Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2280

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
16-052631-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

[Inhoudsindicatie volgt]

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-052631-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 juni 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in de PI Nieuwegein.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen en standpunten van de officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 27 februari 2020 in Eemnes samen met een ander opzettelijk 840 gram MDMA heeft vervaardigd en aanwezig heeft gehad;

2. op 27 februari 2020 in Eemnes goederen en stoffen voorhanden heeft gehad die bestemd waren tot het bereiden van MDMA (plegen van voorbereidingshandelingen).

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

De ter zitting door verdachte afgelegde verklaring - dat hij niet verantwoordelijk was voor de MDMA-productie, maar werd gedwongen zijn huis open te stellen voor de productie van MDMA - acht de officier van justitie ongeloofwaardig. Deze verklaring vindt volgens de officier van justitie geen steun in het dossier. Voorts blijkt dat op de meeste onderzochte goederen alleen het DNA van verdachte - en geen ‘DNA-mengprofiel’ - is aangetroffen. Dit gegeven sterkt de officier van justitie in zijn overtuiging dat verdachte degene was die MDMA produceerde en dat hij daarbij werd geholpen door een niet nader bekend geworden persoon. Dat verdachte door deze persoon zou worden gedwongen om MDMA te laten produceren in zijn huis, is geenszins gebleken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit integrale vrijspraak van verdachte. Dat verdachte opzet had op het produceren en aanwezig hebben van MDMA kan volgens de verdediging niet worden bewezen. Verdachte had een schuld opgebouwd bij zijn drugsdealer. Deze drugsdealer heeft verdachte op een gegeven moment - onder dreiging van een foto van een pistool - voor de keuze gesteld om óf direct zijn schuld af te lossen óf zijn huis ter beschikking te stellen voor de exploitatie van een drugslab. Verdachte had geen geld en dus geen keus: hij moest tolereren dat in zijn huis MDMA geproduceerd zou worden. De handelingen die verdachte in opdracht van zijn drugsdealer ten behoeve van de productie van MDMA heeft verricht (een pan water op het vuur zetten en kijken of in de ton in de vriezer al kristallen waren gevormd) zijn zo beperkt geweest dat het aandeel van verdachte niet als medeplegen kan worden gekwalificeerd. Dat DNA van verdachte op de ketel, mixer en jerrycan is aangetroffen, komt doordat verdachte deze goederen heeft moeten verplaatsten om in de keuken eten te kunnen bereiden en in de badkamer te kunnen douchen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van beide feiten. Allereerst zullen de bewijsmiddelen worden uiteengezet. Daarna zal de rechtbank de bewijsmiddelen interpreteren en de verweren van de verdediging bespreken.

Bewijsmiddelen feiten 1 en 2 1

Verdachte heeft ter terechtzitting 2 verklaard:

Rond december 2019 heb ik ermee ingestemd om in mijn huis aan de [adres] te [woonplaats] MDMA te laten maken. Ik had een schuld van € 750,-- bij mijn drugsdealer. Ik noem hem de “nachtapotheker”. De productie begon in januari 2020. Hij vroeg of ik af en toe wilde kijken of er al klonten en brokken in de ton, die in de vriezer stond, waren gevormd. Ik moest dan schudden en kijken. Ook moest ik wel eens een pan op het vuur zeten als de nachtapotheker naar mij toekwam. Ik heb ook op ‘TAR’ gedrukt.

Op de dag van de inval waren er net voor het eerst kristallen MDMA geproduceerd.

Op donderdag 27 februari 2020 was na aanleiding van verkregen informatie een onderzoek ingesteld in de woning gelegen op het perceel [adres] te [woonplaats] . In de woning werd een productieplaats ten behoeve van de vervaardiging van synthetische drugs aangetroffen. Op vrijdag 28 maart 2020 werd nader onderzoek ingesteld door de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen ter plaatse (het LFO). Na verkenning van de woning bleek dat een aantal ruimtes ingericht en in gebruik waren voor de vervaardiging en bewerking van PiperonylMethylKeton (PMK) en MDMA.3 In de woning werden diverse productiemiddelen en verpakkingen met chemicaliën aangetroffen die gebruikt waren ten behoeve van de vervaardiging c.q. bewerking van precursoren en van synthetische drugs, namelijk PiperylMethylKeton (PMK) en MDMA (xtc). Hieronder volgt een summiere opsomming van de goederen die een relatie hadden met de vervaardiging c.q. bewerking van precursoren en synthetische drugs. Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aanwezige stoffen is onder andere gebruik gemaakt van een identificatieapparaat dat werkt op basis van Ramantechnologie. de Thermo Fischer First Defender (FD). Tevens werden de onderzochte goederen, indien van toepassing, onderworpen aan enkele microchemische tests (kleurreacties), waarmee de eventuele aanwezigheid van onder meer (meth)amfetaminen kan worden vastgesteld.4

Gang ruimte:

45 liter heldere basische vloeistof, FD=methylamine (hulpstof voor de vervaardiging van MDMA).

Keuken ruimte:

  • -

    Een gebruikte en vervuilde 20 liter scheitrechter, geur PMK:

  • -

    Een 250 ml potje met een kleine hoeveelheid wit poeder, vermoedelijk natriumboorhydride;5

  • -

    Een plastic zak, inhoudsmaat 20 kg, met resten wit poeder, FD=PMK methylglycidaat;

  • -

    Een 30 liter witte emmer gevuld met een restant geel kleurige olieachtige vloeistof,

  • -

    geur PMK, FD=PMK (grondstof van MDMA);

  • -

    Een mengmachine, roermotor met roerwerk. passend op bovengenoemde emmer;

  • -

    Een aangebroken zak met opschrift: “citroenzuur”, gevuld met 11 kilogram wit poeder, FD=citroenzuur;

  • -

    Een plastic zak gevuld met 1,7 kilogram wit poeder, FD=PMK methylglycidaat (een grondstof van PMK);

  • -

    Een rvs 50 liter kookpan (horeca), geplaatst op het gasfornuis, vervuild met resten PMK;

  • -

    een 51 jerrycan, met etiket met opschrift: “zoutzuur”, gevuld met 4 liter zoutzuur;

  • -

    een 5 liter maatbeker gevuld met 2,4 liter geel kleurige olieachtige vloeistof geur PMK, FD=PMK (grondstof van MDMA);

Woonkamer ruimte:

  • -

    2 gekoelde jerrycans van 5 liter met etiket met opschrift: ’’ammonium hydroxide solution”, gevuld met 7 liter heldere basische vloeistof geur methylamine, FD=methylamine (hulpstof voor de vervaardiging MDMA);

  • -

    2 gekoelde 1 liter flessen met opschrift: ’’aceton”, gevuld met 1,7 liter heldere vloeistof, geur aceton, FD=aceton (oplosmiddel van mdma base(olie) ten behoeve van kristallisatie van mdma);

  • -

    Een gekoelde 20 liter witte schroefdekselvat met oranje deksel gevuld met ongeveer 2,4 liter bruin kleurige vloeistof geur aceton, FD=aceton. met op de bodem een laag crèmekleurige kristallen, totaal ongeveer 840 gram. Deze kristallen testten indicatief positief op de aanwezigheid van MDMA (kleurreactietest);

  • -

    Een gekoelde 20 liter witte schroefdekselvat met oranje deksel gevuld met ongeveer 8 liter oranje kleurige basische vloeistof geur methylamine, vermoedelijk een reactiemengsel van methanol, methylamine en PMK voor de vervaardiging van MDMA.

  • -

    Een rode 5 liter jerrycan gevuld met 4 liter heldere vloeistof FD=methanol;

  • -

    Een aangebroken plastic zak gevuld met 9,8 kilogram witte kristallen, vermoedelijk natriumboorhydride.

Badkamer ruimte:

 Een rvs 50 liter pan (horeca) gevuld met ongeveer 10 liter geel kleurige olieachtige vloeistof met een bezinksel laag , geur PMK.6

Kamer voorzijde woning ruimte:

  • -

    Verpakkingen met opschrift aceton, alle gevuld met een heldere vloeistof, geur aceton, FD=aceton. totaal 32 liter;

  • -

    2 aangebroken zakken met opschrift: “caustic soda, natriumhydroxide, merk Ercros, 25 kg”, beide gevuld met witte basische korrels, totaal 35 kilogram;

  • -

    Aantal schone en gebruikte jerrycans;

Tuin ruimte:

  • -

    3 lege 1 liter flessen met opschrift :”aceton”;

  • -

    3 lege 25 kg zakken met opschrift: ’’citroenzuur”;

  • -

    Een lege 5 liter jerrycan met etiket: "ammonium hydroxide solution”, geur methylamine;

  • -

    Een jerrycan, een maatbeker en een vuilniszak met brokken afval van de vervaardiging van PMK;

  • -

    Een infrarood temperatuurmeter7

De aangetroffen goederen en chemicaliën zijn typische goederen en chemicaliën welke aangetroffen worden op locaties waar synthetische drugs en precursoren vervaardigd of bewerkt worden.8

Op 28 februari 2020 zijn aan de [adres] [woonplaats] de volgende bemonsteringen door de Forensische opsporing gedaan:

 bemonstering epitheel van blauwe dop jerrycan met gele substantie op bodem (welke is aangetroffen op de slaapkamer aan de voorzijde van de woning) SIN-nummer AAGF6096NL;

 bemonstering epitheel handgrepen van ketel met vloeibare substantie (welke is aangetroffen op de badkamer van de tweede woonlaag) SIN-nummer AAGF6097NL;

 bemonstering epitheel aan/uit knop van de mixer (welke in de keuken op de eerste woonlaag is aangetroffen) SIN-nummer AAGF6102NL;

 bemonstering epitheel van de stekker behorende bij de mixer (welke in de keuken op de eerste woonlaag is aangetroffen) SIN-nummer AAMA6488NL.9

Uit het NFI rapport10 blijkt dat het spoor met SIN-nummer AAGF6096NL#01 (blauwe dop van jerrycan) een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen betreft en het DNA afkomstig kan zijn van verdachte en minimaal één ander persoon. Ook blijkt dat het spoor met SIN-nummer AAGF6097NL#01 (handgrepen van ketel) het DNA-profiel van een man betreft en afkomstig kan zijn van verdachte, met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard.

Het spoor met SIN-nummer AAGF6102NL#01 (aan/uit knop mixer) blijkt eveneens het DNA-profiel van een man te betreffen en afkomstig te kunnen zijn van verdachte, met een matchkans kleiner dan 1 op 1 miljard. Op het spoor met SIN-nummer AAMA6488NL#01 (stekker mixer) blijkt het DNA-mengprofiel van minimaal twee personen te betreffen en kan afkomstig zijn van verdachte en [medeverdachte] .11

Bij de insluitingsfouillering werd een mobiele telefoon bij verdachte aangetroffen (goednummer PL0900-2020061304-2591274)12. De gegevens van de mobiele telefoon zijn veiliggesteld (SIN-nummer: AAMT9110NL). In de gemaakte image stond een notitie met de volgende inhoud:

2,20 liter water

1 kilo p

200 coustick

700 citroen

Eerst coustick

Dan p

Dan citroen

Dan afvullem met 85 graden water

Roeren tot alles is opgelost

In de gemaakte image van de inbeslaggenomen telefoon stond verder een chat tussen verdachte en een persoon die in de telefoon als contactpersoon opgeslagen staat onder de naam ‘ [naam] ’. Het telefoonnummer van verdachte is [telefoonnummer] . Het telefoonnummer van ‘ [naam] ’ is [telefoonnummer] .13

Op 29 januari 2020 stuurt verdachte aan ‘ [naam] ’ de volgende berichten:

Om 11:19 uur: Als jij zorgt dat de berekeningen kloppen zorg ik dat rie er goed uit komt ja, Zo moeilijk is het niet

Om 11:20 uur: Gisteren was gewoon een dommer fout

Om 11:21 uur: Maarja weer wat geleerd toch

Om 12:22 uur: Ik denk ook dat als toe is schoon gekookt dat tie gelijk gemixed moet worden in de ton14

Om 12:38 uur: Maar wel in de vriezer omdat toe koud moet worden

Om 12:38 uur: Rond hoelaat jeb je tijd

Om 12:39 uur: Dan wil ik hem vandaag nog in de vriezer als je tijd heb15

Om 21:32 uur: als het recept klopt blijf ik ook tonnen maken, Belooft16

Op 12 februari 202017 stuurt verdachte aan ‘ [naam] ’ de volgende berichten:

Om 11:25 uur: Wanneer komt die nieuwe citroen

Om 12:03 uur: Oke wanneer gaan we knallen

Waarop de ‘ [naam] ’ om 12:04 uur aan verdachte stuurt: Zodra nieuwe citroen binnen is testen en als dan opgelost is

Op 20 februari 2020 stuurt ‘ [naam] ’ aan verdachte de volgende berichten:
Om 19:25 uur: Besef goed dat we geik gehad hebben, Geluk18, Voor t zelrde geld afgefikt brandweer flikkers erbij, Als je aan t werk bent gwn nuchter klaar, Zaten we lekker politiebureau nu19

Op 23 februari 2020 stuurt verdachte aan ‘ [naam] ’ de volgende berichten:

Om 12:17 uur: Hoe dan kan toch maar een tergelijk roeren en toevoegen

Om 12:19 uur: Gewoon 15 liter tergelijk koken steeds en achter mekaar door gaan20

Om 20:49 uur: Stuur die recept zoals wij vijf kilo maakte maar kim dan en vraag dan

aan hem of dat goed is ofzo want slaat echt nergens op21

Op 24 februari 2020 stuurt verdachte aan ‘ [naam] ’ de volgende berichten:

Om 11:20 uur: Maar zeg is hey wanneer beur ik nou me eerste geld dan, volgends

mij ben ik al bijna een maand met al die zooi in huis en met af en aan aan het

smelten; Is die nieuwe p al binnen; We moeten gewoon knallen nu hoor

Om 11:21 uur: Moet ff 2500 verdiennen man kan ik me moeder in een keer 1200 geven en nieuwe pc halen22

Om 11:33 uur: Denk je dat het nog kristallen worden23

Op 27 februari 2020 stuurt ‘ [naam] ’ de volgende berichten aan verdachte:

Om 18:55:20 uur: Is gelukt gapPppppp

Om 18:55:24 uur: We gaan kkkkk knallen

Om 18:55:28 Hijs kkkk mooi spierwit24

Waarop verdachte om 23:04 en 23:05 uur aan de ‘ [naam] ’ stuurt:

Maar we moeten wrl knallen jongen ik heb geld nodig moet jou betalen en me moeder, En een nieuwe computer en een rijbewijs, Mischien nog een auto.25

Bewijsoverweging

In de woning van verdachte is, gezien de indicatieve test van het LFO en de verklaring van verdachte, MDMA aangetroffen en zijn goederen en chemicaliën aangetroffen die, in onderling verband en samenhang bezien en gezien voornoemde test en de verklaring van verdachte, werden gebruikt voor het vervaardigen van MDMA.

Verdachte ontkent dat hij zelf bezig is geweest met de MDMA-productie en verklaart – kort samengevat – dat hij alleen zijn huis ter beschikking heeft gesteld voor de productie van MDMA vanwege een opgelopen schuld bij zijn drugsdealer. De verdediging stelt dat op grond van de handelingen die verdachte in opdracht van zijn drugsdealer voor de productie van MDMA stelt te hebben verricht (een pan water op het vuur zetten en kijken of in de ton in de vriezer al kristallen waren gevormd), niet kan gesproken worde van medeplegen. Verdachte stelt dat hij het ‘recept’ van MDMA dat in een notitie in zijn telefoon is aangetroffen, in opdracht van de drugsdealer heeft moeten typen, zodat de drugsdealer daarvan een foto kon nemen. Verder stelt verdachte dat hij de appberichten, waaruit naar voren lijkt te komen dat zijn rol bij de MDMA-productie groter is dan hij verklaart, onder invloed van drugs heeft verstuurd en dat die berichten nergens op sloegen.

De rechtbank acht de verklaringen van de verdachte, waar het gaat om het aandeel van verdachte in de MDMA-productie, ongeloofwaardig en is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakte aan beide tenlastegelegde strafbare feiten. De rechtbank licht dat als volgt toe.

Allereerst blijkt uit de WhatsApp gesprekken tussen verdachte en ‘ [naam] ’ (dat verdachte inderdaad een schuld had bij ‘ [naam] ’, maar ook) dat verdachte een grotere rol had bij de MDMA-productie dan hij verklaart. Zo vraagt verdachte ‘ [naam] ’ wanneer nieuwe grondstoffen geleverd worden. Verdachte dringt er bij ‘ [naam] ’ op aan om snel te produceren. Ook geeft hij aan (veel) geld met de MDMA-productie te willen verdienen om schulden af te lossen en diverse goederen te kopen. ‘ [naam] ’ drukt verdachte op het hart dat hij nuchter moet zijn als hij ‘aan het werk’ is. Noch uit de Whatsapp gesprekken, noch uit iets anders blijkt dat de MDMA-productie tegen de wil van verdachte, onder druk van deze ‘nachtapotheker’ in de woning van verdachte plaatsvond. Dat verdachte een grotere rol heeft gespeeld, lijkt te worden bevestigd door de notitie die in de telefoon van verdachte is gevonden met een ‘recept’ voor MDMA. Hetgeen verdachte daarover heeft verklaard, acht de rechtbank niet aannemelijk.

Dat verdachte een grotere rol heeft gespeeld bij de MDMA-productie, wordt verder bevestigd door het aantreffen van DNA-profielen op verschillende goederen die gebruikt werden bij de productie van MDMA (op de dop van een jerrycan, handgrepen van een ketel en aan/uit knop van de mixer, de stekker van de mixer) die een match opleverden met verdachte. De verklaring van verdachte dat zijn DNA op de aangetroffen goederen is aangetroffen omdat hij de betreffende goederen heeft moeten verplaatsen om gebruik te kunnen maken van de keuken, acht de rechtbank (gelet op de plaatsen waar het DNA is aangetroffen, met name de dop van een jerrycan en de aan/uit knop van de mixer) niet aannemelijk. Als uitsluitend een ander verantwoordelijk was voor de MDMA-productie, zoals verdachte verklaart. had voor de hand gelegen dat niet alleen op de stekker van de mixer, maar ook op de andere voorwerpen die zijn onderzocht DNA-spoor van een andere persoon was aangetroffen.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en acht de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 27 februari 2020 te Eemnes, tezamen en in vereniging met een ander,

opzettelijk heeft vervaardigd en opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 840 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 27 februari 2020 te Eemnes, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van een hoeveelheid

van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden meerdere goederen en stoffen voorhanden heeft gehad, te weten

- ( in totaal) 52 liter methylamine en

- 11 kilogram citroenzuur en

- ( in totaal) 1,7 kilogram methylglycidaat en

- 4 liter zoutzuur en

- ( in totaal) 36,1 liter aceton en

- 4 liter methanol en

- 9,8 kilogram natriumboorhydride en

- ( in totaal) 35 kilogram natriumhydroxide en

- 2,4 liter Piperonylmethylketon (PMK) en

- een scheitrechter en

- een of meerdere emmers en

- een mengmachine en

- meerdere (50 liter) kookpannen en

- meerdere jerrycans en

- meerdere maatbekers en

- een infrarood temperatuurmeter en

- een gasbrander,

waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feiten.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

De onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten leveren volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

1. medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

en

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;

2. medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

7.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat verdachte met succes een beroep op psychische overmacht kan doen. Door een opgelopen drugsschuld heeft de dealer verdachte gedwongen om zijn huis ter beschikking te stellen voor de exploitatie van een drugslaboratorium. Verdachte was niet opgewassen tegen de druk van de dealer en heeft de bewezenverklaarde feiten onder bedreiging gepleegd.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op psychische overmacht dient te worden verworpen. Naar zijn mening heeft verdachte onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren gebracht voor de conclusie dat er sprake was van druk en bedreiging.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat er sprake is van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij een drugsschuld aan zijn dealer had van € 750,- en dat zijn drugsdealer hem de keuze gaf om ofwel die schuld ineens in te lossen ofwel zijn huis open te stellen voor een drugslab, waarbij zijn dealer hem een foto van een wapen zou hebben getoond. De rechtbank merkt allereerst op dat in de hierboven genoemde bewijsmiddelen niets wijst op de door de verdachte gestelde dwang. Verdachte heeft dan ook onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht waaruit blijkt dat de verdachte slachtoffer zou zijn van de dealer en dat hij onder zijn dwang en bedreiging de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. In het geval dat de rechtbank echter al zou uitgaan van de verklaring van verdachte, was de door de dealer uitgeoefende ‘druk’ ook niet zodanig dat verdachte hieraan redelijkerwijze geen weerstand kon en behoefde te bieden. Ook om die reden slaagt het beroep van de verdediging op psychische overmacht niet.

Er is ook verder geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, met een proeftijd van 2 jaren en de navolgende bijzondere voorwaarden:

  1. meldplicht bij de reclassering;

  2. ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname);

  3. begeleid wonen of maatschappelijke opvang.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om er bij eventuele strafoplegging rekening mee te houden dat verdachte niet tot nauwelijks aan de gepleegde feiten heeft verdiend. Voorts verzocht de verdediging in positieve zin rekening te houden met de proceshouding van verdachte. Ook heeft de verdediging verzocht om bij een veroordeling als bijzondere voorwaarde op te nemen dat verdachte moet meewerken aan diagnostiek en dat alleen als daaruit blijkt dat verdachte behandeling nodig heeft, hij moet meewerken aan ambulante behandeling.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van het bereiden en voorhanden hebben van MDMA. Voorts is hij schuldig aan het plegen van voorbereidingshandelingen hiertoe. Harddrugs zoals MDMA vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid. Met zijn handelwijze heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Bovendien gaat de verspreiding van en handel in harddrugs veelal gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stoffen. De opslag van chemicaliën en de productie van MDMA brengen bovendien risico’s met zich, zoals gevaar voor brand/ontploffing, het vrijkomen van giftige stoffen en milieuschade. De rechtbank neemt verdachte zijn handelen kwalijk dat MDMA heeft bereid in zijn huis, dat gelegen is in een woonwijk, waardoor buurtbewoners werden blootgesteld aan bovengenoemde risico’s. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad en zich alleen laten leiden door zijn eigen (financiële) belangen.

Persoonlijke omstandigheden

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 29 april 2020, waaruit blijkt dat verdachte in maart 2019 is veroordeeld voor een Opiumwetdelict.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het recente reclasseringsadvies (gedateerd op 20 mei 2020) dat over verdachte is uitgebracht en waaruit – samengevat – onder meer het volgende blijkt:

Er is sprake van problemen op vrijwel alle leefgebieden; betrokkene is zijn woning kwijtgeraakt als

gevolg van onderhavige zaak, heeft geen zinvolle dagbesteding en er zijn financiële problemen. Hij is

verslaafd aan drugs en staat onder behandeling bij GGZ Centraal in verband met zwakbegaafdheid en

schizofrenie. De heer [verdachte] heeft daarbij een sociaal netwerk dat grotendeels bestaat uit

medegebruikers, waaronder zijn huidige partner.

Het risico op recidive wordt hoog ingeschat vanwege de complexe problematiek. Hierin lijkt met name

de psychische- en verslavingsproblematiek aanleiding te zijn voor het delictgedrag. Een behandeling

gericht op deze problematiek wordt noodzakelijk geacht om de kans op recidive te verminderen.

Daarbij lijkt het zinvol om de mogelijkheid te hebben een kortdurende klinische behandeling te

realiseren wanneer er sprake is van een terugval in middelengebruik. Ook achten wij het nodig dat

betrokkene geplaatst wordt in een beschermde woonvorm. Dit ter zelfbescherming – vanwege de hoge

mate van beïnvloedbaarheid – en tevens om de kans op recidive te verminderen. De heer [verdachte]

staat open om mee te werken aan begeleiding en behandeling in een voorwaardelijk kader.”

Alles afwegende en ook in aanmerking genomen de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Ter voorkoming van recidive zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd. De rechtbank maakt zich grote zorgen over de verslavingsproblematiek van verdachte en kan zich vinden in de conclusie en adviezen van de reclassering. Wil verdachte definitief een punt kunnen zetten achter zijn drugsverleden en de strafbare gedragingen die hij heeft gepleegd om zijn drugsgebruik te kunnen bekostigen, zoals hij ter zitting verklaarde, dan zal hij hard met zichzelf aan de slag moeten.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf conform de eis van de officier van justitie, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering zijn geadviseerd, passend en geboden.

De rechtbank merkt tot slot nog op dat voorafgaand aan eventuele ambulante behandeling diagnostiek plaatsvindt. De rechtbank ziet dan ook geen reden om een (aparte) bijzondere voorwaarde op te nemen, als verzocht door de verdediging, die inhoudt dat de verdachte eerst moet meewerken aan diagnostiek.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10A van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt:

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de Verslavingsreclassering van Inforsa op het adres Noordse Bosje 43 te Hilversum, telefoonnummer 035-6222980. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  2. zich ambulant laat behandelen voor zijn verslavingsproblematiek door de Forensische Polikliniek van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt waarbij veroordeelde zich houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Wanneer de reclassering het noodzakelijk acht kan een indicatiestelling voor een kortdurende klinische opname (voor de duur van maximaal zeven weken) voor crisisbehandeling, detoxificatie en/of stabilisatie worden aangevraagd. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

  3. verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.G.C. Bij de Vaate, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Harskamp-Snoeren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juni 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 27 februari 2020 te Eemnes, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft vervaardigd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 840 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

( art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 2 ahf/ond D Opiumwet, art 47 lid 1

ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 27 februari 2020 te Eemnes, althans in Nederland,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid

van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of

te bevorderen,

een of meerdere goederen en/of middelen/stoffen voorhanden heeft

gehad, te weten

- ( in totaal) 52 liter, in elk geval een hoeveelheid methylamine en/of

- 11 kilogram, in elk geval een hoeveelheid citroenzuur en/of

- ( in totaal) 1,7 kilogram, in elk geval een hoeveelheid methylglycidaat

en/of

- 4 liter, in elk geval een hoeveelheid zoutzuur en/of

- ( in totaal) 36,1 liter, in elk geval een hoeveelheid aceton en/of

- 4 liter, in elk geval een hoeveelheid methanol en/of

- 9,8 kilogram, in elk geval een hoeveelheid natriumboorhydride en/of

- ( in totaal) 35 kilogram, in elk geval een hoeveelheid natriumhydroxide

en/of

- 2,4 liter, in elk geval een hoeveelheid Piperonylmethylketon (PMK)

en/of

- een scheitrechter en/of

- een of meerdere emmer(s) en/of

- een mengmachine en/of

- een of meerdere (50 liter) kookpan(nen) en/of

- een of meerdere jerrycan(s) en/of

- een of meerdere maatbeker(s) en/of

- een infrarood temperatuurmeter en/of

- een gasbrander,

waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat

dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

( art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 20 maart 2020, genummerd PL0900-2020061304, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 221. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van terechtzitting d.d. 5 juni 2020.

3 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 101.

4 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 102.

5 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 102.

6 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 103.

7 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 104.

8 Een proces-verbaal van bevindingen ondersteuning LFO, pagina 104.

9 Overzichtslijst bemonsteringen door Forensische opsporing d.d. 28 februari 2020, pagina 60.

10 NFI rapport d.d. 20 april 2020, pagina 210 t/m 213 met bijlagen.

11 NFI rapport, Tabel 2 Resultaten Interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek, pagina 211.

12 Een proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming, pagina 118.

13 Een proces-verbaal van bevindingen m.b.t. telefoon [verdachte] , pagina 142.

14 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 157.

15 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 158.

16 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 159.

17 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 162.

18 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 166.

19 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 167.

20 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 169.

21 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 170.

22 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 171.

23 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 172.

24 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 176.

25 Overzicht gestuurde WhatsApp-berichten, pagina 177.