Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2750

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-06-2020
Datum publicatie
05-08-2020
Zaaknummer
C/16/503580 / FA RK 20-3445
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz. Het toedienen van medicatie niet nodig als vorm van verplichte zorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/503580 / FA RK 20-3445

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 12 juni 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedatum] 1988, te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] , [woonplaats] ,

verblijvende te [naam instelling] , loc. [naam locatie] te [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. A.R. Jaarsma.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 juni 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 25 mei 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en strafvorderlijke en justitiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 juni 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te beperken heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:

- betrokkene,

- mw. [A] , assistente hoofdbehandeling,

- mr. A.R. Jaarsma, de advocaat.

Alle personen bevonden zich in dezelfde ruimte.

De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.

1.3.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.4.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en spoedig daarna een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder per beveiligde email verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat dan om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

toelichting: toediening medicatie hooguit kortdurend bij ontregeling. Betrokkene is overwegend gemotiveerd tot gebruik medicatie. Verrichten medische controles: betrokkene kan zich intoxiceren en verwaarlozen, dan kunnen controles noodzakelijk zijn;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

toelichting: betrokkene kan geplaatst worden in een gesloten setting, ook buiten deze setting kunnen er afspraken omtrent bewegingsvrijheid worden gemaakt en opgedragen;

c. insluiten;

toelichting: indien bij psychotische ontregeling agressie, al dan niet naar zichzelf dreigt. Dit gebeurt alleen in [naam locatie] ;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

toelichting: betrokkene is zuchtig naar middelen en kan gemonitord worden om te voorkomen dat hij tot verwerving overgaat. Daarnaast is bij insluiting toezicht noodzakelijk;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

toelichting: bij vermoedens van gebruik of bezit van middelen;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

toelichting: bij vermoedens van gebruik of bezit van middelen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

toelichting: bij vermoedens van gebruik of bezit van middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

toelichting: bij vermoeden van zucht en verwerving van middelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

toelichting: bij vermoeden van handel in middelen;

j. opnemen in een accommodatie;

toelichting: betrokkene is opgenomen op afdeling [naam afdeling] , beveiligingsniveau 0, en kan bij ontregeling of terugval geplaatst worden in [naam locatie] , niveau 2 hoog.

2.2.

De zorgverantwoordelijke heeft toegelicht dat de betrokkene is opgenomen en voorlopig opgenomen moet blijven. Verder heeft de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verklaard dat het toedienen van vocht en voeding onder a niet nodig is als vorm van verplichte zorg. Ook het toedienen van medicatie is niet nodig, aangezien betrokkene altijd vrijwillig zijn medicatie neemt. Het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen zijn wel noodzakelijk op het moment dat betrokkene zichzelf verwaarloost bij terugval in middelengebruik.

2.3.

De advocaat van betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.

2.5.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.6.

Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.

2.7.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, met uitzondering van:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie.

2.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.9.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van

2.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 6 maanden maanden, en geldt aldus tot en met 12 december 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1988, te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het

gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 december 2020.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 12 juni 2020 mondeling gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Y. van der Linden als griffier, en op 23 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.