waren op de datum in geding nog niet aan de orde. Ook geeft zij aan dat het rapport van de GGD een aanvraag betreft die een jaar na de datum in geding is gedaan.

10. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep onjuist is. Eiseres heeft medische informatie ingediend. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarnaar gekeken en beoordeeld dat die informatie ofwel al bekend was en is meegewogen, ofwel niet ziet op de datum in geding. De informatie geeft daarom geen aanleiding voor het aannemen van extra beperkingen. De rechtbank kan de argumentatie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep volgen. De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De beroepsgrond slaagt niet.

De geschiktheid voor de maatgevende arbeid

11. Eiseres voert aan dat de geduide functies de belastbaarheid overstijgen. Door de fysieke beperkingen aan haar enkel en de psychiatrische en neurologische stoornissen is zij niet in staat eigen of passend werk te verrichten.

12. De rechtbank wijst erop dat er geen functies zijn geduid. De primaire arts heeft beoordeeld dat eiseres haar eigen werk als verzuimconsulente weer kan uitvoeren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stemt daarmee in en voegt in haar rapport van 3 juli 2019 toe dat eiseres tot aan de enkelfractuur heeft gewerkt in het maatgevende werk. De psychische klachten waren toen al aanwezig, en hebben er niet toe geleid dat eiseres haar werk niet kon doen. Eiseres heeft niet aangevoerd welke specifieke aspecten van het maatgevende werk haar belastbaarheid overstijgen. De rechtbank ziet daarom geen reden voor twijfel aan de beoordeling dat eiseres het maatgevende werk op de datum in geding weer kon uitvoeren. De beroepsgrond slaagt niet.

13. Omdat eiseres het maatgevende werk weer kon uitvoeren, heeft het UWV de Ziektewetuitkering van eiseres terecht beëindigd.

14. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 6 augustus 2020 gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van der Knijff, griffier.

Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De griffier is niet in de gelegenheid

deze uitspraak te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.