Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2659

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-06-2020
Datum publicatie
30-07-2020
Zaaknummer
C/16/502946 / FA RK 20-3253
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging, waarbij vormen van verplichte zorg eerst ambulant mogen worden toegepast. Als dat onvoldoende is om nadeel af te wenden, mogen overige vormen van verplichte zorg ook worden toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/502946 / FA RK 20-3253

Betrokkene nummer: [betrokkene nummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 15 juni 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , Marokko,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat: mr. L.W. Plantenga.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 mei 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring van 20 april 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz en strafvorderlijke en justitiegegevens.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juni 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:

- de betrokkene,

- mr. L.W. Plantenga, de advocaat van de betrokkene,

- de heer [A] , psychiater,

- de heer [B] , casemanager.

De betrokkene en de casemanager waren in dezelfde ruimte. De psychiater en de advocaat van de betrokkene bevonden zich in afzonderlijke ruimtes. De rechter bevond zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht. De griffier bevond zich elders.

1.3.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de

mondelinge behandeling te verschijnen.

1.4.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en aan de advocaat van de betrokkene en aan de zorgaanbieder een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan de betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie.

De officier verzoekt deze vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden. In het verzoek is vermeld dat verplichte zorg als bedoeld onder a ook ambulant wordt toegepast; de overige vormen van verplichte zorg zullen alleen klinisch worden toegepast.

2.2.

De psychiater heeft verklaard dat de betrokkene van januari 2020 tot mei 2020 opgenomen is geweest. Het gaat weer wat beter met de betrokkene. De betrokkene is het echter niet eens met de reden van medicatiegebruik, waardoor niet van vrijwilligheid gesproken kan worden. De psychiater heeft bovendien verklaard dat het toedienen van vocht en voeding als vormen van verplichte zorg niet meer nodig zijn.

2.3.

De casemanager heeft verklaard dat de betrokkene een periode heeft gehad waarin hij moeilijk het hoofd boven water kon houden en slecht voor zichzelf zorgde. Nu gaat het beter en komt hij de medicatie ophalen.

2.4.

De betrokkene heeft verklaard dat hij bezig is om goed voor zichzelf te zorgen. Hij heeft morgen een gesprek met het buurtteam om te kijken hoe hij geholpen kan worden. Hij ervaart last van hoge rekeningen van onder andere het gasbedrijf. De betrokkene vindt dat hij hulp verdient als het minder goed met hem gaat. Hij wil bewijzen dat hij geen psychose heeft. De advocaat heeft hieraan toegevoegd dat voldaan is aan de criteria van de wet en dat het verzoek kan worden toegewezen. De betrokkene kan ook onder de aangevraagde machtiging laten zien dat hij geen psychose heeft.

2.5.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.6.

Deze stoornis leidt bij de betrokkene tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang voor zichzelf of een ander.

2.7.

Ter toelichting op het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt.

Betrokkene is in de periode januari 2020-mei 2020 opgenomen geweest, omdat het in die periode minder goed met hem ging. Daarna is de betrokkene weer naar huis gegaan en haalt hij zelf zijn medicatie op. De betrokkene is het volgens de psychiater niet eens met de reden van inname van de medicatie. Gelet hierop is het reëel om aan te nemen dat de betrokkene zich zonder juridisch kader zal onttrekken aan zorg. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.8.

De rechtbank constateert in deze zaak dat het de bedoeling is dat een zorgmachtiging wordt verleend die gelijkenis vertoont met de voorwaardelijke machtiging onder de wet Bopz. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de voorwaardelijke machtiging met voorwaarden en opname als stok achter de deur zeer effectief was en in een grote behoefte voorzag. De Wvggz kent een dergelijke machtiging niet. Uitgangspunt in de Wvggz is echter wel dat de verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant wordt toegepast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de behoefte in de praktijk tegemoet gekomen kan worden door bij de vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging onderscheid te maken tussen enerzijds vormen van verplichte zorg die ambulant worden toegepast en anderzijds vormen van verplichte zorg die bestaan uit en horen bij opname. Deze laatste vormen van verplichte zorg dienen pas te worden toegepast op het moment dat het ernstig nadeel niet meer met de ambulant verplichte zorg kan worden afgewend.

2.9.

Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om in de onderhavige zaak de verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen, waarbij de vorm a eerst moet worden toegepast. Pas als op die manier het ernstig nadeel niet meer kan worden afgewend, dan kunnen de vormen b, c, d, e, f, g, h, i en j worden toegepast. De ambulant verplichte vormen van zorg die de rechtbank zal toewijzen, mogen dan ook in de kliniek worden toegepast.

Deze verplichte zorg kan naar het oordeel van de rechtbank het ernstig nadeel voldoende wegnemen.

2.10.

Er zijn in dit geval geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.11.

De verzochte verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. De rechtbank wijst er op dat artikel 2:2 van het Besluit vggz eisen stelt aan de veiligheid bij de toepassing van een zorgmachtiging met ambulant verplichte zorg.

2.12.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , Marokko, voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van

medische controles of andere medische handelingen en therapeutische

maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende

middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

i. beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

j. opnemen in een accommodatie,

en

bepaalt dat gestart zal worden met ambulante verplichte zorg als bedoeld onder a;

bepaalt dat op het moment dat de ambulant verplichte zorg niet meer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, ook de andere verleende vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2020.

Deze beschikking is op 15 juni 2020 mondeling gegeven door mr. M.E.A. Braeken, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van D.B.T. Koster als griffier, en is schriftelijk uitgewerkt op 25 juni 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.