Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2429

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-06-2020
Datum publicatie
13-07-2020
Zaaknummer
UTR - 20 _ 72
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om naturalisatie door verweerder afgewezen, identiteit en nationaliteit niet voldoende aangetoond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/72

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , mede namens haar kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , te [woonplaats] , eiseres,

V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. C. Mayne),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: drs. J.M. Sidler).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres tot naturalisatie van haar en haar kinderen afgewezen.

Bij besluit van 27 november 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft wegens het coronavirus via Skype plaatsgevonden op 15 juni 2020. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Inleiding

1. Eiseres is afkomstig uit Vietnam en op 5 november 2000 als minderjarige naar Nederland gekomen. Bij de eerste aanmelding heeft zij een Vietnamese geboorteakte overgelegd, welke was aangevraagd door haar oom. Deze geboorteakte is door Bureau Documenten onderzocht en vals bevonden.

2. In 2018 heeft eiseres opnieuw een geboorteakte, afgegeven op 21 september 2018, en een paspoort, afgegeven op 23 juni 2016, opgestuurd. Deze documenten zijn door Bureau Documenten echt bevonden.

Grondslag besluit

3. Verweerder heeft het verzoek van eiseres tot naturalisatie afgewezen, omdat haar identiteit en nationaliteit onvoldoende zijn aangetoond. Eiseres heeft weliswaar een paspoort en geboorteakte overgelegd die echt zijn bevonden maar dat zegt nog niets over de inhoudelijke juistheid daarvan. Een eerder afgegeven geboorteakte is vals gebleken en daarom kan daar niet de door eiseres gewenste waarde aan worden gehecht. De nieuwe geboorteakte is afgegeven op 21 september 2018 terwijl het paspoort al is afgegeven op 23 juni 2016, zodat het onduidelijk is welk brondocument aan de afgifte van het paspoort ten grondslag heeft gelegen. Eiseres heeft de bestaande twijfel niet weg kunnen nemen, want eiseres heeft geen stukken van de Vietnamese autoriteiten overgelegd waarin haar relaas dat ze het paspoort heeft verkregen aan de hand van een identiteitskaart wordt onderbouwd. Die originele identiteitskaart is niet overgelegd, maar slechts een onduidelijke leesbare kopie die niet op echtheid kan worden gecontroleerd.

Standpunt eiseres

4. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder ervan uit dient te gaan dat de gegevens in een authentiek paspoort correct zijn. Eiseres heeft om haar nationaliteit aan te tonen een Vietnamees paspoort en een gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Beide documenten zijn echt en authentiek bevonden. Ten onrechte heeft verweerder nadere objectief verifieerbare bewijsstukken gevraagd. Indien verweerder op grond van twijfel, ingegeven door het brondocument op basis waarvan het paspoort zou zijn afgegeven, niet van de juistheid van de in het paspoort vermelde gegevens wil uitgaan, ligt het op zijn weg om daarnaar onderzoek te laten verrichten bij de autoriteiten. Eiseres heeft in haar contacten met verweerder consequent verklaard over haar nationaliteit, naam, geboortedatum, -plaats en -land en deze worden bevestigd in de overgelegde documenten.

Oordeel rechtbank

5. Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 7 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap kan worden verleend aan hen die daarom verzoeken. Bij indiening van een verzoek tot naturalisatie geldt dat in beginsel een geldig reisdocument moet worden overgelegd. Dit staat beschreven in het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap en de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003. Een geldig buitenlands reisdocument geldt als document aan de hand waarvan bij uitstek de juiste nationaliteit van een verzoeker kan worden vastgesteld. Van de verzoeker kan verlangd worden de juistheid van de verstrekte gegevens te bewijzen door middel van zo nodig gelegaliseerde en eventueel inhoudelijk geverifieerde documenten. Tevens kan verlangd worden dat aanvullende gegevens worden verstrekt indien dit naar het oordeel van verweerder nodig is voor de beoordeling van het geval. De belangrijkste toepasselijke bepalingen, zoals die golden ten tijde van de besluitvorming, zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

6. De rechtbank stelt voorop dat uit vaste rechtspraak blijkt1 dat juist in het kader van een procedure over verlening van het Nederlanderschap, de identiteit en nationaliteit van een verzoeker het voorwerp van onderzoek dienen te zijn. Dit is zo omdat het verlenen van het Nederlanderschap, vanwege de daaraan verbonden gevolgen, een zaak van groot gewicht is. Dat betekent dat de identiteit en nationaliteit van de verzoeker buiten twijfel moeten zijn.

7. Nu in het verleden door eiseres een geboorteakte is overgelegd die door Bureau Documenten niet echt is bevonden en er ook twijfel was over andere door eiseres verstrekte gegevens over haar achtergrond, bestonden voor verweerder concrete aanknopingspunten die een nader onderzoek naar de nationaliteit en identiteit van eiseres rechtvaardigden. Het lag dan ook op de weg van eiseres om ontstane twijfel over haar identiteit weg te nemen.

8. De rechtbank volgt de stelling van eiseres niet dat het op de weg van verweerder lag om nader onderzoek te doen naar het brondocument op grond waarvan het paspoort is afgegeven, zoals volgt uit door haar aangehaalde jurisprudentie. Verschil met de genoemde zaken is dat het in deze zaak niet om een asielprocedure gaat, maar om naturalisatie, waar het toetsingskader anders is. In dit geval wordt van eiseres verwacht dat zij dit zelf onderbouwt.

9. De rechtbank stelt vast dat uit de brief van haar toenmalig advocaat van 8 april 2019 blijkt dat eiseres in mei 2016 naar Vietnam is afgereisd om een paspoort aan te vragen. Omdat zij aanvankelijk geen geboorteakte kon krijgen, heeft zij toen eerst bij de Volkscommissie een identiteitskaart aangevraagd met een aanvraagformulier waarop onder meer een registratienummer van haar familie vermeld zou staan. Zij zegt niet meer over dit identiteitsdocument te beschikken - dit moest worden ingeleverd bij ontvangst van haar geboorteakte - maar beschikt slechts over een onduidelijk leesbare kopie die niet op echtheid kan worden onderzocht. Ze kan op dit moment echter geen kopieën van de aanvraag van de identiteitskaart laten zien of het registratienummer noemen. Niet gebleken is dat zij een poging bij de Volkscommissie heeft gedaan om deze documenten te achterhalen en er is evenmin een verklaring van de Vietnamese autoriteiten waarin de gang van zaken kan worden bevestigd.

10. Weliswaar zijn het paspoort van eiseres uit 2016 en de geboorteakte uit 2018 authentiek bevonden, aan de hand van de kopie van het identiteitsdocument dat zij heeft overgelegd kan op dit moment niet vastgesteld worden dat de inhoud van het paspoort en de geboorteakte juist is. Zoals ook gold in de hiervoor gemelde uitspraak van de Afdeling, is niet gebleken dat voorafgaande aan de afgifte van het paspoort van eiseres een deugdelijk identificatieproces heeft plaatsgevonden. De door eiseres overgelegde geboorteakte uit 2018 dateert immers van ná de afgifte van het paspoort zodat deze akte niet als brondocument voor de afgifte van het paspoort heeft kunnen dienen. Niet duidelijk is dus op basis waarvan zij haar paspoort heeft verkregen.

11. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank daarom terecht op het standpunt gesteld dat de identiteit en nationaliteit van eiseres niet is te controleren en niet is aangetoond met de door haar overgelegde documenten.

12. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Kamphof, griffier op 25 juni 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

BIJLAGE

Rijkswet op het Nederlanderschap

Artikel 7

1. Met inachtneming van de bepalingen van dit Hoofdstuk verlenen Wij op voordracht van Onze Minister het Nederlanderschap aan vreemdelingen die daarom verzoeken.

(…)

Besluit verkrijging van Nederlanderschap

Artikel 31

1. Bij de indiening van een naturalisatieverzoek verstrekt de verzoeker betreffende zichzelf, voorzoveel mogelijk, gegevens met betrekking tot:

a. geslachtsnaam en voornaam of voornamen, onderscheidenlijk naam of namen;
b. geboortedatum, geboorteplaats en geboorteland;
c. adres, postcode en woonplaats;
d. geslacht;
e. nationaliteit of nationaliteiten;
f. tegenwoordige en, voorzoveel nodig, eerdere verblijfsrechtelijke status;
g. duur van huidige toegelaten verblijf in het Koninkrijk en, indien van toepassing, duur van eerder toegelaten verblijf in het Koninkrijk;
h. indien van toepassing, bestaan en duur van het huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan wel ontbinding daarvan, alsmede ten aanzien van de echtgenoot of partner de gegevens bedoeld onder a tot en met e;
i. geslachtsnaam en voornamen, plaats en datum van geboorte en van huwelijk van de ouders van de verzoeker;
j. indien van toepassing, de kinderen tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat;k. indien van toepassing, bestaan, duur en plaats van samenleving met een Nederlander;
l. de overige gegevens die naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn voor de beoordeling van het geval.

(….)

5. De autoriteit die het naturalisatieverzoek in ontvangst neemt, alsook Onze Minister, kan verlangen dat de verzoeker de juistheid van de verstrekte gegevens bewijst door middel van zo nodig gelegaliseerde en eventueel inhoudelijk geverifieerde documenten. Hij kan tevens verlangen dat die aanvullende gegevens worden verstrekt indien dit naar zijn oordeel nodig is voor de beoordeling van het geval.

Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap

Artikel 7 Toelichting

Paragraaf 3.5

Over te leggen documenten

Het verzoek om naturalisatie moet zoveel mogelijk worden ondersteund door (bewijs)stukken. De burgemeester kan van de verzoeker verlangen dat hij gegevens bewijst door middel van documenten (artikel 31, vijfde lid, BvvN). […]

Om zekerheid te verkrijgen over de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling die door naturalisatie het Nederlanderschap wil verkrijgen, overlegt deze vreemdeling nationaliteit en identiteit vaststellende documenten (zie onder meer artikel 31 BvvN en paragraaf 3.5.1 en 3.5.3 bij artikel 7 RWN). […]

Paragraaf 3.5.1

De verzoeker moet in beginsel een geldig buitenlands reisdocument overleggen, inclusief alle pagina’s met in- en uitreisstempels. Dit niet alleen in verband met identificatie van de verzoeker maar ook om zijn nationaliteit en verblijf te kunnen vaststellen en de in het reisdocument vermelde personalia te vergelijken met de overgelegde akte(n) van de burgerlijke stand. […].

Paragraaf 3.5.3

De verzoeker moet in beginsel de volgende buitenlandse akten (van de burgerlijke stand) overleggen […]:

· geboorteakte van hemzelf en geboorteakten van kinderen voor wie medeverlening wordt gevraagd;

· […].

Als de overgelegde buitenlandse akten van de burgerlijke stand ten tijde van de indiening van het verzoek om naturalisatie kunnen worden geaccepteerd als brondocument voor gegevens over ingezetenen in de BRP, worden deze documenten ook aanvaard voor de verlening van het Nederlanderschap. Immers, in den regel vindt de verlening van het Nederlanderschap plaats op basis van de inschrijving als ingezetene in de BRP. Wordt echter bij de gemeente een document overgelegd waaruit blijkt dat de BRP moet worden gewijzigd, dan moet hiervoor zo mogelijk zorg worden gedragen alvorens advies aan de IND wordt uitgebracht.

1 Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2483