Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2642

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
C/16/504084 / FA RK 20-3607
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voortzetting crisismaatregel. Formeel verweer niet-ontvankelijkheid officier van justitie in verband met een lopende geconverteerde voorwaardelijke machtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/504084 / FA RK 20-3607

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 17 juni 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [1997] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] te [woonplaats] ,

verblijvende te Altrecht, [locatie] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. A.W. van Luipen.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 juni 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 15 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 15 juni 2020;

- de medische verklaring van 15 juni 2020;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 juni 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen door zo min mogelijk naar buiten te gaan heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden. Bij die gelegenheid zijn conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak telefonisch gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door mr. A.W. van Luipen;

  • -

    de heer [A] , arts.

Betrokkene en de arts waren in dezelfde ruimte. De overige personen bevonden zich in afzonderlijke ruimtes. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden Nederland te Utrecht.

1.3.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.4.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de instelling verstrekt.

2 De standpunten en de beoordeling

2.1.

In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, opgenomen:

  1. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  2. beperken van de bewegingsvrijheid;

  3. insluiten;

  4. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  5. onderzoek aan kleding of lichaam;

  6. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  7. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  8. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

j. opnemen in een accommodatie.

De standpunten

2.2.

De advocaat heeft primair verklaard dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Redengevend is dat betrokkene tot en met 19 juni 2020 een voorwaardelijke machtiging heeft. Onlangs is deze voorwaardelijke machtiging geconverteerd in een ‘opname machtiging’ en is betrokkene weer opgenomen. Een opeenvolgende zorgmachtiging was niet aangevraagd, omdat het beter ging met betrokkene. Maar op 15 juni 2020 ging het weer minder goed met betrokkene en is er, omdat er geen tijd meer was om een aansluitende zorgmachtiging aan te vragen, een crisismaatregel aangevraagd. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat het ‘stapelen’ van lopende rechterlijke machtigingen, op grond van artikel 7:1 lid 4 van de Wvggz, niet mag. De advocaat stelt zich dan ook op het standpunt dat omdat de crisismaatregel niet rechtmatig is afgegeven, de rechtbank de crisismaatregel niet kan en mag verlengen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil namelijk terug naar haar bekende omgeving die haar rust geeft.

De arts heeft verklaard dat een machtiging is noodzakelijk om betrokkene de juiste zorg te kunnen bieden. De medicatie is een belangrijk onderdeel van de behandeling. Een behandeling op basis van vrijwilligheid en zonder medicatie is niet mogelijk vanwege de agressie van betrokkene.

De beoordeling

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie

2.3.

De rechtbank gaat niet mee in het formele verweer van de advocaat dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtmatigheid van de door de burgemeester van de gemeente Utrecht verleende crisismaatregel van 15 juni 2020 ligt in de huidige procedure niet ter beoordeling aan de rechtbank voor. Het tegen de crisismaatregel bestaande rechtsmiddel is door betrokkene niet benut zodat als uitgangspunt in de huidige procedure slechts kan worden genomen het feit dat sprake is geweest van een crisismaatregel, waarvan nu voortzetting wordt gevraagd. Dit verzoek om voortzetting zal hierna verder inhoudelijk worden besproken.

Inhoudelijke behandeling

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in ernstig psychische schade, ernstige materiële schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De in het dictum genoemde vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [1997] te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

e. onderzoek aan kleding of lichaam;

f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

j. opnemen in een accommodatie.

- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juli 2020.

Deze beschikking is op 17 juni 2020 mondeling gegeven door mr. G. van de Beek, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D. Hendriks als griffier, en op 3 juli 2020

schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.