Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:3162

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-08-2020
Datum publicatie
22-10-2020
Zaaknummer
UTR - 20 _ 2531
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

verzoek om een voorlopige voorziening, niet connex aan een beroepsprocedure, verzoek is niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2531

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 augustus 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

de burgemeester van Amersfoort, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 23 december 2019 (het primaire besluit I) heeft verweerder aan horecabedrijf ‘ [horecabedrijf] ’ een horeca-exploitatievergunning én een drank- en horecawetvergunning verleend.

In het besluit van 20 januari 2020 (het primaire besluit II) heeft verweerder aan horecabedrijf ‘ [horecabedrijf] ’ een terrasvergunning verleend voor het houden van een zomer- en winterterras.

In het besluit van 19 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het bestreden besluit. Het treffen van een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als tegelijkertijd tegen het bestreden besluit beroep is ingesteld bij de bestuursrechter. Er moet dus een ‘hoofdzaak’ lopen tegen de inhoud van het bestreden besluit om een voorlopige voorziening te kunnen treffen. De voorzieningenrechter heeft geconstateerd dat er geen beroep was ingesteld tegen het bestreden besluit toen verzoeker zijn verzoek indiende. Verzoeker is bij brief van 13 juli 2020 in de gelegenheid gesteld om alsnog een beroepschrift toe te sturen. Daarnaast is hem dit ook telefonisch op 20 juli 2020 door de griffier meegedeeld.

3. Ondanks de brief en het telefoongesprek, stelt de voorzieningenrechter vast dat er geen beroep is ingesteld tegen het bestreden besluit. Er loopt dus geen hoofdzaak tegen de inhoud van het bestreden besluit. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kan daarom niet in behandeling worden genomen en wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 4 augustus 2020 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.