Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2444

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-03-2020
Datum publicatie
21-07-2020
Zaaknummer
19/2041
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

geen gronden, beroep NO

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/2041

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

Onbekende verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 20 mei 2019.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Ook moet iemand duidelijk maken met welk besluit hij het niet eens is. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet is gebeurd kan de rechtbank beslissen dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

3. De rechtbank heeft eiser op 27 juni 2019 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken een kopie van het besluit waar hij het niet mee eens is aan de rechtbank moet sturen en moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. Deze brief is onbestelbaar geretourneerd aan de rechtbank. De rechtbank heeft eiser op
4 oktober 2019 opnieuw een aangetekende brief gestuurd, waarin ook weer staat dat hij binnen vier weken een kopie van het besluit waar hij het niet mee eens is aan de rechtbank moet sturen en moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. Deze tweede aangetekende brief is weer onbestelbaar geretourneerd aan de rechtbank, omdat eiser de brief niet bij het postkantoor heeft afgehaald.

4. De rechtbank heeft eiser op 28 oktober 2019 per gewone postzending een brief gestuurd. In de brief is medegedeeld dat de brief van 4 oktober 2019 onbestelbaar aan de rechtbank is geretourneerd. De brief van 4 oktober 2019 is als bijlage toegevoegd ter kennisname. Deze brief is gestuurd ter voldoening aan het vereiste van artikel 8:38, eerste lid van de Awb. In die brief staat dat de termijn uit de brief van 4 oktober 2019 niet opnieuw aanvangt. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Het is dus niet duidelijk met welk besluit eiser het niet eens is en waarom hij het daar niet mee eens is.

5. Omdat het beroepschrift niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:5, eerste lid van de Awb zal het beroepschrift niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

6. Eiser krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van L.J.N. van der Linden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.