Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2417

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-06-2020
Datum publicatie
14-07-2020
Zaaknummer
UTR - 20 _ 2072
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, plaatsing ondergrondse restafvalcontainer, het verzoek voldoet niet aan de formele vereisten, verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2072

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 juni 2020 in de zaak tussen

Bewonersvereniging Cartesiusweg, te Utrecht, verzoeker,

en

Onbekende verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tegen het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer aan de [adres] in [woonplaats] .

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval als het verzoekschrift niet voldoet aan alle formele vereisten die hieraan worden gesteld.

2. In het verzoekschrift heeft verzoeker uiteengezet dat hij het niet eens met de beslissing van de gemeente Utrecht dat er een ondergrondse restafvalcontainer wordt geplaatst aan de [adres] in [woonplaats] . In de onderwerpregel van het verzoekschrift staat vermeld ‘bezwaar op beslissing met zaaknummer [nummer] ’. Verder heeft verzoeker een zienswijze meegestuurd tegen het ‘ontwerpbestemmingsplan Cartesiusdriehoek fase 1’ en de ‘ontwerpomgevingsvergunning voor de bouw van 242 woningen tussen de Perronlaan en het CAB Rondom’.

3. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoekschrift niet voldoet aan alle formele vereisten die hieraan worden gesteld. Zo is het verzoekschrift niet ondertekend en is het niet duidelijk met welk besluit verzoeker het niet eens is. Hij noemt wel een zaaknummer, maar heeft geen kopie van het besluit meegestuurd óf een ander stuk waaruit blijkt dat dit besluit daadwerkelijk bestaat. Verder heeft hij geen kopie meegestuurd van het bezwaarschrift tegen het besluit waar hij het niet mee een is en heeft niet onderbouwd welk spoedeisend belang hij heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

4. De voorzieningenrechter heeft verzoeker in de brief van 8 juni 2020 meegedeeld dat het verzoekschrift niet aan de voorwaarden voldoet. Verzoeker is met die brief in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende informatie (zoals hiervoor beschreven) binnen een week op te sturen. In die brief is vermeld dat als de gevraagde informatie niet wordt opgestuurd, het verzoek niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.

5. Aangezien het verzoekschrift niet voldoet aan de formele vereisten, zal de voorzieningenrechter hier geen inhoudelijk oordeel over geven. Het verzoek wordt dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en om die reden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is op 26 juni 2020 gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

De voorzieningenrechter is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.