Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2156

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-04-2020
Datum publicatie
10-07-2020
Zaaknummer
C/16/500144 / FA RK 20-2209
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot zorgmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/500144 / FA RK 20-2209

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 20 april 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat mr. C.T.W. van Dijk.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring d.d. 27 maart 2020;

- de zorgkaart inclusief bijlagen;

- het zorgplan inclusief bijlagen;

- de bevindingen van de geneesheer directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020. In verband met de maatregelen van overheidswege genomen om de verspreiding van het coronavirus te stoppen heeft de mondelinge behandeling telefonisch plaatsgevonden.

1.3.

Bij die gelegenheid zijn conform de algemene regeling zaaksbehandeling rechtspraak telefonisch gehoord:

- de betrokkene, bijgestaan door mr. C.T.W. van Dijk,

- de heer [A] , psychiater,

- de heer [B] , verpleegkundig specialist.

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is de

mondelinge behandeling bij te wonen.

1.5.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en per e-mail aan de advocaat van betrokkene en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

Bij weigering noodzakelijke medicatie, voor zover noodzakelijk bij (gedwongen) medicatie.

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

Na opname in accommodatie.

c. insluiten;

Bij opname in accommodatie, ter voorkoming van agressie tegen anderen en zichzelf.

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

Bij opname in accommodatie.

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

Voorkomen contact met internationale (sport) organisaties zo nodig en eventueel vertrek naar buitenland.

j. opnemen in een accommodatie.

Ter afwending ernstig nadeel.

De officier verzoekt deze vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden. In het verzoek is vermeld dat verplichte zorg onder a en h ook ambulant worden toegepast; de overige vormen van verplichte zorg zullen alleen klinisch worden toegepast. Uit het zorgplan blijkt dat het van belang is dat betrokkene medicatie blijft innemen om het risico op een recidiverende psychose te voorkomen.

De vertegenwoordiger van de zorgaanbieder heeft verklaard dat het toedienen van vocht en voeding, genoemd onder a, niet meer nodig is.

2.2.

De betrokkene heeft verklaard dat het nu beter met hem gaat. Er bestaan geen redenen tot zorg waardoor een zorgmachtiging niet nodig is.

2.3.

De advocaat van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Volgens de advocaat wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten. Het ernstig nadeel is geweken en niet meer actueel. Als de rechtbank van oordeel is dat een zorgmachtiging wel kan worden verleend, dan wordt verzocht de verplichte vormen van zorg onder d en h af te wijzen. Betrokkene is topsporter en voor zijn toekomst is het niet wenselijk als hij geen contact mag hebben met sportorganisaties. De verplichte vorm van zorg onder d, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, kan alleen bij opname worden toegepast.

2.4.

De psychiater heeft gepleit voor een zorgmachtiging. Betrokkene heeft tot op heden geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene heeft onder invloed van zijn ziekte zijn huis verkocht om zich in Zwitserland te vestigen en zegt signalen te krijgen van internationale organisaties. Het gebruik van medicijnen is nodig om te voorkomen dat hij zichzelf en anderen opnieuw in de problemen brengt of opnieuw moet worden opgenomen. Het gebruik van medicatie is dus noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden. Door middel van een zorgmachtiging wordt betrokkene gedwongen om medicatie in te blijven nemen.

2.5.

In aanvulling op de verklaring van de psychiater heeft de verpleegkundig specialist verder verklaard dat er signalen zijn van de familie van betrokkene dat hij aan een studie is begonnen waaraan ook een buitenlandse stage is gekoppeld. Dit neigt naar het gedrag dat betrokkene vertoonde vóór de opname. Dit onderstreept volgens de verpleegkundig specialist de noodzaak van de zorgmachtiging.

2.6.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

2.7.

Deze stoornis leidt bij betrokkene tot ernstig nadeel, met name gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang. Om ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

2.8.

Ter toelichting op het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt.

Betrokkene is gediagnosticeerd met een schizofreniespectrumstoornis en staat onder ambulante behandeling van het FACT. Er is sprake van een gebrek aan ziekte-inzicht en betrokkene ziet niet de noodzaak van psychotische medicatie in. Gelet hierop is het reëel om aan te nemen dat betrokkene zich zonder juridisch kader zal onttrekken aan zorg. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is.

2.9.

De rechtbank constateert in deze zaak dat het de bedoeling is dat een zorgmachtiging wordt verleend die gelijkenis vertoont met de voorwaardelijke machtiging onder de wet Bopz. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de voorwaardelijke machtiging met voorwaarden en opname als stok achter de deur zeer effectief was en in een grote behoefte voorzag. De Wvggz kent een dergelijke machtiging niet. Uitgangspunt in de Wvggz is echter wel dat de verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant wordt toegepast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de behoefte in de praktijk tegemoet gekomen kan worden door bij de vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging onderscheid te maken tussen enerzijds vormen van verplichte zorg die ambulant worden toegepast en anderzijds vormen van verplichte zorg die bestaan uit en horen bij opname. Deze laatste vormen van verplichte zorg dienen pas te worden toegepast op het moment dat het ernstig nadeel niet meer met de ambulant verplichte zorg kan worden afgewend.

2.10.

Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om in de onderhavige zaak de verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen, waarbij de vormen onder a, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, en h eerst moeten worden toegepast.

Pas als op die manier het ernstig nadeel niet meer kan worden afgewend, dan kunnen de vormen b, c, d en j worden toegepast. De ambulant verplichte vormen van zorg die de rechtbank zal toewijzen, mogen dan ook in de kliniek worden toegepast. Deze verplichte zorg kan naar het oordeel van de rechtbank het ernstig nadeel voldoende wegnemen.

De rechtbank merkt op dat de vorm van verplichte zorg onder h betrokkene met name ziet op ongewenste contacten met internationale sportorganisaties die niet passen bij de achtergrond van betrokkene.

2.11.

Er zijn in dit geval geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.12.

De verzochte verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. De rechtbank wijst er op dat artikel 2:2 van het Besluit vggz eisen stelt aan de veiligheid bij de toepassing van een zorgmachtiging met ambulant verplichte zorg.

2.13.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg, zoals verzocht onder 2.1:

a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van

medische controles of andere medische handelingen en therapeutische

maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die

tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

j. opnemen in een accommodatie,

en

bepaalt dat gestart zal worden met ambulante verplichte zorg als bedoeld onder a en h;

bepaalt dat op het moment dat de ambulant verplichte zorg niet meer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, ook de andere verleende vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 oktober 2020;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 20 april 2020 mondeling gegeven door mr. G. van de Beek, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door N.L.J. Hitijahubessij als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 4 mei 2020.

..

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.