Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:1990

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-05-2020
Datum publicatie
28-05-2020
Zaaknummer
16-025925-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-025925-20

TUSSENVONNIS van de meervoudige kamer van 28 mei 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1975] te [geboorteplaats] (Marokko)
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 mei 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, alsmede mr. R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, namens de benadeelde partij, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

primair: op 1 maart 2019 te Hilversum samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden door hem met een mes te steken in zijn handen, polsen, onderbuik, benen en gezicht;

subsidiair: op 1 maart 2019 te Hilversum samen met anderen [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht door hem met een mes te steken in zijn handen, polsen, onderbuik, benen en gezicht;

meer subsidiair: op 1 maart 2019 te Hilversum samen met anderen heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een mes te steken in zijn handen, polsen, onderbuik, benen en gezicht;

Feit 2

op 1 maart 2019 te Hilversum samen met anderen, met geweld een hoeveelheid geld, een portemonnee en een mobiele telefoon van [slachtoffer] heeft gestolen.

3 HEROPENING VAN HET ONDERZOEK

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 14 mei 2020 en tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, nu in het proces-verbaal op pagina 578 is opgenomen dat de hexagon-obti test negatief uitviel, niet kan worden vastgesteld dat er humaan bloed is aangetroffen op de linkerschoen van verdachte met het merk Anthony Morato. Het aantreffen van menselijk bloed, afkomstig van [slachtoffer] , op een schoen van verdachte, zou belangrijk belastend bewijs tegen verdachte opleveren. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet nu reeds kan worden geconcludeerd dat de hexagon-obti test nooit vals negatief scoort. Verder volgt uit het proces-verbaal dat slechts een gedeelte van het op bloed gelijkende materiaal op deze schoen is onderzocht.

De rechtbank heropent daarom het onderzoek om aanvullend onderzoek te doen plaatsvinden. De rechtbank acht het, alvorens eindvonnis te kunnen wijzen, noodzakelijk dat:

- duidelijk wordt gemaakt waar en wanneer de Anthony Morato schoenen zijn aangetroffen tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte, en dat wordt uitgelegd waarom dit paar schoenen – waarop, kort gezegd, DNA van [slachtoffer] is aangetroffen - niet is vermeld in het proces-verbaal op de pagina’s 503-504 en bij de correctie op 539 zonder toelichting wel wordt vermeld;

- nader onderzoek plaatsvindt aan de Anthony Morato schoenen, waarbij er microscopisch onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid van humaan bloed en indien er humaan bloed wordt aangetroffen, onderzocht wordt of [slachtoffer] dan wel een andere persoon als donor van dit bloed kan worden aangemerkt. Gezien het negatieve resultaat van de Hexagon-Obti-test op het spoor op de buitenzijde (ter hoogte van de achterkant van de zool) van linkerschoen AANE4912NL, wordt verzocht RNA- en DNA-isolatie uit te voeren op overige bemonsteringen van mogelijke bloedsporen op de Anthony Morato schoenen. Er wordt verzocht deze bemonsteringen te onderwerpen aan een RNA- en DNA-onderzoek en zo mogelijk te bepalen of sprake is van humaan bloed.

4 BESLISSING

De rechtbank:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting dat op 14 mei 2020 is gesloten;

- schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd tot een in overleg met de officier van justitie en de raadsman van de verdachte nader te bepalen tijdstip;

- beveelt de oproeping van verdachte, zijn raadsman, alsmede de kennisgeving aan de benadeelde partij en zijn raadsman, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat;

- geeft de officier van justitie de opdracht om de politie nader te laten verbaliseren waar en wanneer de Anthony Morato schoenen zijn aangetroffen, en uit te leggen waarom de Anthony Morato schoenen ontbreken op de lijst van pagina’s 503-504 en bij correctie op pagina 539 zonder toelichting wel worden vermeld;

- stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, teneinde een onderzoek als omschreven in onderdeel 3 van dit tussenvonnis uit te laten voeren en voorts al datgene te doen wat deze in het belang van het onderzoek acht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Danel, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en E.W.A. Vonk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2020.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 2

hij op of omstreeks 1 maart 2019 te Hilversum, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] opzettelijk van het leven te

beroven, met dat opzet meerdere malen, althans eenmaal, met een mes,

althans een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp,

in de polsen/handen en/of de (onder)buik en/of het gezicht ter hoogte

van de (linker)wenkbrauw en/of de/het be(e)n(en), althans het lichaam

van die [slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art

47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 maart 2019 te Hilversum, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een

geperforeerde blinde darm (waarvoor operatief ingrijpen noodzakelijk

was en waarbij de blinde darm is verwijderd), heeft/hebben

toegebracht, door meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans

een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de (onder)buik, althans het

lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of snijden;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van

Strafrecht )

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 maart 2019 te Hilversum, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans een dergelijk

(scherp) (steek)voorwerp,

in de polsen/handen en/of de (onder)buik en/of het gezicht ter hoogte

van de (linker)wenkbrauw en/of de/het be(e)n(en), althans het lichaam

van die [slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van

Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Feit 2

hij op of omstreeks 1 maart 2019 te Hilversum, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een

of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een hoeveelheid geld en/of een portemonnee en/of een mobiele

telefoon,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,

verdachte, en/of zijn medaders

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer]

heeft/hebben gericht en/of

- met die [slachtoffer] heeft/hebben gevochten en/of

- met dat pistool, althans dat op een pistool gelijkend voorwerp, die [slachtoffer]

op het hoofd heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal, met een mes, althans

een dergelijk (scherp) (steek)voorwerp, in de polsen/handen en/of de

(onder)buik en/of het gezicht ter hoogte van de (linker)wenkbrauw

en/of de (linker)benen, althans het lichaam heeft/hebben gestoken

en/of gesneden;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht,

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )