Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:2077

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
10-06-2020
Zaaknummer
UTR 194182
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

woz waarde garageboxen. Beroep jaren 2015-2018 niet ontvankelijk (overschrijding termijn). Over 2019 gegrond omdat verweerder in beroep lagere waarde verdedigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 11-06-2020
FutD 2020-1823
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/4182

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2020 in de zaak tussen

[eiseres] uit [woonplaats] , eiseres,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [woonplaats], verweerder.

Procesverloop

In de beschikking van 28 februari 2019 heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) in één geschrift verenigd, de waarde van de onroerende zaken aan de [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] en [adres] te [woonplaats] (de garageboxen) voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op elk € 36.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder heeft bij deze beschikkingen aan eiseres als eigenaar van de garageboxen ook aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarden als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.

In de uitspraak op bezwaar van 3 januari 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de waarden van de garageboxen verlaagd naar elk € 26.000,-.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart 2020 de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten en alleen zittingen voor urgente zaken door te laten gaan. De griffier van de rechtbank heeft telefonisch contact gehad met partijen, waarbij zij ermee hebben ingestemd om de zaak zonder zitting af te doen. Partijen hebben dat vervolgens schriftelijk bevestigd. De rechtbank heeft bepaald dat een zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 3 juni 2020.

Overwegingen

1.De garageboxen zijn gebouwd in 1970 en hebben volgens eiseres een oppervlakte van

17,1 m2 . Verweerder gaat uit van 21 m2.

2.De WOZ-waarde van de garageboxen is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die garageboxen meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die garageboxen zou zijn betaald.

3. Voordat de rechtbank zich uit kan spreken over de waarde van de garagesboxen moet zij zich uitspreken over de ontvankelijkheid van het beroep. Eiseres tekent beroep aan tegen de beschikkingen en aanslagen over de jaren 2015 tot en met 2019. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de beroepstermijn zes weken. Die termijn was op het moment van indienen van het beroepschrift ( ingekomen bij de rechtbank op 9 oktober 2019) voor de jaren 2015 tot en met 2018 ruim verstreken. Dat eiseres zich pas bij het indienen van het beroepschrift heeft gerealiseerd dat zij over die jaren te hoog zou zijn aangeslagen, is onvoldoende om de overschrijding van de termijn te verschonen. Voor de jaren 2015 tot en met 2018 zijn de beroepen daarom niet-ontvankelijk. Voor het jaar 2019 is het beroepschrift wel tijdig ingediend. De rechtbank zal zich verder beperken tot het beroep voor het belastingjaar 2019.

4.Eiseres bepleit een lagere waarde, namelijk € 20.900. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat hij het eens is met de voorgestelde waarde, maar rondt deze af op

€ 21.000,-. De rechtbank gaat uit van de veronderstelling dat verweerder met de afronding niet beoogt dat de rechtbank zich uit moet spreken over het afrondingsverschil van € 100,-. Nu eiseres zich over die afronding niet heeft uitgesproken gaat de rechtbank er vanuit dat partijen het eens zijn over een waarde van € 20.900,- per garage.

5.Nu verweerder in beroep een lagere waarde verdedigt is het beroep gegrond en moet de uitspraak op bezwaar worden vernietigd. De rechtbank zal de waarde overeenkomstig de opvatting van partijen vaststellen op € 20.900,-. en zal bepalen dat verweerder de aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert.

6.Ten overvloede en ter toelichting voor eiseres overweegt de rechtbank nog het volgende. Zoals hiervoor onder overweging drie is aangegeven kan de rechtbank zich niet uitspreken over de jaren 2015 tot en met 2018, omdat die beroepen te laat zijn ingesteld. Zoals verweerder in zijn eerder aan eiseres gezonden compromisvoorstel aangeeft, heeft hij wel de bevoegdheid om ambtshalve op deze jaren terug te komen, mits aan de door hem genoemde voorwaarden wordt voldaan. Verweerder zegt in zijn voorstel toe om eiseres daarover nog te berichten. Tegen die beslissing van verweerder kan geen beroep bij de rechtbank worden ingesteld.

7.Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen voor de belastingjaren 2015 tot en met 2018 niet-ontvankelijk;

  • -

    verklaart het beroep voor het belastingjaar 2019 gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    stelt de waarde van de garageboxen vast op € 20.900,- elk, naar de waardepeildatum

1 januari 2018 en bepaalt dat de aanslagen onroerendezaakbelastingen en de aanslagen watersysteemheffing dienovereenkomstig worden verlaagd;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.M.J.H. Muijlaert, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 3 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak zo nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Deze uitspraak is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat