Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2617

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
29-07-2020
Zaaknummer
8037886 UC EXPL 19-9950
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

inbreuk op auteursrechten op foto's

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8037886 UC EXPL 19-9950 ID/963

Vonnis van 4 maart 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

verder te noemen [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

verder te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. C.I.M. Molenaar.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het procesdossier bevat:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3,

- de conclusie van repliek met productie 7,

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat het over?

2.1.

[eiseres] is een onderneming die zich bezig houdt met de exploitatie van auteursrechtelijk beschermde foto’s. Zij beheert een grote collectie foto’s, die tegen betaling mogen worden gepubliceerd.

2.2.

Op de website www. [..] .nl zijn vier foto’s geplaatst, uit de collectie van [eiseres] , zonder dat [eiseres] daarvoor toestemming heeft gegeven en een vergoeding heeft ontvangen.

2.3.

De gemachtigde van [eiseres] heeft [gedaagde] vanaf juni 2018 meerdere malen gesommeerd de foto’s van die website te verwijderen en schadevergoeding aan [eiseres] te betalen vanwege auteursrechtinbreuk. [gedaagde] weigert dit met als argument dat zij niet de eigenaar van die website is.

2.4.

[eiseres] vordert in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van € 1.452,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente, € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten conform liquidatietarief en de nakosten.

2.5.

[gedaagde] voert verweer en vraagt veroordeling van [eiseres] tot betaling van

€ 960,00 exclusief btw aan gemaakte advocaatkosten ex artikel 1019h Rv.

3 De beoordeling

3.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] jegens [eiseres] schadeplichtig is op grond van een aan haar toe te rekenen inbreuk op auteursrechten op de vier foto’s. De kantonrechter vindt van wel en zal dat hierna toelichten.

3.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en dat aan [eiseres] het recht toekomt om de auteursrechten op de foto’s te beheren en te exploiteren, waaronder het recht om op te treden tegen auteursrechtinbreuken. Op grond van artikel 1 Auteurswet heeft de auteursrechthebbende op een foto als enige het recht om die foto openbaar te maken en te verveelvoudigen. Anderen mogen dat alleen met voorafgaande toestemming, een licentie dus. De in de Auteurswet genoemde uitzonderingen daarop doen zich in dit geval niet voor. Verder komen aan de maker van een foto op grond van artikel 25 Auteurswet persoonlijkheidsrechten toe, waaronder het recht op naamsvermelding bij de foto en het recht om zich te verzetten tegen wijziging van de foto, bijvoorbeeld door bijsnijden.

3.3.

[eiseres] heeft in september 2016 geconstateerd dat de foto’s zonder haar toestemming op de website www. [..] .nl zijn geplaatst, waarvan drie in bewerkte vorm zonder naamsvermelding. Zodoende is inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde auteurs- en persoonlijkheidsrechten en daarmee onrechtmatig gehandeld. Degene die toen verantwoordelijk was voor de website kan daarom worden aangesproken voor schadevergoeding.

3.4.

Partijen twisten over de vraag wie dat is. [eiseres] stelt dat [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ), die nog als houder van de website staat vermeld bij het SIDN, de website op 18 april 2014 heeft verkocht aan [bedrijfsnaam 2] B.V. [gedaagde] handelde tot januari 2015 onder die naam, zodat zij kan worden aangesproken voor de inbreuken. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [eiseres] een factuur van [bedrijfsnaam 1] aan [bedrijfsnaam 2] B.V. overgelegd betreffende die verkoop (productie 6) en een bewijs van betaling van de koopsom door [bedrijfsnaam 2] B.V. (productie 7). Deze stukken heeft zij ontvangen van [bedrijfsnaam 1] . Ook heeft zij een KvK-uittreksel overgelegd waaruit blijkt dat [bedrijfsnaam 2] B.V. een oude handelsnaam van [gedaagde] is (productie 8). Volgens [eiseres] heeft een medewerker van [gedaagde] op 4 juni 2018 ook nog telefonisch aan haar gemachtigde bevestigd dat de website een domeinnaam van [gedaagde] was.

3.5.

[gedaagde] verwijt [eiseres] dat zij geen onderzoek heeft gedaan naar de gang van zaken sinds 2014, terwijl [gedaagde] in haar e-mail van 25 oktober 2018 al heeft gemeld dat zij geen eigenaar is van de website. [gedaagde] stelt dat [bedrijfsnaam 3] B.V. eigenaar is van de website. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst zij naar screenshots van pagina’s van de website en een Facebookaccount (productie 3) met contactgegevens, waarop staat vermeld dat [..] onderdeel is van [bedrijfsnaam 3] B.V.

3.6.

De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet heeft weersproken dat [bedrijfsnaam 2] B.V. de website in 2014 heeft gekocht en dat [gedaagde] destijds onder die naam handelde. [gedaagde] heeft nagelaten om te stellen en met stukken te onderbouwen per welke datum de website door haar zou zijn overgedragen aan [bedrijfsnaam 3] B.V. [gedaagde] heeft alleen screenshots van internetpagina’s overgelegd, die niet zijn gedateerd en waarop ook niet is vermeld sinds wanneer [..] onderdeel is van [bedrijfsnaam 3] B.V. Daarbij heeft [eiseres] een screenshot overgelegd van 31 augustus 2019 van dezelfde pagina van de website (productie 7) waarop niets over [bedrijfsnaam 3] B.V. staat vermeld. Omdat [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat zij ten tijde van de geconstateerde inbreuk in september 2016 verantwoordelijk was voor de website en inhoud daarvan, is het inbreukmakende handelen en de daaruit voortvloeiende schade aan haar toe te rekenen.

3.7.

[eiseres] heeft voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat zij schade heeft geleden. Die schade is niet exact vast te stellen, maar kan als volgt worden begroot.

3.8.

Uitgangspunt bij de begroting is dat [eiseres] ten minste aanspraak kan maken op een bedrag dat gelijk is aan de gemiste licentievergoeding. [eiseres] stelt dat die vergoeding op basis van haar eigen tarievenlijst (productie 2) € 1.560,00, exclusief btw, per foto zou zijn. Dat is het tarief dat zij hanteert voor plaatsing van een foto in pixelmaat 400x600, langer dan een jaar, op een commerciële Nederlandse site met een .nl domeinnaam. Zij vordert echter - in aansluiting op de tarieven die Stichting Foto Anoniem hanteert - een bedrag van € 300,00 per foto en maakt geen aanspraak op verhoging van dat bedrag vanwege het ontbreken van de naamsvermelding en het gebruik in bewerkte vorm. [gedaagde] heeft deze uitgangspunten voor de schadebegroting niet weersproken, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. Op basis van de tarievenlijst 2015 van de Stichting Foto Anoniem is het toepasselijke tarief voor plaatsing van een foto in pixelmaat 400x600, langer dan een jaar, op een commerciële Nederlandse site met een .nl domeinnaam € 780,00, exclusief btw. Het gevorderde lagere bedrag van € 300,00 per foto is dan ook toewijsbaar. De door [gedaagde] te betalen vergoeding komt daarmee op € 1.200,00 (4 x € 300,00).

3.9.

De gevorderde wettelijke rente over het bedrag aan schadevergoeding zal worden toegewezen.

3.10.

[eiseres] heeft recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, omdat zij heeft laten zien dat zij die kosten in redelijkheid heeft gemaakt en de omvang daarvan ook redelijk is. De gevorderde kosten zullen worden toegewezen tot het bedrag van de wettelijke staffel van het Rapport BGK-integraal, en dat komt neer op een bedrag van € 180,00 (15% van de hoofdsom van € 1.200,00).

3.11.

[gedaagde] krijgt ongelijk en wordt daarom in de proceskosten veroordeeld. Omdat het in deze zaak gaat om de handhaving van intellectuele eigendomsrechten is artikel 1019h Rv van toepassing. [eiseres] kon in redelijkheid overgaan tot dagvaarden, nadat een regeling buiten de rechter om niet mogelijk bleek. Bij de vaststelling van de redelijke en evenredige kosten ex artikel 1019h Rv gaat de kantonrechter uit van de Indicatietarieven in IE-zaken, versie 1 april 2017. Het gaat hier om een eenvoudige inbreukkwestie met een beperkt feitencomplex, waarin geen uitgebreid inhoudelijk verweer is gevoerd. Voor zo’n zeer eenvoudige, niet bewerkelijke bodemzaak geldt het liquidatietarief.

3.12.

De proceskosten komen daarmee op:

- dagvaarding € 86,40 (inclusief informatiekosten)

- griffierecht 486,00

- salaris gemachtigde 360,00 (2,0 punten × tarief € 180,00)

Totaal € 932,40

3.13.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 1.200,00 te betalen aan schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover met ingang van 3 september 2019 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een bedrag van € 180,00 te betalen aan buitengerechtelijke incassokosten,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 932,40, waarin begrepen € 360,00 aan salaris gemachtigde,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 90,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

4.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2020.